Lerend ontdekken of ontdekkend leren?

Binnenkort geven wij een sessie op een hogeschool in Leeuwarden, waar de opleiding Communicatie, Media en Design een mooi voorbeeld is van diplomavrij leren. Ze kennen daar geen curriculum, maar met 950 studenten hebben ze 950 curricula. Elke student wordt uitgenodigd om na te denken over wat ze willen leren. Voor veel studenten is dat nog een lastige vraag (“Dat bepalen jullie toch voor mij?”) maar in speciale persoonlijke ontwikkelsessies gaan studenten en docenten uitgebreid aan de slag met wat je wilt en hoe je dat wilt leren. De opleiding kent geen tentamens en geen cijfers, alleen kwartaalbesprekingen om te kijken hoe ver je bent en wat je verder nodig hebt. Ook klassen bestaan niet, alleen communities die bestaan uit een mix van studenten, docenten en mensen uit het bedrijfsleven. In een gecontroleerde omgeving wordt zoveel mogelijk de praktijk nagebootst.

Zoon Donath gaf aan dit wel een toffe opleiding te vinden, al duurt het nog even voor hij naar een hogeschool of universiteit mag. De vraag “wat wil je leren?” Dacht hij zo te kunnen beantwoorden, omdat op zijn school, het Vathorst College in Amersfoort, deze vraag het uitgangspunt is bij de opleidingen. Ze hebben geen klassen, maar gezamenlijke leerhuizen. Voor specifieke uitleg momenten is er een instructielokaal waar de docent met leerlingen zich terug kan trekken, met een maximum van 20 minuten. De leerlingen bepalen zelf hun opdrachten aan de hand van thema’s, met kunst en cultuur als uitgangspunt. Wat ze willen, wat hun talent is en hoe ze dat willen ontwikkelen wordt zo lerendewijs ontdekt.

Natuurlijk moet de school aan eindkwalificaties voldoen en aan de eisen van de inspectie. Daarom is het curriculum zo opgezet dat leerlingen de eerste drie jaar hun eigen opleiding maken, waarin ze zelfkennis opdoen en op een natuurlijke manier nieuwe vaardigheden leren. De laatste twee of drie jaar toetsen de leerlingen wat ze geleerd hebben op de manier van het “oude systeem”, zodat ze in hun laatste jaar het examen kunnen doen. In onze ogen is dit een goed voorbeeld van minimale structuur voor maximale flexibiliteit.

Sofía, die in de vorige blog voor het eerst kennis maakte met minimale structuur, heeft voor haar vervolgopleidingen gelukkig steeds meer keuze voor maximale flexibiliteit.

Puppy Love

puppy love

In Vrije Denkershuis Donath is er sinds kort gezinsuitbreiding. Een dartel bolletje hond van 8 weken, die veel aandacht vraagt en veel liefde daarvoor teruggeeft. De eerste acht weken was hij nog bij zijn moeder en broertjes en zusjes. Die weken zijn om een gevoel van veiligheid te creëren, om hem vertrouwd te maken met de wereld buiten de baarmoeder.

Nu, tussen de 8 en 12 weken moet hij kennis maken met de wereld buiten het nest. We leren hem zindelijk worden, in de bench slapen en hoe hij met kinderen om moet gaan. We leren hem ook de wereld buiten: andere mensen, andere honden, andere geluiden en geuren… Alles wat hij in deze weken leert, leert hij het snelst en onthoudt hij het langst – de rest van zijn leven zelfs.

Dit geldt voor mensen net zo goed. Alles wat ze op jonge leeftijd leren, blijft ze altijd bij. Dat wil niet zeggen dat ze op latere leeftijd niets meer leren, of niets meer af kunnen leren, maar wel dat het veel moeilijker gaat. Op jonge leeftijd gaat het opnemen van kennis, gedrag en gewoontes makkelijk en snel. Voor ons een belangrijke reden om onze kinderen dogmavrij op te voeden, zodat ze nu én later hun eigen keuzes kunnen maken. Juist omdat ze op deze jonge leeftijd dingen zo snel in zich opnemen, vinden wij het belangrijk dat ze alles van zo veel mogelijk kanten leren bekijken, en dan hun eigen standpunt innemen. Dat scheelt een hoop ‘reparatie’ op latere leeftijd.

De pup zal de komende 4 weken (en langer) nog veel aandacht vragen en we zullen veel tijd kwijt zijn met het aanleren van nuttige vaardigheden. Maar uiteindelijk hopen we dan een gehoorzame en goed opgevoede hond te hebben, die dogmavrij blaft ;-).

Daar waar de magie plaatsvindt

Waar de magie plaatsvindt

Afgelopen week hadden wij voor het eerst een sessie in het Engels. Dat vroeg om twee dingen; ten eerste een antwoord op de vraag “willen we dat?” en ten tweede een flinke voorbereiding. Dat laatste bleek best een uitdaging; we merkten dat we in het Nederlands eigenlijk best veel woordgrapjes maken, en een letterlijke vertaling werkt dan absoluut niet. Bovendien zorgt het gemak waarmee wij Nederlands praten voor veel flexibiliteit, terwijl dat in het Engels veel moeilijker is. We moesten dus ook keuzes maken: kill your darlings, in goed Engels.

We hebben daarbij allebei een andere manier van voorbereiden: Arthur wil liever alles uitschrijven en vaak oefenen, en Patrick wil graag improviseren. Hierdoor ontstond er bij Arthur iets meer losheid, en bij Patrick wat meer structuur. En vervolgens ga je het gewoon doén.

Natuurlijk maken we daarbij fouten. Het is een leerproces, maar wel een leerproces dat je misloopt als je van tevoren denkt dat je het niet kunt. Daar hebben we ook over nagedacht bij de vraag “willen we dit?” En het antwoord was ja, want binnen je comfortzone gebeurt er niet zo veel spannends. Of we het dan ook kunnen – of denken te kunnen, of denken niet te kunnen… – is dan niet zo relevant meer; als je het wilt, dan wil je ook de vaardigheden leren om het te kunnen. En dus hebben we geoefend, maar vooral gedaan. Want doen is de beste manier van denken, toch?

En dat merkten we ook tijdens een andere sessie, waar we de dagvoorzitter Saber Benjah ontmoetten die een geweldige performance gaf. Hij was pas 21 jaar en we waren erg onder de indruk. Nog meer zelfs toen hij aan het einde vertelde dat hij nooit had gedacht dagvoorzitter voor een groep van 300 mensen te kunnen zijn, omdat hij nog niet zo lang geleden een spraakgebrek had. De frustratie niet mee te kunnen komen maakte dat hij keihard werkte om hier van af te komen en de kans heeft gepakt om deze dag te leiden.

Weten wat jouw bedoeling is en stap voor stap bewegen richting die bedoeling vraagt om zelfinzicht, motivatie en wilskracht. Dan beweeg je je buiten je comfortzone en gebeurt er inderdaad (soms) iets magisch.

Voornemen voor 2018: Functievrij werken

voornemen 2018

Het is de laatste tijd steeds vaker in het nieuws; bedrijven hebben moeite om hun vacatures gevuld te krijgen en werkzoekenden vinden maar geen baan. Dit noemen ze de arbeidsmarktparadox. En zolang bedrijven hun vacatures nog uitsturen in de vorm van een kader (functieomschrijving) en mensen reageren omdat ze de ‘gewenste’ ervaring of diploma’s hebben, gaat die paradox niet gemakkelijk verdwijnen.

Dat wij geen fans van functies zijn wisten jullie al. In onze ogen is het één van de verklaringen van deze arbeidsmarktparadox. Een functie is een kader waar een bedrijf een mens in wil stoppen. Dat kader geeft vereisten als opleiding en ervaring en vaardigheden, en soms een beetje persoonlijkheid (enthousiast, teamwerker, creatief ect). Maar het gaat veel meer om motivatie en talent, en dat is voor iedereen anders. De klassieke cv heeft zijn nut verloren.

Dat past nog niet in onze ‘systemen’. We merken bijvoorbeeld dat veel instantie en sociale diensten bij gemeenten wel een hele wonderlijke manier van registratie hebben. Zij moeten de uitkeringsgerechtigden weer aan een baan helpen, maar geven in hun systeem de belemmeringen aan in plaats van de mogelijkheden. “Zoek je op ‘autisme’ krijg je honderden hits, zoek je op ‘lasser’ krijg je er niet één…”

Er zijn gelukkig wel al bedrijven die experimenteren met nieuwe manieren om talent een plek te geven. Zij vragen het team welke vaardigheid nodig is en wie in hun netwerk het talent heeft om deze behoefte in te vullen. Dat betekent ten eerste dat er heel veel werk voorkomen wordt. Het uitsturen van een vacature, het screenen van honderden sollicitatiebrieven, de nazorg bij de afgewezen kandidaten, de selectie van de overgebleven kandidaten, het voeren van gesprekken… En dan nog weet je alleen maar dat die persoon een ‘passende’ opleiding of ‘passende’ ervaring heeft. Of ze echt passen bij het werk weet je nog steeds niet.

Dat is het tweede voordeel van het gebruik van het aanwezige netwerk: er is meer aandacht is voor mensen die echt in het team en bij het bedrijf passen. Daarvoor moet je natuurlijk als bedrijf wel weten waar je voor staat, zodat sollicitanten kunnen aangeven of zij daar ook voor willen gaan. En als sollicitant moet je zelf goed weten wat je kunt, wat je wilt en waar je blij van wordt.

Deze omgekeerde aanpak zal niet de oplossing zijn voor de mismatch op de arbeidsmarkt, maar in elk geval op termijn veel ongelukkige werknemers en –gevers voorkomen. Want zo is er meer betrokkenheid en motivatie. Zonder dat het woord functie in het spel komt.

Vertrouwen kun je niet faken

Kennen jullie de term ‘functioneel boos worden’? Als je niet echt boos bent, maar merkt dat het in een bepaalde situatie handig is om even boos te doen? Wij hebben gemerkt dat als mensen proberen om ‘functioneel te vertrouwen’, het niet werkt. Hoe kan dat toch, dat je de ene gemoedstoestand makkelijk kunt inzetten, terwijl je de andere niet kunt faken?

Vertrouwen is een overtuiging. Het is een doel, en geen middel. Je kunt vertrouwen niet faken, omdat mensen dat gelijk merken. Het is iets dat je stapje voor stapje opbouwt, waarbij elke stap onder een vergrootglas wordt gelegd.

Vertrouwen is voor ons heel wezenlijk. Bij elke opdracht willen we zowel zelf als vanuit de opdrachtgever vertrouwen als basis hebben. Dat staat zelfs expliciet in de opdracht, we moeten beiden een vinkje kunnen zetten bij het woord ‘vertrouwen’. Maar zelfs als dat vertrouwen, tussen ons en de opdrachtgever, er is, merken we dat het vertrouwen binnen het bedrijf vaak nog wel wat ontwikkeling kan gebruiken. Zoals we al in een eerdere blog schreven: “Het lijkt zo logisch: als er vertrouwen is, gaat de samenwerking sneller en zijn de kosten lager. Toch werken de meeste bedrijven precies andersom, en investeren zij veel tijd en geld in het vooraf dichttimmeren van alles wat fout kan gaan. Wantrouwen heerst.”

Een bedrijf opzetten vanuit zuiver vertrouwen is daarom ontzettend moeilijk: medewerkers zullen argwanend zijn, misschien wel wantrouwend. Maar dat het wel mogelijk is bewijst Allard Droste van Aldowa. Tien jaar geleden is hij in dit bestaande bedrijf gestapt, waar medewerkers niet wilden, niet konden en niet deden. Met enthousiasme, hoop en vooral vertrouwen heeft hij met het team een grote cultuuromslag gerealiseerd van sterk hiërarchisch naar samensturing. Geen medewerkers maar mede-ondernemers. Hij vertelde ons hoe vertrouwen uit hele kleine dingen kan bestaan. Hoe die dingen vertrouwen kunnen maken maar ook breken. Hoe hij stapje voor stapje dat vertrouwen heeft op moeten bouwen, want ook al werkte hij vanuit vertrouwen, zijn omgeving was er nog niet aan toe.

En zijn belangrijkste boodschap, die wij volledig onderschrijven, is: oprecht vertrouwen is niet te faken, en maakt dat je altijd een stapje vooruit zet zonder terug te vallen in je oude patroon. Met vertrouwen werk je allemaal vanuit dezelfde bedoeling.

Waarom ga je niet gewoon binnendoor?

In dit interview vertelt Maarten ’t Hart over zijn fascinatie met olifantenpaadjes, ofwel afsteekroutes. Hij vertelt met veel genoegen over de menselijke gewoonte om de kortste weg te willen nemen, ook al suggereert de structuur een andere route. Een olifantenpaadje is een uitgesleten onverhard paadje, dat gebruikt wordt om sneller van a naar b te komen. In Nederland worden paden en wegen aangelegd als een structuur om het mensen makkelijker te maken. Maar in de praktijk werkt dat niet altijd en vinden mensen hun eigen (binnendoor) weg. Als deze weg veel gebruikt wordt, slijt deze in en ontstaat er een nieuw pad.

Jullie zien vast de link al met systemen in bedrijven. Ooit aangelegd om het werk gemakkelijk te maken, maar gaandeweg een systeem geworden, zijn de structuren in veel bedrijven lang niet altijd de kortste route. Wie uitgaat van de bedoeling (waar staat ons bedrijf voor?), kan baat hebben bij een afwijking van het systeem. Als het niet (meer) werkt, dan zijn er altijd wel mensen die een kortere route weten en die ook gaan toepassen. Als dit eenmalig gebeurt, of maar door één persoon, dan slijt het onvoldoende in. Maar als meer mensen vaker deze binnendoorweg nemen, dan wordt het een olifantenpaadje. Als bedrijf kun je dan net als de wethouder kiezen: werp ik obstakels op of faciliteer ik dit paadje door het te gaan verharden?

Bij de TU-Delft is een bijzonder, bijna on-Nederlands experiment gedaan door voor de inrichting van de campus niét eerst alle structuren vast te leggen, maar een deel onverhard te laten en af te wachten waar de mensen gaan lopen. De uitgesleten olifantenpaadjes zijn uiteindelijk bestraat. Bij de renovatie van het Amsterdamse Oosterpark is een olifantenpaadje een echt pad geworden. Welk bedrijf volgt deze voorbeelden?

Mijn kop zit vol….

Zelfs wij als Vrije Denkers hebben soms last van gebrek aan Vrije Ruimte in ons hoofd. Enige tijd geleden hebben we een blog geschreven over leerlingen wiens hoofd vol zit door het vele huiswerk, maar eigenlijk heeft iedereen daar wel eens last van. Dat je naar de keuken loopt en denkt: “Wat wilde ik hier ook al weer doen”.

Natuurlijk is het helemaal niet erg om het af en toe nèt even te druk te hebben. Sommige mensen claimen zelfs die druk nodig te hebben om optimaal te kunnen presteren. Misschien is dat waar, maar we weten in elk geval zeker dat het niet gunstig is om lange tijd achter elkaar te veel aan je hoofd te hebben. Je blik vernauwt, je kunt niet ‘breed’ meer kijken en ziet dus geen andere, nieuwe of betere mogelijkheden meer. Anders gezegd: het gaat ten koste van je creativiteit.

Wie langere tijd een ‘vol hoofd’ heeft, beperkt zichzelf – en daarmee de ruimte om vrij te denken. Je zou kunnen zeggen dat je werkgeheugen vol zit, en we weten allemaal dat computers daar enorm traag van worden. De oplossing is dan ook om wat tabbladen te sluiten die je op dat moment niet echt nodig hebt. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan trouwens, en dat geldt net zo goed voor ons. Vaak sluit je onbewust tabbladen (“factuur versturen” bijvoorbeeld) die best belangrijk zijn. Het helpt dan om even de computer helemaal uit te zetten (letterlijk en figuurlijk) en even tijd voor jezelf te nemen.

In een vol hoofd is geen plek voor creativiteit. Ga verdwalen, laat structuren los en ga NU dingen doen die je leuk vindt. Zo ontstaat er weer ruimte in je hoofd!

Weg met al dat huiswerk!

Er zijn weer stakingen aangekondigd van (basisschool)leraren die vinden dat hun werkdruk te hoog ligt. Dat is heel terecht, want door allerlei rompslomp die bij het lesgeven komt, is de werkdruk vaak ook erg hoog. Tegelijkertijd klinken er ook steeds meer stemmen dat de werkdruk voor de leerlingen en studenten ook steeds hoger wordt. Is het kopieergedrag of wordt het opgelegd door scholen, besturen of overheid?

In dit fragment uit de film Alphabet vertelt een meisje (Yakamoz Karakurt) in een open brief aan Zeit Online dat ze geen hobby’s heeft. Niet omdat ze geen interesses heeft, maar omdat ze geen tijd heeft. Ze is vanaf het moment dat ze thuiskomt na school tot het moment dat ze naar bed gaat, bezig met haar huiswerk. En dat zien we niet alleen op de middelbare school, maar ook al op de basisschool. Kinderen krijgen steeds vaker en steeds meer huiswerk mee.

Op deze manier krijgen kinderen steeds minder ruimte om echt te spelen, om creatief te zijn, om echt kind te zijn. Ze zijn vooral bezig met wat moét en minder met léven. Zo leren ze al op jonge leeftijd dat het ‘normaal’ is om ook thuis te werken. Het heet zelfs werk: huiswerk.

Zoals wij pleiten voor functievrij werken – omdat je doet wat je leuk vindt en waar je goed in bent – willen wij ook aandacht vestigen op huisvrijwerk spelen. Want juist spelend leren kinderen hoe de wereld in elkaar steekt. En dan kunnen ze op latere leeftijd altijd nog besluiten om wél werk mee naar huis te nemen. Maar zolang ze kind zijn, zou niemand hun de jeugd mogen afpakken.

Wat je elk kind zou moeten vragen

Veel leeftijdgenoten van ons herinneren zich vast nog het moment waarop je als kind je rapport kreeg en daarmee naar huis moest. De meeste ouders zullen vanuit liefde – en onbedoeld pedagogisch verantwoord – vooral de nadruk op de goede cijfers hebben gelegd. Toch werd bij een onvoldoende vaak aan het kind gevraagd: hoe kan dit?

Tegenwoordig wordt bij een onvoldoende vaak aan de docent gevraagd: hoe kan dit? Terwijl in onze ogen een docent daar geen verantwoordelijkheid voor draagt. Maar ook het kind niet. En evenmin de ouders. Het gaat namelijk niet om de onvoldoendes. De vraag die ouders en leerkrachten aan kinderen zouden moeten stellen, met zowel voldoendes als onvoldoendes, is: wat heb je er van geleerd?

Deze vraag maakt kinderen ontspannen in hun leerhouding. Ze weten dat ze ook van fouten – juist van fouten – kunnen leren. De volgende vraag is dan: wat heb je nodig voor het volgende stapje? En daar komt een school wel bij kijken: zij kunnen, net als de ouders, kinderen ondersteunen in hun natuurlijke ontwikkeling. In een ideale wereld geven zij kinderen geen feitenkennis, maar ondersteunen zij de kinderen in het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden.

Deze vraag helpt kinderen om het beste uit hunzelf te halen, en ouders om het beste uit hun kinderen te halen. En de school helpt daarbij.

De scholen zijn weer begonnen!

scholen zijn begonnen

Verreweg de meeste docenten zullen weer met veel enthousiasme en innerlijke drive het nieuwe schooljaar beginnen. Vaak met het oprechte voornemen om het dit jaar echt anders te doen: meer aandacht voor de kinderen, en minder voor de administratie. Maar hoewel we aan alle kanten signalen krijgen dat er een omslag gaande is, is het onderwijssysteem gewoon nog niet zo ver.

Docenten willen dolgraag experimenteren in hun eigen context. Wat wil je, wat kun je, wat is er mogelijk? Als iets niet kan, wat kan er dan wel? Toch merken we tegelijkertijd dat scholen worden geleid door een systeem van inspecties, waar bestuur en directie gevoelig voor zijn. Een achterhaald systeem dat kinderen op geboortejaar door een school heen haalt.

Docenten, net zo goed als leerlingen, willen hun talent ontplooien. Niemand wordt docent vanwege de administratieve lasten of het vele nakijkwerk. Ze willen helpen om van hun leerlingen de best mogelijke mensen te maken. Ze willen kinderen zelf leren denken in plaats van ze voor te kauwen wat ze moeten weten voor het behalen van een diploma. Ze willen kinderen leren dat sociale contacten ze helpt om samen beter werk af te leveren dan alleen, in plaats van ze af te straffen als ze iets voorzeggen of afkijken. Kortom, docenten willen kinderen voorbereiden op de snel ontwikkelende maatschappij. En de vraag is of ze dat met hun diploma in de hand zijn. Hoe lang duurt het nog voordat diezelfde maatschappij een diploma als een brevet van onvermogen ziet?

Dogmavrij opvoeden, diplomavrij leren, fouten maken moet… Het komt allemaal terug in dit filmpje, dat we al in 2014 op ons YouTube kanaal gezet hebben. Maar hoe ontzettend actueel is het nog!

“It’s not information overload, it’s filter failure” (Clay Shirky)

In een vorige blog hebben we benadrukt dat je eerst het kleinst mogelijke stapje moet zetten, voordat je verder kunt. Voordat je een plan maakt. Voordat je een innovatiedoorbraak hebt. Voordat je een gewoonte ontwikkelt. Veel mensen vinden dat eerste kleine stapje al heel moeilijk. Er is zo veel dat je eerst moet weten, over na moet denken, moet berekenen… dus voordat je dat eerste stapje zet, wil je alles zeker weten.

Maar er is altijd meer dan je kunt bevatten, dus alles weten, bedenken, berekenen lukt toch niet. Je zult, vooral voor die eerste stap, keuzes moeten maken. Je moet als het ware een filter aanleggen om uit al die informatie die er is een keuze te maken. Er is niet te veel informatie. Er is te weinig filter.

Aangezien het niet waarschijnlijk is dat de hoeveelheid informatie ooit af zal nemen, kun je beter onderzoeken of je selectiever met die informatie om kunt gaan. Voor iedereen is de balans tussen zinnig en onzinnig, tussen ‘signaal’ en ‘ruis’ anders. Wat is voor jou interessant, en dus een signaal, en wat is verstorend en daarmee ruis? Zo’n zelfgemaakt filter werkt heel goed om beter om te kunnen gaan met de informatie die op je af komt.

En verwar filter niet met focus: focus is prima maar kan nog steeds leiden tot informatie-overload. Je zult nooit ‘genoeg’ weten. Er is actie nodig om vooruit te komen, je moet iets doen met de kennis die je hebt opgedaan. En om iets te doen, zal je een keuze moeten maken.

Het kleinst mogelijke stapje

In een eerdere blog hebben we het gehad over hoe je nooit een plan helemaal van te voren uit kunt stippelen. Een plan ontvouwt zich gaandeweg: na stap 1 komt stap 1. Dat blijkt voor veel mensen al een opluchting – je hoeft niet de hele trap te zien om de eerste stap te nemen (Martin Luther King Jr.). Maar we merken tegelijkertijd dat voor veel mensen ook die eerste stap heel moeilijk is. Hoe zet je nou stap 1?

Die eerste stap is de kleinst mogelijke stap die je zelf kan zetten. Op het moment dat je je eerste stap bedenkt en je hebt daar andere mensen, middelen of technologieën voor nodig, dan is de stap nog te groot. Verklein ‘m zodanig, dat die eerste stap op elk moment in iedere situatie door jouzelf gezet kan worden!

En wie het idee van ‘na stap 1 komt stap 1’ geweldig vindt, maar tegelijkertijd denkt ‘grote passen, snel thuis’ – die moeten wij teleurstellen. Grote stappen maken niet dat je sneller gaat. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat voor één innovatie 60 kleine stappen nodig zijn. Het heeft geen zin die zestig stappen over te slaan; je hebt idee op idee op idee nodig voordat je tot een echte innovatie komt. Die kleine stapjes daarin zijn cruciaal.

Dus zet het kleinst mogelijke stapje in de goede richting. Het maakt niet uit hoe klein, maar maak een stap. En durf ook te falen. Ontwikkeling is geen rechte lijn, maar een opeenstapeling van fouten leermomenten. In kleine stapjes.

Voortreffelijkheid is een gewoonte

“We zijn dat, wat we bij herhaling doen. Voortreffelijkheid is daarom geen handeling, maar een gewoonte.” Deze uitspraak van Aristoteles geeft weer waarom het zo belangrijk is om stappen te blijven zetten. We hebben het al eerder gehad over hoe moeilijk het is om een eerste stap te zetten, hoe klein ook, maar het is nog moeilijker om dit te blijven doen. Om een gewoonte te creëren van iets dat je wilt blijven doen.

Dat dit inzicht al in de Griekse oudheid bestond en dat mensen er nog steeds mee worstelen, is veelzeggend. De wetenschapper BJ Fogg heeft daarom een methode ontwikkeld waarmee je van een gewenste handeling een gewoonte kunt maken. Die methode bestaat uit drie stappen: maak het specifiek, maak het klein, en verzin een trigger.

Een voorbeeld uit ons eigen leven: ik wilde graag meer water drinken. Liefst 10 tot 15 glazen per dag. Voor wie tot dan toe een dergelijke hoeveelheid vloeistof vooral in de vorm van koffie nuttigde, is dat een enorme stap. Ik heb daarom kleine stapjes gezet en mijn slechte gewoonte – koffie – gekoppeld aan mijn gewenste nieuwe gewoonte: water. Bij elke kop koffie dronk ik een glas water, totdat ik steeds minder koffie en steeds meer water dronk.

Deze methode kun je op alle gewoontes toepassen. Strategische doelen haal je door elke dag 1 ding te doen dat daaraan bijdraagt. Meer winst behaal je door elke maand een paar procent opzij te zetten. Meer kennis vergaar je door elke dag 1 bladzij te lezen. En uiteindelijk is voortreffelijkheid je nieuwe gewoonte.

Doe wat je leuk vindt

De term “flow” is bij iedereen wel bekend, al dan niet vanuit persoonlijke ervaring. Het moment waarop je zo geconcentreerd iets aan het doen bent dat je alle besef van tijd en plaats kwijtraakt. En bijna altijd levert het een fantastisch resultaat op. Flow is dus staat van zijn die je zo veel mogelijk zou willen ervaren. Maar hoe dan?

Mihaly Csikszentmihalyi heeft hier meerdere boeken over geschreven en ook onderzocht onder welke voorwaarden je flow kunt bereiken. Dat heeft te maken met precies de juiste verhouding tussen vaardigheden en uitdaging: te veel uitdaging geeft stress, te veel vaardigheden geeft verveling. Tussen het gebied van spanning en routine zit flow: je krijgt de juiste uitdaging voor jouw specifieke vaardigheden.

Heel interessant vinden wij. Als je flow ervaart haal je het beste uit jezelf. Jouw organisatie haalt dan ook het beste uit jou als medewerker. Bovendien is aangetoond dat je door voldoende uitdaging gezonder en gelukkiger bent. We riepen eerder al op om je Cognitive Footprint te verlagen. Als je daar toch mee aan de slag gaat, waarom dan niet op een manier dat je flow ervaart? De voordelen van flow geven in ieder geval genoeg redenen voor een bedrijf om die uitdagingen aan te reiken, het is aan jou om er ook iets mee te doen.

En als je ze niet krijgt van je organisatie? Dan weet je al wat wij als Vrije Denkers zeggen: laat je niet beperken door functieomschrijvingen, regels of incompetente managers, maar creëer je eigen functie en doe wat je leuk vindt – met alle uitdagingen die je nodig hebt om regelmatig flow te ervaren!

Alternatieve CO2

alternatieve co2

Veel bedrijven zijn bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen, met duurzaam inkopen, met zonnepanelen of groene energie. Daar geven ze allemaal hun eigen invulling aan, maar wat ons opvalt is dat het vrijwel altijd gaat om processen of objecten zoals gebouwen. Zelden wordt het grootste kapitaal van elke organisatie duurzaam gemaakt, namelijk de medewerkers.

En dan bedoelen we niet dat de medewerkers hun CO2-uitstoot moeten verminderen, maar dat medewerkers en organisatie aan een alternatieve CO2-reductie moeten denken. Hierbij staat de C voor cognitieve en de twee O’s voor Onderbenutting en Overschot. Beiden kunnen in onze ogen zwaar gereduceerd worden.

Een Cognitieve Onderbenutting is elke situatie waarin je iets zou willen doen, maar niet kan door interne of externe oorzaken (geen creativiteit, wachten op iemand, niet op de juiste plek). Je wilt iets, maar er zijn belemmeringen waardoor het niet kan. Deze CO kun je reduceren door te zoeken naar mogelijkheden die de belemmeringen opheffen, zodat je je cognitieve capaciteiten alsnog kunt inzetten. Een Cognitief Overschot ontstaat doordat je kennis of vaardigheden hebt die je bewust of soms noodgedwongen niet inzet, omdat ze bijvoorbeeld niet bij je functie horen. Hoe je deze CO kunt verminderen weet je natuurlijk al; zoek naar mogelijkheden om alsnog je talenten in te zetten.

De alternatieve CO2-reductie is niet alleen goed voor de medewerkers, omdat ze daarmee het beste uit zichzelf halen. Het is vooral ook goed voor een organisatie, omdat ze daarmee het beste uit hun medewerkers halen. Meer aandacht voor het vergroten van de ‘Cognitive Footprint’ van je grootste kapitaal is de beste vorm van MVO!

Weten is gelijk aan Meten

Weten is gelijk aan Meten

Cijfers zijn fijn. Cijfers geven grip op de werkelijkheid, geven controle. Met cijfers weet je precies wat je moet doen en wat de uitkomst is. Door te vertrouwen op cijfers kun je sturen. Meten = weten.

Maar wat nu als je deze wiskundige vergelijking omdraait? Weten = Meten? Het zou hetzelfde moeten zijn, maar bijna niemand doet dat. Wij wel natuurlijk, en weet je wat daar uit komt? Dat vertrouwen op je gevoel soms beter is dan vertrouwen op cijfers.

De werkelijkheid kun je niet sturen. Er gebeuren altijd dingen die niet in je excel-sheet staan. Door te vertrouwen op cijfers creëer je de schijnzekerheid dat je de werkelijkheid aan je cijfers kunt aanpassen. Maar gevoel is ook een meetinstrument en in onze ogen zelfs een hele belangrijke. Een voorbeeld: Een kind scoort bij een bezoek aan het consultatiebureau net buiten het gemiddelde. Is dat dan direct reden voor paniek? Of laat je het gevoel ook zwaar meewegen en voorkom je een puur cijfergedreven consternatiebureau. Weten = meten: je intuïtie is een niet te verwaarlozen meetinstrument.

Daarom vertrouwen wij niet alleen op cijfers maar steeds meer op gevoel. Als iets tijdens een gesprek niet goed voelt, benoem het dan. Als je een planning ziet en je onderbuik zegt dat het niet klopt, geef het aan. Als er besluiten worden genomen op basis van grote excel-sheets, en alle cijfers lijken te kloppen maar de werkelijkheid niet, dan heb je vast gelijk. Benoem het. Vertrouw op je gevoel. Weten is gelijk aan Meten!

Illustratiebasis: Ryk producties

Jezelf zijn is zo makkelijk nog niet…

In de vorige blog hadden we het al over hoe belangrijk het is om jezelf te zijn. Om niet per sé aardig gevonden te willen worden, om niet per sé in een hokje te passen. Dat is natuurlijk prachtig om te horen en niemand is daar echt op tegen. Maar om het ook te doén…? Dat is een ander verhaal. Want het is heel moeilijk, jezelf zijn.

We denken namelijk al snel dat als we ons aanpassen, dat mensen ons aardig vinden, en dat als mensen ons aardig vinden, er al snel verbinding volgt. Banks Benitez (Awkward – video) is echter een andere mening toegedaan, en wij zijn het met hem eens. Wie zich aanpast, geeft in onze ogen de mogelijkheid tot verbinding juist op. Hoe meer je jezelf bent, hoe kwetsbaarder je jezelf opstelt. In de woorden van Benitez:

“Awkwardness is when you show your true self,
but you don’t mean to.”

Jezelf zijn kan leiden tot ongemakkelijke situaties, maar niet jezelf zijn heeft op termijn nog veel ongemakkelijkere gevolgen. Het gevoel van ongemak dat voortkomt uit juist niét aanpassen, is zo menselijk, dat het juist verbinding tot gevolg heeft. Mensen herkennen het gevoel en vanuit die herkenning komt verbinding. Het omgekeerde is ook waar: wie zich achter een masker verschuilt, wie niet zichzelf is, zal zich niet snel echt verbinden met een ander.

Dus omarm het ongemak en wees jezelf!

Kinderen krijgen pas gelijke kansen bij ongelijk onderwijs

Een Olympisch hockeyer wordt niet kampioen doordat hij of zij zich oefent in het geven van presentaties of haute cuisine. Nee, een hockeyer doet waar hij goed in is en probeert dat te verbeteren. Van een 9 naar een 10, en geen aandacht voor de 6-jes.

Hoe anders is dat in ons schoolsysteem. Van de 10 onderwerpen op een rapport is er vooral aandacht voor de onvoldoendes. Pas als je overal een voldoende voor hebt, krijg je een diploma. Zo worden kinderen al op jonge leeftijd in keurslijven geduwd.

Deze methode komt voort uit het industriële tijdperk, toen uniforme manieren van denken en doen in de fabrieken de hoogste productie gaven. Maar dat is tegenwoordig veel minder relevant. Door de robotisering wordt het routinewerk steeds minder interessant voor mensen en is er een stijgende behoefte aan menselijk vernuft en creativiteit. Hoe kunnen we dat onze kinderen leren?

Hoe haalt een leerling het maximale uit zichzelf? Niet door toe te werken naar zo veel mogelijk goede antwoorden en bij voldoende goede antwoorden een diploma. Dat levert alleen een standaard keurslijf en standaard denkwijzen op. Liever help je een leerling in zijn persoonlijke ontwikkeling, in wie hij is en wat hij kan. Kennis is al lang niet meer het belangrijkste in onze maatschappij, want alles is vindbaar. Het gaat er om wat je toevoegt van jezelf en hoe je de kennis toepast.

Waarom niet diplomavrij leren? Iedereen heeft een talent. Om dat te vinden en te helpen ontwikkelen is immers zo veel waardevoller dan een diploma. Of zoals Einstein zegt:

“If you judge a fish by its ability to climb a tree, it will spend its whole life thinking it is stupid.”

Pensioenvrij leven begint vandaag!

In onze vorige blog hebben we verteld over pensioenvrij leven. Dat is voor ons meer dan nu doen wat je leuk vindt. Het betekent in onze ogen twee dingen: je bent nu al een beetje met pensioen óf je hoeft nooit met pensioen. Zo zijn wij ooit begonnen: met kleine stapjes steeds meer dingen doen die we leuk vinden, zodat werken niet als werken voelt, en we een pensioenvrij leven leiden.

Daarnaast betekent het voor ons ook dat je je meer richt op het hier en nu in plaats van op het daar en later. Niet “straks als ik met pensioen ben”, maar nu al genieten. Niet wachten op de ideale omstandigheden, maar nu al keuzes maken. Niet “als….dan…” maar stappen nemen en in beweging blijven.

De zorgeloosheid die de Zuid-Europese landen kenmerkt, is ook voor ons nuchtere Nederlanders een mooi voorbeeld. Zoals we met onze blog over stap 1 hebben uitgelegd, is de toekomst niet te voorspellen, dus waarom zou je je daar druk om maken? Mañana… Het komt morgen wel. Druk maken om daar en later kan het beste als het daar en later is: morgen dus. Natuurlijk heb je verantwoordelijkheden, maar laat ze je niet weerhouden om nu in kleine stapjes te gaan doen wat je leuk vindt, en zo elke dag al een beetje met pensioen te zijn. Dan hoef je als je 68 bent misschien helemaal niet meer “met pensioen” om “te doen wat je leuk vindt”. Dan heb je immers al een pensioenvrij leven.

Pensioenvrij leven* is een keuze

Als je 5 jaar oud bent, ben je op je creatiefst. Op je 8e is je creativiteit al gehalveerd en op je 44e heb je een staat van terminale serieusheid bereikt. Daarna komt je creativiteit in een soort flatline tot aan je pensioen en pas dan zie je de creativiteit weer toenemen.

In al onze workshops vragen we mensen waarom zij denken dat dit zo is, en altijd komt wel de volgende reden naar voren: “Omdat je dan gaat doen wat je leuk vindt.” Auw. Het kan toch niet zo zijn dat wij Nederlanders nu massaal dingen doen die we niet leuk vinden, en wachten tot ons 67e, 68e of nog later, om dan wel dingen te gaan doen die wel leuk vinden? Waarom? Waarom zou je wachten en niet nu al leuke dingen gaan doen?

Een paar dagen geleden kwam na onze workshop een vrouw naar ons toe en zei: “Mooi verhaal hoor, hoe jullie nu doen wat jullie leuk vinden. Maar ik kan dat niet. Ik heb een kind. Een hypotheek. Ik ben alleenstaande moeder. Ik heb te veel verantwoordelijkheid. Voor mij is dat niet weggelegd: ik moet dit werk wel blijven doen.”

Dit is maar één van de vele excuses die we horen. Als we dan doorvragen wat mensen echt zouden willen, dan zijn het dingen als “meer reizen”, “voor mezelf beginnen” of “singer/ songwriter worden”. Dat zijn inderdaad grote stappen, die je echter ook goed in kleine stapjes kunt opdelen. Doe iets meer van wat je leuk vindt, elke dag! Stap uit je comfortzone en durf keuzes te maken. Want zonder keuzes maken lukt het in elk geval niet. Zoek niet naar excuses, maar naar kansen. Neem stap 1, evalueer en neem stap 1. We verdienen het allemaal om nu al pensioenvrij te leven!


*Pensioenvrij leven is oorspronkelijk een pleidooi van Jef Staes
*
* De Creativiteitsindex : Professor Paul Louis Iske