‘Wie de baas is mag het zeggen’ of ‘wie het weet mag het zeggen’?

Stel, je richt een nieuwe organisatie in. Het eerste wat bij de meesten op komt is een model waarbij je een gestructureerde indeling in lagen hebt en een functioneel sturingsmodel. Of je hebt gehoord van nieuwere organisatievormen en het succes van Jos de Blok of Ricardo Semler, en je besluit om de hiërarchie los te laten en in te zetten op een meer chaordische organisatie met vooral horizontale relaties en minimale structuur. Andersgezegd ga je voor hierarchie waar ‘wie de baas is mag het zeggen’ of voor een vrijere structuur waar ‘wie het weet mag het zeggen’ geldt.

In bedrijvenland wordt vaak gekozen voor de één of de ander (en wat vaker voor de één), en dat snappen we ook wel. Zeker bedrijven die gericht zijn op productie of op voorspelbare eindkwaliteit van hun producten, lijken het meest baat te hebben bij een meer hiërarchische organisatievorm. Een enkele organisatie durft het aan om beide modellen tegelijkertijd te hanteren. Hierbij krijgt de afdeling communicatie, innovatie of business development de vrijere vorm en ICT, administratie en productie meestal de wat striktere organisatievorm.

Onderzoek wijst uit dat de meest duurzame organisatie ontstaat als je kiest voor een tussenvorm. En dan een tussenvorm met net iets meer vrijheid dan hiërarchie. De ideale verhouding ligt op 1/3 top-down en 2/3 bottom-up. Oftewel een minimale structuur voor maximale flexibiliteit.

Toch zien we dat nog vaak gekozen wordt voor een oude vertrouwde ‘command en control’-structuur in een bedrijf. Dat heeft in het verleden goed gewerkt, maar met een snel veranderende wereld, merken we dat deze bedrijven niet snel genoeg kunnen meebewegen met de veranderende vraag. De hiërarchische structuur mist flexibiliteit, met als gevolg reorganisatie op reorganisatie.

Een geheel chaordische organisatie zal echter ook snel sneuvelen. Niet door gebrek aan flexibiliteit, maar juist door gebrek aan structuur. Ze missen efficiency en doelgerichtheid.

Het ‘levensvatbaarheidsvenster’ van organisaties ligt op een gezonde verhouding van 1/3 structuur en 2/3 vrijheid. Dit zien we nog weinig in bestaande organisaties, hoewel wel steeds meer bedrijven hiermee experimenteren, door bijvoorbeeld bepaalde afdelingen flexibeler in te richten zoals eerder genoemd, of door werknemers een deel van hun tijd aan eigen projecten te laten besteden.

We zijn benieuwd of er meer voorbeelden zijn van organisaties die meer durven loslaten dan vasthouden!

4 gedachten over “‘Wie de baas is mag het zeggen’ of ‘wie het weet mag het zeggen’?”

  1. Interessant! In zijn boek ‘Dynamisch organiseren’ geeft Glenn Frijde vier voorbeelden van bedrijven die de hierarchie zeer doordacht hebben losgelaten. Wie het weet mag het zeggen noemt hij: Wie het ziet, die heeft ‘m.

  2. Interessant!
    Je schrijft in het artikel ‘Onderzoek wijst uit dat de meest duurzame organisatie ontstaat als je kiest voor een tussenvorm’.

    Ik ben nieuwsgierig naar welk onderzoek je verwijst.

    1. Hi Jan-Gerrit, Dank voor je vraag. Wij baseren ons op het volgende onderzoek:

      Duurzaamheid als functie van veerkracht en efficiëntie (bron: Sally J. Goerner, Bernard Lietaer, Robert E. Ulanowicz.
      Quantifying economic sustainability: Implications for free-enterprise theory policy and practice. Ecological Economics, p.76-81, 2009)

      Ik heb ook nog wel ergens een pdf van die studie, maar die is vrij lastig toegankelijk (voor mij ;-)).

      Kijk maar of je er iets mee kan,

      Groet,
      Arthur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *