Wij doen hier niet aan kunst jongeman!

Gerard van Maasakkers – Bloemen zijn rood

*Heb je geen zin/tijd te lezen, luister het liedje onderin en sluit je ogen.

‘n Jungske ging vur ‘t uurst naor school
Hij kreeg ‘n vel papier en krijt
En hij kleurde en kleurde ‘t hul vel vol
Want kleure, da vond-ie fijn
Mer de juffrouw zee: “Wat doe je daar, jongeman?”
“Ik teken bluumkes, juffrouw”
Ze zee: “We doen hier niet aan kunst, jongeman
Bloemen zijn rood en de lucht is blauw”
Je zult er rekening mee moeten houden
Je bent hier niet alleen
Als alle kinderen ‘ns deden zoals jij
Waar moest dat dan toch heen, ik zeg je
Bloemen zijn rood, jongeman
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou je ‘t dan nog anders doen” 

Mer ‘t jungske zei
“Ja mer juffrouw, d’r zijn zoveul kleuren bloemen
Zoveul kleuren blaadjes, zoveul kleuren, overal
Zoveul kleuren zijn nie op te noemen
Mer ik zie ze allemaol”

Mer de juffrouw zei: “Je bent ondeugend, jongeman
Je zit te kliederen en je Nederlands is slecht
Ik weet zeker dat je ‘t alletwee veel beter kan
Ik wil dat je herhaalt wat ik zeg

Bloemen zijn rood, jongeman
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou je ‘t dan nog anders doen”

Mer ‘t jungske zei
“Ja mer juffrouw, d’r zijn zoveul kleuren bloemen
Zoveul kleuren blaadjes, zoveul kleuren, overal
Zoveul kleuren zijn nie op te noemen
Mer ik zie ze allemaol” 

Mer de juffrouw zei: “Dit duurt me nou te lang
Je moet maar weten hoe ’t hoort”
En ze zette ‘t jungske op de gang
“Voor je bestwil” enzovoort
Mer hij werd bang, zo na ‘nen tijd
Klopte zachtjes aan de deur
En hij zei: “Juffrouw, ik heb wel spijt”
En hij kreeg ‘n kleur toen-ie zei

“Bloemen zijn rood
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou ik ‘t anders doen”

Mer d’n tijd ging dur, gao altijd dur
En hij ging naor de tweede klas
En de juffrouw was hul anders as die daorvur
Ze was nieuw, ze was er pas
En ze lachte vriendelijk toen ze zei
“Tekenen doe je voor je lol
Je krijgt genoeg papier en krijt van mij
Teken maar je hele vel vol”

Mer ‘t jungske tekende bloemen
Gruun en rood, en in de rij
En toen de juffrouw vroeg waorum
Kreeg-ie weer ‘n kleur, en-ie zei

“Bloemen zijn rood
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou ik ‘t anders doen”

Met dank aan Peter Vervloet die ons op dit bijzondere liedje wees
Credits Illustratie: Wildflower1555

Ik heb mijn dochter iets vreselijks aangedaan.

Jarenlang heb ik mijn dochter laten geloven dat ze kon toveren. Als ze zei ‘Hocus pocus pilatus pas, ik wou dat de auto open was!’ dan opende de kofferbak van de auto zich op magische wijze. Die blik in haar ogen. Haar blijvende verbazing dat het elke keer weer lukt. De onvoorstelbare kracht van haar toverkunst. Onbetaalbaar. Ze vertelde er meermalen vol trots over aan haar vriendjes. En ook al zeiden zij vaker dan eens dat het helemaal niet kon, zij wist wel beter: zij kon namelijk écht toveren.

Toen gebeurde het onvermijdelijke. Op een middag tijdens het uitspreken van haar toverspreuk ontdekte ze dat ik op het knopje van de afstandsbediening van de auto drukte. Ik moest direct de sleutel bij haar inleveren en weg was haar toverkracht. Wat was ze boos. Woedend. Verdrietig. Teleurgesteld. Ze kroop achter in de auto ineen toen ze het ontdekte. Opgevouwen met haar hoofd in haar schoot. Eenmaal thuis aangekomen verdween ze stampvoetend naar boven en gooide de deur van haar kamer dicht. Haar vriendjes bleken toch gelijk te hebben. Ze had helemaal geen toverkracht. En zij stond in haar hemd. Wat een imagoschade. Papa heeft gelogen. “Ik wil niets meer te maken hebben fantasie! Nooit meer” roept ze nu nog. Wekenlang nadat het is gebeurd. 

Ik heb ontzettend veel spijt van wat ik heb veroorzaakt. Het was natuurlijk met de beste bedoelingen: ik wilde haar laten zien dat magie en fantasie overal om ons heen is. Dat zij zelf magisch is, door haar verbeeldingskracht en toverkracht. Maar ik had nooit een ‘leugen’ mogen gebruiken om dat zo onder de aandacht te brengen, dat besef ik nu. Dat is fout geweest. Ze wilde niet meer met ons avondeten die avond. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Ik heb haar bordje eten naar boven gebracht. Naar haar kamertje waar ze in protest voorovergebogen aan haar bureautje zat en me zonder aan te kijken sommeerde uit haar kamer te gaan. Ik heb haar met tranen in mijn ogen mijn excuses aangeboden. Ik had er echt pijn van in m’n hart. Dit had papa natuurlijk nooit zo mogen doen. Haar boosheid was volkomen terecht.

Maar magie en fantasie zijn en blijven wel krachtige instrumenten om een complexe boodschap over te brengen en de verbeeldingskracht aan te zetten. Overal is magie als je ervoor open staat. Natuurlijk praat de wolf niet tegen roodkapje en komen er geen gouden munten uit het achterwerk van een ezel, maar soms ontleen je kracht aan de held in een verhaal. Kan een verlies beter worden verwerkt. Blijf je op het juiste pad. Of ga je er juist vanaf. Of kan een rauwe werkelijkheid weer draagbaar worden. Juist aan die verbeeldingskracht kun je kracht ontlenen.

Sofía is nu bijna zeven jaar oud. En ondanks dat ik een nare wond bij haar heb veroorzaakt weet ik zeker dat mijn oprechte excuses en uitleg van mijn werkelijke bedoeling haar helpen. En dat ze haar fantasie en de verbeelding weer volop de ruimte geeft.

Maar wat moet ik in nu vredesnaam met Sinterklaas? Vertellen hoe het werkelijk zit zodat zij haar vriendjes en vriendinnetjes dit keer voor is en we het vertrouwen niet opnieuw schaden? Of moet ik het Sinterklaasverhaal in haar klas, in het dorp en in de maatschappij z’n beloop laten met alle gevolgen van dien?

Ik weet oprecht niet wat ik het beste kan doen. Wat zou jij doen?

Onze rechten zijn de plichten van ons naar de ander

De titel is een ombuiging van de oorspronkelijke uitspraak van Nietzsche: ‘Onze plichten zijn de rechten van anderen over ons’. Wanneer je de uitspraak van Nietzsche omdraait, wordt het voor mij direct inzichtelijk waar het in onze maatschappij aan schort. Want men beroept zich graag op ‘rechten’, maar vergeet dat tegenover elk recht ook een plicht staat.

Klein voorbeeld: je hebt recht op een salaris, maar daar staat tegenover dat je de plicht hebt werkzaamheden te verrichten voor jouw werkgever. Of als ik het recht heb op terugbetaling van mijn verstrekte lening, dan betekent dit dat de ander een plicht heeft het geld op mijn rekening te storten. Zonder die plicht is mijn recht niets waard (1).

Je hebt ook recht op vrijheid van meningsuiting, maar daarbij tevens de plicht om de rechten van anderen te respecteren en ook de openbare orde, de volksgezondheid en de goede zeden te beschermen. (Aanzetten tot) discriminatie en rassengeweld is eenvoudigweg verboden, zo is te lezen in Artikel 1 van onze grondwet. De ‘vrijheid van meningsuiting’ mag nooit een excuus zijn om doelbewust haatdragende uitlatingen over personen of bevolkingsgroepen te doen. We weten dankzij de Tweede Wereldoorlog maar al te goed waar het verzuimen van de plicht elkaar te respecteren toe kan leiden.

In de wet staan onze rechten centraal, dus het is begrijpelijk dat voor veel mensen ‘het recht hebben’ het uitgangspunt is. Maar bescherming van rechten van anderen, betekent automatisch dat je de plicht hebt om die rechten te respecteren. Regels en wetten zijn ingesteld om het samenleven met elkaar mogelijk te maken. Daarin zit een evenwicht in rechten en plichten. Maar als rechten heel expliciet zijn en plichten niet dan ontstaat er snel veel onduidelijkheid. In rechtbanken probeert men dagelijks die onduidelijkheid op te helderen en rechten en plichten weer in evenwicht te brengen. 

In vroeger tijden kon men nog wel eens refereren aan de tien geboden waarin enkele plichten werden genoemd zoals niet doden, niet liegen, niet stelen en een paar andere meer religieuze plichten. Het waren feitelijk een aantal expliciete duidingen van hoe met elkaar om te gaan.

In de huidige maatschappij zien we dat nauwelijks meer terug. Een sterke mate van individualisering doet de gemeenschap vaak verschralen. Er is zelfs een poging gedaan om een ‘handvest verantwoordelijk burgerschap’ van de grond te tillen een jaar of tien geleden, maar er zou te veel ‘spruitjeslucht’ aan zitten en betutteling van uitgaan. Van rechten smult men graag, van plichten rilt men snel. Da’s geen gezond evenwicht.

Soms verbindt de overheid recht en plicht wel expliciet aan elkaar. Leerplicht bijvoorbeeld is ingesteld om ouders te verplichten de kinderen naar school te sturen. Destijds ontnamen de ouders hun kinderen het recht op onderwijs door ze voltijds op het land te laten werken.  De leerplicht is er om het leerrecht van alle kinderen en jongeren te garanderen. Elk kind heeft recht op onderwijs en om dit ook in de praktijk waar te maken, werd de leerplicht ingevoerd. 

En er zijn meer plichten zoals de dienstplicht voor de verdediging van ons land (deze is niet afgeschaft, maar opgeschort) en zorgplicht van overheid naar burger en omgekeerd. Maar de meeste andersoortige plichten blijven impliciet en onbeschreven. Vandaag spreekt men in de kamer ook over mondkapjesplicht. Helaas te veel vanuit verwarring over verantwoordelijkheden geredeneerd wat mij betreft, maar natuurlijk om de exponentieel groeiende besmetting in te dammen in het belang van de volksgezondheid. In lijn met de zorgplicht. 

Er zijn ook mensen met bovenmatig plichtsbesef en mensen met ondermatig plichtsbesef. In beide gevallen kan dat doorslaan: een te groot plichtsbesef maakt je snel tot slaaf van een ander, je laat de plicht dan zwaarder wegen dan je recht. En een onvoldoende plichtsbesef maakt dat je anderen snel te kort doet. 

Rechten en plichten gaan hand in hand. In evenwicht. Het ene kan niet zonder het ander. Een recht zonder plicht is immers een privilege.

(1) Filosofie: ‘en mensenplichten dan?

Corona pakken we op z’n zwaktes, niet met onze zwaktes.

Er lijkt sprake van een steeds groter wordende verdeling in Nederland tussen ‘zij die de Coronaregels accepteren en volgen’ en ‘zij die ervan overtuigd zijn dat Corona – en de bijbehorende regels – grote onzin zijn’. En een derde opkomende categorie is ook al in zicht, namelijk ‘zij die de maatregelen wel volgen maar het, met een tweede golf in zicht, nu flink zat aan het worden zijn’. De verdeling wordt sterker zichtbaar en voelbaar naarmate deze groepen zich elkaar ook steeds meer uitmaken voor ‘wakkeren’, ‘slapenden’, ‘volgzame schapen’ of ‘complotaanhangers’. 

Maar de pijlen zijn nog sterker gericht op de brengers van de boodschap, de mensen die de maatregelen mogen verkondigen, of het nu de WHO, Rutte, de Jonge of wie dan ook is. Ze zouden niet deugen, worden afgeschilderd als leugenaars, zijn onderdeel van een groter complot en krijgen dagelijks de ene na de andere verwensing naar het hoofd geslingerd.

Het is compleet zinloos om je te richten op de brenger van de boodschap. De brenger van de boodschap zal het probleem nooit kunnen oplossen. Ook niet als je hem of haar van die berichtgeverspositie af probeert te krijgen. Nog vruchtelozer is het om andere groepen te verwijten dat ze niet het juiste zouden doen. En dat veel mensen het zat zijn is op zich heel begrijpelijk, maar het getuigt ook van onvoldoende zicht op waar het werkelijk om draait. Namelijk het virus zelf.

Het geniale van het virus is dat het zich juist voedt en vermenigvuldigt door zeer precies gebruik te maken van onze menselijke eigenschappen. Het ‘dicht bij elkaar willen zijn’ van mensen legt de rode loper uit voor het virus om elk lichaam binnen te dingen. Het wil juist dat we de ademafstand van ongeveer 1,5 meter massaal negeren. Dat borgt immers zijn overleving. Het maakt dankbaar gebruik van de verdeling in de samenleving door elke keer de zwakste schakels te vinden in gezellige samenkomsten binnen dat adembereik. Het virus is ook geen fan van mondkapjes, het zijn immers hinderlijke condooms in zijn voortplantingsbehoefte, dus het maakt dankbaar gebruik van de ijdelheid van mensen die het mondkapje lekker te laten voor wat het is. Het virus misbruikt ons ongeduld en weet onze ‘zwaktes’ feilloos op te sporen ter meerdere glorie van zichzelf.

Het virus lacht ons vierkant uit. Het ziet dat de pijlen worden gericht op de boodschappers die pogen dat virus systemisch de nek om te draaien. Het ziet dat groepen mensen de pijlen op elkaar richten en dat die verdeling hem gegarandeerd ten goede zal komen. Het ziet met genoegen aan dat de bogen verslappen door ongeduld en de pijlen op andere doelen dan hem worden gericht.

We moeten onze menselijke eigenschappen kennen en juist onze intelligentie en ervaring inzetten om het virus te pakken op zijn zwaktes. Het negeren van de landelijke en lokale maatregelen, het schieten op de boodschapper, het tegen elkaar opzetten van groepen gelovers en niet gelovers, het legt allemaal rode lopers waarover het virus zich lachend voortbeweegt en schaamteloos meer podium pakt. 

We kunnen echt veel slimmer zijn dan dat virus. En we hebben elkaar daarbij hard nodig.

De prijs van grootheid is verantwoordelijkheid.

‘The price of greatness is responsibility’ was een uitspraak van Winston Churchill waarmee hij duidelijk wilde maken dat een actie altijd met verantwoordelijkheid gepaard gaat. Een uitkomst van een actie kan ‘grote gevolgen’ hebben of ‘grootse gevolgen’. Het verschil zit in de mate van verantwoordelijkheid.

Neem een willekeurige organisatie. Laten we zeggen een grote Nederlandse onderneming, dat product X verkoopt aan de overheid. Het is company policy voor alle medewerkers, maar commerciële medewerkers in het bijzonder, om tijdens de lobby bij ambtenaren verre te blijven van het geven van cadeaus, etentjes of leuke voordeeltjes. Dat weet de directeur ook als geen ander, hij heeft immers de gedragscodes recent nog eens bij de nieuwjaarstoespraak expliciet aan de orde gebracht. Hij gebruikte daarbij zelfs felle bewoordingen dat bij een overtreding van deze code het bedrijf ‘passende maatregelen’ moest nemen. Maar toch heeft hij zelf, notabene een week na deze toespraak, – om een mooie deal te vieren – enkele hooggeplaatste ambtenaren meegenomen naar een luxe restaurant voor een uitgebreide lunch. En daar zijn heel veel foto’s van.

En met het uitlekken van de foto’s wordt pijnlijk duidelijk dat de directeur iets heeft gedaan dat tegen zijn eigen uitgevaardigde gedragscode indruist en dat de ‘passende maatregelen’ ook wel eens op hem van toepassing kunnen worden verklaard. De Raad van Commissarissen moest in actie komen en zo geschiedde. Ook de Ondernemingsraad en een groot deel van de managers, waaronder de commerciële manager, dienden een motie van afkeuring in. 

Kort daarop volgt een uitspraak van de Raad van Commissarissen dat de directeur toch mag aanblijven. De directeur heeft nooit eerder de wet overtreden en omdat hij zijn spijt heeft betuigd en zijn misstap ruiterlijk toegeeft is hun eindoordeel dat hij zijn positie mag behouden. De directeur heeft er zelf ook zichtbaar spijt van, een traan wordt gelaten, een woord wordt weggeslikt en na een korte stilte volgt op de uitspraak: ‘Ik wou dat ik alleen met mijn vriendin was gaan lunchen’. En hij vervolgt: ‘ik ben ervan overtuigd dat ik mijn geloofwaardigheid toch nog voldoende behouden heb.’

Er volgen een aantal verzachtende woorden van de voorzitter van de RvC. ‘Een directeur is ook maar een mens. Ook hij is geen heilige’. 

Maar de commercieel verantwoordelijke van datzelfde bedrijf, die dertig verkopers aanstuurt, wordt het werk nu wel bijzonder moeilijk gemaakt. Hoe kunnen zij nu de bedrijfsregels aannemelijk blijven handhaven, als de directeur dat zelf ook niet doet en dat zelfs de RvC daar geen passende maatregelen op neemt? Iedereen snapt dat de directeur weliswaar ‘ook maar een mens is en geen heilige is’, maar zij weten ook dat specifiek hij een hele andere, symbolische, zwaarte heeft ten opzichte van andere mensen. Hij is dus onmiskenbaar een mens, maar wel een mens op een speciale positie. Met een specifieke verantwoordelijkheid. Een positie waar elk uitgesproken woord tienmaal zwaarder weegt dan een woord van een ander in dat bedrijf. Een positie waar elke handeling tienmaal meer effect heeft dan elk ander in dat bedrijf. Een positie van waaruit ‘passende maatregelen’ tienmaal meer impact hebben op het leven van elk ander in dat bedrijf.

Met het aanblijven van de directeur heeft de RvC een belangrijk hefboomeffect over het hoofd gezien. Elk gesprek met klanten en medewerkers zal vanaf nu extra lading krijgen. Niet zozeer omdat de eindverantwoordelijke over de schreef is gegaan, dat is inderdaad menselijk, maar omdat hij aan mocht blijven en een afkeuring toch onwillekeurig in een goedkeuring kan worden uitgelegd.

Maar fouten maken mocht toch, ‘moest zelfs’ zeiden jullie?

Fouten maken moet. Dat klopt, maar dat zijn ‘fouten’ die voortkomen uit een proces van ontdekking. Voortkomen uit kleine stapjes en dus ook alleen maar kleine foutjes kunnen zijn. Fouten die voortkomen uit proberen, experimenteren en improviseren, maar altijd gericht zijn op ‘de bedoeling’ van het bedrijf. 

De fout van deze directeur is een fout voortkomend uit (1) onvoldoende besef van de eigen verantwoordelijkheid. Voortkomend uit (2) onwetendheid van het feit dat elke handeling die een directeur doet en elk woord die een directeur doet tien keer zwaarder weegt dan elk ander in dat bedrijf. Een fout voortkomend uit (3) een gebrek aan inlevendheid, hoe onbedoeld ook, voor elk ander in het bedrijf dat wel moet zien te dealen met gesprekken zonder de gemakkelijke verleidingsmechanismen zoals cadeaus, lunches of andere voordeeltjes. 

En een fout waarin je (1) onvoldoende besef van eigen verantwoordelijkheid toont, (2) je jezelf onwetend verklaart over de hefboomwerking en voorbeeldfunctie van jouw handelingen en woordgebruik en (3) een ernstig gebrek aan inlevendheid toont naar je eigen collega’s maken je weliswaar menselijk, maar ongeschikt als directeur.

En met deze wetenschap houd je de eer aan jezelf en maak je jouw plek vrij voor iemand die die verantwoordelijkheid wel kan dragen. 

Grootheid is de prijs van verantwoordelijkheid.

Kleine aanpassingen

Beter nog dan het kopen van een nieuwe fiets, is het goed afstellen van het zadel van jouw bestaande fiets.

Dat komt doordat de hoogte van waarop je zit je kracht verandert. Alles draait om het punt van maximale hefboomwerking. Dat zorgt er voor dat álle krachten die op het proces worden uitgeoefend op één lijn worden gebracht.

Als we over ons werk nadenken, hebben we de neiging om ons te concentreren op de grootste structuren – hoe het er van buitenaf en bovenaf uitziet. Maar terwijl we het probleem aanpakken, blijkt dat onze impact verandert op basis van hoe we erin staan, wat we geloven en de manieren waarop we omgaan met de systemen die voor ons liggen.

Zorg voor de juiste strategie en voer vervolgens kleine veranderingen uit, met herhaling, volharding en vrijgevigheid.

(1-op-1 vertaling van Seth Godin’s – Small Adjustments)

‘Stap vóór stap’ is anders dan ‘stap ná stap’.

Je hoort het vaak: ‘We komen er wel, maar … stap vóór stap.’ Wat zoveel zegt als je kunt er niet in één keer komen. Het gaat met vóór zichtige stappen. Vóór zichtig. Stap vóór stap wordt liefst ook nog uitgedrukt als ‘stapje vóór stapje‘ om de mogelijk nadelig gevolgen maar klein en overzichtelijk te houden. Die voorzichtigheid legt automatisch meer nadruk op de ruimte tussen de stappen als iets dat goed of fout kan gaan. Het vooruit kunnen blijven zien krijgt de nadruk omdat het effect onbekend is en er een inschatting en calculatie moet worden gemaakt voor een volgende stap op basis van wat goed of fout ging. Het zet ontwikkeling in gang door ‘by design’ te vertragen, ‘management’ de tijd geven het ‘gecontroleerd’ te laten verlopen en de toekomst met enige aarzeling (soms zelfs wantrouwen) naar je toe te halen. ‘Stap vóór stap’ legt ongemerkt en soms zelfs onbedoeld de nadruk op de ruimte tussen de stappen en rooft aandacht van de stap zelf.

Stap vóór stap

Wat je minder vaak hoort is: ‘Stap ná stap’. Stap ná stap zet nadrukkelijker in op het nemen van de stap zelf. Het ‘effect’ van die stap is natuurlijk even onbekend als ‘stap vóór stap’, maar wordt nu simpelweg een gevolg, een uitkomst, een resultaat van de stap zelf. Het zet explicieter in op het vertrouwen dat de genomen stap een uitkomst heeft en een nieuw startpunt geeft aan de stap ná de stap. Dat is immers het doel, om een nieuwe volgende stap te zetten. En dat effect is niet goed of fout, maar levert eenvoudigweg nieuwe informatie op. Het verlegt de aandacht van de ruimte tussen de stappen naar de stap zelf en de verzekering dat de stap leidt tot iets dat zowel de moeite waard is als een basis legt voor een volgende stap. Het is meer gericht op actie, de stap zelf plus het inzicht dat zich ontvouwt.

Inzicht in plaats van voorzicht.

Stap ná stap

Voor welke kandidaat zou jij (nu) kiezen?

Stel je hebt een vacature en er zijn twee potentiële kandidaten in beeld. De ene kandidaat blinkt uit in ervaring en het bijpassende cv is om door een ringetje te halen. De andere kandidaat verliest het duidelijk als het op ervaring en diploma’s aankomt, maar komt wel gemakkelijk in contact met mensen, stelt zich nieuwsgierig op en is geduldig. Welke kandidaat kies je? Ga je voor kwalificaties en ervaring of ga je voor specifieke persoonlijke kwaliteiten?

Het antwoord lijkt voor de hand liggend. Als de vacaturepositie immers vooral kennis en ervaring vraagt dan is de eerste kandidaat de slimmere keuze. Passen de persoonlijke kwaliteiten meer bij de vacature, dan zou de tweede kandidaat een logische keuze zijn. 

Maar past deze redenering nog wel in deze tijd?

Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, drukt het enige tijd geleden mooi uit. ‘We leven niet meer in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperken.‘ Het leven en werken anno 2020 is fundamenteel anders dan zo’n 20 tot 30 jaar geleden. Traditionele managementinstrumenten zoals lange termijn businessplannen, lange termijn leerplannen, best practices en business cases voldeden prima. De snelheid van verandering was overzichtelijk en ons verandervermogen voorzag in de nodige flexibiliteit. Het is ook het tijdperk waarin de nadruk in een sollicitatie op skills, op vaardigheden, op relevante ervaring en kennis lag. ‘Vaardigheden’ sturen ons gedrag prima voor ‘bekende situaties’

We bevinden ons echter ondertussen in een totaal ander tijdperk. En wel één waarin exponentiële veranderingen ons verandervermogen sterk op de proef stelt. Scenario-planning was een beproefde manier van anticiperen op een beperkt variërende toekomst, maar in een exponentiële snelheid van verandering overleeft geen enkel voorbedacht scenario. Er wordt een steeds sterker beroep gedaan op ons aanpassings- en verandervermogen. Op ons gedrag dus om (hier en nu) in te spelen op een snelle verandering. Er ontstaat een groeiende noodzaak voor meer experimenteren en verschillende dingen uitproberen zonder dat er vooraf een concreet beeld bestaat over de uitkomst.

In zo’n situatie heb je meer aan persoonlijke kwaliteiten zoals nieuwsgierigheid, aanpassingsvermogen, geduld, creativiteit en vooral ‘actie en beweging’ vanuit wat er ‘hier en nu’ mogelijk is. ‘Fouten maken’ is ook een onlosmakelijk onderdeel geworden van de vooruitgang en doet een beroep op persoonlijke veerkracht en flexibiliteit. Je kunt nu sneller meters maken door te ‘doen en te ervaren’ dan te ‘theoretiseren en plannen te maken’. ‘Zekerheid en voorspelbaarheid’ verliezen dus merkbaar terrein. In onzekerheid en onvoorspelbaarheid zijn kwaliteiten van mensen en actiegerichtheid cruciaal. ‘Kwaliteiten van mensen’ sturen ons gedrag beter in onbekende situaties dan ‘getrainde vaardigheden’

Wellicht nog een keer de vraag: ‘Voor welke kandidaat zou jij (nu) kiezen?’

Kijk deze video van Simon Sinek en Rich Diviney waarin zij de verschillen tussen ‘skills’ en ‘attributes’ oftewel het verschil tussen ‘vaardigheden’ en ‘persoonlijke kwaliteiten’ aan de orde brengen.

Geen wolf willen zijn maakt je nog geen mak schaap

Nu we steeds scherper worden in het ontmantelen van ‘fake news’, begin ik me in toenemende mate zorgen te maken over een ander soort berichtgeving: dat van de eenzijdige boe-roepers en Corona-sceptici. De media staan vol met mensen die scherp ageren tégen het overheidsbeleid in Corona-tijden. Tégen anderhalve meter. Tégen de ‘#viruswaanzin’. Tégen vaccinaties, tégen geen live-colleges voor studenten en tégen boetes zijn omdat men zich niet aan deze regels wenst te houden. 

Ik ben niet tégen.

En ik ben ook niet naïef vóór, maar ik kies er wel heel bewust voor om het overheidsbeleid in en met vertrouwen te volgen. En met mij vele anderen. Alleen hoor je dat geluid nauwelijks in de media. Er is een verpletterend stilte in ‘pro-geluiden’. De ‘silent majority’.

Zelfs als achteraf blijkt dat het beleid misschien niet op alle punten het juiste was, maar voortschrijdend inzicht aangeeft dat een ander besluit in het verleden beter was geweest zou ik dat vertrouwen behouden. En waarom? Omdat ik zie dat wij een overheid hebben die verantwoordelijkheid neemt, impopulaire maar noodzakelijke maatregelen treft en voortdurend waar nodig bijschaaft. Bovendien, als de overheid niet deze regels zou stellen op basis van talloze, door experts geanalyseerde scenario’s, dan zou ik al die scenario’s zelf in mijn eigen hoofd moeten analyseren of moeten vertrouwen op een andere groep experts die beter weten hoe het allemaal had gemoeten maar zelf geen enkele verantwoordelijkheid dragen. Voor mij is de keuze voor vertrouwen logisch.

En natuurlijk wens ik dat Rutte met Willem Engel in gesprek gaat en dat het RIVM dankbaar gebruik maakt van de expertise en de inzichten van Maurice de Hond. Samenwerken in plaats van polariseren is krachtiger.

Vertrouwen is ook een manier om complexiteit hanteerbaar te maken. En vertrouwen is nooit een garantie, maar een pragmatische verwachting dat een bepaald scenario zich zal voltrekken. En als ik de voorbeelden in landen als China, Amerika en Brazilië zie, dan denk ik dat het scenario dat onze overheid heeft ingezet zich beduidend gunstiger ontwikkelt dan in die landen waar een heel andere overheid zich manifesteert.

Kan het beter? Natuurlijk. Ik vind ook dat de creatieve sector meer (economische) aandacht mag hebben. Dat de zorgmedewerkers meer dan een applaus mogen verdienen. Dat wel of niet vaccineren een veel intelligentere toelichting vraagt. Dat demonstraties hun functie moeten behouden en dat er veel ouderen onterecht in een onwenselijke isolatie terecht zijn gekomen gedurende deze maatregelen. Natuurlijk kan het beter.

Als je je niet ‘tegen’ uitspreekt word je al snel als fatsoensrakker of als mak naïef schaap dat alsmaar blind vertrouwt bestempeld. Dat is onterecht. Het volgen van een beleid heeft als groot voordeel dat we met z’n allen kunnen vaststellen of iets werkt of niet.

Er zit kracht in scepsis en tegenbeweging, net zo goed als dat er kracht zit in het durven volgen en vertrouwen. ‘Geen wolf willen zijn maakt je nog geen mak schaap’.

Achterstand onderwijs enorm!

Recent stuitte ik op een artikel over een onderzoek naar online lesgeven. Ik heb het artikel met stijgende verbazing gelezen. Niet alleen vanwege de manier van schrijven, met de nadruk op wat er niét goed is aan online lesgeven (38% denkt een achterstand te hebben – dat betekent dus 62% niét), maar vooral ook om de inhoud. Ik zie een opvallende parallel met de pre-Corona visie op thuiswerken: medewerkers die zeiden ‘het kan niet, ik ben te snel afgeleid thuis’ en managers die zeiden ‘mijn medewerkers moeten wel aanwezig zijn anders zie ik niet of ze wel aan het werk zijn’. Nu, ruim drie maand in de Coronacrisis weten we allemaal dat het voor het grootste deel van de werkende mensen wél gaat en dat velen er zelfs blij mee zijn.

Even terug naar het artikel. Het suggereert dat leerlingen maar beter niet online les kunnen krijgen, want ze gaan andere dingen doen tijdens de les, vragen niet om extra uitleg en krijgen te weinig structuur. Als diezelfde leerlingen dan later de gevolgen van hun keuzes ervaren zijn ze verbaasd (lees: ‘De consequenties zie ik pas nu ik een 4 heb gehaald voor wiskunde’). Leren we dat op school? Dat je geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor je eigen keuzes, dat docenten er zijn om structuur aan te reiken en te handhaven? Hebben we echt liever dat leerlingen ‘op locatie’ (lees: op kantoor) zijn zodat docenten de leerlingen dan wel goed in de gaten kunnen houden? Wat kunnen we dan verwachten na hun opleiding? Ze weten dan niet beter dan dat ze ‘naar kantoor’ moeten komen en structuur en opdrachten aangereikt krijgen door hun managers. En als de resultaten uitblijven ligt dat niet aan henzelf, maar aan de gebrekkige aansturing. 

Ik snap heel goed dat de meeste leerlingen liever weer naar school willen; je ziet je vrienden weer in het echt, er is wellicht meer toezicht en thuis kun je als gezin ook best op elkaars lip zitten na zo’n lange tijd samen in huis… maar wat kunnen we nog leren van de afgelopen periode? We kunnen en moeten niet terug naar hoe het was, vroeger was echt niet alles beter! Iedere school heeft tot taak om de leerlingen klaar te stomen voor een passende plek in de maatschappij, en juist die maatschappij is de afgelopen maanden enorm veranderd. Dus als leerlingen moeite hadden met het invullen van hun nieuwe vrijheid moeten we juist daarbij helpen. Zo kunnen we die achterstand die sommige leerlingen ervaren op het ene gebied misschien toch gaan compenseren met een voorsprong op een ander gebied. Doen we dat niet dan heeft niet alleen de leerling maar vooral het onderwijs een enorme achterstand opgelopen! 

bron illustratie: Katja Hermann

Recht op gelijke behandeling = recht op ongelijkheid.

Alle levens doen ertoe. Het is krankzinnig te stellen dat ‘alle levens ertoe zouden doen, op een paar na. ‘Zwarte mensen’, ‘gele mensen’, ‘rode mensen’, ‘witte mensen’ en ik vergeet vast een paar andere kleuren, hebben allemaal levens die ‘ertoe doen’. Ontegenzeggelijk is op ‘kleur’ discrimineren ontoelaatbaar en moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Iedereen heeft het recht op gelijke behandeling en het is noodzakelijk dat misstanden en discriminatie stevig aan de kaak worden gesteld. Dat gebeurt gelukkig volop.

Recht op gelijke behandeling = recht op ongelijkheid.

Er schuilt tegelijkertijd een gevaar in ‘gelijke behandeling’. Er is immers een enorme variëteit en verschillen in mensen die onterecht worden blootgesteld aan een ‘gelijke’ behandeling. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijs waar een universele mal over het jonge kind wordt gelegd. En ook iedereen met 5 jaar verplicht het onderwijs in sturen lijkt een ‘gelijke behandeling’ maar het ene kind is er op 4 al aan toe en een ander pas bij 6. Of denk aan de Corona-aanpak die stelt dat mensen boven de 70 jaar kwetsbaar zijn en onder de 12 jaar niet. Er zijn veel 70-jarigen met een benijdenswaardige weerbaarheid en veel jongeren die uitermate kwetsbaar zijn. Ook hier wordt ‘gelijke behandeling’ (op basis van leeftijd) onterecht ingezet. Of denk aan een gelijke pensioengerechtigde leeftijd voor een goed geconserveerde bankemployee en van een versleten stratenmaker.  Ik hoef de noodzaak voor recht op ongelijkheid niet verder toe te lichten.

Recht op gelijke behandeling = recht op ongelijkheid.

Er is meer individueel maatwerk nodig. Gelijke behandeling voor elk individu los van godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, seksuele gerichtheid, nationaliteit, burgerlijke staat handicap of chronische ziekte of leeftijd is gelukkig wettelijk bepaald. 

Het daar uit voortvloeiende recht op ongelijkheid krijgt echter veel te weinig aandacht. Ieder mens is verschillend en zou zich met een gelijkwaardige behandeling vooral op zijn ongelijkheid moeten kunnen ontwikkelen. Kinderen krijgen pas gelijke kansen door ongelijk onderwijs. Ongelijke bepalingen voor wanneer mensen van hun pensioen mogen gaan genieten. Ongelijke bepalingen voor wie kwetsbaar is en wie niet, zou in Corona context logischer zijn dan een vaste leeftijdsgrens. Ongelijke bepalingen waar 1,5 meter afstand nog nuttig is en uitvoerbaar is en waar niet. Een intelligente restart zou de intelligente lockdown snel kunnen doen vergeten.

Oftewel doen wat nodig is en verantwoorden vanuit de verschillen, de afwijkingen en de ongelijkheden in plaats van blinde handhaving op basis van een gelijke regel voor iedereen.

Niets is moeilijker terug te vinden dan verloren vertrouwen.

We zitten nu ruim twee maanden in de ‘intelligente lockdown’ als gevolg van de Corona-crisis. Enkele weken geleden kondigde het kabinet een versoepeling aan en afgelopen week kwamen daar nog verdere versoepelingen bij. Ondanks dat lees ik en bemerk ik ook veel woede en onbegrip, en laten veel mensen zich in alle felheid negatief uit over Rutte, het kabinet en het Corona-beleid.

Ik begrijp natuurlijk heel goed dat mensen de lockdown meer dan zat zijn, dat sommige regels zich maar lastig laten uitleggen en dat voor sommige mensen die geen Corona hebben en toch ernstig ziek zijn en geen plek in het ziekenhuis hebben kunnen vinden, hun werk kwijt zijn of anderszins hard geraakt zijn, zich bijzonder veel zorgen maken, maar voor mij blijven de maatregelen en de daaruit voortvloeiende regels toch grotendeels logisch en uitlegbaar. Bovendien geven ze ruimte genoeg voor mij/ons om ondanks de crisis zo goed mogelijk te leven en te bewegen. En hou me te goede, ook wij als ‘Vrije Denkers’ hebben afgelopen twee maanden geen inkomsten gehad en moeten noodgedwongen vanuit de beperkte reserves die we hebben het hoofd boven water zien te houden. Dat doet pijn en vraagt veel van ons. En ondanks dat houdt Rutte in mijn ogen met zijn maatregelen en de uitleg goed ervan goed rekening met de Nederlandse – eigenzinnige – cultuur. 

En zelfs als achteraf zou blijken dat er betere maatregelen genomen hadden kunnen worden, zou ik alle genomen besluiten kunnen respecteren. Alles wat het kabinet nu beslist is op basis van de kennis die ze nu heeft. Nu ‘precies’ de juiste dingen doen is in mijn ogen minder belangrijk, zo niet onmogelijk, dan iets te doen waarvan je ‘nu denkt dat het werkt’. Het vraagt moed en lef om impopulaire maatregelen te moeten afkondigen. Maar liever dat dan een overheid die wegwuift, onlogisch en roekeloos handelt, of maar afwacht en niets doet tot ‘men zeker weet’ – want die ‘zekerheid’ zal immers naar alle waarschijnlijkheid uitblijven. Alles wat nu geleerd wordt geeft inzicht voor de toekomst. 

Iedereen die nu zo fel protesteert, draagt m.i. bij aan onrust die het broodnodige gemeenschappelijke vertrouwen onnodig verschraalt. Natuurlijk moeten we kritisch zijn en blijven op het beleid, we hoeven niet klakkeloos van alles aan te nemen, maar veel mensen onderschatten de waarde van het in vertrouwen volgen van een door nood ingegeven beleid – voor de gezondheid, voor de economie en voor de toekomst. Ik kies ervoor om de waarde te zien van het in vertrouwen uitproberen van de stappen die het kabinet namens ons moet zetten omdat ik weet dat een alternatief van wantrouwen mij op grotere en blijvende achterstand zet. Vertrouwen brengt mij meer rust en meer vrijheid dan een strijd vanuit wantrouwen. Ik accepteer simpelweg dat met de vijftig procent van de beschikbare informatie er zonder twijfel verkeerde 100 procents beslissingen worden genomen en vertrouw op correcties die voortvloeien uit voortschrijdend inzicht.

En ik accepteer dat er mensen zijn die hier totaal anders over denken, maar zoals de titel zegt ‘Niets is moeilijker terug te vinden dan verloren vertrouwen’.

Bron illustratie: Pixabay

Vroeger was niet alles beter!

‘We mogen eindelijk terug naar hoe het was’ hoor je overal. We lijken daarbij vooral de nadelen te zien van de huidige situatie (sociale afstand, beperking van vrijheid, te hoge werkdruk of juist te weinig werk) en gaan voorbij aan dat wat we in hele korte tijd ook bizar veel leren en geleerd hebben. 

Waar wij een gemiste kans zien is dat, nu de regels versoepeld worden, we alles weer bij het oude willen hebben, zonder te behouden wat wel heel goed werkt in deze tijd. Wij werken met onze ‘na stap 1 volgt stap 1’-methode continu met een simpele evaluatie: ‘wat nemen we mee, wat laten we achter, wat voegen we toe?’

Twee voorbeelden:

Bedrijven zijn nu bezig om zich klaar te maken voor de anderhalve-metersamenleving, vanuit het idee dat straks zoveel mogelijk mensen weer op kantoor gaat werken. Maar waarom niet de huidige situatie als uitgangspunt nemen en het kantoor daarop aanpassen. Bijvoorbeeld door deze omgeving ook binnen de huidige regels geschikter te maken voor sociaal contact, als ontmoetingsplek voor zakelijke en/of sociale contacten. De voordelen van de huidige manier van werken proberen te combineren met de voordelen van een kantoor. Focuswerken, eigen tijd indelen, kortere vergaderingen en geen reistijd – dat neem je mee, sociale afstand laat je achter en het kantoor als ontmoetingsplek voeg je toe.

Scholen richten zich in op ‘om de dag’-onderwijs en zijn onderweg naar “regulier onderwijs”. Ik hoop dat dat een gezamenlijke zoektocht tussen leerkracht-ouder en kind wordt om te ontdekken welke combinatie van digitaal en ‘in de klas’ het beste past. We gaan uit van ‘onderwijs op afstand’ en voegen zoveel mogelijk ‘in de klas’ onderwijs toe.

“Het nieuwe normaal” betekent in onze ogen vooral anders werken en leven. Niet een ‘vroeger was alles beter’ idee vasthouden, maar evalueren van wat inderdaad beter was in combinatie met wat we nu allemaal geleerd hebben dat de moeite van het behouden waard is. En dus iedere dag opnieuw bekijken wat werkt en wat niet werkte en op basis daarvan snel je volgende stap 1 zetten. Zo wordt iedere volgende dag een beetje beter dan de vorige.

Corona. Een bijzondere tijd voor ‘introverten’.

Binnen blijven. Veel thuis zijn. Niet al te veel mensen zien en als je ze wel ziet met een grote boog om ze heen lopen. 

De meeste mensen hebben hier grote moeite mee. De maatschappij is ingericht op actie, op intensieve onderlinge contacten, op (veel) en vaak drukke communicatie. We leven in een extraverte samenleving en daar gedijt het merendeel van de mensen uitstekend in. 

Maar een ander, kleiner deel van de mensen is ‘introvert’. Deze bijzondere Corona-situatie, van weinig contact, stil zijn en thuisblijven, is voor hen juist de standaard ‘modus operandi’. Hun natuurlijke habitat. Er is nu even geen druk van buiten om actief te moeten hoeven zijn, veel te praten, anderen te bezoeken… de wereld is even stil geworden en dat voelt voor hen heel natuurlijk. En misschien merken ook de actieve, communicatieve, extraverte mensen dat deze natuurlijke pauze van actie ook een heilzame kant heeft. De ‘introverten’ hopen het in elk geval van harte. Zodat ze ook na deze pandemie misschien van de verstilling kunnen blijven genieten. 

Nuance: Er zijn natuurlijk veel introverten die deze tijd wel verschrikkelijk vinden om uiteenlopende andere redenen en veel extraverten die juist ook even op adem kunnen komen. Het gaat om het kunnen doorleven van hoe ‘introversie’ aanvoelt en dat deze periode dat op een unieke en universele manier laat beleven. Bovendien is het extreem gesteld. Er zijn niet uitsluitend introverten of extraverten, er zijn ook grijstinten en tijdelijke situaties waarin men zich liever terugtrekt of juist wil manifesteren.

Achterstand in onderwijs? Of juist voorsprong?

Nu de basisschoolleerlingen na de meivakantie gedeeltelijk weer naar school mogen, hoor je veel instemming. Met de lange afwezigheid op school zouden ze toch echt een enorme achterstand hebben opgelopen. Hoeveel lessen en onderwijsuren hebben ze wel niet gemist! De media gaan er op los, maar wij denken dat er ook van een voorsprong sprake is in veel situaties.

Er is namelijk alleen sprake van een ‘achterstand’ als je het curriculum en ‘het plan’ van wat een kind in een jaar allemaal moet kennen en kunnen centraal zet. Maar als je het kind en zijn of haar leerproces centraal zet, dan zien wij dit tijdelijke thuisonderwijs juist als een enorme voorsprong (zie nuance onderin).

Ten eerste levert het thuisonderwijs in deze periode veel (inzicht) op voor de band tussen ouder en kind in relatie tot de aangeboden leerstof. Het kind leert van jou misschien rekenen, taal of wat aardrijkskunde, maar jij leert vooral hoe nieuwsgierig het is, hoe zijn of haar concentratie werkt, waar de eigenaardigheden en talenten liggen en waar het echt warm voor loopt. En waar niet. Misschien wist je dat grotendeels al, maar door actiever betrokken te worden bij de lesstof en het leerproces is de kans groot dat er nu toch meer en nieuwe inzichten zijn bijgekomen. Ook leert het kind jou (en jij jezelf) als ouder(s) anders kennen in het geduld (of het gebrek eraan), de aandacht (of de moeite ermee), de zorg voor het leren (of hoe lastig dat eigenlijk is). Ten slotte kun je als ouder nu beter inschatten waar leerkrachten mee te maken hebben. Voorsprong dus.

Het succes van een kind op school is zo sterk als de driehoek: kind, leerkracht en ouder. En de genoemde nieuwe inzichten geven een enorme impuls aan de sterkte van die driehoek en daarmee de voorsprong van een kind op school in het algemeen. Het verband tussen je kind, het leren en de sociale bekwaamheid is meerdimensionaal. 

En dat is pure voorsprong. En geen achterstand.

Nuance: Natuurlijk gaat het niet overal goed, er zijn kinderen die juist van huis moeten voor het beste resultaat. Ook is niet elke ouder in staat om de juiste ondersteuning op elk moment te bieden of ontberen de juiste technologische hulpmiddelen. Er zijn zelfs kinderen zoek en onbereikbaar voor leerkrachten. Dan krijg je achterstand op achterstand en dat is natuurlijk verschrikkelijk en onwenselijk. En ook zal elke leeftijdscategorie een eigen problematiek kennen. Maar deze blog is vooral een tegengeluid voor de relatief eenzijdige berichtgeving in de media van een ‘achterstand’ door afwezigheid op school. Dat is wat ons betreft een te beperkt perspectief.

PS op de website Expeditie Basisschool van Marlies Pulford en Kim Bogaerts is veel meer te vinden over de driehoek ouder-kind-leerkracht en hun ervaringen op dit gebied.

Corona-app MOET juist schaamtevol starten!

Tijdens een persconferentie liet minister-president Rutte regelmatig blijken flink te worstelen met de huidige situatie in Nederland tijdens deze Corona-pandemie. Een deel van zijn worsteling is dat de gezondheid van ons als burgers maar ook van de maatschappij, nu vóór persoonlijke vrijheid en zelfs de economie gaan. Maar wij denken ook dat zijn worsteling te maken heeft met de misvatting van veel mensen dat een onzekere situatie planmatig en met alle benodigde voorkennis aan te pakken is. “Met 50% van de kennis moeten we 100% van de besluiten nemen”, zei hij zelf tijdens een eerdere conferentie. 

Vanuit ons perspectief is dit een hele normale gang van zaken. Wij gaan er namelijk vanuit dat de toekomst lastig (en steeds moeilijker) planmatig te beheersen is. Dat je deze situatie ook juist moet zien als een emergente practice. Een situatie met een hier en nu waarbij je elke keer een stap 1 zet dat binnen je vermogen ligt en vanuit het grootst mogelijk vakmanschap is ingeschat. Dan het effect van die stap opnieuw bekijken en weer een nieuwe stap 1 nemen. Na stap 1 komt stap 1.

Kijk bijvoorbeeld naar de zoektocht naar de perfecte Corona-app. Er is met man en macht, met experts en techneuten, koortsachtig aan verschillende eerste apps gewerkt. De app moet natuurlijk aan heel veel eisen voldoen: functioneel, waterdicht, privacy-safe, vrijwillig, technisch perfect… Dat is onvoldoende gelukt, en dus begint men weer opnieuw met andere experts en andere disciplines. Veel slimmer was geweest om de app te nemen die het dichtst in de buurt kwam bij de specificaties, en dan daarmee direct te starten. Gewoon, in één stad of misschien zelfs één buurt. Alle resultaten, zowel positief als negatief, geven input voor aanpassingen die het product verder verbeteren. Dan hadden we nu alweer een week of wat ervaring kunnen toevoegen aan een halffabrikaat app. Die ervaring gaat het grootste verschil maken. Niet een paar weken verder doordenken.

Het is wat ons betreft helemaal geen technologisch probleem. Het is een probleem van een overheid die denkt een zekerheid te kunnen (en moeten) garanderen en een maatschappij die alles dat minder dan zeker is niet wil accepteren. Een ernstig gebrek aan kennis op alle fronten en een onderschatting van de waarde van ‘gaandeweg met elkaar leren’.

Seth Godin gaf ooit een prachtige quote in deze sfeer: ‘Als je je niet schaamt voor de eerste versie van je product, dan heb je te laat gelanceerd’ Dus gáán met die geit wat ons betreft. Experimenteer, improviseer, maakt fouten en maak het product sterker.

Dat kan namelijk echt alleen maar ‘samen’!

Illustratie app: Volkskrant

‘Vitale beroepen’ zijn overal te vinden.

Vanwege de corona-crisis en het verbod op bijeenkomsten, hebben wij de komende maanden geen workshops of inspiratiesessies op de agenda staan. Je zou kunnen concluderen dat we dan dus geen belangrijk werk doen, maar niets is minder waar. En dat geldt voor de meeste mensen die op dit moment geen werk of geen opdrachten hebben: het gaat niet zozeer om wát je doet, maar wel om de specifieke ‘behoeftelaag’ waarop je dit doet. En dan doel ik op de behoeftelagen van de piramide van Maslow. Want elke laag kent z’n eigen ‘vitale beroepen’.  

Het werk dat wij doen, speelt zich met name af in de bovenste helft van de piramide: zelfontplooiing, leiderschap, de zoektocht naar vrijheid en waardecreatie en erkenning van vakmanschap. Op die lagen is wat wij doen van waarde. Maar als maatschappij zijn we nu collectief gedwongen een paar tredes lager te gaan vanwege (de dreiging van) het corona-virus. Dat is ook niet meer dan logisch. Wat nu belangrijker dan ooit is, is continuiteit, veiligheid, voedsel en zorg. De meeste maatregelen worden momenteel ook op deze specifieke lagen afgekondigd.

En vooral de mensen die beroepen uitoefenen in deze behoeftelagen van de piramide spelen nu een cruciale rol. Ze zijn natuurlijk altijd al belangrijk geweest, maar het wordt nu echt goed zichtbaar en merkbaar voor iedereen. Ze zijn van levensbelang om de piramide een solide basis te geven. Zo ver is duidelijk en is het natuurlijk veel meer dan dat applaus waard. En beroepen die zich richten op de andere behoeftelagen zijn niet minder belangrijk, maar nu gewoonweg minder urgent. En dat komt vast terug, maar zal niet/nooit meer hetzelfde kunnen zijn. De basis is immers veranderd.

De behoefte aan veiligheid en zekerheid geven het belang aan van deze basisbehoeften. Wanneer hier niet aan wordt voldaan worden we angstig. Mensen zijn in de basis ook sociale dieren en wat er nu gebeurt in een ‘ bijna lockdown’ voelt ‘tegennatuurlijk’ (of ‘natuurlijk’ als je er nog preciezer naar kijkt maar da‘s voor een andere blog) – fysieke contacten worden sterk aan banden gelegd, terwijl dat nu juist op de behoeftelaag van Maslow ligt waar momenteel het vergrootglas op ligt: heel erg nodig dus. We gaan dan maar massaal de natuur in omdat het werken op kantoor niet meer kan en thuis de muren ook op de mensen afkomen. Onverstandig, maar ook wel een logische sociale reflex. Je weet immers niet vantevoren dat er meer mensen zijn die op dat idee gekomen zijn en dat het daarmee dus ook ineens weer een nieuwe onveilige plek wordt. Dat dat dan dus weer tot nieuwe maatregelen leidt is onontkoombaar, maar laten we vooral met elkaar leren hoe moeten omgaan met de nieuwe wereld waarin we belanden. Met mildheid en begrip. Een strengere, dwingender toon hoeft niet altijd liefdeloos te zijn of met grofheid gepaard te gaan.

Blijf daarom mild en begripvol naar elkaar zou onze suggestie zijn. Het is voor iedereen zoeken naar een nieuwe waardebalans en elk individu doet dit op z’n eigen manier. We moeten het uiteindelijk toch met elkaar zien te redden. De behoeftepiramide kan alleen stapelen als iedereen bereid is elkaar een plek te gunnen en waarde te leveren naar vermogen.

Vitale beroepen zijn overal en op elke laag te vinden maar niet op elk moment even urgent. De noodzaak ligt nu op de basisbehoeften, dus kijk wat je daarin kan bijdragen, juist als je niet dagelijks op die behoeftelagen opereert.

Sterkte in jouw persoonlijke zoektocht naar de betekenis van wat van waarde is voor jou, jouw omgeving en jouw werk. En wees vooral niet onnodig terughoudend in het herijken van ‘jouw bedoeling’. Deze tijd vraagt om andere handen, voeten en hoofden.

Géén workshops. Géén inkomen. Wél inspiratie.

De maatregelen zoals gisteren door de drie ministers afgekondigd om de economie te ondersteunen zijn ook voor ons uitermate welkom. Hadden we immers een maand geleden nog een prima vooruitzicht op een groot aantal spreekbeurten, groot en klein, is dat vandaag volledig weggevaagd. Ons uitzicht op inkomsten is in twee weken verdampt van ‘prima’ naar ‘nul, niks, nada’ de komende weken en maanden. En wij zijn volledig afhankelijk van al die prachtige bijeenkomsten. En een spreker zonder publiek is tamelijk schraal. Althans …

… er zijn vele collega sprekers, trainers, workshopleiders die op beeldscherm hun boodschap en kennis aanbieden en een virtuele vorm hebben gevonden. Ook wij zouden dat kunnen overwegen, maar onze workshopvorm leent zich daar minder voor. We koppelen veel interactie met en beweging in het publiek aan de onderlinge dynamiek die we juist door die fysieke aanwezigheid weten te bewerkstelligen. Wij zoeken onze toegevoegde waarde in de rijkheid van menselijke aanwezigheid in samen leren, samen plezier beleven. We streven er naar dat mensen elkaar in verwondering en verbazing aankijken en aanstoten bij verworven inzichten en doorvoelde oefeningen. Deze ervaring en beleving verschralen flink in een virtuele vorm. En natuurlijk als deze economische ‘freeze’ lang gaat duren heroverwegen we wat slim is om te doen en op welke andere wijze we van waarde kunnen zijn. 

Wij hebben dus forse maatregelen moeten nemen om deze plotselinge omslag in inkomsten het hoofd te bieden. Zo halveren we ons “salaris” voor komende maanden en spreken we onze reserves aan om de duur van de inkomstenterugval te overbruggen. Misschien dat we zelfs naar het scenario ‘geen salaris’ moeten overgaan en de aangeboden hulp in de vorm van ondernemersbijstand wel zullen moeten aangrijpen. Liever niet, maar de hypotheek en andere kosten lopen ook voor ons gewoon door.

Over die hypotheek gesproken, het verbaast het ons dat ondanks de ondersteunende en sympathieke maatregelen die de overheid neemt, er geen enkel signaal van de banken komt anders dan een brief dat ze zich genoodzaakt zien om de rente verder te verlagen en op termijn rente zelfs in rekening gaan brengen. Géén opschorting van hypotheekbetaling, géén geruststellende of begripvolle boodschap van partijen in de financiële sector die de ongerustheid van mensen zouden kunnen wegnemen. Het zou de bankensector sieren als ze ook een coulant signaal zouden afgeven.

En ja, we hebben er zeker zelf voor gekozen om dit avontuur aan te gaan zoals Wiebes dat naar eigen zeggen ‘ongelukkig’ uitdrukte. Maar ook wij betalen netjes de inkomstenbelasting zoals ook ieder in loondienst, dus steun moet er zijn voor elke belastingbetalende Nederlander. Ook wij hebben immers door hard werken (en met méér eigen risico) bijgedragen aan de miljardenpot die nu wordt aangesproken voor deze steun voor ondernemend Nederland. Gelukkig is dat enigszins rechtgezet met de toespraak gisteren.

Voordeel van deze ‘gedwongen’ pauze is dat we ons nog meer kunnen richten op wat nu thuis en in de buurt nodig is. Thuisonderwijs, telefonische hulp op afstand voor mensen die daar behoefte aan hebben, direct of indirect hulp bieden aan de mensen in de zorg. Kijken wat er op 1,5 meter afstand of virtueel nog wel gedaan kan worden.  

Er blijft genoeg te ‘doen wat nodig is’ én over na te denken wat er nog meer zou kunnen. Wij wensen ook iedereen veel sterkte, wijsheid en inspiratie toe. 

Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Laatst spraken we met iemand die zich op heel veel verschillende manieren actief inzet om de wereld mooier te maken. Hij helpt ondernemers met financiële problemen, is coach en aanjager van nieuwe manieren van ondernemen. Hij bruiste van energie toen hij plots zei:

‘Ik heb haast! Ik moet nog zo veel verbeteren aan de wereld!. Ook jullie moeten opschalen, bereik vergroten, nog meer doen!’

Wij snappen die behoefte om dingen anders te willen zien, dat hebben wij zelf ook. Maar tot haast of opschaling laten wij ons toch minder snel verleiden. Het gaat namelijk vooral om de actie zelf. De continue beweging. De stap 1. Vandaag. Nu. Consistent zijn in het ‘doen’.

Dat je de stap zet is dus van belang, maar nog krachtiger is met hoeveel anderen je die stappen zet. Dan gaat de kracht van het collectief voor je werken: als je met jouw stappen andere mensen enthousiast maakt, en zij gaan ook stappen in die richting zetten, dan bereik je vanzelf een kantelpunt waarop de verandering ineens een feit is. Je kan het alleen willen doen – en daar is niets mis mee – maar je kan ook anderen inspireren met je enthousiasme voor een mooiere wereld. Alleen ga je misschien soms sneller, maar samen kom je vaak verder. 

Daarbij speelt ook de kracht van kleine stapjes een grote rol. Elke dag de wereld 1% mooier maken betekent dat de wereld al na één jaar 37x mooier is dan de dag waarop je startte. En die wereld kan de echte grote wereld zijn, of alleen Nederland, of alleen jouw dorp, of alleen jouw gezin of alleen jouw innerlijke wereld. Je hoeft dus niet het gevoel te hebben dat je méér moet doen, dat het sneller moet en efficiënter. Het gaat om effectiever – en dan is het voldoende om elke dag consequent een stap 1 te zetten, anderen uit te nodigen dat ook te doen en erop vertrouwen dat je met elkaar een beweging van omvang kunt realiseren.

“Nee” is ook een antwoord!

Vorige week waren we in gesprek met een bedrijf waar we al een tijdje mee samenwerken. Het is een mooi bedrijf met maatschappelijke waarde. Het gaat erg goed met het bedrijf: zo goed dat ze enorm groeien en het eigenlijk niet goed meer aankunnen. Maar nee zeggen is geen optie: vanuit een passievolle intrinsieke motivatie willen ze zo veel mogelijk mensen helpen. 

Het deed me denken aan de houthakker die tot diep in de nacht bezig was omdat hij geen tijd had om zijn bijl te slijpen:

Een houthakker trekt het bos in met een grote opdracht om honderden bomen om te hakken. Hij begint enthousiast en werkt hard door. Dan komt een voorbijganger langs die tegen hem zegt: “Joh, waarom gebruik je geen kettingzaag? Dat gaat veel sneller.” Het antwoord van de houthakker is dat hij geen tijd heeft om te leren met een kettingzaag te werken: hij is te druk. Ondertussen wordt zijn bijl steeds botter en moet hij steeds harder werken om op tijd klaar te zijn. Tijd om zijn bijl te slijpen heeft hij ook al niet. Terwijl al die tijd de oplossing aan zijn voeten ligt….

Wie alleen maar werkt IN zijn bedrijf, komt niet toe aan het werken AAN z’n bedrijf. Jezelf verbeteren, nieuwe dingen uitproberen die je werk makkelijker, beter of sneller maken… Er zijn altijd wel oplossingen waar je goed mee geholpen bent, maar je moet wel de tijd nemen om ze te leren kennen én ermee te experimenteren. Nee is immers ook een antwoord: op korte termijn kun je dan misschien iets minder mensen helpen maar op langere termijn des te meer.

zie ook “Alleen nee zeggen is niet genoeg