Heb jij ook zo’n jeuk?

Laatst hoorde ik (Patrick) Gary Vaynerchuk praten over ‘Scratch your own itch’, in goed nederlands “krab je eigen jeuk”. Zijn uitleg was dat je datgene moet doen waar JIJ jeuk van krijgt. Dat sprak ons aan: niet alleen maar andermans jeuk ‘herkennen’, maar vooral aan de slag met je eigen jeuk. En dat kan negatief en positief! 

Stel, je ergert je aan iets (negatieve jeuk). Als je vindt dat het anders moet maar het ligt buiten je invloed, dan moet je er geen energie aan besteden en dus proberen de jeuk te negeren. Maar als je wél invloed hebt, dan moet je er ook iets mee doen, en zorgen dat de jeuk verdwijnt: keuzes maken, actie ondernemen, iets doen.

Positieve jeuk bestaat ook en uit zich in de vorm van een kriebel. Veel mensen negeren die kriebel, maar wij vinden dat je juist met die kriebel ook iets moet doen. Heel lang hebben wij, voordat we Vrije Denkers werden, vooral geprobeerd de negatieve jeuk weg te halen. Zo hebben we tijdens onze loonslavernij onder andere het beoordelingsgesprek afgeschaft en onze manager ‘ontslagen’ (link). Dat maakt het werk wel leuker, maar echt gaaf werd het pas toen we onze positieve jeuk, onze kriebel, gingen volgen. Want waar wij echt energie van krijgen is mensen inspireren met prikkelende presentaties. Dat was een flinke kriebel die heeft geleid tot waar we nu staan!

De illusie van kennis

Onlangs lazen we over een interessant psychologisch experiment van de Universiteit van Liverpool met een groep mensen aan wie gevraagd werd hoe hoog ze zichzelf zouden inschatten met betrekking tot hun kennis van de werking van fietsen. Op een schaal van 1 tot 7, waarbij 1 ‘niets’ was en 7 ‘alles’, schatten de meeste mensen hun kennis van fietsen redelijk hoog in. Vervolgens kregen ze de vraag om een technische schets van een fiets verder in te tekenen en de verschillende onderdelen te verbinden. Deze tekeningen werden door de kunstenaar Gianluca Gimini in een 3D tekening omgezet en toen bleek al snel dat de meeste fietsen onmogelijk de weg op zouden kunnen.

Opvallend is dat vooral de mensen die dachten dat ze wel wisten hoe een fiets werkt – die zichzelf een hoog cijfer hadden gegeven – er behoorlijk naast zaten met hun tekeningen. Een ketting die twee wielen verbond, of juist nergens aan vast zat. Een stuur dat aan het frame zat en dus niet kon draaien. Vaak denken we precies te weten hoe iets in elkaar steekt – en zitten we er mijlenver naast.

Wij noemen dit de illusie van kennis. Hoe meer je denkt te weten, hoe minder je ervan uit moet gaan dat je het weet. Al eerder schreven we over ‘na middernacht’ en dat is ook wat we hier bedoelen. De veranderingen gaan zo snel, veel sneller dan we bij kunnen houden, dat elke wetenschap, elk feit achterhaald kan zijn op het moment dat jij denkt er alles van te weten. Daarom zeggen we ook:

“Het ergste is niet dat je iets niet weet
maar dat je denkt het zeker te weten!” 

‘Stap 1’ is niet hetzelfde als ‘de eerste stap’!

Laatst hadden we een vervolgsessie van een groot landelijk opererend bedrijf waar we in december vorig jaar een eerste sessie hadden gegeven. Wat we merkten met het ophalen van ervaringen uit de eerste sessie is dat veel mensen aangaven moeite te hebben met het bepalen van ‘de eerste stap’. Maar de ‘eerste stap’ (bepalen) is wat anders als ‘stap 1 ’ (zetten) en dat vraagt misschien wat uitleg.

‘De eerste stap’ suggereert namelijk een tweede stap. Het suggereert een plan, een stap met voorbedachten rade. Een route. Een reeks. Een scenario. Wij hebben al eerder geschreven over wat we van plannen vinden en dat geldt al helemaal voor stap 1. Stap 1 is namelijk een stap in de richting van de bedoeling en dan maakt het niet uit wat je doet, als je maar in beweging komt. Mét uiteraard gevoel voor richting maar met ontbreken van inzicht in een volgende stap. Je gaat een relatie aan met het onbekende, het nieuwe, dat wat je tegenkomt. Pas daarin ontstaan de grondstoffen voor een nieuwe stap. Je gaat expliciet géén relatie aan met een in een plan voorbedachte stap 2. Oftewel je resoneert op de rauwe werkelijkheid en niet op een theoretische verhandeling.

En het woordje ‘bepalen’ (van een eerste stap) is ook een indicatie dat het klaarblijkelijk weer niet om het ‘doen’ lijkt te gaan, maar om het veilig theoretisch benaderen van een eerste stap. Stap 1 ‘zetten’ is gedrag en actie, ‘een eerste stap bepalen’ is een intentie formuleren en bedenken wat er zou kunnen gebeuren. En daar gaat het mis. Het gaat hier dus om het gedrag en de effecten ervan en niet om de intentie en het voorspellende effect ervan.

En dat is heel moeilijk. Denk ook aan wat Newton zegt: 

Een object in rust wil in rust blijven. Een object in beweging wil in beweging blijven.

Dat betekent dat als je geen externe kracht uitoefent op een object, het in zijn huidige toestand blijft. Die externe kracht, dat is stap 1. En omdat in beweging komen zo lastig lijkt, moet stap 1 dus het kleinst mogelijke stapje zijn. Zodat je in beweging komt – en in beweging blijft! Na stap1 komt immers…. stap 1. Het effect van de nieuwe stap 1 openbaart zich in de vorige stap 1. Dat kan stap 2 niet zijn.

Voel je het verschil?

Waarom zijn meisjes nooit de held?

Ik (Patrick) kreeg laatst een boek cadeau: Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes. Een prachtige verzameling van korte verhalen over heldinnen door de eeuwen heen – beroemd (Michelle Obama, Serena Williams, Amelia Earheart) en minder bekend. Ik heb het aan mijn dochter van 9 gegeven en sindsdien leest ze iedere avond in het boek. Haar lievelingsverhaal is van een Mexicaans meisje dat graag arts wilde worden, in een tijd en in een land waar meisjes niet mochten studeren. Zij schreef een brief aan de president dat zij vond dat meisjes ook zouden mogen studeren en de president was het met haar eens. Na haar studie bleek ze geen examen te mogen doen en opnieuw schreef zij de president. Ook nu was hij het met haar eens en hij was zelfs op haar afstuderen. Zij was Matilde Montoya, de eerste vrouwelijke arts in Mexico.

Dit verhaal, en alle andere verhalen in het boek, inspireren meisjes als mijn dochter om de heldin te worden in hun eigen verhaal. Het is, ook voor ons, een inspiratiebron voor dogmavrij opvoeden. Het boek Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes is ook op die manier ontstaan. Twee moeders verwonderden zich over het gebrek aan boeken voor hun dochters waarin meisjes de hoofdpersoon zijn (zoals Pippi Langkous). Als experiment gingen zij een bibliotheek binnen en zochten aan de hand van enkele vragen naar boeken met meisjes in een hoofdrol. Dat bleken er zo weinig, dat ze hun eigen boek schreven – en met succes. Inmiddels is er een deel 2, die mijn dochter met stip op haar verlanglijst heeft staan. 

We vertellen onze kinderen dat ze alles kunnen worden wat ze willen. Maar is dat wel zo, als we ze blijven voeden met vooroordelen? Onze kinderen zijn helemaal goed zoals ze zijn. Ze ZIJN immers al iemand.

“Wat wil je later worden?” vroeg de juf.‘
t Was in de derde klas.
Ik keek haar aan en wist het niet.
‘k Dacht dat ik al iets was
(Toon Hermans)

Geen geld om naar een begrafenis te kunnen gaan.

Hoe vaak praat je als organisatie niet óver je klanten in plaats van mét je klanten? En dan bedoelen we niet ‘wilt u daar frietjes bij?’, maar écht praten over de dingen die ertoe doen. (Een ‘narratief kader’ hanteren in plaats van een ‘normatief kader’). 

Onlangs waren we bij een evenement van NVVK dat georganiseerd was voor verschillende begeleiders uit de schuldhulpverlening. Vlak voor ons vertelde een dame van organisatie MEE over ‘het grote midden’, waar wij in onze presentatie ook over spreken (normaalverdeling). 68% van alle mensen heeft een ‘normaal, gemiddeld’ IQ. Dat betekent dat 32% daarbuiten valt, waarvan 16% dus een lager dan gemiddeld IQ heeft. Dat betreft dus ongeveer 1 op de 8 mensen! En vrijwel alle organisaties richten zich op die grote middengroep. De groep met hogere IQ kan vaak nog wel mee daarin, maar de mensen die een lager dan gemiddeld IQ hebben, vallen daarmee buiten de boot. Hiermee wordt een toch al zo kwetsbare groep nog kwetsbaarder.

Dat bleek nog eens extra tijdens de presentatie toen ervaringsdeskundige Danny (behorende tot de oranje groep) geïnterviewd werd en zelf het hebben van grote schulden had ervaren. Hij vertelde hoe hij zijn baan als lasser verloor, zijn huur niet meer kon betalen en hoe het maanden duurde voordat hij in gesprek met de corporatie kwam en kon vragen om een goedkopere woning. De huurachterstand was toen al zo hoog, dat hij voor geen enkele woning meer in aanmerking kwam. Hij kwam in de schuldhulpverlening en liep ook daar tegen het nodige onbegrip aan. Zo kon hij ook niet naar een begrafenis omdat zijn bewindvoerder meldde dat er geen geld voor was binnen zijn budget, terwijl aanwezigheid op die begrafenis voor hem veel waarde had. Op zo’n moment botst een ‘normatief kader’ tegen het ‘narratieve kader’. 

Een vurig betoog van een lieve eerlijke man die duidelijk een helpende hand kon gebruiken. Het is de meest duidelijke manier om in te zien wat er nodig is en hoe je daarin behulpzaam kunt zijn.

Een verhaal van een echt mens met een echte ervaring en een echte noodzaak, daar kan geen formulier, proces of theoretisch kader tegenop.

Dank aan NVVK en congresorganisator Hoezo! voor hun bijzonder mooie werk en congresorganisatie. En uiteraard dank voor de gelegenheid om ons steentje daarin bij te dragen op het podium!

“Mijn knie doet pijn. Doe er wat aan.”

Onlangs zaten wij bij de fysiotherapeut samen. Niet om behandeld te worden, al zou dat best kunnen, maar omdat deze fysiotherapeut een experiment wil aangaan. Een nieuwe manier van mensen behandelen: zonder ingewikkelde vergoedingen, maximaal aantal behandelingen en onnavolgbare verzekeraarsregels. En mét maximale motivatie, resultaatafspraken en eerlijke prijzen. Hij kwam bij ons om te vragen: hoe kan ik gaan werken met waardebepaling achteraf?

Hij wil veel meer op basis van de intrinsieke motivatie van mensen behandelen. Vaak komen patiënten namelijk bij hem en leggen hun probleem bij hém neer: ik heb mijn enkel verzwikt – los jij het op? Hij wil, samen met de patiënt, vooraf bekijken welk resultaat mogelijk is en de waarde van de behandeling koppelen aan het resultaat. 

Zijn tweede reden is dat hij minder afhankelijk wil zijn van verzekeraars. De verzekerde moet proberen vooraf in te schatten hoeveel behandelingen er plaats gaan vinden in een jaar. De verzekeraar schat in hoeveel behandelingen er in een jaar gedaan mogen worden, hoe lang ze mogen duren en wat er per behandeling gerekend mag worden. De werkelijkheid is altijd anders dan deze inschattingen en het is vaak aan de fysiotherapeut om dit dan maar op te lossen.

Deze fysiotherapeut is daarom op zoek gegaan naar het kleinst mogelijke stapje dat hij kon nemen. Hij gooit niet zijn hele praktijk om, maar begint met een klein experiment. Met één klant heeft hij afspraken gemaakt: Wat gaan we doen, welk resultaat willen we bereiken en welke waarde kunnen we daar aan koppelen. Na twaalf weken evalueren ze, kijken wat wel en niet gewerkt heeft en besluiten dan samen om door te gaan of te stoppen. Na Stap 1 komt immers een nieuwe Stap 1.

Zou jij mee kunnen en willen gaan in zo’n experiment en kun jij inschatten hoeveel jouw gezondheid je waard is?

… z’n mondje is alleen te groot

Mijn (Arthur) dochter Sofía kwam recent thuis met haar rapport. Ze is net 5 geworden. Natuurlijk volgde daar ook een 10-minutengesprek op. In dat gesprek vertelde ik de juf dat het enige dat ik echt interessant vond in dat rapport haar persoonlijke reflectie op Sofía was. Cijfers en/of t/v/o zeggen (mij) niet zo veel, zeker niet op die leeftijd. Veel liever hoor ik hoe creatief, eigenzinnig, verbeeldend en/of origineel Sofía is op school. Maar ja, dat zijn geen ‘toetsingscriteria’. Taal wel. Cijfers en rekenen wel. 

Ik moest terugdenken aan de tijd dat ik nog in loondienst werkte en soms weken intense arbeid besteedde aan het schrijven van aanbestedingen. De gunning van zo’n ‘tender’ ging ook op basis van ‘harde criteria’ en cijfers, waarbij eigenlijk iedereen wist dat de laagste prijs uiteindelijk de doorslag gaf. Het gebrek aan inspirerende professionele subjectiviteit vanuit vakmanschap en de nadruk op de valse zekerheid die de zogenaamde objectieve criteria en cijfers geven, verarmen de opdracht en verschralen de relatie. Door de weging van factoren krijg je nooit de beste opdrachtnemer, maar blijf je altijd in een grijs gemiddelde zweven. 

Het ergste is het ontbreken van de mogelijkheid een relatie op te bouwen. Een criterium als ‘persoonlijke klik’ is cruciaal maar telt niet mee. ‘Het meest spannende voorstel’, originaliteit, verbeelding of het stellen van de juiste vragen leveren je geen punten op. De mogelijkheid om vragen te stellen kun je niet goed inzetten als onderscheidend vermogen, omdat alle vragen anoniem worden gemaakt en antwoorden naar elke aanbieder terugkomen.

Op Sofia’s rapport staan prima beoordelingen. Straks bij het eindrapport bepaalt het gemiddelde van al haar cijfers of ze ‘over’ mag. Ik twijfel er niet aan dat dat gaat lukken, maar liever zie ik of ze vooruitgaat in creativiteit, of ze blijk geeft van inlevingsvermogen en of ze een beetje vrij kan denken en dat ook laat zien. Cijfers, criteria en objectiviteit… ik ruil ze graag in voor een persoonlijke reflectie op wat haar uniek maakt. 

In de foto mijn rapport toen ik in de 1eklas zat van de ‘lagere school’. Toen een ‘aandachtspunt’ en het heeft mij 50 jaar gekost om dat mondje weer gewoon te gebruiken. Mijn oren waren knalrood en geknakt van de grote knuisten van de hoofdmeester die mij geregeld aan mijn oren dragend in de hoek zette, maar ik ben blij dat ie opmerkte dat m’n mondje te groot was ;-). Kan ik dat mooi nu in mijn blog gebruiken, dank Meester Hoogeveen. Veel te vroeg gestorven helaas.

Maak je niet druk!

Sinds een paar maanden rij ik (Patrick) elektrisch. Dat was natuurlijk vanuit het oogpunt van duurzaamheid, maar ook heel erg uit nieuwsgierigheid. Wat brengt elektrisch rijden mij, en wat geef ik ervoor op? Ik dacht dat ik me vooral druk zou maken over op tijd opladen en ‘het halen van mijn bestemming’. Afgelopen week kwam ik thuis na een skivakantie in Frankrijk met mijn vrouw en drie kinderen. Ik weet nu wat het rijden van een Tesla mij vooral brengt: onthaasting.

Over heel veel dingen hoef ik namelijk niet meer na te denken. Het rijden is supercomfortabel. De auto beschikt over een heel constant vermogen, dus een helling neemt ie net zo makkelijk als de snelweg. Remmen hoeft bijna niet meer: het gaspedaal iets minder indrukken is voldoende. En vooral handig: ik vertel de auto waar ik heen wil, en hij geeft aan waar onze eerste stop is om weer op te laden. Zelfs de auto vindt: na stap 1 komt stap 1 😉

En op deze manier halen we heel veel haast-gevoel uit onze reis. De terugreis bijvoorbeeld zijn we om half zes in de ochtend begonnen. Rond half acht zijn we gestopt om wat te ontbijten. Op ons gemak, want de auto heeft tijd nodig om op te laden. Maar wat een stress, drukte en haast in het hotelrestaurant om ons heen! Gezinnen op weg naar of terugkomend van vakantie, die gehaast een croissant naar binnen duwen en koffie en jus d’orange half laten staan. Snel snel, voordat we in de file komen. Opschieten, want anders komen we te laat aan. Nu weg, want stel je voor….

De auto heeft mij geleerd (of gedwongen?) om niet meer in die haast-stand te staan. Om mij over te geven aan de tijd die de reis duurt, waardoor het uiteindelijk niet meer uitmaakte of we nu reden of stilstonden. Ja, we hebben er veel langer over gedaan, maar toch voelde het niet zo. De reis was echt onderdeel van de vakantie. We hebben ons uiteindelijk zestien uur en bijna 1200 km niet druk gemaakt. Dat kon ook sneller, 13 uur zou ook haalbaar moeten zijn, maar dit voelde nu prima. Op naar de volgende reis!

Wat als je het niet zelf kunt uitzoeken?

Onze nieuwste workshop heet ‘Zoek het zelf lekker uit’. Waarom deze titel? Omdat je altijd een eigen verantwoordelijkheid draagt en zelf in actie zult moeten komen als je leven niet helemaal loopt zoals je je dat had voorgesteld. Jij bent immers de enige die weet hoe het anders zou moeten of hoe je het anders zou willen.

En toch zijn er soms situaties waarin je het niet zelf kunt of durft uit te zoeken. Ik (Arthur) deel in deze blog drie ervaringen van gebeurtenissen uit mijn jeugdjaren waarin ik het niet zelf kon of durfde uit te zoeken en wat ik daarvan heb geleerd.

Mijn eerste gevoel van onvrijheid vond plaats in de brugklas. We hadden Nederlandse les in een bijgebouw. Zo’n locatie waar af en toe een klas komt maar voor de rest van de dag is uitgestorven. Als kleinste van de klas was ik vaak ‘de pineut’. Zo noemde ik dat toen, vandaag zou het woord ‘gepest’ beter passen.

Brugklas F.A.Minkema Woerden 1975

Ik liep na de les als laatste het gebouw uit toen klasgenoot Peter W., de grootste en stoerste jongen van de klas, terugliep, mij omhoogtilde en mij aan mijn broekriem ophing aan een kapstokhaak (de bovenste grote haak) en wegliep. Ik kon mijn riem niet losmaken door mijn eigen gewicht en elke poging daartoe verhevigde de pijn. Immers je ‘zaakje’ komt aardig in de verdrukking. Het heeft zeker een uur geduurd voordat er iemand kwam om mij uit deze benarde positie te bevrijden.

Het was het langste uur ooit en het heeft mij twee dingen geleerd: (1) om mij over te moeten/kunnen geven aan een situatie waarin ik niets aan kan veranderen en (2) wat onvrijheid en hulpeloosheid met een mens kan doen. Ik moest wachten op hulp. Ik had domweg geen keuze. 

Over ‘zaakje’ gesproken. De tweede gebeurtenis was in de vakantieperiode en vond meer dan eens plaats. Ik had een oom in Oostenrijk, het land waar mijn moeder is geboren en waar wij dus geregeld vertoefden. Ik kon bijzonder goed opschieten met Oom M.. Hij had een merkwaardig soort humor en bijzondere affectie met discipline en orde die mij intrigeerde. We hebben veel gelachen, maar hij ‘zat ook vaak aan mij’ op een manier die ik toen niet kon verklaren. Ik verzette mij wel als het gebeurde, maar groot als hij was had dat niet heel veel effect. De enige vrijheid ik mijzelf kon bieden was aan te geven op de klok naast zijn bed met van die omslaande cijfers, dat het ‘over 10 minuten toch echt wel over moest zijn’. Dat omslaan van die cijfers duurde eeuwig omdat het enige dat ik deed was kijken naar die klok terwijl oom M. zich aan mijn lichaam vergreep.

Hoe lang een minuut soms kan duren

Ik wist niet hoe ik de vrijheid moest verkrijgen anders dan een limiet aan de tijdsduur van mijn onvrijheid zelf te bepalen. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien.

Ik had het niet fijn op de middelbare school. Ik vond de lessen niet leuk en wilde liever buiten spelen en zwemmen. Het advies aan het eind van de brugklas werd dan ook, door de matige cijfers, Mavo. Mijn vader was daarover erg boos en zei me dat ik de brugklas over moest doen zodat er een ander resultaat uit zou komen namelijk ‘Atheneum’. Dat lukte, maar na een paar jaar stuurde mijn ouders me alsnog naar een jongensinternaat omdat ik in vier Atheneum alsnog strandde.

Jongensinternaat Holterhoek 1978

Een strenge discipline werd me opgelegd. En hoewel het internaat stevig werd geleid gaf de internaatsdirecteur mij het advies om de Havo maar eerst eens te doen. Dat luchtte mij enorm op en mijn zelfvertrouwen nam toe. Ik leerde, weliswaar door een gedwongen ervaring, dat er een relatie bestaat tussen gedisciplineerd huiswerk maken en goede resultaten. 

De Havo-docent wiskunde schreef de wiskundevergelijkingen in minutieus kleine stapjes uit op het bord zodat ik op een gegeven moment zelf de grotere stappen kon maken en het abstracte denken kon leren. Ik heb daar geleerd dat naast discipline ook kleine stapjes elk mens in staat stellen om een eigen leertempo aan te nemen en vooruitgang te boeken. 

Als kind was ik de vrijheid zelve, maar ben ik door onwetenheid, onmacht, een klasgenoot en een oom van mijn vrijheid beroofd. Ik weet dat ik niet de enige ben met dergelijke ervaringen. Het heeft mij in elk geval het inzicht gegeven in wat vrijheid is. Op het internaat leerde ik ook dat er een ander soort vrijheid bestaat. Vrijheid door discipline. En van oom M. heb ik in elk geval geleerd dat er een grens aan onvrijheid kan worden gesteld, maar ook dat het beroven van iemands (onschuld en) vrijheid echt niet in de haak is (to say the least).

Uiteraard zijn dit mijn lessen en niemand kan daar direct iets mee. Maar indirect misschien wel en wellicht dat er ergens iemand is die er kracht aan kan ontlenen. Ikzelf in elk geval door het te delen. En als ‘vrije denker’ en ‘vrij ondernemer’ zal ik altijd blijven strijden voor vrijheid van elk mens, zowel in denken als in doen.

‘Zoek het zelf lekker uit’ is een uitnodiging om zelf op zoek te gaan naar wat belangrijk voor je is en actie te ondernemen. Een workshop waarin wij over onze eigen zoektocht naar vrijheid en verantwoordelijkheid vertellen en vermengen met de noodzaak tot veranderen in een steeds sneller veranderende wereld. ‘Zoek het zelf lekker uit’ is een logisch vervolg op ‘Doen is de beste manier van denken’.

Vergeet het maar!

Je herkent het vast wel: overal to-do lijstjes, een herinneringen-app, een notitieboekje in je tas… We schrijven alles op en omarmen elke nieuwe methode die ons daarbij helpt. Van Getting Things Done tot Bullet Journals. Want stel je toch eens voor dat je iets zou vergeten!

En wat blijkt nu? Vergeten is ontzettend belangrijk. Elke dag verandert er van alles om je heen en je moet er niet aan denken om alles te onthouden. Waar vorige week je auto stond is nu niet belangrijk meer. Je brein moet zich voortdurend aanpassen aan de veranderende omgeving: nieuwe dingen onthouden en andere dingen vergeten. We moeten doelgerichtvergeten.

‘Ja natuurlijk’, zal je zeggen, ‘natuurlijk vergeet ik waar ik vorige week mijn auto had staan. Maar het is wel hartstikke belangrijk dat ik onthou dat…’ en vaak gevolgd door een opsomming van to-do’s. Waarvan we dénken dat die in de categorie ‘niet vergeten’ vallen. Maar die best wel eens in de categorie ‘waar vorige week de auto stond’ kunnen vallen. 

We zijn zo bang om iets te vergeten dat we alles proberen te onthouden. Maar creatief en abstract denken lukt je pas als je heel veel informatie vergeet – weglaat, loslaat, negeert.  Vergelijk het met een beeld in een blok marmer, dat je pas ziet als je overtollige marmer wegbeitelt. We hebben ruimte nodig in ons hoofd om nieuwe verbanden te zien, nieuwe dingen te leren en verder te komen. 

Daarom zijn wij een voorstander van niets meer opschrijven. Als het echt belangrijk is, komt het vanzelf weer naar boven. Alles opschrijven zorgt er alleen maar voor dat je heel hard moet onthouden waar je alles opgeschreven hebt. Vergeet het gewoon! 

En vergeet ook rustig dat we dit gezegd hebben 😉

Sta je nou een Yak te scheren?

Er bestaat een engelse uitspraak “yak shaving” die zich als volgt laat uitleggen:

Stel, je kijkt naar buiten en denkt: het is al dagen erg droog, ik moet nodig de tuin sproeien. Maar mijn slang is stuk, dus moet ik eerst een nieuwe slang halen. Maar mijn vrouw is weg met de auto dus dan moet ik met de bus. Maar mijn chipkaart heeft geen saldo, dus dan moet ik de chipkaart van mijn buurman even lenen. Maar die leent mij niets meer, want ik heb laatst een kussen geleend van hem en dat is stuk gegaan.

En voordat je het weet sta je in de dierentuin een yak te scheren, omdat de vulling van het kussen van de buurman van yakken-wol was… 

Dit is een aaneengesloten reeks van voorwaarden om een oplossing te vinden voor stapjes die niét gezet hadden hoeven worden. De bedoeling was immers om je tuin te sproeien en niet om een yak te scheren. Hoe leuk je dat ook vindt en hoe goed je daar ook in bent.

Deze parallel zien we vaak bij zowel kleine als grote organisaties: tussen de oorspronkelijke bedoeling en de weg naar die bedoeling zijn zoveel stappen, systemen en structuren gezet, dat de bedoeling – de tuin sproeien – uit het oog verloren is. Iedereen zet z’n eigen stapjes volgens de functieomschrijving (je vindt het leuk en je bent er goed in!) maar werk je daarmee nog aan de bedoeling? Moet jouw stapje nog wel gezet worden? Sta je niet een yak te scheren terwijl de planten water nodig hebben?

En dit zie je niet alleen veel bij organisaties, maar waarschijnlijk ook bij jezelf. Hoe vaak wil je iets, maar doe je het niet want wat nou als…? Of doe je iets anders omdat je denkt dat je éérst dat moet doen? Of wacht je totdat, want pas als… dan… 

Of het nu om mensen of organisaties gaat; wie ‘voorwaardelijke’ stappen zet om richting de bedoeling te komen, loopt grote kans deze bedoeling al snel uit het oog te verliezen. Stel jezelf dus steeds de vraag: Ben ik nou een yak aan het scheren?

Geïnspireerd door Seth Godin

Perfectie is voor amateurs

Je kent ze vast wel. Mensen die aangeven dat ze ‘nogal perfectionistisch’ zijn. Het zou moeten klinken als iets dat eigenlijk niet wenselijk is en stiekem proberen ze dan toch een soort kwaliteit te benoemen waar ze waardering voor willen zien. Ze geven feitelijk aan dat ze iets (of beter gezegd het meeste) ‘heel erg goed’ proberen te doen. Het bij-effect is vaak dat alles buiten die persoon perfect moet zijn, behalve bij zichzelf. Zij zijn meestal zelf het slachtoffer van hun eigen ‘idee van perfectie.’ 

Als je al voor perfectie zou willen gaan, maak het dan inclusief de krassen. Inclusief de verwering en verwording van het gebruikte of het ervarene. Inclusief de pijn van het plezier dat eraan voorafging. Inclusief de imperfectie van jezelf.

‘Perfectie’ is een uiterst inspannende aangelegenheid en in elk geval zeer tijdelijk van aard. Het meest ‘perfecte’ verouderd, verandert, vervalt, verbleekt of verwordt op welke manier dan ook. Er is altijd weer een andere of nieuwe situatie die ‘perfecter’ is. Daarmee vervalt dat wat daarvoor nog ‘perfect’ leek.

Perfectie is voor amateurs. Schoonheid schuilt immers in de imperfectie.

‘I killed a thousand beautiful moments, searching for the perfect one’ – Gapingvoid.

You only live once – but if you do it well, once is enough – Mae West

Arthur: 12 September j.l. heeft mijn vader zijn laatste adem uitgeblazen. De laatste paar dagen in het definitieve afscheid hebben wij goed met elkaar kunnen doorbrengen. ‘Ik zal de muziek van Mahler zo missen’ zei hij. En alhoewel hij in overleden staat geen last meer van ‘iets missen’ zal hebben, is er zeker ook geen mogelijkheid meer om ‘ervan te genieten’. Dat genieten kan slechts bij leven en is dus tijdelijk van aard. (Althans voor zover ik kan overzien).

Mijn vader wás zijn werk, waardoor hij er, als vader, vaker niet dan wel was. Toch had hij daar geen spijt van omdat hij hart en ziel in zijn werk legde. Ik vroeg hem een dag voor overlijden wat hij zou doen als hij ineens weer alle energie en van zijn ziekbed kon opspringen. Zijn antwoord: ‘Dan zou ik direct weer aan het werk gaan’.

De laatste jaren drong de tijdelijkheid van alles tot mijn vader door en besloot hij om zijn kennis zoveel mogelijk zowel door te geven als ‘vast te leggen’. Het doorgeven deed hij in een Master-opleiding in samenwerking met een hogeschool, maar mijn vader was er nooit echt tevreden mee. Het vastleggen van zijn kennis deed hij door het aanleggen van een flink papieren archief. Tot vlak voor zijn overlijden is hij hier mee bezig geweest, en eigenlijk ook altijd al met het besef dat niemand er ooit iets aan zou gaan hebben. Hij wist dat het voor niets zou zijn en dat het vooral een eigen idee van drang tot voortleven betrof.

Nu, alleen in zijn huis, gaan al die spullen door mijn handen. Rapporten, publicaties, rechtbankgevechten, jaarverslagen, terabytes aan data op USB-sticks en harde schijven. Ik wil het langzaam en met aandacht doen, respectvol naar de verhalen die zijn werk en zijn leven representeren. Ik besef bij alles, meer dan ooit, de tijdelijkheid van het leven en wat wij voortbrengen en aan waarde creëren. Ik had liever een rapport minder verscheurd en een aanmoediging meer ontvangen. Een publicatie minder gezien en een knuffel meer gehad. Een vergaderverslag minder gezien en een liefdevolle blik meer willen ontvangen, maar dingen gaan zoals ze gaan.

Voor een enkeling zorgt een ontdekking of een inzicht in de historie voor eeuwige roem, maar voor de meesten gaat het verhaal toch verloren. Daar is geen papier tegenop gewassen. Het archief waar hij zo druk mee was, gaat grotendeels de vernietiger in, want er is geen samenhang meer. Geen verbindend verhaal. Geen beleving achter de voortgebrachte tekst.

De knuffel, de aanmoediging en de liefdevolle blik staan bij mij elke dag op het menu. Waarde zit ‘m in wat je nu, vandaag, doet. Voor jezelf en voor de ander.

Rust zacht pa.

Zeg vaker en bewuster NEE.

Het klinkt zo eenvoudig: als je ‘nee’ zegt tegen activiteiten die je niet meer wilt of zou moeten willen, creëer je ruimte voor activiteiten die je wel wilt – of zou moeten willen. 

Ik ben de eerste om toe te geven dat dit ontzettend moeilijk is. Vaak heb je zelf of de mensen om je heen bepaalde verwachtingen van wat je doet of altijd gedaan hebt. Dat afsluiten is echt lastig en kan soms zelfs strategisch onhandig zijn. Maar als het niet langer z’n doel dient, of het jouw energie eindeloos vraagt, dan is stoppen de enige mogelijkheid. 

Daarvoor heb je in ieder geval twee dingen nodig: inzicht in wat je energie kost en inzicht in wat je energie oplevert. Dat laatste is belangrijk: alleen dan weet je waarom je ‘nee’ zegt. Want als er geen ‘ja-richting’ tegenover staat, dan creëer je ruimte die je niet vult met iets waar je je tijd wél aan wilt besteden. 

En wat er tenslotte nodig is, is moed! Moed om de verwachting van een ander in te wisselen voor de eigen verwachting van jezelf. Moed om de consequenties van je keuze te aanvaarden. Moed om de druk van collega’s te weerstaan. Moed om vrienden te verliezen en onzekerheid boven zekerheid te stellen.

Je tijd is beperkt. Verspil het niet.

Wil je mijn ogen zijn?

Onlangs kwam ik de app Be My Eyes tegen en ik vond een zo’n mooi initiatief dat ik me gelijk aangemeld heb. Waarom? Omdat dit een voorbeeld is van het kleinst mogelijke stapje dat je kunt zetten.

Be My Eyes is een app die blinde/slechtziende mensen koppelt aan mensen die wel goed kunnen zien. Als iemand graag hulp wil, doet hij of zij een oproep via de app en kunnen anderen daarop reageren. Vanochtend had ik mijn eerste ervaring daarmee: een vrouw kon niet goed zien of ze wasmachine goed ingesteld had. Ze vroeg of iemand even kon meekijken of de machine inderdaad op ‘bonte was 40 graden’ stond. Via een videoverbinding, opgezet door de app, kon ik meekijken en daarmee deze dame een grote dienst bewijzen. Kleine moeite, groot plezier.

Vaak horen we dat mensen die onze workshops volgen of onze blogs lezen, het moeilijk vinden om te bepalen wat een ‘kleinst mogelijk stapje’ is. Nou, dit is een prachtig voorbeeld. Het kost je nauwelijks tijd of moeite. Het is wel een mooie stap 1 om de wereld een beetje mooier te maken. 

Zelf ook goede voorbeelden? We zijn benieuwd!

Het is nooit af!

Het is sociaal correct om de vraag “hoe gaat het?” met “Goed… druk” te beantwoorden, maar daar doen wij als Vrije Denkers natuurlijk niet aan mee. Want weet je, het is toch nooit af. Elke keer als je zegt “Dit moet echt even af, want anders…” dan neem je jezelf in de maling. Het is de grote valkuil van ondernemers, maar ook van veel werknemers: je laten leiden door (zelf)opgelegde deadlines. Vooral deadlines die van hogerhand opgelegd worden willen nog wel eens fictief zijn. Gewoon om maar een datum te hebben. Maar als niemand vraagt naar de reden van de deadline dan rent iedereen om die datum te halen en dat gaat ten koste van de kwaliteit.

Hoe dan wel? Dat is voor iedereen anders. Wissel eens af tussen “om 15 uur stop ik met werken” en “ik doe vandaag deze 12 dingen en daarna stop ik”. Dat begint natuurlijk met een afspraak met jezelf dat je niet steeds maar dóór blijft gaan. Dat je stopt als het ‘genoeg’ is. Maar wat is ‘genoeg’voor jou? Voor ondernemers is het meestal ‘meer opdrachten is meer geld is meer zekerheid’, maar wanneer stopt het? Wanneer is het genoeg? Ook voor werknemers, die vaak doorgaan tot de stapel werk op hun bureau weg is. Maar guess what? Morgen ligt er weer zo’n stapel. En misschien zelfs wel meer. Dus hoe ver ga je? Experimenteer eens met stoppen op een bepaalde tijd en stoppen na een afgebakende hoeveelheid taken. En kijk wat werkt voor jou. Want echt, werk is niet het enige belangrijke in je leven.

‘Skin in the game’ – ben jij de kip of het varken?

Stel, je bent boer en op een ochtend heb je ontzettend zin in een omeletje met ham. Je overlegt met de kip en met het varken of ze hieraan mee willen werken. Allebei zeggen ze toe, maar niet vanuit eenzelfde intentie. De kip legt een ei en draagt bij aan je ham-omelet. Het varken staat ham af en committeert zich daarmee 100% aan jouw doelstelling. Het varken heeft letterlijk het ‘skin in the game’ en heeft pijn. De kip wandelt vrolijk verder.

Voel je ‘m al? Wat ben jij in jouw organisatie? Draag je bij, sta je iets af van jezelf zonder dat je de consequenties direct voelt? Of committeer jij jezelf, draag je de volle verantwoordelijkheid van je acties en doet het dus ook echt zeer doen als het niet lukt? Hoe betrokken ben jij? 

De Engelse uitdrukking ‘skin in the game’ (met dank aan Nassim Taleb) geeft dit goed weer: wie echt betrokken is bij het behalen van een doel, draagt ook de risico’s als het niet lukt. Voor veel ondernemers is dit de dagelijkse gang van zaken. Wie een paar weken niets uitvreet, heeft ook geen inkomen. Bij de meeste werknemers in grote organisaties is actie en beloning minder hard aan elkaar gekoppeld; lange vergaderingen, een tandje lager of uitgebreide koffiepauzes hebben meestal niet direct consequenties voor het salaris aan het einde van de maand. Maar als je de afstand tussen ‘mens’ en ‘activiteit’ verkleint en je zorgt dat zowel de positieve als de negatieve gevolgen gelijk gevoeld worden, dan koppel je dus de waarde direct aan de (effectiviteit van de) activiteit. Dan denk je wel twee keer na of je een nutteloze vergadering van twee uur gaat bijwonen, of dat je je tijd beter gaat besteden.

Committeren aan je werk is niet nieuw. In vroegere tijden metselden huizenbouwers met stenen waar hun handtekening in stond. Stortte een huis of een brug in, dan waren daar vaak mensenlevens mee gemoeid. Voor de bouwer betekende dit dezelfde consequentie, namelijk een levenslange celstraf of soms de doodstraf. Bruggenbouwers moesten na voltooing van de bouw een tijdje onder hun eigen brug wonen met zijn gezin. Stortte het in dan waren de consequenties direct voelbaar.

Meer ‘skin in the game’ zou voor veel sectoren een oplossing zijn. Denk bijvoorbeeld aan de bancaire sector en dan in het bijzonder het meeste recente voorbeeld van het niet hebben van ‘skin in the game’ bij ING waar de leiding van de witwas-affaire vrijuit gaat omdat ‘niemand het overzicht had’ en ‘niemand specifiek verantwoordelijk’ kon worden gesteld.

Hoe zit dat met jou? Ben jij de kip of het varken?

Michelangelo had het fout.

“Het grootste gevaar is niet dat ons doel te hoog ligt en we het niet halen, maar dat het te laag ligt en we het wel halen.” – Michelangelo

Een interessant klassiek betoog en passend als je je leven betekenisvol wilt leven.

Maar dat is ook gelijk en precies waar veel mensen last van hebben. (Te) groot en meeslepend denken. En dan blijft snel bij intenties. Michelangelo heeft natuurlijk gelijk als er geen nobele bedoeling voorafgaat aan de stappen die je zet, dan dwaal je doelloos rond. Maar als die bedoeling er wel is dan zit een onvermogen aan het zetten van kleine stappen je wel degelijk in de weg. En dan schuilt het werkelijke gevaar dus niet langer in het gebrek aan een grotere bedoeling, maar in het onvermogen om met kleine stapjes te bewegen in de richting van die bedoeling.

Een voorbeeld. Laatst gaven we na onze keynote een masterclass. We hebben het eerste uur in die masterclass gewerkt aan het scherp krijgen van de bedoeling en aan de kleinst uitvoerbare stap van iedere individuele deelnemer. Vervolgens kregen ze het laatste half uur van de masterclass de gelegenheid en de uitdaging het ook werkelijk te ‘doen’. Uit te voeren. Er een ’emergente practice’ van te maken. Een daadwerkelijke stap te maken dus in de richting van de geformuleerde bedoeling en de intentie in te wisselen voor ervaring.

En we bedoelden echt ‘nu’ – niet: ‘Morgen geef ik meer ruimte aan mijn team’ of ‘Vanaf volgende week zorg ik dat er meer fouten mogen worden gemaakt’. Dat zijn immers intenties voor verderop in de tijd. Het gaat om het gedrag nu. In dat halve uur kwamen slechts enkelen van de mensen toe aan het echt uitvoeren van iets. Gedrag waaruit dus blijkt dat er iets gedaan is en waarvan van geleerd is. Het merendeel verbleef in de intentie van morgen en volgende week. Op de vraag ‘en wat heb je daadwerkelijk geleerd van het zetten van de stap’ kon slechts een enkeling een antwoord geven.

Een masterclass is bij uitstek een gelegenheid om iets te leren en te doorvoelen, dus daarin voorzag de oefening prima. Voor zowel de deelnemers als voor ons. Een prima oogst van het experiment.

Onze conclusie: Het euvel van ‘niet tot uitvoering komen in het moment’ is zeker geen onwil van de deelnemers, er wordt hard nagedacht en echt geprobeerd, maar het zit ‘m vooral in het onvermogen om klein(er) te denken. En dan ook te ‘doen’. Vijfennegentig procent van de mensen blijft op hun stoel zitten met gefronste wenkbrauwen, geanimeerde handbewegingen en bewegende mond. De overige 5 procent haalt koffie of gaat naar het toilet.

We denken vaak in te grote stappen, om zo snel mogelijk ons doel te halen. Maar een grote stap die je morgen of volgende week wil gaan zetten, heeft als gevaar dat je ‘t vergeten bent als ‘morgen’ of ‘volgende week’ aanbreekt en je vertrouwde gewoontes het weer overnemen. Nogmaals: het resultaat van de stap doet ertoe, maar het gedrag dat daarbij hoort is het echte werk. Een stap 1 om je doel te halen – of nog beter, een stap 1 in de richting van je bedoeling – is een stap die je nu kunt zetten.

Voorbeeldjes: Als je ‘morgen’ ‘iets’ wilt veranderen, kun je het nu in de agenda zetten en vraag je nu een collega om morgenmiddag bij je te checken of het echt gelukt is. Als je vertrouwen wilt vergroten, kan je nu een oefening doen om je achterover te laten vallen. Of als dat te eng is nu vragen aan een vreemde hoe je nu over komt en wat je kan doen om nu meer vertrouwen te krijgen. Als je ‘voortaan’ meer complimenten wilt geven, kan je dat nu al iemand mailen of direct bellen of het nu gelijk zeggen. Als je in ‘de toekomst’ meer vrijheid wilt, neem je nu een halve dag vrij. Of als dat planningstechnisch niet kan, ga je nu een half uurtje wandelen. Of als dat ook niet mogelijk is ga je nu iets langer naar het toilet. Het kan altijd 10x kleiner.

Het is makkelijker dan je ‘denkt’ en dat is precies het euvel. 

We gaven de deelnemers een half uur om iets te doen. Eigenlijk is dat veel te lang. Tien minuten is beter. Als ze het binnen 10 minuten namelijk niet doen gaan ze het ook in een half uur niet doen. En wat wij nog beter kunnen doen is de mensen plenair helpen met het inzicht van wat er nu allemaal mogelijk is.

Ik heb er nu een blog over geschreven. Nu is immers beter dan binnenkort.


Vergeet goede voornemens!

Ongeveer driekwart van alle Nederlanders is deze maand hun leven drastisch aan het veranderen met het najagen van goede voornemens. De meeste van deze voornemens draaien om het minderen van slechte gewoontes (sigaretten, alcohol) of het vergroten van goede gewoontes (gezond eten, meer bewegen), maar bijna alle goede voornemens worden vertaald in doelen. “Stoppen met roken”, “20 kilo kwijt”, “6x per week naar de sportschool” – inclusief een uitgewerkt plan om deze doelen te halen. Hoe nobel ook, de kans dat je deze voornemens volhoudt, is vrij klein. We noemen het immers niet voor niets voornemens. Het zijn slechts voornemens om iets te doen, we doen het (nog) niet. Het is geen actie, maar het vóórnemen om een actie te ondernemen.

Maar hoe dan? Doorgaan op oude voet is waarschijnlijk ook geen optie, anders maak je geen goede voornemens. Wij denken dat juist door een doel en een plan te maken, je vrij snel weer vervalt in die oude gewoontes. Waarom? Omdat plannen niet werken. Omdat resultaten niet te voorspellen zijn. We hebben hier al eerder over geschreven voor bedrijven maar het geldt net zo goed voor persoonlijke levens. Een onverwacht feestje, een verstuikte enkel, nét te veel stress zorgen toch voor weer een biertje, een paar weken niet hardlopen en het opsteken van een sigaret. Weg motivatie.

Dus hoe dan wel? Ook hier kun je ons advies voor bedrijven toepassen: werk met een bedoeling. Ga voor ‘gezonder leven’ en minder drinken, niet meer roken en meer bewegen volgt daar vanzelf uit. Natuurlijk is dit net zo moeilijk vol te houden als een goed voornemen, maar je hebt niet ‘gefaald’ als je toch een biertje drinkt. Je maakt het pad terwijl je het bewandelt. Je zet stap 1de kleinst mogelijke stap die je op dat moment kunt nemen (een glas water bij elk glas wijn waardoor je minder drinkt, of een blokje om ’s avonds in plaats van een slechte realityshow kijken), kijkt hoe dat bevalt en zet dan weer stap 1. Alle nieuwe gewoontes die je volhoudt en bijdragen aan je bedoeling, zijn gewoontes die bij je passen. 

Dus: wat is jouw bedoeling voor 2019 en welke stap 1 heb je al gezet?

Groei zonder groeidoelstelling, business zonder businessplan.

In veel bedrijven zijn de maanden september tot en met december altijd wat hectisch. Niet alleen qua omzet of kerstkaarten, maar voor het einde van het jaar wordt ook flink gewerkt aan strategieplannen, marktsegmentatie-plannen, businessplannen en nieuwe product-marktcombinaties die voor het nieuwe jaar goed in de steigers moeten staan. En in de maanden daarna wordt alles op alles gezet om al die plannen om te zetten in actieplannen en kwartaalmeetings waarin de voortgang en resultaten worden besproken. 

Ik was daar in een vorig leven gemiddeld ook zeker zo’n 90% van mijn tijd aan kwijt. En toen we allebei uit dat strakke planningskeurslijf van onze toenmalige werkgever stapten en de Vrije Denkers zijn gestart, werd ons regelmatig de vraag gesteld door oud-gedienden in het vak: ‘En wat is jullie business plan?’ Welke markt gaan jullie bedienen? Welke product/marktcombinaties hebben jullie op het oog?’

Wij hebben heel bewust de keuze gemaakt om onze tijd daar niét aan te besteden, maar onze focus direct te leggen op het goed in contact zijn met klanten en hen te helpen met waar wij goed in zijn. Daar hebben we zicht op en een neus voor. Elk moment van de dag.  

Het ontbreken van marktsegmentatieplannen geeft ons de vrijheid om met iedereen in contact te komen. Het is een voorrecht om de ene dag een zorginstelling te helpen, de dag erop een bank een duwtje in de juiste richting te geven, een volgend moment een universiteit een Wake-up Call te geven en de week af te sluiten bij een prachtig familiebedrijf die probiotica produceert en mensen op een magnifieke wijze helpt. Ik was in tranen toen ik daar een dame hoorde over het niet hoeven verwijderen van haar blaas en uiteindelijk van euthanasie heeft afgezien omdat ze weer zin had in het leven. Allemaal door een prachtproduct van een prachtklant. We wisten vorige week nog niet dat we daar een verhaal mochten houden. Geen plan zou vooraf daarin kunnen voorzien.

We doen niet aan marketing. We hebben geen communicatieplan. Geen businesscases. Geen ‘double digit growth’. We zijn domweg in staat om in onze kosten te voorzien en een uitsmijter te eten als we onderweg zijn. Dat hoeft voor ons geen biefstuk te zijn. En geen sushi. En werken doen we overal waar maar nodig. Daar hebben wij geen gebouw als ‘merk’ voor nodig.

Het gevolg van die eenvoud is: een gezonde groei en in alle markten. Wat een rijkdom! Groei als gevolg van de dingen die je met hart en ziel doet, om dat je erin gelooft. Marketing omdat de mensen die je horen je aanbevelen bij anderen. Klanten die ons waarderen, omdat we ons verhaal zijn. Geen ‘bedenksels’ presenteren of aan ‘window-dressing’ doen. Business dus zonder businessplan. 

Wij kijken terug op een jaar waarin we weer veel plezier hebben gehad, dingen hebben aangedurfd, fouten hebben gemaakt, dingen hebben geleerd. Omdat we doen waar we blij van worden en waar we goed in zijn. Omdat ook wij mensen willen helpen met waar wij ook goed in zijn. Wij ‘zijn’ onze ‘product-markt-combinatie’.

We zouden achteraf moeten herleiden welke segmenten we zaten, hoeveel groei we waar hebben gehad, welke klant rendabel was of wie we zouden moeten bellen. En dan die resultaten dan weer omzetten naar een plan voor komend jaar waarmee we minstens 10% groei kunnen realiseren. Nee, ik geloof dat ik liever mijn tijd besteed om samen met m’n dochtertje de kerstballen in de boom te hangen.