Mijn (Arthur) dochter Sofía kwam recent thuis met haar rapport. Ze is net 5 geworden. Natuurlijk volgde daar ook een 10-minutengesprek op. In dat gesprek vertelde ik de juf dat het enige dat ik echt interessant vond in dat rapport haar persoonlijke reflectie op Sofía was. Cijfers en/of t/v/o zeggen (mij) niet zo veel, zeker niet op die leeftijd. Veel liever hoor ik hoe creatief, eigenzinnig, verbeeldend en/of origineel Sofía is op school. Maar ja, dat zijn geen ‘toetsingscriteria’. Taal wel. Cijfers en rekenen wel. 

Ik moest terugdenken aan de tijd dat ik nog in loondienst werkte en soms weken intense arbeid besteedde aan het schrijven van aanbestedingen. De gunning van zo’n ‘tender’ ging ook op basis van ‘harde criteria’ en cijfers, waarbij eigenlijk iedereen wist dat de laagste prijs uiteindelijk de doorslag gaf. Het gebrek aan inspirerende professionele subjectiviteit vanuit vakmanschap en de nadruk op de valse zekerheid die de zogenaamde objectieve criteria en cijfers geven, verarmen de opdracht en verschralen de relatie. Door de weging van factoren krijg je nooit de beste opdrachtnemer, maar blijf je altijd in een grijs gemiddelde zweven. 

Het ergste is het ontbreken van de mogelijkheid een relatie op te bouwen. Een criterium als ‘persoonlijke klik’ is cruciaal maar telt niet mee. ‘Het meest spannende voorstel’, originaliteit, verbeelding of het stellen van de juiste vragen leveren je geen punten op. De mogelijkheid om vragen te stellen kun je niet goed inzetten als onderscheidend vermogen, omdat alle vragen anoniem worden gemaakt en antwoorden naar elke aanbieder terugkomen.

Op Sofia’s rapport staan prima beoordelingen. Straks bij het eindrapport bepaalt het gemiddelde van al haar cijfers of ze ‘over’ mag. Ik twijfel er niet aan dat dat gaat lukken, maar liever zie ik of ze vooruitgaat in creativiteit, of ze blijk geeft van inlevingsvermogen en of ze een beetje vrij kan denken en dat ook laat zien. Cijfers, criteria en objectiviteit… ik ruil ze graag in voor een persoonlijke reflectie op wat haar uniek maakt. 

In de foto mijn rapport toen ik in de 1eklas zat van de ‘lagere school’. Toen een ‘aandachtspunt’ en het heeft mij 50 jaar gekost om dat mondje weer gewoon te gebruiken. Mijn oren waren knalrood en geknakt van de grote knuisten van de hoofdmeester die mij geregeld aan mijn oren dragend in de hoek zette, maar ik ben blij dat ie opmerkte dat m’n mondje te groot was ;-). Kan ik dat mooi nu in mijn blog gebruiken, dank Meester Hoogeveen. Veel te vroeg gestorven helaas.