Wil je mijn ogen zijn?

Onlangs kwam ik de app Be My Eyes tegen en ik vond een zo’n mooi initiatief dat ik me gelijk aangemeld heb. Waarom? Omdat dit een voorbeeld is van het kleinst mogelijke stapje dat je kunt zetten.

Be My Eyes is een app die blinde/slechtziende mensen koppelt aan mensen die wel goed kunnen zien. Als iemand graag hulp wil, doet hij of zij een oproep via de app en kunnen anderen daarop reageren. Vanochtend had ik mijn eerste ervaring daarmee: een vrouw kon niet goed zien of ze wasmachine goed ingesteld had. Ze vroeg of iemand even kon meekijken of de machine inderdaad op ‘bonte was 40 graden’ stond. Via een videoverbinding, opgezet door de app, kon ik meekijken en daarmee deze dame een grote dienst bewijzen. Kleine moeite, groot plezier.

Vaak horen we dat mensen die onze workshops volgen of onze blogs lezen, het moeilijk vinden om te bepalen wat een ‘kleinst mogelijk stapje’ is. Nou, dit is een prachtig voorbeeld. Het kost je nauwelijks tijd of moeite. Het is wel een mooie stap 1 om de wereld een beetje mooier te maken. 

Zelf ook goede voorbeelden? We zijn benieuwd!

Het is nooit af!

Het is sociaal correct om de vraag “hoe gaat het?” met “Goed… druk” te beantwoorden, maar daar doen wij als Vrije Denkers natuurlijk niet aan mee. Want weet je, het is toch nooit af. Elke keer als je zegt “Dit moet echt even af, want anders…” dan neem je jezelf in de maling. Het is de grote valkuil van ondernemers, maar ook van veel werknemers: je laten leiden door (zelf)opgelegde deadlines. Vooral deadlines die van hogerhand opgelegd worden willen nog wel eens fictief zijn. Gewoon om maar een datum te hebben. Maar als niemand vraagt naar de reden van de deadline dan rent iedereen om die datum te halen en dat gaat ten koste van de kwaliteit.

Hoe dan wel? Dat is voor iedereen anders. Wissel eens af tussen “om 15 uur stop ik met werken” en “ik doe vandaag deze 12 dingen en daarna stop ik”. Dat begint natuurlijk met een afspraak met jezelf dat je niet steeds maar dóór blijft gaan. Dat je stopt als het ‘genoeg’ is. Maar wat is ‘genoeg’voor jou? Voor ondernemers is het meestal ‘meer opdrachten is meer geld is meer zekerheid’, maar wanneer stopt het? Wanneer is het genoeg? Ook voor werknemers, die vaak doorgaan tot de stapel werk op hun bureau weg is. Maar guess what? Morgen ligt er weer zo’n stapel. En misschien zelfs wel meer. Dus hoe ver ga je? Experimenteer eens met stoppen op een bepaalde tijd en stoppen na een afgebakende hoeveelheid taken. En kijk wat werkt voor jou. Want echt, werk is niet het enige belangrijke in je leven.

‘Skin in the game’ – ben jij de kip of het varken?

Stel, je bent boer en op een ochtend heb je ontzettend zin in een omeletje met ham. Je overlegt met de kip en met het varken of ze hieraan mee willen werken. Allebei zeggen ze toe, maar niet vanuit eenzelfde intentie. De kip legt een ei en draagt bij aan je ham-omelet. Het varken staat ham af en committeert zich daarmee 100% aan jouw doelstelling. Het varken heeft letterlijk het ‘skin in the game’ en heeft pijn. De kip wandelt vrolijk verder.

Voel je ‘m al? Wat ben jij in jouw organisatie? Draag je bij, sta je iets af van jezelf zonder dat je de consequenties direct voelt? Of committeer jij jezelf, draag je de volle verantwoordelijkheid van je acties en doet het dus ook echt zeer doen als het niet lukt? Hoe betrokken ben jij? 

De Engelse uitdrukking ‘skin in the game’ (met dank aan Nassim Taleb) geeft dit goed weer: wie echt betrokken is bij het behalen van een doel, draagt ook de risico’s als het niet lukt. Voor veel ondernemers is dit de dagelijkse gang van zaken. Wie een paar weken niets uitvreet, heeft ook geen inkomen. Bij de meeste werknemers in grote organisaties is actie en beloning minder hard aan elkaar gekoppeld; lange vergaderingen, een tandje lager of uitgebreide koffiepauzes hebben meestal niet direct consequenties voor het salaris aan het einde van de maand. Maar als je de afstand tussen ‘mens’ en ‘activiteit’ verkleint en je zorgt dat zowel de positieve als de negatieve gevolgen gelijk gevoeld worden, dan koppel je dus de waarde direct aan de (effectiviteit van de) activiteit. Dan denk je wel twee keer na of je een nutteloze vergadering van twee uur gaat bijwonen, of dat je je tijd beter gaat besteden.

Committeren aan je werk is niet nieuw. In vroegere tijden metselden huizenbouwers met stenen waar hun handtekening in stond. Stortte een huis of een brug in, dan waren daar vaak mensenlevens mee gemoeid. Voor de bouwer betekende dit dezelfde consequentie, namelijk een levenslange celstraf of soms de doodstraf. Bruggenbouwers moesten na voltooing van de bouw een tijdje onder hun eigen brug wonen met zijn gezin. Stortte het in dan waren de consequenties direct voelbaar.

Meer ‘skin in the game’ zou voor veel sectoren een oplossing zijn. Denk bijvoorbeeld aan de bancaire sector en dan in het bijzonder het meeste recente voorbeeld van het niet hebben van ‘skin in the game’ bij ING waar de leiding van de witwas-affaire vrijuit gaat omdat ‘niemand het overzicht had’ en ‘niemand specifiek verantwoordelijk’ kon worden gesteld.

Hoe zit dat met jou? Ben jij de kip of het varken?

Michelangelo had het fout.

“Het grootste gevaar is niet dat ons doel te hoog ligt en we het niet halen, maar dat het te laag ligt en we het wel halen.” – Michelangelo

Een interessant klassiek betoog en passend als je je leven betekenisvol wilt leven.

Maar dat is ook gelijk en precies waar veel mensen last van hebben. (Te) groot en meeslepend denken. En dan blijft snel bij intenties. Michelangelo heeft natuurlijk gelijk als er geen nobele bedoeling voorafgaat aan de stappen die je zet, dan dwaal je doelloos rond. Maar als die bedoeling er wel is dan zit een onvermogen aan het zetten van kleine stappen je wel degelijk in de weg. En dan schuilt het werkelijke gevaar dus niet langer in het gebrek aan een grotere bedoeling, maar in het onvermogen om met kleine stapjes te bewegen in de richting van die bedoeling.

Een voorbeeld. Laatst gaven we na onze keynote een masterclass. We hebben het eerste uur in die masterclass gewerkt aan het scherp krijgen van de bedoeling en aan de kleinst uitvoerbare stap van iedere individuele deelnemer. Vervolgens kregen ze het laatste half uur van de masterclass de gelegenheid en de uitdaging het ook werkelijk te ‘doen’. Uit te voeren. Er een ’emergente practice’ van te maken. Een daadwerkelijke stap te maken dus in de richting van de geformuleerde bedoeling en de intentie in te wisselen voor ervaring.

En we bedoelden echt ‘nu’ – niet: ‘Morgen geef ik meer ruimte aan mijn team’ of ‘Vanaf volgende week zorg ik dat er meer fouten mogen worden gemaakt’. Dat zijn immers intenties voor verderop in de tijd. Het gaat om het gedrag nu. In dat halve uur kwamen slechts enkelen van de mensen toe aan het echt uitvoeren van iets. Gedrag waaruit dus blijkt dat er iets gedaan is en waarvan van geleerd is. Het merendeel verbleef in de intentie van morgen en volgende week. Op de vraag ‘en wat heb je daadwerkelijk geleerd van het zetten van de stap’ kon slechts een enkeling een antwoord geven.

Een masterclass is bij uitstek een gelegenheid om iets te leren en te doorvoelen, dus daarin voorzag de oefening prima. Voor zowel de deelnemers als voor ons. Een prima oogst van het experiment.

Onze conclusie: Het euvel van ‘niet tot uitvoering komen in het moment’ is zeker geen onwil van de deelnemers, er wordt hard nagedacht en echt geprobeerd, maar het zit ‘m vooral in het onvermogen om klein(er) te denken. En dan ook te ‘doen’. Vijfennegentig procent van de mensen blijft op hun stoel zitten met gefronste wenkbrauwen, geanimeerde handbewegingen en bewegende mond. De overige 5 procent haalt koffie of gaat naar het toilet.

We denken vaak in te grote stappen, om zo snel mogelijk ons doel te halen. Maar een grote stap die je morgen of volgende week wil gaan zetten, heeft als gevaar dat je ‘t vergeten bent als ‘morgen’ of ‘volgende week’ aanbreekt en je vertrouwde gewoontes het weer overnemen. Nogmaals: het resultaat van de stap doet ertoe, maar het gedrag dat daarbij hoort is het echte werk. Een stap 1 om je doel te halen – of nog beter, een stap 1 in de richting van je bedoeling – is een stap die je nu kunt zetten.

Voorbeeldjes: Als je ‘morgen’ ‘iets’ wilt veranderen, kun je het nu in de agenda zetten en vraag je nu een collega om morgenmiddag bij je te checken of het echt gelukt is. Als je vertrouwen wilt vergroten, kan je nu een oefening doen om je achterover te laten vallen. Of als dat te eng is nu vragen aan een vreemde hoe je nu over komt en wat je kan doen om nu meer vertrouwen te krijgen. Als je ‘voortaan’ meer complimenten wilt geven, kan je dat nu al iemand mailen of direct bellen of het nu gelijk zeggen. Als je in ‘de toekomst’ meer vrijheid wilt, neem je nu een halve dag vrij. Of als dat planningstechnisch niet kan, ga je nu een half uurtje wandelen. Of als dat ook niet mogelijk is ga je nu iets langer naar het toilet. Het kan altijd 10x kleiner.

Het is makkelijker dan je ‘denkt’ en dat is precies het euvel. 

We gaven de deelnemers een half uur om iets te doen. Eigenlijk is dat veel te lang. Tien minuten is beter. Als ze het binnen 10 minuten namelijk niet doen gaan ze het ook in een half uur niet doen. En wat wij nog beter kunnen doen is de mensen plenair helpen met het inzicht van wat er nu allemaal mogelijk is.

Ik heb er nu een blog over geschreven. Nu is immers beter dan binnenkort.


Vergeet goede voornemens!

Ongeveer driekwart van alle Nederlanders is deze maand hun leven drastisch aan het veranderen met het najagen van goede voornemens. De meeste van deze voornemens draaien om het minderen van slechte gewoontes (sigaretten, alcohol) of het vergroten van goede gewoontes (gezond eten, meer bewegen), maar bijna alle goede voornemens worden vertaald in doelen. “Stoppen met roken”, “20 kilo kwijt”, “6x per week naar de sportschool” – inclusief een uitgewerkt plan om deze doelen te halen. Hoe nobel ook, de kans dat je deze voornemens volhoudt, is vrij klein. We noemen het immers niet voor niets voornemens. Het zijn slechts voornemens om iets te doen, we doen het (nog) niet. Het is geen actie, maar het vóórnemen om een actie te ondernemen.

Maar hoe dan? Doorgaan op oude voet is waarschijnlijk ook geen optie, anders maak je geen goede voornemens. Wij denken dat juist door een doel en een plan te maken, je vrij snel weer vervalt in die oude gewoontes. Waarom? Omdat plannen niet werken. Omdat resultaten niet te voorspellen zijn. We hebben hier al eerder over geschreven voor bedrijven maar het geldt net zo goed voor persoonlijke levens. Een onverwacht feestje, een verstuikte enkel, nét te veel stress zorgen toch voor weer een biertje, een paar weken niet hardlopen en het opsteken van een sigaret. Weg motivatie.

Dus hoe dan wel? Ook hier kun je ons advies voor bedrijven toepassen: werk met een bedoeling. Ga voor ‘gezonder leven’ en minder drinken, niet meer roken en meer bewegen volgt daar vanzelf uit. Natuurlijk is dit net zo moeilijk vol te houden als een goed voornemen, maar je hebt niet ‘gefaald’ als je toch een biertje drinkt. Je maakt het pad terwijl je het bewandelt. Je zet stap 1de kleinst mogelijke stap die je op dat moment kunt nemen (een glas water bij elk glas wijn waardoor je minder drinkt, of een blokje om ’s avonds in plaats van een slechte realityshow kijken), kijkt hoe dat bevalt en zet dan weer stap 1. Alle nieuwe gewoontes die je volhoudt en bijdragen aan je bedoeling, zijn gewoontes die bij je passen. 

Dus: wat is jouw bedoeling voor 2019 en welke stap 1 heb je al gezet?

Groei zonder groeidoelstelling, business zonder businessplan.

In veel bedrijven zijn de maanden september tot en met december altijd wat hectisch. Niet alleen qua omzet of kerstkaarten, maar voor het einde van het jaar wordt ook flink gewerkt aan strategieplannen, marktsegmentatie-plannen, businessplannen en nieuwe product-marktcombinaties die voor het nieuwe jaar goed in de steigers moeten staan. En in de maanden daarna wordt alles op alles gezet om al die plannen om te zetten in actieplannen en kwartaalmeetings waarin de voortgang en resultaten worden besproken. 

Ik was daar in een vorig leven gemiddeld ook zeker zo’n 90% van mijn tijd aan kwijt. En toen we allebei uit dat strakke planningskeurslijf van onze toenmalige werkgever stapten en de Vrije Denkers zijn gestart, werd ons regelmatig de vraag gesteld door oud-gedienden in het vak: ‘En wat is jullie business plan?’ Welke markt gaan jullie bedienen? Welke product/marktcombinaties hebben jullie op het oog?’

Wij hebben heel bewust de keuze gemaakt om onze tijd daar niét aan te besteden, maar onze focus direct te leggen op het goed in contact zijn met klanten en hen te helpen met waar wij goed in zijn. Daar hebben we zicht op en een neus voor. Elk moment van de dag.  

Het ontbreken van marktsegmentatieplannen geeft ons de vrijheid om met iedereen in contact te komen. Het is een voorrecht om de ene dag een zorginstelling te helpen, de dag erop een bank een duwtje in de juiste richting te geven, een volgend moment een universiteit een Wake-up Call te geven en de week af te sluiten bij een prachtig familiebedrijf die probiotica produceert en mensen op een magnifieke wijze helpt. Ik was in tranen toen ik daar een dame hoorde over het niet hoeven verwijderen van haar blaas en uiteindelijk van euthanasie heeft afgezien omdat ze weer zin had in het leven. Allemaal door een prachtproduct van een prachtklant. We wisten vorige week nog niet dat we daar een verhaal mochten houden. Geen plan zou vooraf daarin kunnen voorzien.

We doen niet aan marketing. We hebben geen communicatieplan. Geen businesscases. Geen ‘double digit growth’. We zijn domweg in staat om in onze kosten te voorzien en een uitsmijter te eten als we onderweg zijn. Dat hoeft voor ons geen biefstuk te zijn. En geen sushi. En werken doen we overal waar maar nodig. Daar hebben wij geen gebouw als ‘merk’ voor nodig.

Het gevolg van die eenvoud is: een gezonde groei en in alle markten. Wat een rijkdom! Groei als gevolg van de dingen die je met hart en ziel doet, om dat je erin gelooft. Marketing omdat de mensen die je horen je aanbevelen bij anderen. Klanten die ons waarderen, omdat we ons verhaal zijn. Geen ‘bedenksels’ presenteren of aan ‘window-dressing’ doen. Business dus zonder businessplan. 

Wij kijken terug op een jaar waarin we weer veel plezier hebben gehad, dingen hebben aangedurfd, fouten hebben gemaakt, dingen hebben geleerd. Omdat we doen waar we blij van worden en waar we goed in zijn. Omdat ook wij mensen willen helpen met waar wij ook goed in zijn. Wij ‘zijn’ onze ‘product-markt-combinatie’.

We zouden achteraf moeten herleiden welke segmenten we zaten, hoeveel groei we waar hebben gehad, welke klant rendabel was of wie we zouden moeten bellen. En dan die resultaten dan weer omzetten naar een plan voor komend jaar waarmee we minstens 10% groei kunnen realiseren. Nee, ik geloof dat ik liever mijn tijd besteed om samen met m’n dochtertje de kerstballen in de boom te hangen. 

Verdoe jij je tijd?

Wie ons filmpje kent weet al dat wij een voorstander zijn van veel lachen en veel vragen stellen. Waarom? Omdat dit alles te maken heeft met creativiteit. Het aantal vragen dat je stelt op een dag, vermenigvuldigt met het aantal keer dat je lacht, geeft een goede indicatie van je creativiteit. Zo zie je dat kinderen creatiever zijn dan volwassenen: je bent op je creatiefst als je 5 jaar bent, en op je 8ste is dat meestal al gehalveerd. Op je 44ste bereiken de meeste mensen een dieptepunt: terminale serieusheid genaamd. Na de pensioenleeftijd schiet de creativiteitsindex vaak weer omhoog. Als wij aan deelnemers vragen waarom, krijgen we als antwoord: ‘omdat je dan weer gaat doen wat je echt leuk vindt’.

Dat is natuurlijke een pijnlijke constatering, maar minstens zo pijnlijk is de constatering van Rutger Bregman tijdens een aflevering van Tegenlicht: ‘Een kwart van de beroepsbevolking twijfelt over het nut van zijn/haar baan’. Mensen met bullshitjobs en mensen die blijven hangen in een baan om hun pensioen af te wachten zijn niet zo heel erg verschillend. Of je nou een baan hebt die onzin is voor de maatschappij (bullshit-werk) of onzin voor jezelf (niet passend werk) – in beide gevallen is het heel erg jammer als je wel blijft zitten. Wat houdt jou tegen om daar iets tegen te doen?

Wie blijft zitten in onzin-werk of niet-passend werk, verliest tijd, energie en talent. Verspilling van talent hebben we het vaker over gehad maar ook verspilling van tijd is onnodig en heel erg zonde: van tijd heb je maar een beperkte voorraad, namelijk 24 uur per dag. Waarom zou je die niet besteden aan iets wat energie oplevert? Waar je je talent in kwijt kunt? Waar je blij van wordt?

Natuurlijk kun je vast honderden redenen bedenken waarom je het niet kúnt. Maar ook daar hebben we het al eerder over gehad: je bent zelf verantwoordelijk voor je acties – of het gebrek daaraan. We zijn benieuwd: lijkt jouw baan op een bullshit-job? Stel je geen vragen meer en lach je ook bijna niet meer op je werk? Dan is het misschien tijd om actie te ondernemen en iets te doen dat beter bij jou past en de maatschappij. 

Hoe ruikt jouw werkplek?

In dit filmpje The Smell of the Place is professor Sumantra Goshal te zien, die met een prachtige metafoor vertelt over waarom de meeste organisaties ‘vast’ zitten, en waar ook de medewerkers ‘vast’ zitten. Volgens hem zit verandering (‘revitalising’) niet in het veranderen van de ménsen, maar in het veranderen van de context.

De metafoor die hij gebruikt is die van zijn geboortestad Calcutta, waar het in de zomer boven de 40 graden is met een luchtvochtigheid van 99%. Een omgeving die maakt dat je je moe voelt en alleen maar binnen wilt blijven. Heel anders dan de bossen van Fontaineblue, waar hij jarenlang woonde en die hem deden dansen, springen en rennen – die uitnodigen tot bewegen.

De meeste organisaties, zo zegt hij, hebben de ‘lucht’ van Calcutta. Medewerkers zijn moe en willen niet bewegen. Er is een ‘luchtvochtigheid’ in de vorm van structuren, regels en processen, er is sprake van randvoorwaarden (‘constraint’), van volgzaamheid (‘compliance’), van controle en van contracten. Volgens Goshal kun je de ‘smell’ van de organisatie aanpassen en zo de medewerkers laten bewegen – net als in de bossen van Fontainebleu. Hij geeft als alternatieven ‘stretch’ in plaats van constraint; een omgeving waarin medewerkers uit zichzelf méér doen. En zelfdiscipline in plaats van volgzaamheid; de juiste dingen doen omdat je het wilt en niet omdat het moet. In plaats van controle geeft hij support als alternatief, waarbij de mensen om je heen ‘help you to win’. Als laatste is het alternatief voor contracten ‘vertrouwen’ – laat los en zie wat er gebeurt.

We hebben het al vaker gehad over de rol van het management in organisaties, en hun automatische neiging om nog meer regels te maken op het moment dat iets niet goed gaat. Wij vinden dat de rol van managers juist is om meer waarde te creëren, in plaats van meer regels. Om medewerkers te steunen om het goede te doen en om meer te leveren dan van ze verwacht wordt. Dus in plaats van individuele medewerkers proberen te veranderen, verander de ‘smell’ van je organisatie en laat je mensen uit zichzelf in beweging komen.

Ben ik eigenlijk wel sterk genoeg?

Een tijdje geleden had ik zelf een cursus waar de energie vanaf spatte en waar iedereen euforisch was over de opgedane kennis en ervaring. Vanaf nu zou alles anders gaan! Totdat iemand de vraag stelde: “Maar hoe hou ik dit vast? Hoe voorkom ik dat ik mij weer mee laat slepen door de waan van de dag?”

Deze vraag stellen we ons allemaal wel eens. Maar eigenlijk is het een hele merkwaardige vraag. Want je bepaalt helemaal zelf of je dit vasthoudt – of inderdaad de waan van de dag laat regeren. De vraag die je eigenlijk zou moeten stellen is: “Ben ik sterk genoeg om te doen wat ik mij voorneem om te doen, of ben ik het niet waard om mijn tijd betekenisvol te besteden?” Daarmee krijgt een voornemen om iets te veranderen een hele andere lading. Sta je ‘aan’ tijdens het maken van dat voornemen en zet je jezelf weer ‘uit’ om in je oude routines te vallen? Dan ben je niet sterk genoeg. Of je bent bang voor de consequenties van je keuzes. Je kunt alleen iets vasthouden – een voornemen of de energie die je voelt tijdens een cursus – als je ‘aan’ blijft staan. Als je het dus ook echt gaat doén.

Natuurlijk is het helemaal niet erg als je het niét gaat doen. Maar geef niet het systeem, de omstandigheden of de waan van de dag de schuld – het is altijd je eigen verantwoordelijkheid. Als je geraakt wordt, ga je aan de slag. Als je niet aan de slag gaat, dan wil je het niet graag genoeg.

‘Het is immers wel belastinggeld’

Tijdens gesprekken met potentiële opdrachtgevers, lichten wij altijd toe hoe ons ‘waardebepaling achteraf’ principe werkt. We geven aan dat we met een bandbreedte werken en dat het bedrag op de uiteindelijke factuur ergens binnen die bandbreedte zou moeten uitkomen. E.e.a. afhankelijk van hoe men onze prestatie in de praktijk heeft ervaren. De opdrachtgever bepaalt dus de uiteindelijke waarde die wij hebben geleverd – achteraf en binnen de vooraf afgestemde bandbreedte. Zijn ze erg tevreden gaan ze meer bovenin de bandbreedte zitten (of er zelfs overheen als ze het uitmuntend vonden). Zijn er punten ter verbetering of hebben we anderszins niet helemaal naar verwachting geleverd, dan zitten we rond het midden of richting de onderkant van de bandbreedte.

We hebben recent te maken gehad met twee overheidsorganisaties die zeer tevreden waren met onze prestatie, maar toch in het midden van de bandbreedte uitkwamen als bedrag, in het waardebepalingsgesprek dat wij een week na de prestatie te hebben geleverd, met als argument: ‘Het is wel belastinggeld waar we mee werken.’

Een argument waar iedereen het mee eens kan zijn. Toch?

Wij niet. Om verschillende redenen. Als je vooraf met elkaar afspreekt dat de bandbreedte er is om de prestatie die wij leveren te waarderen, dan moeten de argumenten ook in relatie tot die prestatie liggen. Als het ‘belastinggeld uitgaven beperken’ een argument in de overweging is, en dat is natuurlijk een goed argument, maar dan moet wel dat vooraf besproken zijn.  En als vooraf de bandbreedte knelt in het budget, dan zijn er twee mogelijkheden. Of wij doen het niet, of wij doen iets met de bandbreedte. Maar we kunnen nog iets doen omdat het vooraf wordt overwogen. Fair enough.

Als je dat argument achteraf gebruikt, dus ná onze prestatie, neigt het een gemaskeerd excuus te zijn dat wordt gebruikt om het factuurbedrag onheus omlaag te brengen. Dat is op z’n minst niet netjes, maar het schaadt vooral het vertrouwen. Het is immers niet wat we vooraf met elkaar zijn overeengekomen.

Als wij minder presteren dan verwacht, of een van ons twee had een slechte stem, of we konden het publiek, het sentiment of het thema van de bijeenkomst onvoldoende adresseren, dan is het een ander verhaal. Dat zijn allemaal argumenten die de waarde van onze prestatie, terecht, negatief beïnvloeden. Dan is een bijstelling omlaag gerechtvaardigd.

Eén van die twee overheidsinstellingen wilde ons een jaar later voor tweede keer op het podium hebben en dit keer iets langer dan de vorige keer. Geweldig natuurlijk en een herbevestiging van de tevredenheid over onze eerdere prestatie door de opdrachtgever. Zij gaven echter wel aan dat de waardebandbreedte die bij die langere podiumtijd hoorde aan de hoge kant was met als argument, je raadt het al, ‘het is immers wel belastinggeld’. Gelukkig was het dit keer vooraf en dan kun je het er in elk geval met elkaar over hebben.

Ik gaf aan dat ik het bijzonder op prijs stelde dat het belastinggeld zo goed en overwogen wordt uitgegeven. Maar ik voegde er wel wat aan toe.

De eerste sessie bij die instelling was een mooie bijeenkomst en wij brengen het publiek in een modus waarbij we ze (1) verleiden om ten minste één onderwerp mee te nemen uit onze sessie van de vele die we aanreiken en (2) om het kleinst mogelijke uitvoerbare stapje dat zij zelf kunnen zetten ook daadwerkelijk te zetten. Vandaag liefst nog, maar morgen uiterlijk. Toevallig hadden wij dit keer op het einde een korte evaluatie met daarbij de oproep aan de mensen om te gaan staan. Ze kregen de aanmoediging om te gaan zitten als ze niets in de sessie hadden gevonden waar ze iets mee konden. Van de tachtig mensen bleven er negenenzeventig staan. De vervolgvraag was ‘ga zitten als je morgen daadwerkelijk een stap gaat zetten. Er gingen een man of tien, twaalf, zitten in de wetenschap dat de waan van de dag het toch wel zou overnemen. Bijzonder moedig en eerlijk en bovendien realistisch. Een man of zestig bleef dus staan. Ze hadden er iets aan en zouden ook iets ondernemen.

Mooi resultaat, zou je zeggen.

Bij het argument ‘het is immers belastinggeld’ had ik dus de logische vervolgvraag, ik ben immers die belastingbetaler, wat is er eigenlijk in het afgelopen jaar gebeurd met het resultaat van die eerste workshop een jaar geleden? Als zestig mensen toezeggen er iets mee te gaan doen, dan moeten er toch een paar zijn geweest die ook daadwerkelijk in actie zijn gekomen. En ik ben, als het argument van ‘het is belastinggeld’ word ingezet, nieuwsgierig geworden naar het effect van inzet van dat gemeenschapsgeld. Er is immers door ons een aanzet gedaan, die is gewaardeerd, en wat hebben de mensen met die investering gedaan. Hebben ze het goed ingezet? Aangewend? Hebben ze het gat tussen denken en doen wat kleiner gekregen? Wat was het effect van die investering en hoe stond het met de afspraak die ze met zichzelf hadden gemaakt.

Het viel stil aan de andere kant van de tafel. ‘Je hebt een punt’ was het antwoord.

We konden onze normale bandbreedte blijven hanteren voor de tweede sessie.

Dus ben je van een overheidsinstelling en wil je het argument ‘het is immers belastinggeld’ hanteren. Dat is je goed recht en het dient een nobel doel. Maar wees er dan in elk geval wel op voorbereid dat wij het antwoord, op de vraag of het belastinggeld goed is besteed, zullen komen ophalen. Er is immers (1) een uitgave aan ons voor de prestatie, maar (2) de grootste prestatie moet uiteindelijk de medewerkers van de instelling daarna geleverd worden. Het één kan niet zonder het ander. Als geld van de belastingbetaler wordt uitgegeven, dan is heeft diezelfde belastingbetaler recht op inzage van het effect van die investering. En als dat effect uitblijft heb je iets uit te leggen. Niet in het minst aan jezelf. Maar nog meer aan de gemeenschap die het uitgeven van dat belastinggeld in handen legt van die instituten.

Zit stil (en houd je mond)

Vrije Denkers-dochter Sofía wil bij aankomst op het schoolplein altijd eerst naar de klauterboom. In de ochtend en de middag mogen alle kinderen van groep 1 en 2 nog lekker een half uur tot drie kwartier buiten spelen. Tot onze verbazing, maar meer nog schrik, is dat in groep 3 nog maar een kwartier – de rest van de dag zitten de kinderen binnen op een stoel. En dat geldt voor volwassenen misschien nog wel meer.

Waar komt dat toch vandaan, dat we al zo vroeg leren zitten en daar blijkbaar genoeg van houden om dat ons leven lang te blijven doen?

“Zitten is het nieuwe roken” is de nieuwste overheidscampagne, maar zitten is nog veel slechter dan roken. Ons lijf is gemaakt om te bewegen, maar dat zijn we op jonge leeftijd al verleerd. Omdat we gezond willen zijn, gaan we, in het meest gunstige geval, 1x per week met de auto naar de sportschool om ons lijf helemaal af te beulen. Volgen we het overheidsadvies om vergaderingen staand te doen. En kunnen we de niet meer lopen van de spierpijn na het sporten en protesteert ons lijf na een half uur staand vergaderen.

“Het werkt niet” lijkt een logische conclusie maar dat is het niet. Ons lijf is het niet gewend om te ‘benchpressen” of een uur te “spinnen” (en nee, niet zoals katten doen). We moeten het langzaam weer aanleren om te bewegen op een natuurlijke manier. Zoals ons lijf het fijn vindt. Zoals kinderen bewegen. Of misschien moeten we het kinderen zelfs helemaal niet afleren om te bewegen, om ze niet te dwingen op een stoetje te zitten.

Ik ga binnenkort vragen waarom er vanaf groep drie minder wordt buiten gespeeld om vervolgens aan te moedigen daar vooral eens opnieuw naar te kijken (en te doen ;-).

Kijksuggestie – Zit stil en houd je mond!

 

Maar je hebt nog helemaal geen nieuwe baan!

Je hebt nog helemaal geen nieuwe baan

Ze heeft zojuist haar baan opgezegd. Ze had drie jaar lang van alles geprobeerd, maar merkte steeds meer dat het niet meer bij haar paste. Veel mensen knikken goedkeurend en begrijpend als zij dit vertelt. Maar hun goedkeuring slaat om in verbijstering als ze horen dat ze dit gedaan heeft zónder dat ze eerst een andere baan heeft. “Stoer…” is de meest positieve reactie, maar in hun hoofd klinkt het meer als “Wat stom!”

De basis is natuurlijk het vertrouwen dat het goed gaat komen. Met haar kwaliteiten weet ze dat ze snel weer een nieuwe baan heeft. Toch is het voor veel mensen raar, afwijkend, dat je eerst je baan opzegt en dan pas gaat zoeken. En in zekere zin is het ook wel krom dat er voor mensen die ontslagen worden allerlei regelingen zijn die maken dat je je niet snel zorgen hoeft te maken – terwijl er voor mensen die zelf ontslag nemen geen vangnet is. Natuurlijk kun je zeggen: “eigen schuld, moet je maar geen ontslag nemen”, maar wat nou als je merkt dat je werk echt niet bij je past? Daar heeft niemand wat aan toch?

Veel mensen die niet gelukkig zijn op het werk blijven toch zitten. Te lastig, te eng en te onzeker om uit zichzelf weg te gaan. Dit is voor alle partijen heel frustrerend, want dit zijn niet de mensen met wie je wilt samenwerken in je bedrijf.

Stel, je doet werk dat niet bij je past. Dan heb je drie opties: actief op zoek naar ander werk terwijl je dit werk blijft doen, wachten tot je ontslagen wordt of zelf ontslag nemen in de wetenschap dat er ergens werk op je wacht dat wél past, zonder dat je daarvoor moet wachten tot je die nieuwe baan hebt. Natuurlijk kan je bij je werkgever aangeven dat je iets anders wilt en in het beste geval gaan jullie samen op zoek naar iets dat wel bij je past. Maar dit wordt niet gefaciliteerd door de overheid. Dat leidt er in onze ogen toe dat veel mensen in hun comfortzone blijven zitten. Ook als ze dat eigenlijk niet willen. Solliciteren, gesprekken voeren, wachten en het risico lopen afgewezen te worden… het is allemaal te eng om mee aan de slag te gaan.

Toch denken wij dat de wereld er mooier op wordt als iedereen doet waar hij of zij gelukkig van wordt. Dus kies voor jezelf en maak die keuze.

Eindelijk een leeg hoofd… en een volle inbox

vakantie

De kantoren beginnen weer langzaam vol te lopen met mensen die terugkomen na hun vakantie. Die eerste ochtend zie je ze nog relaxed vertellen over een tapastentje met gewéldige wijn, over een prachtig bijna onontdekt strand, over een fantastische tocht door onontgonnen landschap… Eind van de ochtend is dat enthousiasme al iets getemperd door een overvolle inbox en eind van de dag ligt hun bureau weer vol stapels met werk dat is blijven liggen terwijl zij tapas aten.

Het vakantiegevoel meenemen naar je werk lijkt onmogelijk. Binnen een dag zit je weer in structuren met vergaderingen, planningen, urenschrijven en niet te vergeten een ontplofte mailbox. Hoe kan het nou dat je je vol overtuiging voorneemt om je nú niet meer gek te laten maken en het allemaal anders te gaan doen… en dan toch in no time meegesleurd wordt in de waan van de dag? En waarom?

Het is in onze ogen een druk die je jezelf oplegt. Hoeveel van wat je moet doen, moet je ook echt doen? Vergaderen om het vergaderen, urenschrijven als verantwoording van de uren die je toch al gekregen had, je inbox leeg aan het einde van de werkdag… Voor ons Vrije Denkers is het anders: voor ons voelt het alsof we elke dag vakantie hebben… én elke dag werken. We komen dus ook niet terug van vakantie met een overvolle inbox, maar hebben tijdens onze vakantie al op passende momenten wat werk gedaan: mails, telefoontjes, een voorstel. Dus niet omdat het moet, maar omdat het op dat moment past.

Voor ons voelt dat inmiddels heel natuurlijk, maar vaak willen mensen op vakantie juist afstand van hun werk. Er even helemaal niets mee te maken hebben. Misschien begrijpelijk, maar het roept bij ons ook de vraag op:

Als je op vakantie echt niets van je werk wil weten, doe je dan wel werk dat bij je past?

Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet genoeg voor ieders hebzucht – Ghandi

Het instrument ‘denken’ kan heel nuttig zijn, maar kan ons ook flink in de weg zitten. Door je eigen denken ‘onder curatele’ te brengen, maak je jezelf bewuster van wat je denkt en ben je beter in staat jezelf af te vragen: is dit wat ik nu denk eigenlijk wel waar? Klopt deze gedachte?

Dit geldt vooral voor de gedachten die je van streek maken. Zijn dit dingen die je overkomen, of zit het in jezelf? Het lijkt erop dat we in onze westerse wereld weinig reden tot klagen hebben, met alles wat noodzakelijk is voorhanden: eten, drinken, onderdak, onderwijs… Toch bekruipen ons gemakkelijk tegenovergestelde gedachten; gedachten die aangeven dat er niet genoeg is, of dat jij niet genoeg bent. Gedachten gaan al snel over luxe, verlangen, iets dat er niet is of iets dat er wel is maar dat je juist niet wilt. Wanneer je je daar bewust(er) van bent, dan ben je minder snel slaaf van die gedachten en daarmee automatisch minder van streek.

Zodra gedachten over verlangens gaan en je bent je hier niet van bewust, dan is de kans groot dat je steeds méér verlangt en je gedachten je dus steeds meer van streek maken. Verlangens richten zich over het algemeen ook op een toekomst:

  • ‘als ik dat bezit dan …’
  • ‘als ik dat heb bereikt dan ….’
  • ‘als ik nu eerst maar eens op vakantie ben geweest dan …..’

of op een verleden;

  • ‘als het maar weer was zoals vroeger dan ….’
  • ‘als ik weer zo’n jeugdige energie had als toen dan ….’
  • ‘als de wereld maar weer was zoals 20 jaar geleden dan ….’.

En die verlangens houden je uit alles wat zich op dit moment aandient als werkelijkheid.

En natuurlijk is die werkelijkheid soms rauwer dan andere momenten. De tuin heeft nu water nodig, doe het. Het kind vraagt nu om naar een tekening te kijken, doe het. Je moet nu opstaan achter je computer want je zit al veel te lang, doe het. Maar ook die blik van je geliefde die nu aandacht nodig, geef het. Of die prachtige uitspraak die om stilte vraagt, verstil. Het koele zwemwater dat je lichaam verkoelt, ervaar het.

In de 1eeeuw na Christus schreef Epictetus “Het zijn niet de dingen zelf die mensen van streek maken, maar hun gedachten daarover.” Nog steeds zijn deze woorden voor ons een leidraad om regelmatig onze eigen gedachten onder de loep te nemen. Elke dag, elke minuut komt er immers van alles binnen aan gedachten, waarmee we ons snel neigen te identificeren. Maar niet per se iets met de werkelijkheid van doen heeft.

Observeer van wat er nu is. Omarm het. Aanvaard het.

Tracht niet een man van succes te zijn, maar probeer liever een man van waarde te zijn. (Einstein)

Laatst raakte ik in gesprek met een jonge vent die bij een monetaire instelling werkt. Hij vertelde dat hij daar niet echt meer op z’n plek zat, maar ook niet wist wat hij nou moest doen. Een vraag die we vaker gesteld zien, dus ik nodigde hem uit om een keer samen te lunchen en hierover te praten – wie weet kon ik hem met mijn eigen ervaringen helpen.

Het valt ons vaker op dat mensen vaak zo vast zitten in de status quo en zoeken naar succes, dat ze weinig ruimte voelen om na te denken over wat ze zelf als waardenvol ervaren. Terwijl dat een eerste vereiste is om te weten welke eerste stap je moet zetten. Het antwoord op de vraag “wat is mijn volgende stap?” is dan ook: “wat creëert waarde en wat niet?” Je moet dan natuurlijk wel eerst weten wat VOOR JOU waarde is. Pas dan kun je de vraag over de volgende stap beantwoorden.

Ga maar na bij jezelf. Alles wat je tot nog toe gedaan hebt en met enig gevoel van geluk en tevredenheid op terugkijkt, heeft heel waarschijnlijk te maken met wat JIJ waardenvol vindt. Dát is wat waarde voor jou is, en daarna kun je onderzoeken hoe jouw activiteiten zowel in werk als privé daaraan bij kunnen dragen. En kun je vaststellen of je op koers bent of van koers moet veranderen.

Mensen die ons inmiddels kennen, weten dat we met bovenstaande eigenlijk zeggen: zet geen doel uit zonder eerst ‘je bedoeling’ te kennen. Richt je op wat je belangrijk en betekenisvol acht, en zet vervolgens een stap die in lijn ligt met je bedoeling. (Of noem het een doel, maar kom in elk geval in beweging!)

Zelf stellen wij ons doel nooit in de toekomst, maar altijd hier en nu. Tijdens het lunchgesprek was mijn hoogste doel om volledig IN het gesprek aanwezig te zijn, en werkelijk contact met elkaar te maken. Om open en oprecht nieuwsgierig naar elkaar te zijn. En dat leidt tot de mooiste gesprekken – allebei gingen we vol energie en inspiratie weer onze eigen weg.

Van ‘tegenvallers’ naar ‘opvallers’

In Vrije Denkers huize Kruisman wordt er op dit moment flink getimmerd, gesloopt en verbouwd. Het is een flinke renovatie waarbij regelmatig iets misgaat. Soms door de klussers. Soms door eigen fouten. Soms door leveranciers.

Hoewel de natuurlijke en logische neiging is om liefst alles foutloos te willen zien gaan, hebben we ondertussen geleerd dat de fouten gewoon onderdeel zijn van het proces. Geen uitzondering dus, maar een wezenlijk onderdeel. En naarmate we meer en meer gewend raken aan de ‘niet foutloosheid’ begint zelfs een ware nieuwsgierigheid te ontstaan naar de volgende onverwachte situatie. De energie verschuift van ‘tegenvallers’ naar ‘opvallers’.

Elke ‘opvaller’ vraagt om creativiteit van zowel het vakmanschap van de klussers als creatief meebewegen van ons in de steeds weer nieuw ontstane situatie. Het is een voortdurend toestaan van wat zich hier en nu afspeelt en onuitgekomen verwachtingen bijstellen.

Kun je jezelf hierin ontwikkelen?

In onze presentaties spreken wij vaak over de  creativiteitsindex (NASA). Deze index is opgebouwd uit twee variabelen. Het ‘aantal vragen dat je stelt op een dag’ en het ‘aantal keren dat je lacht’ op een dag. Als je deze met elkaar vermenigvuldigd kom je op een index uit die iets zegt over het creatieve vermogen – hoe hoger, hoe creatiever je bent. Natuurlijk zijn dit niet de enige factoren, maar wel twee gemakkelijk te begrijpen variabelen: hoe meer vragen, hoe opener je houding voor nieuwe inzichten en hoe meer je lacht, hoe meer je je ontspant in onverwachte situaties. Dus ook hier weer: de nieuwsgierigheid naar hoe het anders of beter of slimmer kan, bepaalt hoe je nieuwe wegen kunt verkennen en creatiever kunt kijken naar situaties.

Laat je kostbare tijd dus vooral niet opvullen met geestdodende repeterende werkzaamheden, maar zorg dat je ruimte blijft maken voor iets nieuws. Julia Cameron heeft in The Artist’s Way een mooie methode voor ‘ruimte maken’, door elke dag ‘morning pages’ te schrijven. Een soort braindump, waardoor je in je hoofd veel ruimte maakt. Alles wat breincapaciteit kost zonder dat het je verder brengt, alles wat meer energie kost dan het oplevert, belemmert je om creatief te zijn. Dus als je een paar dagen achter elkaar hetzelfde opschrijft, kun je je afvragen: moet ik hier iets mee? Kan het anders? Of kan ik het misschien van m’n lijstje af?

We schreven al eerder: van ‘fouten’ kun je leren, maar van fouten word je dus ook nog eens heel creatief.  Eigenlijk is creatief zijn niet meer dan een mindset-verandering: het leren omgaan met een andere situatie dan je van tevoren had bedacht.

Hoe flexibel ben jij als het leven anders verloopt dan je had verwacht? Hou je dan vast aan je verwachting en de teleurstelling of laat je de realiteit toe?

Systeem eerst, dan pas de mens! (Taylor)

Dochter Sofía zit op een Daltonschool, in een klas waar groep 1 en 2 gecombineerd zijn. Het is een fijne klas met lieve juffen, en Sofía mag op een klein roze stoeltje zitten. Zij is helemaal blij. Haar vriendinnetje – laten we haar Laura noemen – is minder blij. Zij is een kop groter dan Sofiá en zit niet lekker op het kleine stoeltje.

Al in de 19eeeuw deed Taylor de beroemde uitspraak: “In het verleden was de mens eerst, in de toekomst is het systeem eerst.” Anno 2018 hoor je juist weer in veel organisaties dat “de mens centraal staat”, maar onze ervaring is dat het systeem nog altijd leidend is. Toen Laura vroeg of zij op een groter stoeltje mocht zitten, mocht dat niet. De grote stoeltjes, die met het gele knopje, zijn immers voor kinderen van groep 2. Groep 1 kinderen horen op het roze stoeltje. Het systeem staat centraal.

Zo merk je dat al vroeg in je leven een gevoel voor hiërarchie wordt bijgebracht. En deze hiërarchie wordt voortgezet: de baas heeft vrijwel altijd een mooiere, grotere en vooral hogere stoel dan de gewone werknemer. En het gaat niet alleen om de hiërarchie, maar ook om de bijbehorende privileges. Op grond van status heb je recht op een grote leren bureaustoel en dito kamer.

Op grond van schooljaar, dus niet lichaamsbouw, mag je op een geel stoeltje zitten.

Dat kinderen pas gelijke kansen krijgen bij ongelijk onderwijs, is niet alleen cognitief. Ook fysiek hebben verschillende kinderen verschillende behoeften. Dus ons advies is om dat grotere gele stoeltje gewoon roze dopjes te geven, zodat ook Laura comfortabel kan zitten. Systeem ontmoet mens: soms kun je met een kleine wijziging aan beiden tegemoet komen.

Denkend aan later….. mis je het nu

Misschien herkenbaar: dat je op een begrafenis bent van een oude kennis, die je al een paar jaar niet gezien hebt. Dat het je weer even wakker schudt en je jezelf door het verdriet en het gemis heen hoort denken: ‘ik zou vaker de mensen moeten opzoeken die me lief zijn! En dat je dat dan vervolgens niet doet.

Deze momenten geven je niet alleen dit inzicht, maar is ook een rechtstreekse uitnodiging om er vooral iets mee te doen. Om iets te brengen dat – voor je het weet – niet meer gebracht kan worden. Veel mensen leven ofwel in het verleden, of zijn geobsedeerd door morgen en overmorgen. Maar weinig mensen zijn bereid in het hier en nu te zijn. De mogelijkheden en kracht van het ‘nu’ worden behoorlijk onderschat, terwijl het toch echt de ‘enige echte’ mogelijkheid is.

De toekomst is aan voortdurende verandering onderhevig. Een vleugelslag van een vlinder kan verderop tot een orkaan leiden. Dus waarom het verleden en de de toekomst zo dominant verklaren? Leef het leven meer van dag tot dag, van stap 1 naar stap 1. Niet omdat het beter is, maar vooral omdat het ook niet anders kan.

Moet je dan nú helemaal niet denken aan ‘later’? Het is zeker niet verkeerd om aan later te denken of je verbeelding goed in te zetten. Maar je moet wel voorbereid zijn op een werkelijkheid die zich anders zal voordoen dan het ingebeelde, het verwachte of het geplande. Je kunt, zelfs als je denkt aan later of straks, maar een ding doen en dat is steeds anticiperen op de situatie die zich hier en nú voordoet. Voortschrijdend inzicht is niet iets dat af en toe voordoet. Het is een continu gegeven. Bij een scenario waarin je steeds met kortere tussenpozen een pitstop moet maken om te herijken moet je je afvragen wat de waarde is van dat scenario. En echte wendbaarheid zit ‘m juist in de kleine stapjes voortgang met voortdurende afstemming op wat er ‘DAAD-werkelijk’ gebeurt.

De toekomst is ook niet waar je bent. Er is geen ander vertrekpunt dan nu. “Ja maar, het had anders moeten zijn” levert je geen ander nu op, alleen maar vooral veel frustratie als je niet oppast. Wij zijn, ongeacht de situatie, blij in het hier en nu, zodat we nooit hoeven te verlangen naar een ander moment. Dat is wat ons betreft pensioenvrij leven. Vandaag doen waar je blij van wordt. Gisteren is immers geweest en morgen moet nog komen.

De ongezochte vondst

.. en het nut van toeval

Vaak worden wij uitgenodigd voor een sessie voor een afdeling of een team. Soms vragen ze ons welke afdeling ze nog meer moeten uitnodigingen en ons antwoord is altijd hetzelfde: vooral géén afdelingen, maar mensen. Mensen met energie, die zin hebben om al dan niet nieuwe dingen te horen en vooral: bereid zijn om nieuwe mensen te ontmoeten.

Nieuwe mensen leren kennen is de basis van serendipiteit: nuttige toevallige ontmoetingen. Deze ontmoetingen kunnen leiden tot verrassende, nieuwe en fantastische inzichten die jou als persoon, je werk of je omgeving weer een stapje verder kunnen brengen. En serendipiteit is te sturen: dat noemen we het ontwerpen van serendipiteit. Je kunt je omgeving zo inrichten dat er alle ruimte is voor ‘happy accidents’.

Het Nieuwe Werken – werkplekken en ontmoetingen in open ruimtes zonder vast plek voor afdelingen en teams – is daar een voorbeeld van. Maar het werken in open ruimtes staat onder druk: mensen zouden er ongelukkig van worden en zich onvoldoende kunnen concentreren. Dat is één van de redenen dat onderzoekers van de Universiteit van Wageningen weer terug gaan naar eigen plekken. Maar wij vragen ons sterk af of de winst van de teruggewonnen concentratieplek opweegt tegen de kansen die toevallige ontmoetingen brengen.

Want al die toevallige ontmoetingen, die zijn zo belangrijk volgens ons. Daarom doen wij wat we doen: elke dag weer ontmoeten wij nieuwe mensen die door nieuwe dialogen leiden tot nieuwe inzichten. Elke dag ervaren wij plezier en groei, met net een beetje verwondering over het nut van toeval. De ongezochte vondst. Als je deze frisheid, deze nieuwheid in elke ontmoeting weet te brengen, dan kan er iets moois ontstaan. En ach, misschien ook niet. Maar als je niet het nuttige toeval een beetje stuurt, dan gebeurt er in elk geval niets!

Quote:

How do we bring the right people to the right place at the right time to discover something new, when we don’t know who or where or when that is, let alone what it is we’re looking for? This is the paradox of innovation: If so many discoveries — from penicillin to plastics – are the product of serendipity, why do we insist breakthroughs can somehow be planned? Why not embrace serendipity instead?

Van website https://medium.com/aspen-ideas/engineering-serendipity-941e601a9b65

PS Aan te bevelen boek over dit onderwerp: Serendipiteit, de ongezochte vondst van Pek van Andel en Wim Brands. Ook de illustratie is van de omslag van dit boek.

 

‘Life as it is, the only teacher’

Laatst kwamen we op internet een prachtig verhaal tegen van een Chinese boer (door Alan Watts verteld). Het raakte ons omdat het op een heldere manier uitlegt dat na een willekeurige gebeurtenis nog niet zo makkelijk vast te stellen is of het nou een goede of een foute gebeurtenis betrof. ‘Maybe!’ Er is domweg een nieuwe situatie ontstaan met onverwachte nieuwe mogelijkheden en/of onmogelijkheden.

De wijze boer maakte in elk geval geen plan naar aanleiding van de dingen die hem overkwamen. Hij keurde ze niet af en niet goed. Je kunt van elke situatie iets vinden – goed of fout – maar elke situatie levert een nieuwe set parameters die je kunt inzetten voor de volgende stap. Na stap 1 komt stap 1.

Het geven van een oordeel – het benoemen van de situatie als goed of fout – is in feite hetzelfde als het diskwalificeren van de werkelijkheid zoals die zich voordoet. Mooi citaat in deze sfeer: ‘Managers hebben er een hekel aan als de werkelijkheid voor of achter loopt op hun planning’

Wat zich voordoet, doet zich simpelweg voor. Tegelijkertijd zien we veel mensen enorm worstelen om die werkelijkheid te proberen te beïnvloeden. Dat heeft volgens ons te maken met de neiging om een door hen gewenste werkelijkheid te willen creëren. En plannen daarvoor als gereedschap in te zetten.

Het moeilijk kunnen accepteren van de werkelijkheid heeft waarschijnlijk ook te maken met de angst dat de volgende stap tot een ongewenste of nog erger, onbekende, situatie zou kunnen leiden. Maar zoals het verhaal van de boer laat zien, kan ook een ‘ongewenste’ situatie de kiem zijn voor een nieuwe, mogelijk ‘wel gewenst’ gevolg. Werkelijkheid laat zich niet vangen in een plan.

‘Angst voor het onbekende’ kan ook verlammend werken in het zetten van een nieuwe stap, omdat mensen graag willen weten waar ze op uit gaan komen. Maar wie het hier en nu, de werkelijkheid zoals deze is, weet te aanvaarden, durft ook een stap te zetten zonder te weten waar hij uitkomt.

De toekomst blijft een raadsel en de kunst is het zo laten zijn. En vervolgens de illusie, van het met plannenmakerij oplossen van het raadsel, te leren doorzien.

(Of zouden nieuwe ontwikkelingen als ArtificiëIe Intelligentie en Predictive Analysis daarin verandering kunnen brengen?)