Geen wolf willen zijn maakt je nog geen mak schaap

Nu we steeds scherper worden in het ontmantelen van ‘fake news’, begin ik me in toenemende mate zorgen te maken over een ander soort berichtgeving: dat van de eenzijdige boe-roepers en Corona-sceptici. De media staan vol met mensen die scherp ageren tégen het overheidsbeleid in Corona-tijden. Tégen anderhalve meter. Tégen de ‘#viruswaanzin’. Tégen vaccinaties, tégen geen live-colleges voor studenten en tégen boetes zijn omdat men zich niet aan deze regels wenst te houden. 

Ik ben niet tégen.

En ik ben ook niet naïef vóór, maar ik kies er wel heel bewust voor om het overheidsbeleid in en met vertrouwen te volgen. En met mij vele anderen. Alleen hoor je dat geluid nauwelijks in de media. Er is een verpletterend stilte in ‘pro-geluiden’. De ‘silent majority’.

Zelfs als achteraf blijkt dat het beleid misschien niet op alle punten het juiste was, maar voortschrijdend inzicht aangeeft dat een ander besluit in het verleden beter was geweest zou ik dat vertrouwen behouden. En waarom? Omdat ik zie dat wij een overheid hebben die verantwoordelijkheid neemt, impopulaire maar noodzakelijke maatregelen treft en voortdurend waar nodig bijschaaft. Bovendien, als de overheid niet deze regels zou stellen op basis van talloze, door experts geanalyseerde scenario’s, dan zou ik al die scenario’s zelf in mijn eigen hoofd moeten analyseren of moeten vertrouwen op een andere groep experts die beter weten hoe het allemaal had gemoeten maar zelf geen enkele verantwoordelijkheid dragen. Voor mij is de keuze voor vertrouwen logisch.

En natuurlijk wens ik dat Rutte met Willem Engel in gesprek gaat en dat het RIVM dankbaar gebruik maakt van de expertise en de inzichten van Maurice de Hond. Samenwerken in plaats van polariseren is krachtiger.

Vertrouwen is ook een manier om complexiteit hanteerbaar te maken. En vertrouwen is nooit een garantie, maar een pragmatische verwachting dat een bepaald scenario zich zal voltrekken. En als ik de voorbeelden in landen als China, Amerika en Brazilië zie, dan denk ik dat het scenario dat onze overheid heeft ingezet zich beduidend gunstiger ontwikkelt dan in die landen waar een heel andere overheid zich manifesteert.

Kan het beter? Natuurlijk. Ik vind ook dat de creatieve sector meer (economische) aandacht mag hebben. Dat de zorgmedewerkers meer dan een applaus mogen verdienen. Dat wel of niet vaccineren een veel intelligentere toelichting vraagt. Dat demonstraties hun functie moeten behouden en dat er veel ouderen onterecht in een onwenselijke isolatie terecht zijn gekomen gedurende deze maatregelen. Natuurlijk kan het beter.

Als je je niet ‘tegen’ uitspreekt word je al snel als fatsoensrakker of als mak naïef schaap dat alsmaar blind vertrouwt bestempeld. Dat is onterecht. Het volgen van een beleid heeft als groot voordeel dat we met z’n allen kunnen vaststellen of iets werkt of niet.

Er zit kracht in scepsis en tegenbeweging, net zo goed als dat er kracht zit in het durven volgen en vertrouwen. ‘Geen wolf willen zijn maakt je nog geen mak schaap’.

Achterstand onderwijs enorm!

Recent stuitte ik op een artikel over een onderzoek naar online lesgeven. Ik heb het artikel met stijgende verbazing gelezen. Niet alleen vanwege de manier van schrijven, met de nadruk op wat er niét goed is aan online lesgeven (38% denkt een achterstand te hebben – dat betekent dus 62% niét), maar vooral ook om de inhoud. Ik zie een opvallende parallel met de pre-Corona visie op thuiswerken: medewerkers die zeiden ‘het kan niet, ik ben te snel afgeleid thuis’ en managers die zeiden ‘mijn medewerkers moeten wel aanwezig zijn anders zie ik niet of ze wel aan het werk zijn’. Nu, ruim drie maand in de Coronacrisis weten we allemaal dat het voor het grootste deel van de werkende mensen wél gaat en dat velen er zelfs blij mee zijn.

Even terug naar het artikel. Het suggereert dat leerlingen maar beter niet online les kunnen krijgen, want ze gaan andere dingen doen tijdens de les, vragen niet om extra uitleg en krijgen te weinig structuur. Als diezelfde leerlingen dan later de gevolgen van hun keuzes ervaren zijn ze verbaasd (lees: ‘De consequenties zie ik pas nu ik een 4 heb gehaald voor wiskunde’). Leren we dat op school? Dat je geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor je eigen keuzes, dat docenten er zijn om structuur aan te reiken en te handhaven? Hebben we echt liever dat leerlingen ‘op locatie’ (lees: op kantoor) zijn zodat docenten de leerlingen dan wel goed in de gaten kunnen houden? Wat kunnen we dan verwachten na hun opleiding? Ze weten dan niet beter dan dat ze ‘naar kantoor’ moeten komen en structuur en opdrachten aangereikt krijgen door hun managers. En als de resultaten uitblijven ligt dat niet aan henzelf, maar aan de gebrekkige aansturing. 

Ik snap heel goed dat de meeste leerlingen liever weer naar school willen; je ziet je vrienden weer in het echt, er is wellicht meer toezicht en thuis kun je als gezin ook best op elkaars lip zitten na zo’n lange tijd samen in huis… maar wat kunnen we nog leren van de afgelopen periode? We kunnen en moeten niet terug naar hoe het was, vroeger was echt niet alles beter! Iedere school heeft tot taak om de leerlingen klaar te stomen voor een passende plek in de maatschappij, en juist die maatschappij is de afgelopen maanden enorm veranderd. Dus als leerlingen moeite hadden met het invullen van hun nieuwe vrijheid moeten we juist daarbij helpen. Zo kunnen we die achterstand die sommige leerlingen ervaren op het ene gebied misschien toch gaan compenseren met een voorsprong op een ander gebied. Doen we dat niet dan heeft niet alleen de leerling maar vooral het onderwijs een enorme achterstand opgelopen! 

bron illustratie: Katja Hermann

Recht op gelijke behandeling = recht op ongelijkheid.

Alle levens doen ertoe. Het is krankzinnig te stellen dat ‘alle levens ertoe zouden doen, op een paar na. ‘Zwarte mensen’, ‘gele mensen’, ‘rode mensen’, ‘witte mensen’ en ik vergeet vast een paar andere kleuren, hebben allemaal levens die ‘ertoe doen’. Ontegenzeggelijk is op ‘kleur’ discrimineren ontoelaatbaar en moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Iedereen heeft het recht op gelijke behandeling en het is noodzakelijk dat misstanden en discriminatie stevig aan de kaak worden gesteld. Dat gebeurt gelukkig volop.

Recht op gelijke behandeling = recht op ongelijkheid.

Er schuilt tegelijkertijd een gevaar in ‘gelijke behandeling’. Er is immers een enorme variëteit en verschillen in mensen die onterecht worden blootgesteld aan een ‘gelijke’ behandeling. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijs waar een universele mal over het jonge kind wordt gelegd. En ook iedereen met 5 jaar verplicht het onderwijs in sturen lijkt een ‘gelijke behandeling’ maar het ene kind is er op 4 al aan toe en een ander pas bij 6. Of denk aan de Corona-aanpak die stelt dat mensen boven de 70 jaar kwetsbaar zijn en onder de 12 jaar niet. Er zijn veel 70-jarigen met een benijdenswaardige weerbaarheid en veel jongeren die uitermate kwetsbaar zijn. Ook hier wordt ‘gelijke behandeling’ (op basis van leeftijd) onterecht ingezet. Of denk aan een gelijke pensioengerechtigde leeftijd voor een goed geconserveerde bankemployee en van een versleten stratenmaker.  Ik hoef de noodzaak voor recht op ongelijkheid niet verder toe te lichten.

Recht op gelijke behandeling = recht op ongelijkheid.

Er is meer individueel maatwerk nodig. Gelijke behandeling voor elk individu los van godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, seksuele gerichtheid, nationaliteit, burgerlijke staat handicap of chronische ziekte of leeftijd is gelukkig wettelijk bepaald. 

Het daar uit voortvloeiende recht op ongelijkheid krijgt echter veel te weinig aandacht. Ieder mens is verschillend en zou zich met een gelijkwaardige behandeling vooral op zijn ongelijkheid moeten kunnen ontwikkelen. Kinderen krijgen pas gelijke kansen door ongelijk onderwijs. Ongelijke bepalingen voor wanneer mensen van hun pensioen mogen gaan genieten. Ongelijke bepalingen voor wie kwetsbaar is en wie niet, zou in Corona context logischer zijn dan een vaste leeftijdsgrens. Ongelijke bepalingen waar 1,5 meter afstand nog nuttig is en uitvoerbaar is en waar niet. Een intelligente restart zou de intelligente lockdown snel kunnen doen vergeten.

Oftewel doen wat nodig is en verantwoorden vanuit de verschillen, de afwijkingen en de ongelijkheden in plaats van blinde handhaving op basis van een gelijke regel voor iedereen.

Niets is moeilijker terug te vinden dan verloren vertrouwen.

We zitten nu ruim twee maanden in de ‘intelligente lockdown’ als gevolg van de Corona-crisis. Enkele weken geleden kondigde het kabinet een versoepeling aan en afgelopen week kwamen daar nog verdere versoepelingen bij. Ondanks dat lees ik en bemerk ik ook veel woede en onbegrip, en laten veel mensen zich in alle felheid negatief uit over Rutte, het kabinet en het Corona-beleid.

Ik begrijp natuurlijk heel goed dat mensen de lockdown meer dan zat zijn, dat sommige regels zich maar lastig laten uitleggen en dat voor sommige mensen die geen Corona hebben en toch ernstig ziek zijn en geen plek in het ziekenhuis hebben kunnen vinden, hun werk kwijt zijn of anderszins hard geraakt zijn, zich bijzonder veel zorgen maken, maar voor mij blijven de maatregelen en de daaruit voortvloeiende regels toch grotendeels logisch en uitlegbaar. Bovendien geven ze ruimte genoeg voor mij/ons om ondanks de crisis zo goed mogelijk te leven en te bewegen. En hou me te goede, ook wij als ‘Vrije Denkers’ hebben afgelopen twee maanden geen inkomsten gehad en moeten noodgedwongen vanuit de beperkte reserves die we hebben het hoofd boven water zien te houden. Dat doet pijn en vraagt veel van ons. En ondanks dat houdt Rutte in mijn ogen met zijn maatregelen en de uitleg goed ervan goed rekening met de Nederlandse – eigenzinnige – cultuur. 

En zelfs als achteraf zou blijken dat er betere maatregelen genomen hadden kunnen worden, zou ik alle genomen besluiten kunnen respecteren. Alles wat het kabinet nu beslist is op basis van de kennis die ze nu heeft. Nu ‘precies’ de juiste dingen doen is in mijn ogen minder belangrijk, zo niet onmogelijk, dan iets te doen waarvan je ‘nu denkt dat het werkt’. Het vraagt moed en lef om impopulaire maatregelen te moeten afkondigen. Maar liever dat dan een overheid die wegwuift, onlogisch en roekeloos handelt, of maar afwacht en niets doet tot ‘men zeker weet’ – want die ‘zekerheid’ zal immers naar alle waarschijnlijkheid uitblijven. Alles wat nu geleerd wordt geeft inzicht voor de toekomst. 

Iedereen die nu zo fel protesteert, draagt m.i. bij aan onrust die het broodnodige gemeenschappelijke vertrouwen onnodig verschraalt. Natuurlijk moeten we kritisch zijn en blijven op het beleid, we hoeven niet klakkeloos van alles aan te nemen, maar veel mensen onderschatten de waarde van het in vertrouwen volgen van een door nood ingegeven beleid – voor de gezondheid, voor de economie en voor de toekomst. Ik kies ervoor om de waarde te zien van het in vertrouwen uitproberen van de stappen die het kabinet namens ons moet zetten omdat ik weet dat een alternatief van wantrouwen mij op grotere en blijvende achterstand zet. Vertrouwen brengt mij meer rust en meer vrijheid dan een strijd vanuit wantrouwen. Ik accepteer simpelweg dat met de vijftig procent van de beschikbare informatie er zonder twijfel verkeerde 100 procents beslissingen worden genomen en vertrouw op correcties die voortvloeien uit voortschrijdend inzicht.

En ik accepteer dat er mensen zijn die hier totaal anders over denken, maar zoals de titel zegt ‘Niets is moeilijker terug te vinden dan verloren vertrouwen’.

Bron illustratie: Pixabay

Vroeger was niet alles beter!

‘We mogen eindelijk terug naar hoe het was’ hoor je overal. We lijken daarbij vooral de nadelen te zien van de huidige situatie (sociale afstand, beperking van vrijheid, te hoge werkdruk of juist te weinig werk) en gaan voorbij aan dat wat we in hele korte tijd ook bizar veel leren en geleerd hebben. 

Waar wij een gemiste kans zien is dat, nu de regels versoepeld worden, we alles weer bij het oude willen hebben, zonder te behouden wat wel heel goed werkt in deze tijd. Wij werken met onze ‘na stap 1 volgt stap 1’-methode continu met een simpele evaluatie: ‘wat nemen we mee, wat laten we achter, wat voegen we toe?’

Twee voorbeelden:

Bedrijven zijn nu bezig om zich klaar te maken voor de anderhalve-metersamenleving, vanuit het idee dat straks zoveel mogelijk mensen weer op kantoor gaat werken. Maar waarom niet de huidige situatie als uitgangspunt nemen en het kantoor daarop aanpassen. Bijvoorbeeld door deze omgeving ook binnen de huidige regels geschikter te maken voor sociaal contact, als ontmoetingsplek voor zakelijke en/of sociale contacten. De voordelen van de huidige manier van werken proberen te combineren met de voordelen van een kantoor. Focuswerken, eigen tijd indelen, kortere vergaderingen en geen reistijd – dat neem je mee, sociale afstand laat je achter en het kantoor als ontmoetingsplek voeg je toe.

Scholen richten zich in op ‘om de dag’-onderwijs en zijn onderweg naar “regulier onderwijs”. Ik hoop dat dat een gezamenlijke zoektocht tussen leerkracht-ouder en kind wordt om te ontdekken welke combinatie van digitaal en ‘in de klas’ het beste past. We gaan uit van ‘onderwijs op afstand’ en voegen zoveel mogelijk ‘in de klas’ onderwijs toe.

“Het nieuwe normaal” betekent in onze ogen vooral anders werken en leven. Niet een ‘vroeger was alles beter’ idee vasthouden, maar evalueren van wat inderdaad beter was in combinatie met wat we nu allemaal geleerd hebben dat de moeite van het behouden waard is. En dus iedere dag opnieuw bekijken wat werkt en wat niet werkte en op basis daarvan snel je volgende stap 1 zetten. Zo wordt iedere volgende dag een beetje beter dan de vorige.

Corona. Een bijzondere tijd voor ‘introverten’.

Binnen blijven. Veel thuis zijn. Niet al te veel mensen zien en als je ze wel ziet met een grote boog om ze heen lopen. 

De meeste mensen hebben hier grote moeite mee. De maatschappij is ingericht op actie, op intensieve onderlinge contacten, op (veel) en vaak drukke communicatie. We leven in een extraverte samenleving en daar gedijt het merendeel van de mensen uitstekend in. 

Maar een ander, kleiner deel van de mensen is ‘introvert’. Deze bijzondere Corona-situatie, van weinig contact, stil zijn en thuisblijven, is voor hen juist de standaard ‘modus operandi’. Hun natuurlijke habitat. Er is nu even geen druk van buiten om actief te moeten hoeven zijn, veel te praten, anderen te bezoeken… de wereld is even stil geworden en dat voelt voor hen heel natuurlijk. En misschien merken ook de actieve, communicatieve, extraverte mensen dat deze natuurlijke pauze van actie ook een heilzame kant heeft. De ‘introverten’ hopen het in elk geval van harte. Zodat ze ook na deze pandemie misschien van de verstilling kunnen blijven genieten. 

Nuance: Er zijn natuurlijk veel introverten die deze tijd wel verschrikkelijk vinden om uiteenlopende andere redenen en veel extraverten die juist ook even op adem kunnen komen. Het gaat om het kunnen doorleven van hoe ‘introversie’ aanvoelt en dat deze periode dat op een unieke en universele manier laat beleven. Bovendien is het extreem gesteld. Er zijn niet uitsluitend introverten of extraverten, er zijn ook grijstinten en tijdelijke situaties waarin men zich liever terugtrekt of juist wil manifesteren.

Achterstand in onderwijs? Of juist voorsprong?

Nu de basisschoolleerlingen na de meivakantie gedeeltelijk weer naar school mogen, hoor je veel instemming. Met de lange afwezigheid op school zouden ze toch echt een enorme achterstand hebben opgelopen. Hoeveel lessen en onderwijsuren hebben ze wel niet gemist! De media gaan er op los, maar wij denken dat er ook van een voorsprong sprake is in veel situaties.

Er is namelijk alleen sprake van een ‘achterstand’ als je het curriculum en ‘het plan’ van wat een kind in een jaar allemaal moet kennen en kunnen centraal zet. Maar als je het kind en zijn of haar leerproces centraal zet, dan zien wij dit tijdelijke thuisonderwijs juist als een enorme voorsprong (zie nuance onderin).

Ten eerste levert het thuisonderwijs in deze periode veel (inzicht) op voor de band tussen ouder en kind in relatie tot de aangeboden leerstof. Het kind leert van jou misschien rekenen, taal of wat aardrijkskunde, maar jij leert vooral hoe nieuwsgierig het is, hoe zijn of haar concentratie werkt, waar de eigenaardigheden en talenten liggen en waar het echt warm voor loopt. En waar niet. Misschien wist je dat grotendeels al, maar door actiever betrokken te worden bij de lesstof en het leerproces is de kans groot dat er nu toch meer en nieuwe inzichten zijn bijgekomen. Ook leert het kind jou (en jij jezelf) als ouder(s) anders kennen in het geduld (of het gebrek eraan), de aandacht (of de moeite ermee), de zorg voor het leren (of hoe lastig dat eigenlijk is). Ten slotte kun je als ouder nu beter inschatten waar leerkrachten mee te maken hebben. Voorsprong dus.

Het succes van een kind op school is zo sterk als de driehoek: kind, leerkracht en ouder. En de genoemde nieuwe inzichten geven een enorme impuls aan de sterkte van die driehoek en daarmee de voorsprong van een kind op school in het algemeen. Het verband tussen je kind, het leren en de sociale bekwaamheid is meerdimensionaal. 

En dat is pure voorsprong. En geen achterstand.

Nuance: Natuurlijk gaat het niet overal goed, er zijn kinderen die juist van huis moeten voor het beste resultaat. Ook is niet elke ouder in staat om de juiste ondersteuning op elk moment te bieden of ontberen de juiste technologische hulpmiddelen. Er zijn zelfs kinderen zoek en onbereikbaar voor leerkrachten. Dan krijg je achterstand op achterstand en dat is natuurlijk verschrikkelijk en onwenselijk. En ook zal elke leeftijdscategorie een eigen problematiek kennen. Maar deze blog is vooral een tegengeluid voor de relatief eenzijdige berichtgeving in de media van een ‘achterstand’ door afwezigheid op school. Dat is wat ons betreft een te beperkt perspectief.

PS op de website Expeditie Basisschool van Marlies Pulford en Kim Bogaerts is veel meer te vinden over de driehoek ouder-kind-leerkracht en hun ervaringen op dit gebied.

Corona-app MOET juist schaamtevol starten!

Tijdens een persconferentie liet minister-president Rutte regelmatig blijken flink te worstelen met de huidige situatie in Nederland tijdens deze Corona-pandemie. Een deel van zijn worsteling is dat de gezondheid van ons als burgers maar ook van de maatschappij, nu vóór persoonlijke vrijheid en zelfs de economie gaan. Maar wij denken ook dat zijn worsteling te maken heeft met de misvatting van veel mensen dat een onzekere situatie planmatig en met alle benodigde voorkennis aan te pakken is. “Met 50% van de kennis moeten we 100% van de besluiten nemen”, zei hij zelf tijdens een eerdere conferentie. 

Vanuit ons perspectief is dit een hele normale gang van zaken. Wij gaan er namelijk vanuit dat de toekomst lastig (en steeds moeilijker) planmatig te beheersen is. Dat je deze situatie ook juist moet zien als een emergente practice. Een situatie met een hier en nu waarbij je elke keer een stap 1 zet dat binnen je vermogen ligt en vanuit het grootst mogelijk vakmanschap is ingeschat. Dan het effect van die stap opnieuw bekijken en weer een nieuwe stap 1 nemen. Na stap 1 komt stap 1.

Kijk bijvoorbeeld naar de zoektocht naar de perfecte Corona-app. Er is met man en macht, met experts en techneuten, koortsachtig aan verschillende eerste apps gewerkt. De app moet natuurlijk aan heel veel eisen voldoen: functioneel, waterdicht, privacy-safe, vrijwillig, technisch perfect… Dat is onvoldoende gelukt, en dus begint men weer opnieuw met andere experts en andere disciplines. Veel slimmer was geweest om de app te nemen die het dichtst in de buurt kwam bij de specificaties, en dan daarmee direct te starten. Gewoon, in één stad of misschien zelfs één buurt. Alle resultaten, zowel positief als negatief, geven input voor aanpassingen die het product verder verbeteren. Dan hadden we nu alweer een week of wat ervaring kunnen toevoegen aan een halffabrikaat app. Die ervaring gaat het grootste verschil maken. Niet een paar weken verder doordenken.

Het is wat ons betreft helemaal geen technologisch probleem. Het is een probleem van een overheid die denkt een zekerheid te kunnen (en moeten) garanderen en een maatschappij die alles dat minder dan zeker is niet wil accepteren. Een ernstig gebrek aan kennis op alle fronten en een onderschatting van de waarde van ‘gaandeweg met elkaar leren’.

Seth Godin gaf ooit een prachtige quote in deze sfeer: ‘Als je je niet schaamt voor de eerste versie van je product, dan heb je te laat gelanceerd’ Dus gáán met die geit wat ons betreft. Experimenteer, improviseer, maakt fouten en maak het product sterker.

Dat kan namelijk echt alleen maar ‘samen’!

Illustratie app: Volkskrant

‘Vitale beroepen’ zijn overal te vinden.

Vanwege de corona-crisis en het verbod op bijeenkomsten, hebben wij de komende maanden geen workshops of inspiratiesessies op de agenda staan. Je zou kunnen concluderen dat we dan dus geen belangrijk werk doen, maar niets is minder waar. En dat geldt voor de meeste mensen die op dit moment geen werk of geen opdrachten hebben: het gaat niet zozeer om wát je doet, maar wel om de specifieke ‘behoeftelaag’ waarop je dit doet. En dan doel ik op de behoeftelagen van de piramide van Maslow. Want elke laag kent z’n eigen ‘vitale beroepen’.  

Het werk dat wij doen, speelt zich met name af in de bovenste helft van de piramide: zelfontplooiing, leiderschap, de zoektocht naar vrijheid en waardecreatie en erkenning van vakmanschap. Op die lagen is wat wij doen van waarde. Maar als maatschappij zijn we nu collectief gedwongen een paar tredes lager te gaan vanwege (de dreiging van) het corona-virus. Dat is ook niet meer dan logisch. Wat nu belangrijker dan ooit is, is continuiteit, veiligheid, voedsel en zorg. De meeste maatregelen worden momenteel ook op deze specifieke lagen afgekondigd.

En vooral de mensen die beroepen uitoefenen in deze behoeftelagen van de piramide spelen nu een cruciale rol. Ze zijn natuurlijk altijd al belangrijk geweest, maar het wordt nu echt goed zichtbaar en merkbaar voor iedereen. Ze zijn van levensbelang om de piramide een solide basis te geven. Zo ver is duidelijk en is het natuurlijk veel meer dan dat applaus waard. En beroepen die zich richten op de andere behoeftelagen zijn niet minder belangrijk, maar nu gewoonweg minder urgent. En dat komt vast terug, maar zal niet/nooit meer hetzelfde kunnen zijn. De basis is immers veranderd.

De behoefte aan veiligheid en zekerheid geven het belang aan van deze basisbehoeften. Wanneer hier niet aan wordt voldaan worden we angstig. Mensen zijn in de basis ook sociale dieren en wat er nu gebeurt in een ‘ bijna lockdown’ voelt ‘tegennatuurlijk’ (of ‘natuurlijk’ als je er nog preciezer naar kijkt maar da‘s voor een andere blog) – fysieke contacten worden sterk aan banden gelegd, terwijl dat nu juist op de behoeftelaag van Maslow ligt waar momenteel het vergrootglas op ligt: heel erg nodig dus. We gaan dan maar massaal de natuur in omdat het werken op kantoor niet meer kan en thuis de muren ook op de mensen afkomen. Onverstandig, maar ook wel een logische sociale reflex. Je weet immers niet vantevoren dat er meer mensen zijn die op dat idee gekomen zijn en dat het daarmee dus ook ineens weer een nieuwe onveilige plek wordt. Dat dat dan dus weer tot nieuwe maatregelen leidt is onontkoombaar, maar laten we vooral met elkaar leren hoe moeten omgaan met de nieuwe wereld waarin we belanden. Met mildheid en begrip. Een strengere, dwingender toon hoeft niet altijd liefdeloos te zijn of met grofheid gepaard te gaan.

Blijf daarom mild en begripvol naar elkaar zou onze suggestie zijn. Het is voor iedereen zoeken naar een nieuwe waardebalans en elk individu doet dit op z’n eigen manier. We moeten het uiteindelijk toch met elkaar zien te redden. De behoeftepiramide kan alleen stapelen als iedereen bereid is elkaar een plek te gunnen en waarde te leveren naar vermogen.

Vitale beroepen zijn overal en op elke laag te vinden maar niet op elk moment even urgent. De noodzaak ligt nu op de basisbehoeften, dus kijk wat je daarin kan bijdragen, juist als je niet dagelijks op die behoeftelagen opereert.

Sterkte in jouw persoonlijke zoektocht naar de betekenis van wat van waarde is voor jou, jouw omgeving en jouw werk. En wees vooral niet onnodig terughoudend in het herijken van ‘jouw bedoeling’. Deze tijd vraagt om andere handen, voeten en hoofden.

Géén workshops. Géén inkomen. Wél inspiratie.

De maatregelen zoals gisteren door de drie ministers afgekondigd om de economie te ondersteunen zijn ook voor ons uitermate welkom. Hadden we immers een maand geleden nog een prima vooruitzicht op een groot aantal spreekbeurten, groot en klein, is dat vandaag volledig weggevaagd. Ons uitzicht op inkomsten is in twee weken verdampt van ‘prima’ naar ‘nul, niks, nada’ de komende weken en maanden. En wij zijn volledig afhankelijk van al die prachtige bijeenkomsten. En een spreker zonder publiek is tamelijk schraal. Althans …

… er zijn vele collega sprekers, trainers, workshopleiders die op beeldscherm hun boodschap en kennis aanbieden en een virtuele vorm hebben gevonden. Ook wij zouden dat kunnen overwegen, maar onze workshopvorm leent zich daar minder voor. We koppelen veel interactie met en beweging in het publiek aan de onderlinge dynamiek die we juist door die fysieke aanwezigheid weten te bewerkstelligen. Wij zoeken onze toegevoegde waarde in de rijkheid van menselijke aanwezigheid in samen leren, samen plezier beleven. We streven er naar dat mensen elkaar in verwondering en verbazing aankijken en aanstoten bij verworven inzichten en doorvoelde oefeningen. Deze ervaring en beleving verschralen flink in een virtuele vorm. En natuurlijk als deze economische ‘freeze’ lang gaat duren heroverwegen we wat slim is om te doen en op welke andere wijze we van waarde kunnen zijn. 

Wij hebben dus forse maatregelen moeten nemen om deze plotselinge omslag in inkomsten het hoofd te bieden. Zo halveren we ons “salaris” voor komende maanden en spreken we onze reserves aan om de duur van de inkomstenterugval te overbruggen. Misschien dat we zelfs naar het scenario ‘geen salaris’ moeten overgaan en de aangeboden hulp in de vorm van ondernemersbijstand wel zullen moeten aangrijpen. Liever niet, maar de hypotheek en andere kosten lopen ook voor ons gewoon door.

Over die hypotheek gesproken, het verbaast het ons dat ondanks de ondersteunende en sympathieke maatregelen die de overheid neemt, er geen enkel signaal van de banken komt anders dan een brief dat ze zich genoodzaakt zien om de rente verder te verlagen en op termijn rente zelfs in rekening gaan brengen. Géén opschorting van hypotheekbetaling, géén geruststellende of begripvolle boodschap van partijen in de financiële sector die de ongerustheid van mensen zouden kunnen wegnemen. Het zou de bankensector sieren als ze ook een coulant signaal zouden afgeven.

En ja, we hebben er zeker zelf voor gekozen om dit avontuur aan te gaan zoals Wiebes dat naar eigen zeggen ‘ongelukkig’ uitdrukte. Maar ook wij betalen netjes de inkomstenbelasting zoals ook ieder in loondienst, dus steun moet er zijn voor elke belastingbetalende Nederlander. Ook wij hebben immers door hard werken (en met méér eigen risico) bijgedragen aan de miljardenpot die nu wordt aangesproken voor deze steun voor ondernemend Nederland. Gelukkig is dat enigszins rechtgezet met de toespraak gisteren.

Voordeel van deze ‘gedwongen’ pauze is dat we ons nog meer kunnen richten op wat nu thuis en in de buurt nodig is. Thuisonderwijs, telefonische hulp op afstand voor mensen die daar behoefte aan hebben, direct of indirect hulp bieden aan de mensen in de zorg. Kijken wat er op 1,5 meter afstand of virtueel nog wel gedaan kan worden.  

Er blijft genoeg te ‘doen wat nodig is’ én over na te denken wat er nog meer zou kunnen. Wij wensen ook iedereen veel sterkte, wijsheid en inspiratie toe. 

Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Laatst spraken we met iemand die zich op heel veel verschillende manieren actief inzet om de wereld mooier te maken. Hij helpt ondernemers met financiële problemen, is coach en aanjager van nieuwe manieren van ondernemen. Hij bruiste van energie toen hij plots zei:

‘Ik heb haast! Ik moet nog zo veel verbeteren aan de wereld!. Ook jullie moeten opschalen, bereik vergroten, nog meer doen!’

Wij snappen die behoefte om dingen anders te willen zien, dat hebben wij zelf ook. Maar tot haast of opschaling laten wij ons toch minder snel verleiden. Het gaat namelijk vooral om de actie zelf. De continue beweging. De stap 1. Vandaag. Nu. Consistent zijn in het ‘doen’.

Dat je de stap zet is dus van belang, maar nog krachtiger is met hoeveel anderen je die stappen zet. Dan gaat de kracht van het collectief voor je werken: als je met jouw stappen andere mensen enthousiast maakt, en zij gaan ook stappen in die richting zetten, dan bereik je vanzelf een kantelpunt waarop de verandering ineens een feit is. Je kan het alleen willen doen – en daar is niets mis mee – maar je kan ook anderen inspireren met je enthousiasme voor een mooiere wereld. Alleen ga je misschien soms sneller, maar samen kom je vaak verder. 

Daarbij speelt ook de kracht van kleine stapjes een grote rol. Elke dag de wereld 1% mooier maken betekent dat de wereld al na één jaar 37x mooier is dan de dag waarop je startte. En die wereld kan de echte grote wereld zijn, of alleen Nederland, of alleen jouw dorp, of alleen jouw gezin of alleen jouw innerlijke wereld. Je hoeft dus niet het gevoel te hebben dat je méér moet doen, dat het sneller moet en efficiënter. Het gaat om effectiever – en dan is het voldoende om elke dag consequent een stap 1 te zetten, anderen uit te nodigen dat ook te doen en erop vertrouwen dat je met elkaar een beweging van omvang kunt realiseren.

“Nee” is ook een antwoord!

Vorige week waren we in gesprek met een bedrijf waar we al een tijdje mee samenwerken. Het is een mooi bedrijf met maatschappelijke waarde. Het gaat erg goed met het bedrijf: zo goed dat ze enorm groeien en het eigenlijk niet goed meer aankunnen. Maar nee zeggen is geen optie: vanuit een passievolle intrinsieke motivatie willen ze zo veel mogelijk mensen helpen. 

Het deed me denken aan de houthakker die tot diep in de nacht bezig was omdat hij geen tijd had om zijn bijl te slijpen:

Een houthakker trekt het bos in met een grote opdracht om honderden bomen om te hakken. Hij begint enthousiast en werkt hard door. Dan komt een voorbijganger langs die tegen hem zegt: “Joh, waarom gebruik je geen kettingzaag? Dat gaat veel sneller.” Het antwoord van de houthakker is dat hij geen tijd heeft om te leren met een kettingzaag te werken: hij is te druk. Ondertussen wordt zijn bijl steeds botter en moet hij steeds harder werken om op tijd klaar te zijn. Tijd om zijn bijl te slijpen heeft hij ook al niet. Terwijl al die tijd de oplossing aan zijn voeten ligt….

Wie alleen maar werkt IN zijn bedrijf, komt niet toe aan het werken AAN z’n bedrijf. Jezelf verbeteren, nieuwe dingen uitproberen die je werk makkelijker, beter of sneller maken… Er zijn altijd wel oplossingen waar je goed mee geholpen bent, maar je moet wel de tijd nemen om ze te leren kennen én ermee te experimenteren. Nee is immers ook een antwoord: op korte termijn kun je dan misschien iets minder mensen helpen maar op langere termijn des te meer.

zie ook “Alleen nee zeggen is niet genoeg

Voorbeeld volgen of voorbeeld zijn?

Laatst las ik (Arthur) een boek dat ik al na enkele pagina’s weer snel dichtsloeg. Het zou een boek vol inspiratie zijn, maar het ging voornamelijk over voorbeelden van anderen waarin de inspiratie verstopt zat. Ik ben me er bewust van dat heel veel mensen juist dáár hun inspiratie uithalen, maar ik heb gemerkt dat ik voorbeelden van anderen juist als verwarrend en afleidend ervaar. Ik wil graag een onverstopte kern van de inspiratie lezen en zoveel mogelijk zelf het beoogde effect ervan ervaren. Ik kan geïnspireerd worden door een ‘formule’, een ‘zienswijze’ of een ‘theorie’ maar ik word pas echt enthousiast als ik het zelf daadwerkelijk in de praktijk ondervind.

Het deed me nog eens beseffen dat er verschillende soorten mensen bestaan: zij die voldoende hebben aan de eerste vonk, en een vertaalslag maken naar wat ze er zelf mee kunnen en hoe het ze zelf kan helpen – en daardoor ook weer anderen kunnen inspireren. En mensen die juist dit soort mensen en voorbeelden weer nodig hebben: mensen die een concreet voorbeeld of een uitwerking van die inspiratie heel fijn vinden voor hun eigen inspiratie. Een tweetrapsraket als het ware. Dezelfde mensen die reviews heel behulpzaam vinden.

Ik probeer het liever zelf uit en stel vast of het voor mij werkt of niet. Elke context, elke nieuwsgierigheid is immers uniek. Een voorbeeld van een ander is voor mij niet de werkelijkheid. Meer een mogelijkheid. Een scenario.

Een ‘voorbeeld volgen’ is natuurlijk ook prima, want het leidt immers tot actie, beweging en eigen ondervinding. Dat is waar het uiteindelijk om draait. Wij horen soms bij toeval van mensen wat een workshop van ons met hen heeft gedaan – en door het nu ook op te schrijven kunnen we het ook delen met mensen die graag voorbeeld willen nemen of lering willen trekken uit hoe anderen de vertaalslag hebben gemaakt voor zichzelf.  

Hoe werkt dat bij jou? Word jij geïnspireerd door voorbeelden of zet jij inspiratie om naar eigen voorbeeld?

Geef, alsof het je laatste dag is

Laatst mocht ik (Patrick) voor de stichting Present (waar ik zelf ook al een aantal jaar actief ben) een bijeenkomst in goede banen leiden. Sprekers als Ben Tiggelaar en Herman Zondag (AFAS) hielden die avond inspirerende lezingen. Een avond vol mooie verhalen en inzichten waarbij de afsluitende tip van Herman extra bij mij binnen kwam: “Geef alsof het je laatste dag is”. Het sluit mooi aan bij onze filosofie ‘na stap 1 komt stap 1’ – maak geen plannen voor volgende week als dit je laatste dag kan zijn. Wees zo veel mogelijk in het hier en nu, en geef wat je hebt te bieden. 

Tegelijkertijd merkte ik dat er enkele mensen in de zaal zaten die verwachtingen hadden van wat die avond ze op langere termijn kon geven. Terwijl het voor mij ging om de bijeenkomst zelf, het hebben van een mooie ontmoetingen op dat moment, en niet ook voor volgende week. 

Geef, alsof het je laatste dag is staat voor mij niet alleen voor het hebben van geen verwachtingen (denk aan de geluksformule van Mo Gawdat) en ‘na stap 1 komt stap 1’, maar vooral ook voor het vanzelfsprekend naar elkaar om kunnen zien. Geven, zonder verwachtingen of verplichtingen. Niet halen, niet opdringen, maar gewoon vanuit je authentieke zelf geven. 

Credits foto: Anthea van den Berg-Koopman

Fouten maken moet. Maar kan pijn doen.

Picture this.  

Een festival met inhoudelijke sprekers op een natte, koude zaterdagmiddag in januari. Het terrein bestaat allemaal tipi-tenten zonder verwarmingselementen. Het was onze eerste ervaring van een workshop bij ongeveer 3 graden max. Het publiek, zo’n 60 mensen voor ons op dat moment, luisterde met warme jassen en witbleke gezichtjes naar ons verhaal. En afgezien van wat geklappertand zo nu en dan, verliep de sessie eigenlijk heel goed. Een bemoedigende start van ons zaterdagse avontuur. 

Onze werkplek zaterdag 18 januari 2020

Onze tweede pres(en)tatie diezelfde namiddag verliep totaal anders.  

We hadden er vooraf in toegestemd voor het gehele publiek tussen 16.55 en 17.15 nog een inhoudelijke afsluiting te doen. Een sessie van 20 minuten waarin we het publiek nog een laatste zetje richting ‘actie’ mochten verleiden. Een sessie waar we ‘normaal’ gezien tussen de 45 en 60 minuten voor nodig hebben, waar echte aandacht voor nodig is en ‘actie’ het doel is. En waar we ook goede ervaringen mee hebben. 

Het liep totaal anders dan we hadden verwacht. 

De spreker voor ons liep iets uit en gaf de kleumende mensen in de tent de hoopvolle hint dat na nog één slide van hem het bier klaar stond voor ze.  De verlossing van drank in het vooruitzicht en een welverdiend zaterdagavond gevoel waren na de kou en de activiteiten een welkome boodschap voor de achterhoekse gasten. Waarop de bierpomp werd aangezet en het rumoer tot een bijna onoverbrugbaar niveau werd opgetild. 

En dan mogen wij. 

Door de opstelling van de tenten hebben wij ongeveer 100 mensen direct in het zicht. De rest (400 Mensen!) ziet wel schermen met de slides maar heeft geen zicht op het podium waar wij ons bevinden. We starten de sessie optimistisch en doen een moedige poging onze boodschap boven het rumoer uit te krijgen. Enkele mensen in ons zicht doen nog vreselijk hun best om ons te horen en doen braaf mee terwijl andere mensen om hen heen de drank doorgeven . We vragen herhaaldelijk om wat stilte en aandacht, maar omdat het merendeel van de mensen ons niet ziet is dat een tevergeefs verzoek. We zien de boodschap voor onze ogen het biermoeras in glijden. Onze slides spreken weliswaar voor zich, maar zonder aandacht en focus is zo’n inhoudelijke boodschap onmogelijk om nog over te brengen. We doen een laatste poging waarna Patrick en ik elkaar tegelijkertijd aankijken met een gezicht dat eerder door wanhoop dan door vertrouwen is getekend en we besluiten de laatste oefening over te slaan, een einde te maken aan deze marteling en de fanfare, die zich inmiddels achter ons had opgesteld, door de tent te laten marcheren.  

We zijn de tent verlaten via de achteruitgang met een gevoel dat we nog niet eerder hebben meegemaakt. Het is gewoonweg niet gelukt. Een belangrijke maar pijnlijke ervaring.  

Van deze ervaring hebben we geleerd om nog beter vooraf in te schatten wat de setting is waarin we terecht komen als we zo’n afsluiter te doen hebben. Als we zo’n afsluiting uberhaupt nog gaan doen. De kans is groter dat we ons houden bij waar we het beste in zijn, namelijk workshops in een tijdsduur waar we goede ervaringen mee hebben, in ruimtes waar we de mensen kunnen zien en waar het bier niet harder trekt dan de inhoud. Voor ons in elk geval geen 20-minuten afsluitingen meer op een koude januari zaterdagnamiddag voor een dorstig en verkleund publiek. Waar we overigens nog begrip voor hadden ook ;-).

Fouten maken moet zeggen we altijd, nou dit was er eentje.  

(Overigens hebben we voor deze laatste blamage in de waardebepaling achteraf geen ‘financiële douw’ gekregen. De opdrachtgeefster zag zelf ook in dat dit qua timing en aandacht een onmogelijke opgaaf was.) 

Elke ervaring verandert jouw slot

Regelmatig krijgen wij na afloop van onze workshops de vraag: wie of wat zijn jullie inspiratiebronnen? Welke boeken lezen jullie, welke blogs? Welke video’s of podcasts? We geven daar zo goed mogelijk antwoord op, maar we voegen er wel direct het volgende aan toe: ‘… Onze inspiratiebronnen zijn niet automatisch ook die van jou.’

Misschien dat de analogie met een sleutel en een slot het het beste duidt. Er bestaan geen universele sleutels, omdat iedereen een uniek eigen slot heeft. Je moet je eigen sleutel dus stap voor stap ontwikkelen. Je eigen pad vinden. Je eigenaardigheden ontdekken en ermee aan de slag gaan. Je kracht inzetten en kijken wat werkt en wat niet. Elk puzzelstukje brengt je weer iets verder. En géén van de stapjes brengt je rechtstreeks naar de oplossing voor alles, voor altijd.

Onze inspiratiebronnen werken voor ons goed. En ook wij blijven zoeken naar wat past, ons verder helpt en misschien ook een ander raakt. Uiteraard denken we daar zo goed als wij kunnen over na. En toetsen we dat elke keer opnieuw in de praktijk. In het begin van onze workshop geven we ook aan dat als er ook maar één onderwerp is dat je aanspreekt en je er werkelijk iets mee gaat doen dat we daar bijzonder blij mee zijn. We weten immers dat niet alles wat we vooraf bedacht hadden iedereen zal raken.

En dan nog. Elke ervaring verandert je slot steeds weer opnieuw.

Never a dull moment ;-).

Neem toch wat pepernoten!

pepernoten

Kennen jullie dat? Je hebt een zakje pepernoten gekocht en legt deze ergens op tafel. Ongeopend kan dit zakje daar uren, misschien wel dagen liggen. Maar heb je ‘m eenmaal open gemaakt, dan is de kans dat ie binnen enkele uren (of sneller) helemaal leeg is behoorlijk groot.

Veel mensen die bij ons in een workshop zitten, gaan niet echt aan de slag met wat we vertellen. Ze voelen zich misschien even geïnspireerd, waarderen de inzichten en tips, hebben een leuke workshop maar gaan naar afloop weer over tot de orde van de dag. Zij laten het zakje dicht zitten. 

Ongeveer 9% van de mensen die bij onze workshop aanwezig zijn, gaan misschien wél aan de slag. Zij voelen het kriebelen, hebben misschien al een stap gezet en herkennen zich in de inzichten die we geven. Wij maken het zakje voor ze open om ze te verleiden wat pepernoten te pakken. We gaan ze niet dwingen: ze moeten het zelf doen. De 1% van de aanwezigen die nog over is, die gaat hoe dan ook verder met wat we aanreiken en weet het zakje pepernoten probleemloos te vinden. Soms bieden ze ook anderen wat pepernoten aan. 

De mensen die niet willen, daar hoef je geen energie aan te geven. In onze nieuwste workshop Hoe dan? Doe dan! richten we ons vooral op de 9% die wel verder wil maar misschien wel wat hulp kan gebruiken. De 90% die niets doet met wat we aanreiken heeft niets aan ons ‘open zakje pepernoten’. Maar de mensen die weten hoe lekker onze pepernoten zijn, en die alleen maar een open zakje nodig hebben om verder te kunnen, die mensen willen we graag helpen.

Zelfsturing werkt niet

Afgelopen week raakte ik in gesprek met iemand die mopperde dat hij net die middag plotseling een afspraak voor de dag erna in z’n agenda geschoven had gekregen. Het ging om een overdracht van een collega die twee maanden daarvoor al z’n ontslag had ingediend. Hij had het nog zo gezegd, vertelde de man, dat z’n manager de overdracht snel moest regelen. En nu dit. 

Maar dit is natuurlijk niet alleen een probleem voor de manager. Het probleem is dat die manager er is, waardoor niemand iets uit zichzelf onderneemt, maar wacht tot de manager iets doet. De man die ik sprak had twee maanden geleden al het probleem geconstateerd, maar zelf niets gedaan. Want daar was immers de manager voor. 

Toch los je het probleem ook niet op door de manager weg te laten: wat we noemen ‘zelfsturing’. Een nieuwe structuur zonder managers legt vaak vooral het onderliggende probleem bloot – het onvermogen om verantwoordelijkheid te nemen.

Dat is niet alleen omdat mensen het niet kunnen, maar ook omdat ze het niet willen. Zelfsturing is meer-dimensionaal en het gaat niet alleen om een nieuwe structuur. Het gaat ook om het creëren van een fysieke en sociale omgeving waarin zelfsturing aangemoedigd wordt, en om het aanbieden van de juiste kennis en vaardigheden om zelf besluiten te nemen. 

Het klopt dat het nemen van verantwoordelijkheid in een organisatie ontzettend moeilijk is. Maar als je wilt doen wat nodig is, als je vrijheid en flexibiliteit wilt ervaren, dan gaat dat niet zonder het nemen van verantwoordelijkheid. En dan werkt zelfsturing wel.

Het is de toon die de muziek maakt

Afgelopen dagen stonden de media vol met de speech van Greta Thunberg. Er waren mensen die haar moed prezen en er waren anderen die werden afgeleid door de manier waarop ze haar boodschap bracht. De laatste groep leek ook steeds groter te worden. Ondanks dat ik de inhoud van het betoog, de moed en het doorzettingsvermogen van Thunberg kan waarderen begrijp ik tegelijkertijd heel goed waarom haar stijl en ‘maniertjes’ irritatie bij anderen kunnen oproepen.

Een heel andere stijl is die van bijvoorbeeld Roger Waters (Pink Floyd). Net zo’n activist als Thunberg, maar zijn boodschap is verpakt in zijn muziek. In kunst. Niet iedereen houdt van zijn muziek, maar toch raakt hij veel mensen met zijn stijl en zijn toonsoort. En verleidt hij zijn fans om de inhoud tot zich te nemen. Er zit kracht in muziek die universele waarden en gevoelens aanspreekt.

En ook Waters ondervindt veel tegenkracht. In zijn laatste album ‘Is this the life we really want’ spreekt hij zich zeer expliciet uit over mensen zoals Trump. En in zijn concerten worden varkens kunstig in verband gebracht met de, volgens Waters, ‘hersenloze Trump’. Het gevolg is dat de plaat in Amerika van de markt wordt gehouden. Het weerhoudt Waters er echter niet van de muziek gewoon ‘ten toon te spreiden’ en zijn activisme voort te zetten.

De wijze waarop je iets brengt kan helpen om de inhoud die je wilt overbrengen te dienen. Dat is immers toch de ‘bedoeling’ van een boodschap. Het raken van de mensen met je hart.

Wij zullen de impact van Thunberg’s betoog nooit benaderen. En ook een vergelijk met Roger Waters, hoe bescheiden ook, zou ons ongeloofwaardig maken. Toch proberen wij ook met een gevarieerde stijl onze boodschap over te brengen. Beeld voor de visueel geïnteresseerde. Taal die iedereen kan begrijpen. Voorbeelden die raken. Wetenschap in kunst gehuld. Oefeningen met betekenis. Prikkelende stellingen maar nooit snijdend. Humor en inhoud. Een universele lach en soms een traan. Een ‘toon waarmee wij onze muziek maken’.

Ok, een beetje humor ‘The Greta Thunberg Helpline’ om de mensen die Greta afserveren een koekje te geven. Van eigen deeg wel te verstaan:

Wij ‘zijn’ dat wat wij herhaaldelijk doen!

“We are what we repeatedly do. Excellence then, is not an act but a habit”
(Aristoteles)

Soms lees je iets dat binnenkomt als een kanonskogel. Een recent voorbeeld is het gedachtengoed van James Clear, met name uit zijn laatste boek ‘Elementaire Gewoontes’. In het kort zegt hij: als je wilt veranderen, kijk dan vooral naar wie je wilt zijn. Welke identiteit wil je hebben.

Hij geeft aan: ‘Werkelijke verandering is identiteitsverandering.’

Een voorbeeld:

In plaats van te zeggen ‘ik wil een boek schrijven’ als doel, kun je zeggen ‘ik wil schrijver zijn’ als identiteit. Het boek kan dan een logisch gevolg zijn, maar er zijn meerdere uitingsvormen van een schrijver. Een boek is een tijdelijk product van die identiteit. Of, in plaats van een marathon te willen lopen volgend jaar in New York als doel, kun je zeggen dat je een renner wilt zijn. Het verschil is dat je je acties niet langer afstemt op een korte termijn doel, maar op lange termijn bedoeling. Mét ontwerp van een ideale startsituatie. Je benoemt jouw ideale identiteit(en) en je dagelijkse acties en je gedrag komen voort uit het belichamen van die identiteit. 

Heb je je identiteit eenmaal in beeld, focus je dan vervolgens niet langer op de finishlijn, maar besteedt tijd en energie aan de startlijn van een activiteit die logischerwijs bij die identiteit passen. Je verlegt je aandacht dus van ‘eindpunt’ naar ‘startpunt’ en je nieuwe (herhaalde) gedrag wordt een bewijs van jouw identiteit. In het kort gezegd: Wil je je einddoel halen, focus je er dan niet op.

In onze nieuwe workshop ‘Hoe dan? Doe dan!’ staan wij uitgebreid stil bij alles dat nodig is om jouw ‘doen en laten’ te optimaliseren en hoe je jouw invloed vergroot op iets waar je geen invloed op hebt.

Overigens als je niet aan je ideale identiteit werkt of wilt werken, dan werk je daarmee automatisch aan je huidige identiteit en ben je nu al wat je nu herhaaldelijk al doet of laat zien. Als je daarmee tevreden bent, hou het vooral zo.