Neem toch wat pepernoten!

pepernoten

Kennen jullie dat? Je hebt een zakje pepernoten gekocht en legt deze ergens op tafel. Ongeopend kan dit zakje daar uren, misschien wel dagen liggen. Maar heb je ‘m eenmaal open gemaakt, dan is de kans dat ie binnen enkele uren (of sneller) helemaal leeg is behoorlijk groot.

Veel mensen die bij ons in een workshop zitten, gaan niet echt aan de slag met wat we vertellen. Ze voelen zich misschien even geïnspireerd, waarderen de inzichten en tips, hebben een leuke workshop maar gaan naar afloop weer over tot de orde van de dag. Zij laten het zakje dicht zitten. 

Ongeveer 9% van de mensen die bij onze workshop aanwezig zijn, gaan misschien wél aan de slag. Zij voelen het kriebelen, hebben misschien al een stap gezet en herkennen zich in de inzichten die we geven. Wij maken het zakje voor ze open om ze te verleiden wat pepernoten te pakken. We gaan ze niet dwingen: ze moeten het zelf doen. De 1% van de aanwezigen die nog over is, die gaat hoe dan ook verder met wat we aanreiken en weet het zakje pepernoten probleemloos te vinden. Soms bieden ze ook anderen wat pepernoten aan. 

De mensen die niet willen, daar hoef je geen energie aan te geven. In onze nieuwste workshop Hoe dan? Doe dan! richten we ons vooral op de 9% die wel verder wil maar misschien wel wat hulp kan gebruiken. De 90% die niets doet met wat we aanreiken heeft niets aan ons ‘open zakje pepernoten’. Maar de mensen die weten hoe lekker onze pepernoten zijn, en die alleen maar een open zakje nodig hebben om verder te kunnen, die mensen willen we graag helpen.

Zelfsturing werkt niet

Afgelopen week raakte ik in gesprek met iemand die mopperde dat hij net die middag plotseling een afspraak voor de dag erna in z’n agenda geschoven had gekregen. Het ging om een overdracht van een collega die twee maanden daarvoor al z’n ontslag had ingediend. Hij had het nog zo gezegd, vertelde de man, dat z’n manager de overdracht snel moest regelen. En nu dit. 

Maar dit is natuurlijk niet alleen een probleem voor de manager. Het probleem is dat die manager er is, waardoor niemand iets uit zichzelf onderneemt, maar wacht tot de manager iets doet. De man die ik sprak had twee maanden geleden al het probleem geconstateerd, maar zelf niets gedaan. Want daar was immers de manager voor. 

Toch los je het probleem ook niet op door de manager weg te laten: wat we noemen ‘zelfsturing’. Een nieuwe structuur zonder managers legt vaak vooral het onderliggende probleem bloot – het onvermogen om verantwoordelijkheid te nemen.

Dat is niet alleen omdat mensen het niet kunnen, maar ook omdat ze het niet willen. Zelfsturing is meer-dimensionaal en het gaat niet alleen om een nieuwe structuur. Het gaat ook om het creëren van een fysieke en sociale omgeving waarin zelfsturing aangemoedigd wordt, en om het aanbieden van de juiste kennis en vaardigheden om zelf besluiten te nemen. 

Het klopt dat het nemen van verantwoordelijkheid in een organisatie ontzettend moeilijk is. Maar als je wilt doen wat nodig is, als je vrijheid en flexibiliteit wilt ervaren, dan gaat dat niet zonder het nemen van verantwoordelijkheid. En dan werkt zelfsturing wel.

Het is de toon die de muziek maakt

Afgelopen dagen stonden de media vol met de speech van Greta Thunberg. Er waren mensen die haar moed prezen en er waren anderen die werden afgeleid door de manier waarop ze haar boodschap bracht. De laatste groep leek ook steeds groter te worden. Ondanks dat ik de inhoud van het betoog, de moed en het doorzettingsvermogen van Thunberg kan waarderen begrijp ik tegelijkertijd heel goed waarom haar stijl en ‘maniertjes’ irritatie bij anderen kunnen oproepen.

Een heel andere stijl is die van bijvoorbeeld Roger Waters (Pink Floyd). Net zo’n activist als Thunberg, maar zijn boodschap is verpakt in zijn muziek. In kunst. Niet iedereen houdt van zijn muziek, maar toch raakt hij veel mensen met zijn stijl en zijn toonsoort. En verleidt hij zijn fans om de inhoud tot zich te nemen. Er zit kracht in muziek die universele waarden en gevoelens aanspreekt.

En ook Waters ondervindt veel tegenkracht. In zijn laatste album ‘Is this the life we really want’ spreekt hij zich zeer expliciet uit over mensen zoals Trump. En in zijn concerten worden varkens kunstig in verband gebracht met de, volgens Waters, ‘hersenloze Trump’. Het gevolg is dat de plaat in Amerika van de markt wordt gehouden. Het weerhoudt Waters er echter niet van de muziek gewoon ‘ten toon te spreiden’ en zijn activisme voort te zetten.

De wijze waarop je iets brengt kan helpen om de inhoud die je wilt overbrengen te dienen. Dat is immers toch de ‘bedoeling’ van een boodschap. Het raken van de mensen met je hart.

Wij zullen de impact van Thunberg’s betoog nooit benaderen. En ook een vergelijk met Roger Waters, hoe bescheiden ook, zou ons ongeloofwaardig maken. Toch proberen wij ook met een gevarieerde stijl onze boodschap over te brengen. Beeld voor de visueel geïnteresseerde. Taal die iedereen kan begrijpen. Voorbeelden die raken. Wetenschap in kunst gehuld. Oefeningen met betekenis. Prikkelende stellingen maar nooit snijdend. Humor en inhoud. Een universele lach en soms een traan. Een ‘toon waarmee wij onze muziek maken’.

Ok, een beetje humor ‘The Greta Thunberg Helpline’ om de mensen die Greta afserveren een koekje te geven. Van eigen deeg wel te verstaan:

Wij ‘zijn’ dat wat wij herhaaldelijk doen!

“We are what we repeatedly do. Excellence then, is not an act but a habit”
(Aristoteles)

Soms lees je iets dat binnenkomt als een kanonskogel. Een recent voorbeeld is het gedachtengoed van James Clear, met name uit zijn laatste boek ‘Elementaire Gewoontes’. In het kort zegt hij: als je wilt veranderen, kijk dan vooral naar wie je wilt zijn. Welke identiteit wil je hebben.

Hij geeft aan: ‘Werkelijke verandering is identiteitsverandering.’

Een voorbeeld:

In plaats van te zeggen ‘ik wil een boek schrijven’ als doel, kun je zeggen ‘ik wil schrijver zijn’ als identiteit. Het boek kan dan een logisch gevolg zijn, maar er zijn meerdere uitingsvormen van een schrijver. Een boek is een tijdelijk product van die identiteit. Of, in plaats van een marathon te willen lopen volgend jaar in New York als doel, kun je zeggen dat je een renner wilt zijn. Het verschil is dat je je acties niet langer afstemt op een korte termijn doel, maar op lange termijn bedoeling. Mét ontwerp van een ideale startsituatie. Je benoemt jouw ideale identiteit(en) en je dagelijkse acties en je gedrag komen voort uit het belichamen van die identiteit. 

Heb je je identiteit eenmaal in beeld, focus je dan vervolgens niet langer op de finishlijn, maar besteedt tijd en energie aan de startlijn van een activiteit die logischerwijs bij die identiteit passen. Je verlegt je aandacht dus van ‘eindpunt’ naar ‘startpunt’ en je nieuwe (herhaalde) gedrag wordt een bewijs van jouw identiteit. In het kort gezegd: Wil je je einddoel halen, focus je er dan niet op.

In onze nieuwe workshop ‘Hoe dan? Doe dan!’ staan wij uitgebreid stil bij alles dat nodig is om jouw ‘doen en laten’ te optimaliseren en hoe je jouw invloed vergroot op iets waar je geen invloed op hebt.

Overigens als je niet aan je ideale identiteit werkt of wilt werken, dan werk je daarmee automatisch aan je huidige identiteit en ben je nu al wat je nu herhaaldelijk al doet of laat zien. Als je daarmee tevreden bent, hou het vooral zo.

Wij ‘mogen’ weer werken!

De vakantie is voor velen weer voorbij en in Nederland is het nieuwe schooljaar weer begonnen. Dat betekent ook veel openingsactiviteiten van het schoolseizoen waar wij meer dan eens voor worden gevraagd om de aftrap te doen. Afgelopen week mochten het schooljaar starten voor een groep docenten van een middelbare school – we waren uitgenodigd om “Doen is de beste manier van denken” te doen. Een welkome afwisseling want de laatste tijd zijn we met name bezig geweest met onze nieuwste workshops “Zoek het zelf lekker uit” en “Hoe dan? Doe dan!”.

In “Doen is de beste manier van denken” laten we altijd de creativiteitsindex zien. Op je vijfde ben je op je creatiefst, daarna gaat het rap achteruit en pas rond je 65ste zie je weer een pijltje omhoog. Als we dan vragen aan het publiek wat een reden zou kunnen zijn waarom na het pensioen de creativiteit weer omhoog gaat, horen we vaak: “omdat je dan gaat doen wat je leuk vindt”. Dat gebeurde nu ook weer en het zette ons aan om deze blog te schrijven: er zijn blijkbaar nog erg veel mensen die niet doen wat ze leuk vinden en het gevoel hebben weer aan het werk te ‘moeten’. Gelukkig zijn er ook veel mensen die blij zijn dat ze weer aan het werk mogen. Voor de sessie begon kwam er bijvoorbeeld een docent naar ons toe die aangaf erg veel zin te hebben om eindelijk weer aan het werk te gaan. Zes weken vakantie was wat hem betreft veel te lang! 

Natuurlijk is het onderscheid tussen ‘moeten’ en ‘mogen’ bij docenten niet anders dan bij alle andere beroepsgroepen in Nederland. En er zit ook een grote groep mensen tussen die noch het een, noch het ander vindt. Wat voor ons de doelgroep van docenten wel anders maakt, is dat zij in onze ogen een enorme inspiratiebron voor hun leerlingen zijn (of in elk geval zouden moeten zijn).

In “Doen is de beste manier van denken” vertellen wij ook over ‘na middernacht’, en hoe anders de maatschappij nu is dan enkele deccenia geleden. We moedigen iedereen aan het einde van de sessie ook altijd aan om één ding van al het gehoorde, ervarene en beleefde zo snel mogelijk zelf toe te passen. Bij het onderwijs onderstrepen we dat zij een extra verantwoordelijkheid dragen om hun leerlingen voor te bereiden op alles wat komen gaat.

En eigenlijk beperkt zich dat niet alleen tot docenten. Iedereen is in zekere zin verantwoordelijk voor een eigen toepassing én voor de omgeving waarin hij/zij zich bevindt. Als leidinggevende, maar ook als collega’s onderling op een afdeling of zelfs zzp’ers en hun netwerk.

Dus als jij ook weer ‘moet’ kijk dan vooral of je het leuker kan maken, in eerste instantie voor jezelf. En als je weer ‘mag’ zie dan in elke dag een mogelijkheid voor jezelf én voor anderen om het werk nog betekenisvoller te krijgen door zowel de bedoeling weer scherp te krijgen als een stap 1 te zetten in de richting van die bedoeling.

Veel werkplezier toegewenst!

Ben je benieuwd naar onze nieuwe workshops? Woensdag 20 november 2019 geven we ’s-avonds in ’s-Hertogenbosch beide workshops voor een aantal relaties. Stuur een van ons even een mail/app dan zorgen we dat je er ook bij kan zijn!

Alleen ‘NEE’ zeggen is niet genoeg.

Stress. Oververmoeid. Opgebrand. Veel mensen hebben daar in meer of mindere mate mee te maken. Soms zijn de klachten zo erg dat we spreken van een burn-out. Eén op de 7 werknemers geeft aan opgebrand te zijn van zijn of haar werk. Nu hebben wij al vaker geschreven over hoe wij denken dat dat helemaal niet nodig is maar steeds vaker lezen we in blogs en artikelen ook ‘de oplossing’ om burn-out te voorkomen, namelijk gewoon meer ‘Nee’ zeggen. Simpel toch?

‘Nee is genoeg’, zegt het artikel dan. ‘Nee zeggen’ sterkt je zelfvertrouwen en voorkomt te veel werk en stress. Door nee te zeggen tegen de ander zeg je feitelijk ja tegen jezelf. 

Nee zeggen is inderdaad sterk. Maar juist door context te geven, ook de reden waarom je nee zegt te geven, geef je de ander inzicht in het ‘waarom van de nee’. Zo kunnen ze voor een volgende keer inschatten of ze je weer een vraag kunnen stellen. 

‘Nee, ik heb nu geen tijd – de volgende keer misschien wel.’

‘Nee, ik kan dat niet – misschien kan je beter aan die of die vragen.’

‘Nee, ik heb een betere oplossing – hier worden we allebei beter van.’

‘Nee, ik wil dat niet – het maakt me onzeker en ik kan de kwaliteit niet borgen’

‘Nee, ik wil dat niet – je doet me zeer en je bent mijn type niet’

Nee mét uitleg is soms lastiger, want je geeft een persoonlijk inkijkje. Het vraagt moed om méér dan alleen nee te zeggen. Maar je wordt er beduidend sterker van én de ander kan ook weer vooruit.

Dus nee, wat ons betreft alleen nee zeggen is niet genoeg!

Overigens is ‘nee’ niet automatisch een ‘ja’ in de goede richting. Als je weet waar je ‘ja’ tegen zegt is het duidelijker waar en waarom je ‘nee’ moet zeggen tegen activiteiten die niet in het verlengde van jouw ‘ja’ liggen.

Je ‘speelt’ de piano.

“Het gaat om de reis, niet de bestemming”

‘Het leven is een reis’

Het zijn veeluitgesproken quotes, maar kloppen ze ook? Allan Watts (1915-1973), een zen-boeddhist, vindt van niet. Het leven is geen reis. Integendeel: het zien van het leven als een reis leidt ertoe dat we denken steeds maar ergens naar op weg te zijn, en daarmee het hier en nu als onbetekenend tussenstation te zien.

‘Vergelijk het met muziek’, zegt Watts. Muziek heeft niet als doel om zo snel mogelijk tot een einde te komen. Dan zou de dirigent die het snelst bij het einde van het muziekstuk is de winnaar zijn. Een krankzinnige gedachte. Je spéélt piano. Wie ‘werkt’ er piano? Nee, je speelt. Je gaat erin op, je verliest je gevoel voor tijd en ruimte, je verliest jezelf. Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Hetzelfde geldt voor dans: Je voert niet een dans uit om zo snel mogelijk ergens op een bepaalde plek in de ruimte te staan. Je danst. Je speelt. En ieder danspaar speelt z’n eigen dans en gaat erin op. Ook hier: Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Waarom richten we ons onderwijs, ons bestaan, ons werk dan wel zo in? Waarom hebben we als doel om op ons 18eeen diploma te hebben, en op ons 23ste een functie, een baan, een specifieke geliefde? Waarom zien we het leven als een reis met te halen bestemmingen op bepaalde momenten in de tijd? Verderop.  In plaats van een speelmoment nu. Nu opgaan in het leren. Nu opgaan in de muziek. Nu verdwijnen in de dans. Allemaal mogelijkheden om nu te genieten.

Dus ook in ons bestaan geldt: Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Leestip: (Geluk=realiteit-verwachting)

Geluk = realiteit – verwachting

Er bestaat een formule voor geluk. Een hele simpele zelfs, die iedereen NU toe kan passen om gelukkig te zijn. En die hebben wij niet zelf bedacht, maar we kunnen ons er prima in vinden. Want wij denken ook: geluk is een keuze.

De formule is als volgt:

Geluk = realiteit – verwachting. 

Of iets specifieker:

Geluk = jouw perceptie van de realiteit – jouw verwachtingen van het leven.

Deze formule komt uit De logica van geluk’ door Mo Gawdat. Als je in deze formule ‘verwachting’ weglaat, krijg je: Geluk = realiteit. Oftewel het leven zoals het zich aandient, hoe moeilijk soms, is de basis van het geluk. Het ongeluk doemt op als je je eigen verwachtingen een te zwaar gewicht geeft in je leven.

Je bent dus de regisseur van je eigen geluk. (Hoge) verwachtingen leiden vrijwel altijd tot een teleurstelling. Leer te genieten van wat er is. Leer dat geluk de realiteit is. Precies dat.

“Laat bloeien” deze zomer

Voor veel mensen is de zomer een periode waar ze het hele jaar naar uitkijken, omdat ze dan weer een paar weken op vakantie mogen. Hè lekker, hoeven we even niet te werken. Vaak zijn de eerste drie dagen van de vakantie ook echt nodig om bij te komen, van het werk. Hoe komt dat toch?

Hoewel we niet voor iedereen antwoord kunnen geven, denken we dat voor veel mensen geldt dat ze niet doen waar ze echt gelukkig van worden. Ze hebben een baan die misschien wel goed verdient of status oplevert. Of ze denken dat ze niet de goede opleiding hebben voor hun echte droombaan. Of het ergste: ze denken dat ze te oud zijn.

Maar het is nooit te laat om te bloeien. Vanaf het moment dat we naar school gaan, worden we gedwongen om alle stapjes in een vooraf bepaald ritme te zetten: na de basisschool kies je een schoolnivo, dan een profielkeuze met daarin je eindexamenvakken, de vervolgstudie, de eerste baan en het bijbehorende functieprofiel… Maar dit ritme is lang niet voor iedereen geschikt. Het zorgt ervoor dat je nauwelijks tijd krijgt om elke keer opnieuw jezelf af te vragen: waar word ik écht blij van?

Dus doe het deze zomer anders: word een laatbloeier. Ook als je nog jong bent. Laat deze zomer bloeien waar je echt plezier in hebt. Ga na hoe je dat in je werk kunt integreren. Het mag best iets heel kleins zijn, maar zorg dat je ook op je werk elke dag met plezier doet wat je doet. En lukt het niet in je werk? Doe het dan in ieder geval in je vrije tijd, of zoek naar een baan waar je wel van gaat bloeien. Zorg dat je open staat voor wat er op je pad komt, zodat je vol overtuiging ‘ja’ kunt zeggen tegen de juiste dingen!

Wat neem je mee?

Wat neem je mee

De vakantieperiode is weer aangebroken en dus zijn velen van ons bezig met de vraag “Wat neem ik mee”. Wij stellen onszelf die vraag echter continu, niet alleen bij het inpakken voor een vakantie.

Sinds enige tijd hebben wij een nieuwe workshop, die we nu een aantal keer hebben gedaan. En de eerste keer verschilde enorm van de laatste keer. Niet één workshop was precies hetzelfde. Waarom? Omdat we samen elke keer zo scherp mogelijk evalueren, gelijk na iedere workshop, en kijken naar wat we mee kunnen/moeten nemen. Continue evaluatie, niet om een plan aan te passen – want we hebben geen plan – maar om een zo goed mogelijke nieuwe stap 1 te zetten.

Na stap 1 komt immers een nieuwe stap 1. Met de bedoeling scherp voor ogen is het vooral kijken wat je meeneemt van je huidige stap 1. Daarom evalueren wij gelijk na elke workshop en zien we dit als een continu proces. De volgende workshop – de volgende stap 1 – is daarom nét even anders. Als we weken zouden wachten met de evaluatie (of nog langer zoals zo vaak gebeurt met projecten en plannen) dan zijn we het gevoel en de details allang kwijt. Juist die details maken het mogelijk om de kleine aanpassingen te doen die vaak het verschil blijken te zijn.

Ook met de mensen voor wie we de workshop geven evalueren we snel. Die feedback is voor ons erg waardevol, omdat we daarmee kunnen toetsen of dat wat we kwijt willen ook goed aankomt bij onze toehoorders. Zouden we met deze evaluaties te lang wachten, dan ontnemen we onszelf de kans om de oprechte – want spontane – mening van de mensen voor wie het doen te horen.

Elke keer vragen we onszelf dus vooral af: wat nemen we mee, wat laten we achter en wat voegen we toe? Daardoor is onze volgende workshop iedere keer nét even anders dan de vorige. 

Heb jij ook zo’n jeuk?

Laatst hoorde ik (Patrick) Gary Vaynerchuk praten over ‘Scratch your own itch’, in goed nederlands “krab je eigen jeuk”. Zijn uitleg was dat je datgene moet doen waar JIJ jeuk van krijgt. Dat sprak ons aan: niet alleen maar andermans jeuk ‘herkennen’, maar vooral aan de slag met je eigen jeuk. En dat kan negatief en positief! 

Stel, je ergert je aan iets (negatieve jeuk). Als je vindt dat het anders moet maar het ligt buiten je invloed, dan moet je er geen energie aan besteden en dus proberen de jeuk te negeren. Maar als je wél invloed hebt, dan moet je er ook iets mee doen, en zorgen dat de jeuk verdwijnt: keuzes maken, actie ondernemen, iets doen.

Positieve jeuk bestaat ook en uit zich in de vorm van een kriebel. Veel mensen negeren die kriebel, maar wij vinden dat je juist met die kriebel ook iets moet doen. Heel lang hebben wij, voordat we Vrije Denkers werden, vooral geprobeerd de negatieve jeuk weg te halen. Zo hebben we tijdens onze loonslavernij onder andere het beoordelingsgesprek afgeschaft en onze manager ‘ontslagen’ (link). Dat maakt het werk wel leuker, maar echt gaaf werd het pas toen we onze positieve jeuk, onze kriebel, gingen volgen. Want waar wij echt energie van krijgen is mensen inspireren met prikkelende presentaties. Dat was een flinke kriebel die heeft geleid tot waar we nu staan!

De illusie van kennis

Onlangs lazen we over een interessant psychologisch experiment van de Universiteit van Liverpool met een groep mensen aan wie gevraagd werd hoe hoog ze zichzelf zouden inschatten met betrekking tot hun kennis van de werking van fietsen. Op een schaal van 1 tot 7, waarbij 1 ‘niets’ was en 7 ‘alles’, schatten de meeste mensen hun kennis van fietsen redelijk hoog in. Vervolgens kregen ze de vraag om een technische schets van een fiets verder in te tekenen en de verschillende onderdelen te verbinden. Deze tekeningen werden door de kunstenaar Gianluca Gimini in een 3D tekening omgezet en toen bleek al snel dat de meeste fietsen onmogelijk de weg op zouden kunnen.

Opvallend is dat vooral de mensen die dachten dat ze wel wisten hoe een fiets werkt – die zichzelf een hoog cijfer hadden gegeven – er behoorlijk naast zaten met hun tekeningen. Een ketting die twee wielen verbond, of juist nergens aan vast zat. Een stuur dat aan het frame zat en dus niet kon draaien. Vaak denken we precies te weten hoe iets in elkaar steekt – en zitten we er mijlenver naast.

Wij noemen dit de illusie van kennis. Hoe meer je denkt te weten, hoe minder je ervan uit moet gaan dat je het weet. Al eerder schreven we over ‘na middernacht’ en dat is ook wat we hier bedoelen. De veranderingen gaan zo snel, veel sneller dan we bij kunnen houden, dat elke wetenschap, elk feit achterhaald kan zijn op het moment dat jij denkt er alles van te weten. Daarom zeggen we ook:

“Het ergste is niet dat je iets niet weet
maar dat je denkt het zeker te weten!” 

‘Stap 1’ is niet hetzelfde als ‘de eerste stap’!

Laatst hadden we een vervolgsessie van een groot landelijk opererend bedrijf waar we in december vorig jaar een eerste sessie hadden gegeven. Wat we merkten met het ophalen van ervaringen uit de eerste sessie is dat veel mensen aangaven moeite te hebben met het bepalen van ‘de eerste stap’. Maar de ‘eerste stap’ (bepalen) is wat anders als ‘stap 1 ’ (zetten) en dat vraagt misschien wat uitleg.

‘De eerste stap’ suggereert namelijk een tweede stap. Het suggereert een plan, een stap met voorbedachten rade. Een route. Een reeks. Een scenario. Wij hebben al eerder geschreven over wat we van plannen vinden en dat geldt al helemaal voor stap 1. Stap 1 is namelijk een stap in de richting van de bedoeling en dan maakt het niet uit wat je doet, als je maar in beweging komt. Mét uiteraard gevoel voor richting maar met ontbreken van inzicht in een volgende stap. Je gaat een relatie aan met het onbekende, het nieuwe, dat wat je tegenkomt. Pas daarin ontstaan de grondstoffen voor een nieuwe stap. Je gaat expliciet géén relatie aan met een in een plan voorbedachte stap 2. Oftewel je resoneert op de rauwe werkelijkheid en niet op een theoretische verhandeling.

En het woordje ‘bepalen’ (van een eerste stap) is ook een indicatie dat het klaarblijkelijk weer niet om het ‘doen’ lijkt te gaan, maar om het veilig theoretisch benaderen van een eerste stap. Stap 1 ‘zetten’ is gedrag en actie, ‘een eerste stap bepalen’ is een intentie formuleren en bedenken wat er zou kunnen gebeuren. En daar gaat het mis. Het gaat hier dus om het gedrag en de effecten ervan en niet om de intentie en het voorspellende effect ervan.

En dat is heel moeilijk. Denk ook aan wat Newton zegt: 

Een object in rust wil in rust blijven. Een object in beweging wil in beweging blijven.

Dat betekent dat als je geen externe kracht uitoefent op een object, het in zijn huidige toestand blijft. Die externe kracht, dat is stap 1. En omdat in beweging komen zo lastig lijkt, moet stap 1 dus het kleinst mogelijke stapje zijn. Zodat je in beweging komt – en in beweging blijft! Na stap1 komt immers…. stap 1. Het effect van de nieuwe stap 1 openbaart zich in de vorige stap 1. Dat kan stap 2 niet zijn.

Voel je het verschil?

Waarom zijn meisjes nooit de held?

Ik (Patrick) kreeg laatst een boek cadeau: Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes. Een prachtige verzameling van korte verhalen over heldinnen door de eeuwen heen – beroemd (Michelle Obama, Serena Williams, Amelia Earheart) en minder bekend. Ik heb het aan mijn dochter van 9 gegeven en sindsdien leest ze iedere avond in het boek. Haar lievelingsverhaal is van een Mexicaans meisje dat graag arts wilde worden, in een tijd en in een land waar meisjes niet mochten studeren. Zij schreef een brief aan de president dat zij vond dat meisjes ook zouden mogen studeren en de president was het met haar eens. Na haar studie bleek ze geen examen te mogen doen en opnieuw schreef zij de president. Ook nu was hij het met haar eens en hij was zelfs op haar afstuderen. Zij was Matilde Montoya, de eerste vrouwelijke arts in Mexico.

Dit verhaal, en alle andere verhalen in het boek, inspireren meisjes als mijn dochter om de heldin te worden in hun eigen verhaal. Het is, ook voor ons, een inspiratiebron voor dogmavrij opvoeden. Het boek Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes is ook op die manier ontstaan. Twee moeders verwonderden zich over het gebrek aan boeken voor hun dochters waarin meisjes de hoofdpersoon zijn (zoals Pippi Langkous). Als experiment gingen zij een bibliotheek binnen en zochten aan de hand van enkele vragen naar boeken met meisjes in een hoofdrol. Dat bleken er zo weinig, dat ze hun eigen boek schreven – en met succes. Inmiddels is er een deel 2, die mijn dochter met stip op haar verlanglijst heeft staan. 

We vertellen onze kinderen dat ze alles kunnen worden wat ze willen. Maar is dat wel zo, als we ze blijven voeden met vooroordelen? Onze kinderen zijn helemaal goed zoals ze zijn. Ze ZIJN immers al iemand.

“Wat wil je later worden?” vroeg de juf.‘
t Was in de derde klas.
Ik keek haar aan en wist het niet.
‘k Dacht dat ik al iets was
(Toon Hermans)

Geen geld om naar een begrafenis te kunnen gaan.

Hoe vaak praat je als organisatie niet óver je klanten in plaats van mét je klanten? En dan bedoelen we niet ‘wilt u daar frietjes bij?’, maar écht praten over de dingen die ertoe doen. (Een ‘narratief kader’ hanteren in plaats van een ‘normatief kader’). 

Onlangs waren we bij een evenement van NVVK dat georganiseerd was voor verschillende begeleiders uit de schuldhulpverlening. Vlak voor ons vertelde een dame van organisatie MEE over ‘het grote midden’, waar wij in onze presentatie ook over spreken (normaalverdeling). 68% van alle mensen heeft een ‘normaal, gemiddeld’ IQ. Dat betekent dat 32% daarbuiten valt, waarvan 16% dus een lager dan gemiddeld IQ heeft. Dat betreft dus ongeveer 1 op de 8 mensen! En vrijwel alle organisaties richten zich op die grote middengroep. De groep met hogere IQ kan vaak nog wel mee daarin, maar de mensen die een lager dan gemiddeld IQ hebben, vallen daarmee buiten de boot. Hiermee wordt een toch al zo kwetsbare groep nog kwetsbaarder.

Dat bleek nog eens extra tijdens de presentatie toen ervaringsdeskundige Danny (behorende tot de oranje groep) geïnterviewd werd en zelf het hebben van grote schulden had ervaren. Hij vertelde hoe hij zijn baan als lasser verloor, zijn huur niet meer kon betalen en hoe het maanden duurde voordat hij in gesprek met de corporatie kwam en kon vragen om een goedkopere woning. De huurachterstand was toen al zo hoog, dat hij voor geen enkele woning meer in aanmerking kwam. Hij kwam in de schuldhulpverlening en liep ook daar tegen het nodige onbegrip aan. Zo kon hij ook niet naar een begrafenis omdat zijn bewindvoerder meldde dat er geen geld voor was binnen zijn budget, terwijl aanwezigheid op die begrafenis voor hem veel waarde had. Op zo’n moment botst een ‘normatief kader’ tegen het ‘narratieve kader’. 

Een vurig betoog van een lieve eerlijke man die duidelijk een helpende hand kon gebruiken. Het is de meest duidelijke manier om in te zien wat er nodig is en hoe je daarin behulpzaam kunt zijn.

Een verhaal van een echt mens met een echte ervaring en een echte noodzaak, daar kan geen formulier, proces of theoretisch kader tegenop.

Dank aan NVVK en congresorganisator Hoezo! voor hun bijzonder mooie werk en congresorganisatie. En uiteraard dank voor de gelegenheid om ons steentje daarin bij te dragen op het podium!

“Mijn knie doet pijn. Doe er wat aan.”

Onlangs zaten wij bij de fysiotherapeut samen. Niet om behandeld te worden, al zou dat best kunnen, maar omdat deze fysiotherapeut een experiment wil aangaan. Een nieuwe manier van mensen behandelen: zonder ingewikkelde vergoedingen, maximaal aantal behandelingen en onnavolgbare verzekeraarsregels. En mét maximale motivatie, resultaatafspraken en eerlijke prijzen. Hij kwam bij ons om te vragen: hoe kan ik gaan werken met waardebepaling achteraf?

Hij wil veel meer op basis van de intrinsieke motivatie van mensen behandelen. Vaak komen patiënten namelijk bij hem en leggen hun probleem bij hém neer: ik heb mijn enkel verzwikt – los jij het op? Hij wil, samen met de patiënt, vooraf bekijken welk resultaat mogelijk is en de waarde van de behandeling koppelen aan het resultaat. 

Zijn tweede reden is dat hij minder afhankelijk wil zijn van verzekeraars. De verzekerde moet proberen vooraf in te schatten hoeveel behandelingen er plaats gaan vinden in een jaar. De verzekeraar schat in hoeveel behandelingen er in een jaar gedaan mogen worden, hoe lang ze mogen duren en wat er per behandeling gerekend mag worden. De werkelijkheid is altijd anders dan deze inschattingen en het is vaak aan de fysiotherapeut om dit dan maar op te lossen.

Deze fysiotherapeut is daarom op zoek gegaan naar het kleinst mogelijke stapje dat hij kon nemen. Hij gooit niet zijn hele praktijk om, maar begint met een klein experiment. Met één klant heeft hij afspraken gemaakt: Wat gaan we doen, welk resultaat willen we bereiken en welke waarde kunnen we daar aan koppelen. Na twaalf weken evalueren ze, kijken wat wel en niet gewerkt heeft en besluiten dan samen om door te gaan of te stoppen. Na Stap 1 komt immers een nieuwe Stap 1.

Zou jij mee kunnen en willen gaan in zo’n experiment en kun jij inschatten hoeveel jouw gezondheid je waard is?

… z’n mondje is alleen te groot

Mijn (Arthur) dochter Sofía kwam recent thuis met haar rapport. Ze is net 5 geworden. Natuurlijk volgde daar ook een 10-minutengesprek op. In dat gesprek vertelde ik de juf dat het enige dat ik echt interessant vond in dat rapport haar persoonlijke reflectie op Sofía was. Cijfers en/of t/v/o zeggen (mij) niet zo veel, zeker niet op die leeftijd. Veel liever hoor ik hoe creatief, eigenzinnig, verbeeldend en/of origineel Sofía is op school. Maar ja, dat zijn geen ‘toetsingscriteria’. Taal wel. Cijfers en rekenen wel. 

Ik moest terugdenken aan de tijd dat ik nog in loondienst werkte en soms weken intense arbeid besteedde aan het schrijven van aanbestedingen. De gunning van zo’n ‘tender’ ging ook op basis van ‘harde criteria’ en cijfers, waarbij eigenlijk iedereen wist dat de laagste prijs uiteindelijk de doorslag gaf. Het gebrek aan inspirerende professionele subjectiviteit vanuit vakmanschap en de nadruk op de valse zekerheid die de zogenaamde objectieve criteria en cijfers geven, verarmen de opdracht en verschralen de relatie. Door de weging van factoren krijg je nooit de beste opdrachtnemer, maar blijf je altijd in een grijs gemiddelde zweven. 

Het ergste is het ontbreken van de mogelijkheid een relatie op te bouwen. Een criterium als ‘persoonlijke klik’ is cruciaal maar telt niet mee. ‘Het meest spannende voorstel’, originaliteit, verbeelding of het stellen van de juiste vragen leveren je geen punten op. De mogelijkheid om vragen te stellen kun je niet goed inzetten als onderscheidend vermogen, omdat alle vragen anoniem worden gemaakt en antwoorden naar elke aanbieder terugkomen.

Op Sofia’s rapport staan prima beoordelingen. Straks bij het eindrapport bepaalt het gemiddelde van al haar cijfers of ze ‘over’ mag. Ik twijfel er niet aan dat dat gaat lukken, maar liever zie ik of ze vooruitgaat in creativiteit, of ze blijk geeft van inlevingsvermogen en of ze een beetje vrij kan denken en dat ook laat zien. Cijfers, criteria en objectiviteit… ik ruil ze graag in voor een persoonlijke reflectie op wat haar uniek maakt. 

In de foto mijn rapport toen ik in de 1eklas zat van de ‘lagere school’. Toen een ‘aandachtspunt’ en het heeft mij 50 jaar gekost om dat mondje weer gewoon te gebruiken. Mijn oren waren knalrood en geknakt van de grote knuisten van de hoofdmeester die mij geregeld aan mijn oren dragend in de hoek zette, maar ik ben blij dat ie opmerkte dat m’n mondje te groot was ;-). Kan ik dat mooi nu in mijn blog gebruiken, dank Meester Hoogeveen. Veel te vroeg gestorven helaas.

Maak je niet druk!

Sinds een paar maanden rij ik (Patrick) elektrisch. Dat was natuurlijk vanuit het oogpunt van duurzaamheid, maar ook heel erg uit nieuwsgierigheid. Wat brengt elektrisch rijden mij, en wat geef ik ervoor op? Ik dacht dat ik me vooral druk zou maken over op tijd opladen en ‘het halen van mijn bestemming’. Afgelopen week kwam ik thuis na een skivakantie in Frankrijk met mijn vrouw en drie kinderen. Ik weet nu wat het rijden van een Tesla mij vooral brengt: onthaasting.

Over heel veel dingen hoef ik namelijk niet meer na te denken. Het rijden is supercomfortabel. De auto beschikt over een heel constant vermogen, dus een helling neemt ie net zo makkelijk als de snelweg. Remmen hoeft bijna niet meer: het gaspedaal iets minder indrukken is voldoende. En vooral handig: ik vertel de auto waar ik heen wil, en hij geeft aan waar onze eerste stop is om weer op te laden. Zelfs de auto vindt: na stap 1 komt stap 1 😉

En op deze manier halen we heel veel haast-gevoel uit onze reis. De terugreis bijvoorbeeld zijn we om half zes in de ochtend begonnen. Rond half acht zijn we gestopt om wat te ontbijten. Op ons gemak, want de auto heeft tijd nodig om op te laden. Maar wat een stress, drukte en haast in het hotelrestaurant om ons heen! Gezinnen op weg naar of terugkomend van vakantie, die gehaast een croissant naar binnen duwen en koffie en jus d’orange half laten staan. Snel snel, voordat we in de file komen. Opschieten, want anders komen we te laat aan. Nu weg, want stel je voor….

De auto heeft mij geleerd (of gedwongen?) om niet meer in die haast-stand te staan. Om mij over te geven aan de tijd die de reis duurt, waardoor het uiteindelijk niet meer uitmaakte of we nu reden of stilstonden. Ja, we hebben er veel langer over gedaan, maar toch voelde het niet zo. De reis was echt onderdeel van de vakantie. We hebben ons uiteindelijk zestien uur en bijna 1200 km niet druk gemaakt. Dat kon ook sneller, 13 uur zou ook haalbaar moeten zijn, maar dit voelde nu prima. Op naar de volgende reis!

Wat als je het niet zelf kunt uitzoeken?

Onze nieuwste workshop heet ‘Zoek het zelf lekker uit’. Waarom deze titel? Omdat je altijd een eigen verantwoordelijkheid draagt en zelf in actie zult moeten komen als je leven niet helemaal loopt zoals je je dat had voorgesteld. Jij bent immers de enige die weet hoe het anders zou moeten of hoe je het anders zou willen.

En toch zijn er soms situaties waarin je het niet zelf kunt of durft uit te zoeken. Ik (Arthur) deel in deze blog drie ervaringen van gebeurtenissen uit mijn jeugdjaren waarin ik het niet zelf kon of durfde uit te zoeken en wat ik daarvan heb geleerd.

Mijn eerste gevoel van onvrijheid vond plaats in de brugklas. We hadden Nederlandse les in een bijgebouw. Zo’n locatie waar af en toe een klas komt maar voor de rest van de dag is uitgestorven. Als kleinste van de klas was ik vaak ‘de pineut’. Zo noemde ik dat toen, vandaag zou het woord ‘gepest’ beter passen.

Brugklas F.A.Minkema Woerden 1975

Ik liep na de les als laatste het gebouw uit toen klasgenoot Peter W., de grootste en stoerste jongen van de klas, terugliep, mij omhoogtilde en mij aan mijn broekriem ophing aan een kapstokhaak (de bovenste grote haak) en wegliep. Ik kon mijn riem niet losmaken door mijn eigen gewicht en elke poging daartoe verhevigde de pijn. Immers je ‘zaakje’ komt aardig in de verdrukking. Het heeft zeker een uur geduurd voordat er iemand kwam om mij uit deze benarde positie te bevrijden.

Het was het langste uur ooit en het heeft mij twee dingen geleerd: (1) om mij over te moeten/kunnen geven aan een situatie waarin ik niets aan kan veranderen en (2) wat onvrijheid en hulpeloosheid met een mens kan doen. Ik moest wachten op hulp. Ik had domweg geen keuze. 

Over ‘zaakje’ gesproken. De tweede gebeurtenis was in de vakantieperiode en vond meer dan eens plaats. Ik had een oom in Oostenrijk, het land waar mijn moeder is geboren en waar wij dus geregeld vertoefden. Ik kon bijzonder goed opschieten met Oom M.. Hij had een merkwaardig soort humor en bijzondere affectie met discipline en orde die mij intrigeerde. We hebben veel gelachen, maar hij ‘zat ook vaak aan mij’ op een manier die ik toen niet kon verklaren. Ik verzette mij wel als het gebeurde, maar groot als hij was had dat niet heel veel effect. De enige vrijheid ik mijzelf kon bieden was aan te geven op de klok naast zijn bed met van die omslaande cijfers, dat het ‘over 10 minuten toch echt wel over moest zijn’. Dat omslaan van die cijfers duurde eeuwig omdat het enige dat ik deed was kijken naar die klok terwijl oom M. zich aan mijn lichaam vergreep.

Hoe lang een minuut soms kan duren

Ik wist niet hoe ik de vrijheid moest verkrijgen anders dan een limiet aan de tijdsduur van mijn onvrijheid zelf te bepalen. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien.

Ik had het niet fijn op de middelbare school. Ik vond de lessen niet leuk en wilde liever buiten spelen en zwemmen. Het advies aan het eind van de brugklas werd dan ook, door de matige cijfers, Mavo. Mijn vader was daarover erg boos en zei me dat ik de brugklas over moest doen zodat er een ander resultaat uit zou komen namelijk ‘Atheneum’. Dat lukte, maar na een paar jaar stuurde mijn ouders me alsnog naar een jongensinternaat omdat ik in vier Atheneum alsnog strandde.

Jongensinternaat Holterhoek 1978

Een strenge discipline werd me opgelegd. En hoewel het internaat stevig werd geleid gaf de internaatsdirecteur mij het advies om de Havo maar eerst eens te doen. Dat luchtte mij enorm op en mijn zelfvertrouwen nam toe. Ik leerde, weliswaar door een gedwongen ervaring, dat er een relatie bestaat tussen gedisciplineerd huiswerk maken en goede resultaten. 

De Havo-docent wiskunde schreef de wiskundevergelijkingen in minutieus kleine stapjes uit op het bord zodat ik op een gegeven moment zelf de grotere stappen kon maken en het abstracte denken kon leren. Ik heb daar geleerd dat naast discipline ook kleine stapjes elk mens in staat stellen om een eigen leertempo aan te nemen en vooruitgang te boeken. 

Als kind was ik de vrijheid zelve, maar ben ik door onwetenheid, onmacht, een klasgenoot en een oom van mijn vrijheid beroofd. Ik weet dat ik niet de enige ben met dergelijke ervaringen. Het heeft mij in elk geval het inzicht gegeven in wat vrijheid is. Op het internaat leerde ik ook dat er een ander soort vrijheid bestaat. Vrijheid door discipline. En van oom M. heb ik in elk geval geleerd dat er een grens aan onvrijheid kan worden gesteld, maar ook dat het beroven van iemands (onschuld en) vrijheid echt niet in de haak is (to say the least).

Uiteraard zijn dit mijn lessen en niemand kan daar direct iets mee. Maar indirect misschien wel en wellicht dat er ergens iemand is die er kracht aan kan ontlenen. Ikzelf in elk geval door het te delen. En als ‘vrije denker’ en ‘vrij ondernemer’ zal ik altijd blijven strijden voor vrijheid van elk mens, zowel in denken als in doen.

‘Zoek het zelf lekker uit’ is een uitnodiging om zelf op zoek te gaan naar wat belangrijk voor je is en actie te ondernemen. Een workshop waarin wij over onze eigen zoektocht naar vrijheid en verantwoordelijkheid vertellen en vermengen met de noodzaak tot veranderen in een steeds sneller veranderende wereld. ‘Zoek het zelf lekker uit’ is een logisch vervolg op ‘Doen is de beste manier van denken’.

Vergeet het maar!

Je herkent het vast wel: overal to-do lijstjes, een herinneringen-app, een notitieboekje in je tas… We schrijven alles op en omarmen elke nieuwe methode die ons daarbij helpt. Van Getting Things Done tot Bullet Journals. Want stel je toch eens voor dat je iets zou vergeten!

En wat blijkt nu? Vergeten is ontzettend belangrijk. Elke dag verandert er van alles om je heen en je moet er niet aan denken om alles te onthouden. Waar vorige week je auto stond is nu niet belangrijk meer. Je brein moet zich voortdurend aanpassen aan de veranderende omgeving: nieuwe dingen onthouden en andere dingen vergeten. We moeten doelgerichtvergeten.

‘Ja natuurlijk’, zal je zeggen, ‘natuurlijk vergeet ik waar ik vorige week mijn auto had staan. Maar het is wel hartstikke belangrijk dat ik onthou dat…’ en vaak gevolgd door een opsomming van to-do’s. Waarvan we dénken dat die in de categorie ‘niet vergeten’ vallen. Maar die best wel eens in de categorie ‘waar vorige week de auto stond’ kunnen vallen. 

We zijn zo bang om iets te vergeten dat we alles proberen te onthouden. Maar creatief en abstract denken lukt je pas als je heel veel informatie vergeet – weglaat, loslaat, negeert.  Vergelijk het met een beeld in een blok marmer, dat je pas ziet als je overtollige marmer wegbeitelt. We hebben ruimte nodig in ons hoofd om nieuwe verbanden te zien, nieuwe dingen te leren en verder te komen. 

Daarom zijn wij een voorstander van niets meer opschrijven. Als het echt belangrijk is, komt het vanzelf weer naar boven. Alles opschrijven zorgt er alleen maar voor dat je heel hard moet onthouden waar je alles opgeschreven hebt. Vergeet het gewoon! 

En vergeet ook rustig dat we dit gezegd hebben 😉