Vroeger was niet alles beter!

‘We mogen eindelijk terug naar hoe het was’ hoor je overal. We lijken daarbij vooral de nadelen te zien van de huidige situatie (sociale afstand, beperking van vrijheid, te hoge werkdruk of juist te weinig werk) en gaan voorbij aan dat wat we in hele korte tijd ook bizar veel leren en geleerd hebben. 

Waar wij een gemiste kans zien is dat, nu de regels versoepeld worden, we alles weer bij het oude willen hebben, zonder te behouden wat wel heel goed werkt in deze tijd. Wij werken met onze ‘na stap 1 volgt stap 1’-methode continu met een simpele evaluatie: ‘wat nemen we mee, wat laten we achter, wat voegen we toe?’

Twee voorbeelden:

Bedrijven zijn nu bezig om zich klaar te maken voor de anderhalve-metersamenleving, vanuit het idee dat straks zoveel mogelijk mensen weer op kantoor gaat werken. Maar waarom niet de huidige situatie als uitgangspunt nemen en het kantoor daarop aanpassen. Bijvoorbeeld door deze omgeving ook binnen de huidige regels geschikter te maken voor sociaal contact, als ontmoetingsplek voor zakelijke en/of sociale contacten. De voordelen van de huidige manier van werken proberen te combineren met de voordelen van een kantoor. Focuswerken, eigen tijd indelen, kortere vergaderingen en geen reistijd – dat neem je mee, sociale afstand laat je achter en het kantoor als ontmoetingsplek voeg je toe.

Scholen richten zich in op ‘om de dag’-onderwijs en zijn onderweg naar “regulier onderwijs”. Ik hoop dat dat een gezamenlijke zoektocht tussen leerkracht-ouder en kind wordt om te ontdekken welke combinatie van digitaal en ‘in de klas’ het beste past. We gaan uit van ‘onderwijs op afstand’ en voegen zoveel mogelijk ‘in de klas’ onderwijs toe.

“Het nieuwe normaal” betekent in onze ogen vooral anders werken en leven. Niet een ‘vroeger was alles beter’ idee vasthouden, maar evalueren van wat inderdaad beter was in combinatie met wat we nu allemaal geleerd hebben dat de moeite van het behouden waard is. En dus iedere dag opnieuw bekijken wat werkt en wat niet werkte en op basis daarvan snel je volgende stap 1 zetten. Zo wordt iedere volgende dag een beetje beter dan de vorige.

“Nee” is ook een antwoord!

Vorige week waren we in gesprek met een bedrijf waar we al een tijdje mee samenwerken. Het is een mooi bedrijf met maatschappelijke waarde. Het gaat erg goed met het bedrijf: zo goed dat ze enorm groeien en het eigenlijk niet goed meer aankunnen. Maar nee zeggen is geen optie: vanuit een passievolle intrinsieke motivatie willen ze zo veel mogelijk mensen helpen. 

Het deed me denken aan de houthakker die tot diep in de nacht bezig was omdat hij geen tijd had om zijn bijl te slijpen:

Een houthakker trekt het bos in met een grote opdracht om honderden bomen om te hakken. Hij begint enthousiast en werkt hard door. Dan komt een voorbijganger langs die tegen hem zegt: “Joh, waarom gebruik je geen kettingzaag? Dat gaat veel sneller.” Het antwoord van de houthakker is dat hij geen tijd heeft om te leren met een kettingzaag te werken: hij is te druk. Ondertussen wordt zijn bijl steeds botter en moet hij steeds harder werken om op tijd klaar te zijn. Tijd om zijn bijl te slijpen heeft hij ook al niet. Terwijl al die tijd de oplossing aan zijn voeten ligt….

Wie alleen maar werkt IN zijn bedrijf, komt niet toe aan het werken AAN z’n bedrijf. Jezelf verbeteren, nieuwe dingen uitproberen die je werk makkelijker, beter of sneller maken… Er zijn altijd wel oplossingen waar je goed mee geholpen bent, maar je moet wel de tijd nemen om ze te leren kennen én ermee te experimenteren. Nee is immers ook een antwoord: op korte termijn kun je dan misschien iets minder mensen helpen maar op langere termijn des te meer.

zie ook “Alleen nee zeggen is niet genoeg

Geef, alsof het je laatste dag is

Laatst mocht ik (Patrick) voor de stichting Present (waar ik zelf ook al een aantal jaar actief ben) een bijeenkomst in goede banen leiden. Sprekers als Ben Tiggelaar en Herman Zondag (AFAS) hielden die avond inspirerende lezingen. Een avond vol mooie verhalen en inzichten waarbij de afsluitende tip van Herman extra bij mij binnen kwam: “Geef alsof het je laatste dag is”. Het sluit mooi aan bij onze filosofie ‘na stap 1 komt stap 1’ – maak geen plannen voor volgende week als dit je laatste dag kan zijn. Wees zo veel mogelijk in het hier en nu, en geef wat je hebt te bieden. 

Tegelijkertijd merkte ik dat er enkele mensen in de zaal zaten die verwachtingen hadden van wat die avond ze op langere termijn kon geven. Terwijl het voor mij ging om de bijeenkomst zelf, het hebben van een mooie ontmoetingen op dat moment, en niet ook voor volgende week. 

Geef, alsof het je laatste dag is staat voor mij niet alleen voor het hebben van geen verwachtingen (denk aan de geluksformule van Mo Gawdat) en ‘na stap 1 komt stap 1’, maar vooral ook voor het vanzelfsprekend naar elkaar om kunnen zien. Geven, zonder verwachtingen of verplichtingen. Niet halen, niet opdringen, maar gewoon vanuit je authentieke zelf geven. 

Credits foto: Anthea van den Berg-Koopman

Ervaringen van ons publiek

We krijgen zoveel leuke en bemoedigende reacties na afloop van onze workshops dat we de komende periode aan aantal van deze ervaringen willen delen. We doen dat bij wijze van experiment in eerste instantie in interview-vorm. Eens kijken wat deze stap 1 voor gevolg heeft.

Neem toch wat pepernoten!

pepernoten

Kennen jullie dat? Je hebt een zakje pepernoten gekocht en legt deze ergens op tafel. Ongeopend kan dit zakje daar uren, misschien wel dagen liggen. Maar heb je ‘m eenmaal open gemaakt, dan is de kans dat ie binnen enkele uren (of sneller) helemaal leeg is behoorlijk groot.

Veel mensen die bij ons in een workshop zitten, gaan niet echt aan de slag met wat we vertellen. Ze voelen zich misschien even geïnspireerd, waarderen de inzichten en tips, hebben een leuke workshop maar gaan naar afloop weer over tot de orde van de dag. Zij laten het zakje dicht zitten. 

Ongeveer 9% van de mensen die bij onze workshop aanwezig zijn, gaan misschien wél aan de slag. Zij voelen het kriebelen, hebben misschien al een stap gezet en herkennen zich in de inzichten die we geven. Wij maken het zakje voor ze open om ze te verleiden wat pepernoten te pakken. We gaan ze niet dwingen: ze moeten het zelf doen. De 1% van de aanwezigen die nog over is, die gaat hoe dan ook verder met wat we aanreiken en weet het zakje pepernoten probleemloos te vinden. Soms bieden ze ook anderen wat pepernoten aan. 

De mensen die niet willen, daar hoef je geen energie aan te geven. In onze nieuwste workshop Hoe dan? Doe dan! richten we ons vooral op de 9% die wel verder wil maar misschien wel wat hulp kan gebruiken. De 90% die niets doet met wat we aanreiken heeft niets aan ons ‘open zakje pepernoten’. Maar de mensen die weten hoe lekker onze pepernoten zijn, en die alleen maar een open zakje nodig hebben om verder te kunnen, die mensen willen we graag helpen.

Zelfsturing werkt niet

Afgelopen week raakte ik in gesprek met iemand die mopperde dat hij net die middag plotseling een afspraak voor de dag erna in z’n agenda geschoven had gekregen. Het ging om een overdracht van een collega die twee maanden daarvoor al z’n ontslag had ingediend. Hij had het nog zo gezegd, vertelde de man, dat z’n manager de overdracht snel moest regelen. En nu dit. 

Maar dit is natuurlijk niet alleen een probleem voor de manager. Het probleem is dat die manager er is, waardoor niemand iets uit zichzelf onderneemt, maar wacht tot de manager iets doet. De man die ik sprak had twee maanden geleden al het probleem geconstateerd, maar zelf niets gedaan. Want daar was immers de manager voor. 

Toch los je het probleem ook niet op door de manager weg te laten: wat we noemen ‘zelfsturing’. Een nieuwe structuur zonder managers legt vaak vooral het onderliggende probleem bloot – het onvermogen om verantwoordelijkheid te nemen.

Dat is niet alleen omdat mensen het niet kunnen, maar ook omdat ze het niet willen. Zelfsturing is meer-dimensionaal en het gaat niet alleen om een nieuwe structuur. Het gaat ook om het creëren van een fysieke en sociale omgeving waarin zelfsturing aangemoedigd wordt, en om het aanbieden van de juiste kennis en vaardigheden om zelf besluiten te nemen. 

Het klopt dat het nemen van verantwoordelijkheid in een organisatie ontzettend moeilijk is. Maar als je wilt doen wat nodig is, als je vrijheid en flexibiliteit wilt ervaren, dan gaat dat niet zonder het nemen van verantwoordelijkheid. En dan werkt zelfsturing wel.

Wij ‘mogen’ weer werken!

De vakantie is voor velen weer voorbij en in Nederland is het nieuwe schooljaar weer begonnen. Dat betekent ook veel openingsactiviteiten van het schoolseizoen waar wij meer dan eens voor worden gevraagd om de aftrap te doen. Afgelopen week mochten het schooljaar starten voor een groep docenten van een middelbare school – we waren uitgenodigd om “Doen is de beste manier van denken” te doen. Een welkome afwisseling want de laatste tijd zijn we met name bezig geweest met onze nieuwste workshops “Zoek het zelf lekker uit” en “Hoe dan? Doe dan!”.

In “Doen is de beste manier van denken” laten we altijd de creativiteitsindex zien. Op je vijfde ben je op je creatiefst, daarna gaat het rap achteruit en pas rond je 65ste zie je weer een pijltje omhoog. Als we dan vragen aan het publiek wat een reden zou kunnen zijn waarom na het pensioen de creativiteit weer omhoog gaat, horen we vaak: “omdat je dan gaat doen wat je leuk vindt”. Dat gebeurde nu ook weer en het zette ons aan om deze blog te schrijven: er zijn blijkbaar nog erg veel mensen die niet doen wat ze leuk vinden en het gevoel hebben weer aan het werk te ‘moeten’. Gelukkig zijn er ook veel mensen die blij zijn dat ze weer aan het werk mogen. Voor de sessie begon kwam er bijvoorbeeld een docent naar ons toe die aangaf erg veel zin te hebben om eindelijk weer aan het werk te gaan. Zes weken vakantie was wat hem betreft veel te lang! 

Natuurlijk is het onderscheid tussen ‘moeten’ en ‘mogen’ bij docenten niet anders dan bij alle andere beroepsgroepen in Nederland. En er zit ook een grote groep mensen tussen die noch het een, noch het ander vindt. Wat voor ons de doelgroep van docenten wel anders maakt, is dat zij in onze ogen een enorme inspiratiebron voor hun leerlingen zijn (of in elk geval zouden moeten zijn).

In “Doen is de beste manier van denken” vertellen wij ook over ‘na middernacht’, en hoe anders de maatschappij nu is dan enkele deccenia geleden. We moedigen iedereen aan het einde van de sessie ook altijd aan om één ding van al het gehoorde, ervarene en beleefde zo snel mogelijk zelf toe te passen. Bij het onderwijs onderstrepen we dat zij een extra verantwoordelijkheid dragen om hun leerlingen voor te bereiden op alles wat komen gaat.

En eigenlijk beperkt zich dat niet alleen tot docenten. Iedereen is in zekere zin verantwoordelijk voor een eigen toepassing én voor de omgeving waarin hij/zij zich bevindt. Als leidinggevende, maar ook als collega’s onderling op een afdeling of zelfs zzp’ers en hun netwerk.

Dus als jij ook weer ‘moet’ kijk dan vooral of je het leuker kan maken, in eerste instantie voor jezelf. En als je weer ‘mag’ zie dan in elke dag een mogelijkheid voor jezelf én voor anderen om het werk nog betekenisvoller te krijgen door zowel de bedoeling weer scherp te krijgen als een stap 1 te zetten in de richting van die bedoeling.

Veel werkplezier toegewenst!

Ben je benieuwd naar onze nieuwe workshops? Woensdag 20 november 2019 geven we ’s-avonds in ’s-Hertogenbosch beide workshops voor een aantal relaties. Stuur een van ons even een mail/app dan zorgen we dat je er ook bij kan zijn!

“Laat bloeien” deze zomer

Voor veel mensen is de zomer een periode waar ze het hele jaar naar uitkijken, omdat ze dan weer een paar weken op vakantie mogen. Hè lekker, hoeven we even niet te werken. Vaak zijn de eerste drie dagen van de vakantie ook echt nodig om bij te komen, van het werk. Hoe komt dat toch?

Hoewel we niet voor iedereen antwoord kunnen geven, denken we dat voor veel mensen geldt dat ze niet doen waar ze echt gelukkig van worden. Ze hebben een baan die misschien wel goed verdient of status oplevert. Of ze denken dat ze niet de goede opleiding hebben voor hun echte droombaan. Of het ergste: ze denken dat ze te oud zijn.

Maar het is nooit te laat om te bloeien. Vanaf het moment dat we naar school gaan, worden we gedwongen om alle stapjes in een vooraf bepaald ritme te zetten: na de basisschool kies je een schoolnivo, dan een profielkeuze met daarin je eindexamenvakken, de vervolgstudie, de eerste baan en het bijbehorende functieprofiel… Maar dit ritme is lang niet voor iedereen geschikt. Het zorgt ervoor dat je nauwelijks tijd krijgt om elke keer opnieuw jezelf af te vragen: waar word ik écht blij van?

Dus doe het deze zomer anders: word een laatbloeier. Ook als je nog jong bent. Laat deze zomer bloeien waar je echt plezier in hebt. Ga na hoe je dat in je werk kunt integreren. Het mag best iets heel kleins zijn, maar zorg dat je ook op je werk elke dag met plezier doet wat je doet. En lukt het niet in je werk? Doe het dan in ieder geval in je vrije tijd, of zoek naar een baan waar je wel van gaat bloeien. Zorg dat je open staat voor wat er op je pad komt, zodat je vol overtuiging ‘ja’ kunt zeggen tegen de juiste dingen!

Wat neem je mee?

Wat neem je mee

De vakantieperiode is weer aangebroken en dus zijn velen van ons bezig met de vraag “Wat neem ik mee”. Wij stellen onszelf die vraag echter continu, niet alleen bij het inpakken voor een vakantie.

Sinds enige tijd hebben wij een nieuwe workshop, die we nu een aantal keer hebben gedaan. En de eerste keer verschilde enorm van de laatste keer. Niet één workshop was precies hetzelfde. Waarom? Omdat we samen elke keer zo scherp mogelijk evalueren, gelijk na iedere workshop, en kijken naar wat we mee kunnen/moeten nemen. Continue evaluatie, niet om een plan aan te passen – want we hebben geen plan – maar om een zo goed mogelijke nieuwe stap 1 te zetten.

Na stap 1 komt immers een nieuwe stap 1. Met de bedoeling scherp voor ogen is het vooral kijken wat je meeneemt van je huidige stap 1. Daarom evalueren wij gelijk na elke workshop en zien we dit als een continu proces. De volgende workshop – de volgende stap 1 – is daarom nét even anders. Als we weken zouden wachten met de evaluatie (of nog langer zoals zo vaak gebeurt met projecten en plannen) dan zijn we het gevoel en de details allang kwijt. Juist die details maken het mogelijk om de kleine aanpassingen te doen die vaak het verschil blijken te zijn.

Ook met de mensen voor wie we de workshop geven evalueren we snel. Die feedback is voor ons erg waardevol, omdat we daarmee kunnen toetsen of dat wat we kwijt willen ook goed aankomt bij onze toehoorders. Zouden we met deze evaluaties te lang wachten, dan ontnemen we onszelf de kans om de oprechte – want spontane – mening van de mensen voor wie het doen te horen.

Elke keer vragen we onszelf dus vooral af: wat nemen we mee, wat laten we achter en wat voegen we toe? Daardoor is onze volgende workshop iedere keer nét even anders dan de vorige. 

Heb jij ook zo’n jeuk?

Laatst hoorde ik (Patrick) Gary Vaynerchuk praten over ‘Scratch your own itch’, in goed nederlands “krab je eigen jeuk”. Zijn uitleg was dat je datgene moet doen waar JIJ jeuk van krijgt. Dat sprak ons aan: niet alleen maar andermans jeuk ‘herkennen’, maar vooral aan de slag met je eigen jeuk. En dat kan negatief en positief! 

Stel, je ergert je aan iets (negatieve jeuk). Als je vindt dat het anders moet maar het ligt buiten je invloed, dan moet je er geen energie aan besteden en dus proberen de jeuk te negeren. Maar als je wél invloed hebt, dan moet je er ook iets mee doen, en zorgen dat de jeuk verdwijnt: keuzes maken, actie ondernemen, iets doen.

Positieve jeuk bestaat ook en uit zich in de vorm van een kriebel. Veel mensen negeren die kriebel, maar wij vinden dat je juist met die kriebel ook iets moet doen. Heel lang hebben wij, voordat we Vrije Denkers werden, vooral geprobeerd de negatieve jeuk weg te halen. Zo hebben we tijdens onze loonslavernij onder andere het beoordelingsgesprek afgeschaft en onze manager ‘ontslagen’ (link). Dat maakt het werk wel leuker, maar echt gaaf werd het pas toen we onze positieve jeuk, onze kriebel, gingen volgen. Want waar wij echt energie van krijgen is mensen inspireren met prikkelende presentaties. Dat was een flinke kriebel die heeft geleid tot waar we nu staan!

De illusie van kennis

Onlangs lazen we over een interessant psychologisch experiment van de Universiteit van Liverpool met een groep mensen aan wie gevraagd werd hoe hoog ze zichzelf zouden inschatten met betrekking tot hun kennis van de werking van fietsen. Op een schaal van 1 tot 7, waarbij 1 ‘niets’ was en 7 ‘alles’, schatten de meeste mensen hun kennis van fietsen redelijk hoog in. Vervolgens kregen ze de vraag om een technische schets van een fiets verder in te tekenen en de verschillende onderdelen te verbinden. Deze tekeningen werden door de kunstenaar Gianluca Gimini in een 3D tekening omgezet en toen bleek al snel dat de meeste fietsen onmogelijk de weg op zouden kunnen.

Opvallend is dat vooral de mensen die dachten dat ze wel wisten hoe een fiets werkt – die zichzelf een hoog cijfer hadden gegeven – er behoorlijk naast zaten met hun tekeningen. Een ketting die twee wielen verbond, of juist nergens aan vast zat. Een stuur dat aan het frame zat en dus niet kon draaien. Vaak denken we precies te weten hoe iets in elkaar steekt – en zitten we er mijlenver naast.

Wij noemen dit de illusie van kennis. Hoe meer je denkt te weten, hoe minder je ervan uit moet gaan dat je het weet. Al eerder schreven we over ‘na middernacht’ en dat is ook wat we hier bedoelen. De veranderingen gaan zo snel, veel sneller dan we bij kunnen houden, dat elke wetenschap, elk feit achterhaald kan zijn op het moment dat jij denkt er alles van te weten. Daarom zeggen we ook:

“Het ergste is niet dat je iets niet weet
maar dat je denkt het zeker te weten!” 

Waarom zijn meisjes nooit de held?

Ik (Patrick) kreeg laatst een boek cadeau: Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes. Een prachtige verzameling van korte verhalen over heldinnen door de eeuwen heen – beroemd (Michelle Obama, Serena Williams, Amelia Earheart) en minder bekend. Ik heb het aan mijn dochter van 9 gegeven en sindsdien leest ze iedere avond in het boek. Haar lievelingsverhaal is van een Mexicaans meisje dat graag arts wilde worden, in een tijd en in een land waar meisjes niet mochten studeren. Zij schreef een brief aan de president dat zij vond dat meisjes ook zouden mogen studeren en de president was het met haar eens. Na haar studie bleek ze geen examen te mogen doen en opnieuw schreef zij de president. Ook nu was hij het met haar eens en hij was zelfs op haar afstuderen. Zij was Matilde Montoya, de eerste vrouwelijke arts in Mexico.

Dit verhaal, en alle andere verhalen in het boek, inspireren meisjes als mijn dochter om de heldin te worden in hun eigen verhaal. Het is, ook voor ons, een inspiratiebron voor dogmavrij opvoeden. Het boek Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes is ook op die manier ontstaan. Twee moeders verwonderden zich over het gebrek aan boeken voor hun dochters waarin meisjes de hoofdpersoon zijn (zoals Pippi Langkous). Als experiment gingen zij een bibliotheek binnen en zochten aan de hand van enkele vragen naar boeken met meisjes in een hoofdrol. Dat bleken er zo weinig, dat ze hun eigen boek schreven – en met succes. Inmiddels is er een deel 2, die mijn dochter met stip op haar verlanglijst heeft staan. 

We vertellen onze kinderen dat ze alles kunnen worden wat ze willen. Maar is dat wel zo, als we ze blijven voeden met vooroordelen? Onze kinderen zijn helemaal goed zoals ze zijn. Ze ZIJN immers al iemand.

“Wat wil je later worden?” vroeg de juf.‘
t Was in de derde klas.
Ik keek haar aan en wist het niet.
‘k Dacht dat ik al iets was
(Toon Hermans)

“Mijn knie doet pijn. Doe er wat aan.”

Onlangs zaten wij bij de fysiotherapeut samen. Niet om behandeld te worden, al zou dat best kunnen, maar omdat deze fysiotherapeut een experiment wil aangaan. Een nieuwe manier van mensen behandelen: zonder ingewikkelde vergoedingen, maximaal aantal behandelingen en onnavolgbare verzekeraarsregels. En mét maximale motivatie, resultaatafspraken en eerlijke prijzen. Hij kwam bij ons om te vragen: hoe kan ik gaan werken met waardebepaling achteraf?

Hij wil veel meer op basis van de intrinsieke motivatie van mensen behandelen. Vaak komen patiënten namelijk bij hem en leggen hun probleem bij hém neer: ik heb mijn enkel verzwikt – los jij het op? Hij wil, samen met de patiënt, vooraf bekijken welk resultaat mogelijk is en de waarde van de behandeling koppelen aan het resultaat. 

Zijn tweede reden is dat hij minder afhankelijk wil zijn van verzekeraars. De verzekerde moet proberen vooraf in te schatten hoeveel behandelingen er plaats gaan vinden in een jaar. De verzekeraar schat in hoeveel behandelingen er in een jaar gedaan mogen worden, hoe lang ze mogen duren en wat er per behandeling gerekend mag worden. De werkelijkheid is altijd anders dan deze inschattingen en het is vaak aan de fysiotherapeut om dit dan maar op te lossen.

Deze fysiotherapeut is daarom op zoek gegaan naar het kleinst mogelijke stapje dat hij kon nemen. Hij gooit niet zijn hele praktijk om, maar begint met een klein experiment. Met één klant heeft hij afspraken gemaakt: Wat gaan we doen, welk resultaat willen we bereiken en welke waarde kunnen we daar aan koppelen. Na twaalf weken evalueren ze, kijken wat wel en niet gewerkt heeft en besluiten dan samen om door te gaan of te stoppen. Na Stap 1 komt immers een nieuwe Stap 1.

Zou jij mee kunnen en willen gaan in zo’n experiment en kun jij inschatten hoeveel jouw gezondheid je waard is?

Maak je niet druk!

Sinds een paar maanden rij ik (Patrick) elektrisch. Dat was natuurlijk vanuit het oogpunt van duurzaamheid, maar ook heel erg uit nieuwsgierigheid. Wat brengt elektrisch rijden mij, en wat geef ik ervoor op? Ik dacht dat ik me vooral druk zou maken over op tijd opladen en ‘het halen van mijn bestemming’. Afgelopen week kwam ik thuis na een skivakantie in Frankrijk met mijn vrouw en drie kinderen. Ik weet nu wat het rijden van een Tesla mij vooral brengt: onthaasting.

Over heel veel dingen hoef ik namelijk niet meer na te denken. Het rijden is supercomfortabel. De auto beschikt over een heel constant vermogen, dus een helling neemt ie net zo makkelijk als de snelweg. Remmen hoeft bijna niet meer: het gaspedaal iets minder indrukken is voldoende. En vooral handig: ik vertel de auto waar ik heen wil, en hij geeft aan waar onze eerste stop is om weer op te laden. Zelfs de auto vindt: na stap 1 komt stap 1 😉

En op deze manier halen we heel veel haast-gevoel uit onze reis. De terugreis bijvoorbeeld zijn we om half zes in de ochtend begonnen. Rond half acht zijn we gestopt om wat te ontbijten. Op ons gemak, want de auto heeft tijd nodig om op te laden. Maar wat een stress, drukte en haast in het hotelrestaurant om ons heen! Gezinnen op weg naar of terugkomend van vakantie, die gehaast een croissant naar binnen duwen en koffie en jus d’orange half laten staan. Snel snel, voordat we in de file komen. Opschieten, want anders komen we te laat aan. Nu weg, want stel je voor….

De auto heeft mij geleerd (of gedwongen?) om niet meer in die haast-stand te staan. Om mij over te geven aan de tijd die de reis duurt, waardoor het uiteindelijk niet meer uitmaakte of we nu reden of stilstonden. Ja, we hebben er veel langer over gedaan, maar toch voelde het niet zo. De reis was echt onderdeel van de vakantie. We hebben ons uiteindelijk zestien uur en bijna 1200 km niet druk gemaakt. Dat kon ook sneller, 13 uur zou ook haalbaar moeten zijn, maar dit voelde nu prima. Op naar de volgende reis!

Vergeet het maar!

Je herkent het vast wel: overal to-do lijstjes, een herinneringen-app, een notitieboekje in je tas… We schrijven alles op en omarmen elke nieuwe methode die ons daarbij helpt. Van Getting Things Done tot Bullet Journals. Want stel je toch eens voor dat je iets zou vergeten!

En wat blijkt nu? Vergeten is ontzettend belangrijk. Elke dag verandert er van alles om je heen en je moet er niet aan denken om alles te onthouden. Waar vorige week je auto stond is nu niet belangrijk meer. Je brein moet zich voortdurend aanpassen aan de veranderende omgeving: nieuwe dingen onthouden en andere dingen vergeten. We moeten doelgerichtvergeten.

‘Ja natuurlijk’, zal je zeggen, ‘natuurlijk vergeet ik waar ik vorige week mijn auto had staan. Maar het is wel hartstikke belangrijk dat ik onthou dat…’ en vaak gevolgd door een opsomming van to-do’s. Waarvan we dénken dat die in de categorie ‘niet vergeten’ vallen. Maar die best wel eens in de categorie ‘waar vorige week de auto stond’ kunnen vallen. 

We zijn zo bang om iets te vergeten dat we alles proberen te onthouden. Maar creatief en abstract denken lukt je pas als je heel veel informatie vergeet – weglaat, loslaat, negeert.  Vergelijk het met een beeld in een blok marmer, dat je pas ziet als je overtollige marmer wegbeitelt. We hebben ruimte nodig in ons hoofd om nieuwe verbanden te zien, nieuwe dingen te leren en verder te komen. 

Daarom zijn wij een voorstander van niets meer opschrijven. Als het echt belangrijk is, komt het vanzelf weer naar boven. Alles opschrijven zorgt er alleen maar voor dat je heel hard moet onthouden waar je alles opgeschreven hebt. Vergeet het gewoon! 

En vergeet ook rustig dat we dit gezegd hebben 😉

Sta je nou een Yak te scheren?

Er bestaat een engelse uitspraak “yak shaving” die zich als volgt laat uitleggen:

Stel, je kijkt naar buiten en denkt: het is al dagen erg droog, ik moet nodig de tuin sproeien. Maar mijn slang is stuk, dus moet ik eerst een nieuwe slang halen. Maar mijn vrouw is weg met de auto dus dan moet ik met de bus. Maar mijn chipkaart heeft geen saldo, dus dan moet ik de chipkaart van mijn buurman even lenen. Maar die leent mij niets meer, want ik heb laatst een kussen geleend van hem en dat is stuk gegaan.

En voordat je het weet sta je in de dierentuin een yak te scheren, omdat de vulling van het kussen van de buurman van yakken-wol was… 

Dit is een aaneengesloten reeks van voorwaarden om een oplossing te vinden voor stapjes die niét gezet hadden hoeven worden. De bedoeling was immers om je tuin te sproeien en niet om een yak te scheren. Hoe leuk je dat ook vindt en hoe goed je daar ook in bent.

Deze parallel zien we vaak bij zowel kleine als grote organisaties: tussen de oorspronkelijke bedoeling en de weg naar die bedoeling zijn zoveel stappen, systemen en structuren gezet, dat de bedoeling – de tuin sproeien – uit het oog verloren is. Iedereen zet z’n eigen stapjes volgens de functieomschrijving (je vindt het leuk en je bent er goed in!) maar werk je daarmee nog aan de bedoeling? Moet jouw stapje nog wel gezet worden? Sta je niet een yak te scheren terwijl de planten water nodig hebben?

En dit zie je niet alleen veel bij organisaties, maar waarschijnlijk ook bij jezelf. Hoe vaak wil je iets, maar doe je het niet want wat nou als…? Of doe je iets anders omdat je denkt dat je éérst dat moet doen? Of wacht je totdat, want pas als… dan… 

Of het nu om mensen of organisaties gaat; wie ‘voorwaardelijke’ stappen zet om richting de bedoeling te komen, loopt grote kans deze bedoeling al snel uit het oog te verliezen. Stel jezelf dus steeds de vraag: Ben ik nou een yak aan het scheren?

Geïnspireerd door Seth Godin

Wil je mijn ogen zijn?

Onlangs kwam ik de app Be My Eyes tegen en ik vond een zo’n mooi initiatief dat ik me gelijk aangemeld heb. Waarom? Omdat dit een voorbeeld is van het kleinst mogelijke stapje dat je kunt zetten.

Be My Eyes is een app die blinde/slechtziende mensen koppelt aan mensen die wel goed kunnen zien. Als iemand graag hulp wil, doet hij of zij een oproep via de app en kunnen anderen daarop reageren. Vanochtend had ik mijn eerste ervaring daarmee: een vrouw kon niet goed zien of ze wasmachine goed ingesteld had. Ze vroeg of iemand even kon meekijken of de machine inderdaad op ‘bonte was 40 graden’ stond. Via een videoverbinding, opgezet door de app, kon ik meekijken en daarmee deze dame een grote dienst bewijzen. Kleine moeite, groot plezier.

Vaak horen we dat mensen die onze workshops volgen of onze blogs lezen, het moeilijk vinden om te bepalen wat een ‘kleinst mogelijk stapje’ is. Nou, dit is een prachtig voorbeeld. Het kost je nauwelijks tijd of moeite. Het is wel een mooie stap 1 om de wereld een beetje mooier te maken. 

Zelf ook goede voorbeelden? We zijn benieuwd!

Het is nooit af!

Het is sociaal correct om de vraag “hoe gaat het?” met “Goed… druk” te beantwoorden, maar daar doen wij als Vrije Denkers natuurlijk niet aan mee. Want weet je, het is toch nooit af. Elke keer als je zegt “Dit moet echt even af, want anders…” dan neem je jezelf in de maling. Het is de grote valkuil van ondernemers, maar ook van veel werknemers: je laten leiden door (zelf)opgelegde deadlines. Vooral deadlines die van hogerhand opgelegd worden willen nog wel eens fictief zijn. Gewoon om maar een datum te hebben. Maar als niemand vraagt naar de reden van de deadline dan rent iedereen om die datum te halen en dat gaat ten koste van de kwaliteit.

Hoe dan wel? Dat is voor iedereen anders. Wissel eens af tussen “om 15 uur stop ik met werken” en “ik doe vandaag deze 12 dingen en daarna stop ik”. Dat begint natuurlijk met een afspraak met jezelf dat je niet steeds maar dóór blijft gaan. Dat je stopt als het ‘genoeg’ is. Maar wat is ‘genoeg’voor jou? Voor ondernemers is het meestal ‘meer opdrachten is meer geld is meer zekerheid’, maar wanneer stopt het? Wanneer is het genoeg? Ook voor werknemers, die vaak doorgaan tot de stapel werk op hun bureau weg is. Maar guess what? Morgen ligt er weer zo’n stapel. En misschien zelfs wel meer. Dus hoe ver ga je? Experimenteer eens met stoppen op een bepaalde tijd en stoppen na een afgebakende hoeveelheid taken. En kijk wat werkt voor jou. Want echt, werk is niet het enige belangrijke in je leven.

Vergeet goede voornemens!

Ongeveer driekwart van alle Nederlanders is deze maand hun leven drastisch aan het veranderen met het najagen van goede voornemens. De meeste van deze voornemens draaien om het minderen van slechte gewoontes (sigaretten, alcohol) of het vergroten van goede gewoontes (gezond eten, meer bewegen), maar bijna alle goede voornemens worden vertaald in doelen. “Stoppen met roken”, “20 kilo kwijt”, “6x per week naar de sportschool” – inclusief een uitgewerkt plan om deze doelen te halen. Hoe nobel ook, de kans dat je deze voornemens volhoudt, is vrij klein. We noemen het immers niet voor niets voornemens. Het zijn slechts voornemens om iets te doen, we doen het (nog) niet. Het is geen actie, maar het vóórnemen om een actie te ondernemen.

Maar hoe dan? Doorgaan op oude voet is waarschijnlijk ook geen optie, anders maak je geen goede voornemens. Wij denken dat juist door een doel en een plan te maken, je vrij snel weer vervalt in die oude gewoontes. Waarom? Omdat plannen niet werken. Omdat resultaten niet te voorspellen zijn. We hebben hier al eerder over geschreven voor bedrijven maar het geldt net zo goed voor persoonlijke levens. Een onverwacht feestje, een verstuikte enkel, nét te veel stress zorgen toch voor weer een biertje, een paar weken niet hardlopen en het opsteken van een sigaret. Weg motivatie.

Dus hoe dan wel? Ook hier kun je ons advies voor bedrijven toepassen: werk met een bedoeling. Ga voor ‘gezonder leven’ en minder drinken, niet meer roken en meer bewegen volgt daar vanzelf uit. Natuurlijk is dit net zo moeilijk vol te houden als een goed voornemen, maar je hebt niet ‘gefaald’ als je toch een biertje drinkt. Je maakt het pad terwijl je het bewandelt. Je zet stap 1de kleinst mogelijke stap die je op dat moment kunt nemen (een glas water bij elk glas wijn waardoor je minder drinkt, of een blokje om ’s avonds in plaats van een slechte realityshow kijken), kijkt hoe dat bevalt en zet dan weer stap 1. Alle nieuwe gewoontes die je volhoudt en bijdragen aan je bedoeling, zijn gewoontes die bij je passen. 

Dus: wat is jouw bedoeling voor 2019 en welke stap 1 heb je al gezet?

Verdoe jij je tijd?

Wie ons filmpje kent weet al dat wij een voorstander zijn van veel lachen en veel vragen stellen. Waarom? Omdat dit alles te maken heeft met creativiteit. Het aantal vragen dat je stelt op een dag, vermenigvuldigt met het aantal keer dat je lacht, geeft een goede indicatie van je creativiteit. Zo zie je dat kinderen creatiever zijn dan volwassenen: je bent op je creatiefst als je 5 jaar bent, en op je 8ste is dat meestal al gehalveerd. Op je 44ste bereiken de meeste mensen een dieptepunt: terminale serieusheid genaamd. Na de pensioenleeftijd schiet de creativiteitsindex vaak weer omhoog. Als wij aan deelnemers vragen waarom, krijgen we als antwoord: ‘omdat je dan weer gaat doen wat je echt leuk vindt’.

Dat is natuurlijke een pijnlijke constatering, maar minstens zo pijnlijk is de constatering van Rutger Bregman tijdens een aflevering van Tegenlicht: ‘Een kwart van de beroepsbevolking twijfelt over het nut van zijn/haar baan’. Mensen met bullshitjobs en mensen die blijven hangen in een baan om hun pensioen af te wachten zijn niet zo heel erg verschillend. Of je nou een baan hebt die onzin is voor de maatschappij (bullshit-werk) of onzin voor jezelf (niet passend werk) – in beide gevallen is het heel erg jammer als je wel blijft zitten. Wat houdt jou tegen om daar iets tegen te doen?

Wie blijft zitten in onzin-werk of niet-passend werk, verliest tijd, energie en talent. Verspilling van talent hebben we het vaker over gehad maar ook verspilling van tijd is onnodig en heel erg zonde: van tijd heb je maar een beperkte voorraad, namelijk 24 uur per dag. Waarom zou je die niet besteden aan iets wat energie oplevert? Waar je je talent in kwijt kunt? Waar je blij van wordt?

Natuurlijk kun je vast honderden redenen bedenken waarom je het niet kúnt. Maar ook daar hebben we het al eerder over gehad: je bent zelf verantwoordelijk voor je acties – of het gebrek daaraan. We zijn benieuwd: lijkt jouw baan op een bullshit-job? Stel je geen vragen meer en lach je ook bijna niet meer op je werk? Dan is het misschien tijd om actie te ondernemen en iets te doen dat beter bij jou past en de maatschappij.