‘Ik kijk voorgoed anders naar werk’

In 2018 werkte ik bij de Provincie Zuid-Holland als afdelingshoofd van de brug- en sluiswachters. De dienst waarbinnen ik werkzaam was, was verantwoordelijk voor het goed functioneren van alle (water)wegen van de provincie. We waren een degelijke maar tegelijkertijd toch ook ietwat ouderwetse dienst. Dol op projectmatig werken, stevige stappenplannen én bijbehorende stippen op de horizon. Ik voelde de noodzaak voor een frisse blik op ons werk en onze manier van organiseren. Het leek mij nuttig even goed wakker geschud worden – en dus heb ik de Vrije Denkers gevraagd ons daarin te helpen.

Nou dat wakker schudden is goed gelukt! Ik kijk nooit meer hetzelfde aan tegen voorheen heel logische lijkende uitspraken zoals “We moeten zorgen dat alle neuzen dezelfde kant opstaan”. Ik zeg tegenwoordig dan direct “Joh, dan doe je echt iets fout: als twee neuzen dezelfde kant opstaan, dan is dat eentje te veel”. We moeten meer de diverse zienswijzen zien in te zetten. Dat geeft veel meer oplossingsrichtingen en perspectieven dan als iedereen maar eenzelfde soort zienswijze erop nahoudt. Vooral dát heb ik geleerd tijdens twee werksessies die Arthur en Patrick voor onze dienst hebben gedaan. Op een ludieke maar indringende wijze hebben ze mij duidelijk gemaakt dat wat we altijd deden, nu gewoonweg niet meer werkt. Géén ‘stip op de horizon’, géén balk op de horizon, géén projectplan, géén onnodig vertragende business cases. Sneller dóen, inzetten op vakmanschap, vertrouwen in elkaar en met sneller zicht op wat werkt en wat niet!

Het heeft mijn denken en misschien zelfs wel mijn karakter veranderd; ik was altijd een blauwdrukdenker – heel erg van de formats, de formulieren en de procedures. Dat is anders sinds hun komst. Ik ben opener geworden, zie sneller verbanden en zie ook een verandering in het managementdenken dat de Vrije Denkers jaren terug al verkondigden. 

Zo is ‘Deep democracy’ voor mij niet anders dan ‘niet alle neuzen dezelfde kant op’, ‘Scrummen’ betekent niet meer dan ‘na stap 1 komt stap 1’ en ‘Agile werken’ is hetzelfde als ideeënseks: mensen betekenisvoller met elkaar verbinden, durven experimenteren en met elkaar leren van fouten. Echt wendbaar zijn zit ‘m juist in hele gewone dagdagelijkse dingen en niet in allerlei dure, vaak onnodig Engelse, termen. Verandering zit al in de dialoog ‘hier en nu’ en niet in het plan ‘daar en dan’.

Anno 2020 ben ik werkzaam bij Rijkswaterstaat als afdelingshoofd Verkeercentrale Zuid-West Nederland en merk dat ik het heel leuk vind om andere mensen op eenzelfde manier te inspireren. Ik wil graag een frisse-blikkenwerper zijn voor anderen, want de wereld heeft het nodig.

Onaffe ideeën sneller delen

Mijn naam is Esther van der Storm en ik heb het bedrijf STORMPUNT opgericht. Wij helpen organisaties om op een innovatieve manier problemen op te lossen, door mensen te helpen om buiten de gebaande paden te denken. Dat doen we door het begeleiden van trajecten waarin we samen met medewerkers een vraagstuk verkennen, ideeën bedenken en de beste ideeën vervolgens ook implementeren. Van een ideeënstorm, naar concrete resultaten dus! Ook geven we trainingen, waarin we medewerkers innovatieskills leren die ze kunnen toepassen in hun werk. 

Wat we regelmatig merkten is dat er na een training toch maar weinig veranderde, ondanks dat de mensen heel geïnspireerd naar buiten liepen. Dat bleek dan niet zozeer te liggen aan de nieuw aangeleerde vaardigheden, maar meer aan het niet goed kunnen inzetten daarvan. Dan werkte de cultuur bijvoorbeeld onvoldoende mee, of bleek er te weinig ruimte voor het maken van fouten. 

Daardoor kwamen we op het idee om een InnovatieScan te ontwikkelen waarin we onderzoeken waar de belangrijkste knelpunten zitten die innovatie in de weg staan. Kan de samenwerking beter of zit de grootste uitdaging in de organisatiestructuur? We wilden een spel ontwikkelen voor teams, waarmee je écht snel een beeld krijgt van de grootste innovatiekansen voor jouw team. We werkten ons idee in een paar weken uit tot een prototype. 

En toen viel er een inzicht binnen van de Vrije Denkers waar we dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Ik ken Arthur en Patrick al jaren, drinken af en toe koffie, ben ook een paar keer naar hun workshops geweest en we hebben ze in mijn Ynnovate tijd ook wel eens uitgenodigd om voor ons een keynote te doen. Die sessies barsten altijd van de informatie, bijna meer dan je kunt bevatten. Maar wat ze heel goed doen is aangeven dat er voor iedereen altijd wel iets tussen zit waar ze direct een volgende stap mee kunnen maken. 

Wat bij mij goed is blijven hangen na de workshop “Hoe dan? Doe dan!” is: “Als je je niet schaamt voor je eerste versie van je product, dan heb je te laat gelanceerd”. Een inzicht waardoor we geen mooi vormgegeven prototype van de InnovatieScan hebben getest, maar we een quick and dirty versie meteen hebben getest. Dat werd een versie die deels getekend was en bestond uit knipsels. Geen mooie layout, maar focussen op het snel testen van de inhoud. We wilden vooral weten of we op de goede weg zaten. Door de ‘onaffe’ staat van het idee kregen we snel en eerlijk reactie en dat gaf ons de juiste inzichten om verder te kunnen.

Wat ik van de Vrije Denkers geleerd heb? Dat je zo snel mogelijk moet testen met echt publiek, dat het onaffe idee juiste een charme heeft dat uitnodigt tot echte en eerlijke feedback. En dat ‘de schaamte’ die daarbij optreedt een wezenlijk onderdeel is van deze stap. Het maakt je zeker kwetsbaarder, maar het feit dat je in co-creatie met andere mensen iets bereikt is echt goud waard.

Mariët: ons ‘jaarplan’ nu op één A4.

Ik werk als regiomanager bij Azora, een thuiszorgorganisatie in Gelderland. Elk jaar komen alle managers bij elkaar op een inspiratiedag, waar we dan ook voor elke regio ons jaarplan maken. Twee jaar geleden was ik met mijn team op die inspiratiedag daarmee bezig, toen we na het eerste deel de workshop “Doen is de beste manier van denken” van de Vrije Denkers kregen. Daarin vertelden ze over ‘na middernacht’ en hoe de werkelijkheid ons zo snel inhaalt dat doelen stellen en plannen maken nauwelijks zin heeft. Na de sessie van de Vrije Denkers vervolgden we ons voorgeprogrammeerde dagprogramma met het verder ontwikkelen van onze jaarplannen. En dat voelde zó raar voor mij: we hadden net overtuigend gehoord dat je na stap 1 waarschijnlijk op een hele andere plek staat dan je vooraf bedacht had, en wij zouden nu gewoon verder gaan met een jaarplan vol doelen, details en stappenplannen?

Ik besloot spontaan om met het team eerst stil te staan bij de presentatie van de Vrije denkers.

Ik heb mijn team gevraagd wat bij hen is blijven hangen van de workshop van de Vrije Denkers. Dat werd een hele interessante opsomming. Er waren al overkoepelende jaardoelen van Azora in het algemeen en ik vroeg aan mijn team of dat, in combinatie met de genoemde slogans op basis van de workshop, voldoende was voor hen. Konden ze hiermee aan de slag met hun team? Het was even stil, maar daarna raakte iedereen enthousiast: dit was inderdaad alles wat ze nodig hadden. 

We hebben (na de inspiratiedag) bij de kernwaarden afbeeldingen gezocht en ze, samen met de jaardoelen, op posters laten drukken. Wij hebben de Vrije Denkers vervolgens nog uitgenodigd om hun presentatie te geven aan een bijeenkomst voor alle medewerkers, waarna wij ons jaarplan hebben gepresenteerd.

Het mooie was dat ons jaarplan in alle kantoren van de teammanagers en op de teamposten werd gehangen, waar die eerder in een lade verdween. Nu konden we echt aan de slag met wat was blijven hangen van de workshop: doen wat nodig is, experimenteren en falen.

De externe auditor heeft ons hier uitgebreid op bevraagd. Hoe weet je dat mensen het goede doen? Hoe weet je dat aan de doelen gewerkt wordt? Mijn antwoord was dat we (1) veel contact hebben onderling, (2) goed luisteren naar medewerkers en (3) zien en ervaren wat er hier en nu is. Vrijheid en vertrouwen zijn daarin essentieel. En alle mooie initiatieven en missers koppelen we ieder trimester terug aan iedereen. De externe auditor had vervolgens gesprekken op de afdelingen en was positief verbaasd. “Iedereen kent het jaarplan!”

Wat mij altijd is bij gebleven van de presentatie van de Vrije Denkers is het voorbeeld van de witte kip en de springtouwen. Het werd mij in een korte oefening van één minuut glashelder dat als je je te veel focust op een stip aan de horizon, dat er dan veel relevante informatie aan je voorbij kan gaan. En dat kan catastrofaal zijn voor je organisatie in een snel veranderende wereld.

Begin vorig jaar kregen we de kans om (als één van de twee organisaties in Nederland) mee te doen met de pilot Leefplezier van de Leyden Academy. Dat voelde zo goed dat we gelijk ja hebben gezegd. De pilot sluit naadloos aan op het gedachtengoed van de Vrije Denkers: we werken daar ook helemaal vanuit de bedoeling. De laatste levensjaren van de mensen die in ons verpleeghuis komen, moeten zo fijn mogelijk zijn – we noemen dat leefplezier. We bevinden ons nu in de fase dat we de werkprocessen bekijken en de afvinklijstjes achter ons willen laten. Natuurlijk hebben medewerkers ook iets van een kader nodig. Voor de inhuizing zijn we nu aan het uitproberen of het kader “een warm welkom” helpend is. Dit betekent dat we accepteren dat er verschil is. Het warme welkom kan er op iedere woning immers anders uit zien.

Ik vertrouw er helemaal op dat onze medewerkers dat ‘warme welkom’ op de best mogelijke manier vormgeven. Ze werken vanuit hun hart en doen wat nodig is, daar kan echt geen (traditioneel) jaarplan tegenop.

Corrinne: ‘Diplomavrij leren’ als nieuwe bedoeling

Als lerarenopleider ben ik verantwoordelijk voor professionalisering in het onderwijs – ik werk onder andere bij Albero Scholen. Niet alleen onderhoud ik contacten met hogescholen voor de kwaliteit van de aankomende leraren, ook voor onze zittende leraren zorg ik voor alle faciliteiten als het gaat om verdere professionalisering.

Ik maakte kennis met de Vrije Denkers toen ik een paar jaar geleden een inspiratiedag voor Albero Scholen organiseerde. Vooral het credo ‘diplomavrij leren’ triggerde enorm – dat schuurt natuurlijk behoorlijk op een school en daagt de kern van ons systeem uit. Nu kan ik zeggen dat we daar met kleine stapjes uiteindelijk naar toe willen, maar op dat moment waren Arthur en Patrick voor ons echt eye-openers. Het belangrijkste wat ik meegenomen heb van hun workshop ‘Doen is de beste manier van denken’ is het idee dat we in een tijd leven waarin veranderingen sneller gaan dan wij ze bij kunnen houden (in Vrije Denkers workshoptermen: ná middernacht). Een tijd waarin het maken van plannen bijna lachwekkend is, omdat ze al achterhaald zijn op het moment dat je ze maakt en uitvoert. Hun advies: na stap 1 komt stap 1 neem ik mee naar bijna elk overleg, ook met externen. En dat levert veel meer flexibiliteit en kwaliteit op in de samenwerking.

Onlangs volgde ik ook hun workshop ‘Hoe dan? Doe dan!’ Daar raakte het mij enorm dat ze de kracht van herhaling aantoonden in een grafiek (en die is niet wekelijks, tweewekelijks, maandelijks maar totaal anders, kijk hier maar). Vanuit mijn functie regel ik nascholing en workshops voor de leraren, maar merk dat ze snel weer in de waan van de dag schieten – met als risico dat ze blijven doen wat ze deden en daardoor krijgen wat ze kregen. Daarom heb ik samen met een groepje collega’s een pilot bedacht. Samen met één van onze professionaliseringspartners, spiek.nu, hebben we hun app aangepast en van elke workshop en cursus een 12 minuten durende module gemaakt. Zo kunnen de leraren de kennis uit de nascholing snel nog een keer herhalen en daarmee de inspiratie actueel houden.

De Vrije Denkers hebben bij mij een mentale omslag bewerkstelligt. Ik ben bevestigd en mijn inzichten zijn verdiept om vanuit de kracht van vertrouwen te werken, omdat ik weet wat we willen bereiken en vanuit welke waarden we dat willen. Dat maakt de samenwerking met onze leraren en andere collega’s een stuk prettiger en vooral veel minder bureaucratisch!

Gerard: Van ‘Persoonlijk Ontwikkel Plan’ naar ‘Van-Plan’

Mijn naam is Gerard Verkuil en ik ben directeur van de Prinses Beatrixschool in Goes. Onze school is onderdeel van Albero en zo heb ik kennis gemaakt met de Vrije Denkers: zij waren de keynote sprekers tijdens een personeelsdag vorig jaar. Vooral hun idee ‘na stap 1 komt stap 1’ sloeg enorm aan bij mij en ik heb deze theorie gelijk gebruikt voor mijn eigen school.

Onze medewerkers hadden altijd jaarlijks een functioneringsgesprek waar het maken van een POP (persoonlijk ontwikkel plan) onderdeel van uitmaakte. Iedere drie jaar is er ook een beoordelingsgesprek. Ik ben een voorstander van weer even nadenken over je persoonlijke ontwikkeling, waar wil ik heen en wat heb ik daarvoor nodig. Maar het POP-verslag werd na het opstellen meestal in een lade gelegd en een jaar later pas weer tevoorschijn gehaald om een nieuwe op te stellen. Het leefde niet, niet bij mij maar ook niet bij mijn medewerkers. Ik wilde daar graag een nieuwe impuls aan geven.

Na de workshop van de Vrije Denkers ben ik gestopt met de POP en heb ik het “van-plan” geïntroduceerd. Tijdens dit gesprek geeft de medewerker aan wat hij of zij van plan is: wat is je idee, wat is je stap 1 (wat ga je doen?) en hoe ga je dat doen? Aanvullend vraag ik welke kwaliteiten de medewerker daarvoor in wil zetten, om ook aansluiting te vinden bij ons competentiemanagement. En daarna is het aan de medewerker: zet stap 1, evalueer, reflecteer samen met een collega hierop en zet op basis daarvan… wéér stap 1. 

Dit is heel anders dan een POP met een uitgebreid format en een stappenplan voor een jaar. Voor onze medewerkers is het wel wennen, maar ik hoor veel positieve geluiden. Ze vinden het fijner dan een POP: flexibeler, aan te passen aan hun ontwikkeling. Voor het van-plan heb ik ook een soort format gemaakt, omdat het bij dit soort dingen fijn kan zijn enige structuur hebben. Ik zie ook echt verschil: sommigen zijn al vier stappen verder en anderen hebben af en toe wat meer sturing of begeleiding nodig. Maar allemaal vinden ze hun weg hierin: het formuleren van hun idee, hun bedoeling en het zetten van stap 1. 

Stap 1 voor de Vrije Denkers is het kleinst mogelijke stapje dat je nu, zelf en onafhankelijk van anderen kunt zetten. Dat geldt ook voor stap 1 in het van-plan, hoewel enkele medewerkers liever de eerste stap met anderen maken. Dat is zo fijn aan het van-plan: het houdt niet alleen rekening met de veranderende buitenwereld, maar ook met de verschillen tussen mijn mensen. Ik merk dat ik ze – op een losse manier – heb kunnen uitdagen om anders na te denken over hun ontwikkeling. Dankzij de Vrije Denkers en hun stap 1-verhaal.

Credits foto: Ernesta Verburg

Fouten maken moet. Maar kan pijn doen.

Picture this.  

Een festival met inhoudelijke sprekers op een natte, koude zaterdagmiddag in januari. Het terrein bestaat allemaal tipi-tenten zonder verwarmingselementen. Het was onze eerste ervaring van een workshop bij ongeveer 3 graden max. Het publiek, zo’n 60 mensen voor ons op dat moment, luisterde met warme jassen en witbleke gezichtjes naar ons verhaal. En afgezien van wat geklappertand zo nu en dan, verliep de sessie eigenlijk heel goed. Een bemoedigende start van ons zaterdagse avontuur. 

Onze werkplek zaterdag 18 januari 2020

Onze tweede pres(en)tatie diezelfde namiddag verliep totaal anders.  

We hadden er vooraf in toegestemd voor het gehele publiek tussen 16.55 en 17.15 nog een inhoudelijke afsluiting te doen. Een sessie van 20 minuten waarin we het publiek nog een laatste zetje richting ‘actie’ mochten verleiden. Een sessie waar we ‘normaal’ gezien tussen de 45 en 60 minuten voor nodig hebben, waar echte aandacht voor nodig is en ‘actie’ het doel is. En waar we ook goede ervaringen mee hebben. 

Het liep totaal anders dan we hadden verwacht. 

De spreker voor ons liep iets uit en gaf de kleumende mensen in de tent de hoopvolle hint dat na nog één slide van hem het bier klaar stond voor ze.  De verlossing van drank in het vooruitzicht en een welverdiend zaterdagavond gevoel waren na de kou en de activiteiten een welkome boodschap voor de achterhoekse gasten. Waarop de bierpomp werd aangezet en het rumoer tot een bijna onoverbrugbaar niveau werd opgetild. 

En dan mogen wij. 

Door de opstelling van de tenten hebben wij ongeveer 100 mensen direct in het zicht. De rest (400 Mensen!) ziet wel schermen met de slides maar heeft geen zicht op het podium waar wij ons bevinden. We starten de sessie optimistisch en doen een moedige poging onze boodschap boven het rumoer uit te krijgen. Enkele mensen in ons zicht doen nog vreselijk hun best om ons te horen en doen braaf mee terwijl andere mensen om hen heen de drank doorgeven . We vragen herhaaldelijk om wat stilte en aandacht, maar omdat het merendeel van de mensen ons niet ziet is dat een tevergeefs verzoek. We zien de boodschap voor onze ogen het biermoeras in glijden. Onze slides spreken weliswaar voor zich, maar zonder aandacht en focus is zo’n inhoudelijke boodschap onmogelijk om nog over te brengen. We doen een laatste poging waarna Patrick en ik elkaar tegelijkertijd aankijken met een gezicht dat eerder door wanhoop dan door vertrouwen is getekend en we besluiten de laatste oefening over te slaan, een einde te maken aan deze marteling en de fanfare, die zich inmiddels achter ons had opgesteld, door de tent te laten marcheren.  

We zijn de tent verlaten via de achteruitgang met een gevoel dat we nog niet eerder hebben meegemaakt. Het is gewoonweg niet gelukt. Een belangrijke maar pijnlijke ervaring.  

Van deze ervaring hebben we geleerd om nog beter vooraf in te schatten wat de setting is waarin we terecht komen als we zo’n afsluiter te doen hebben. Als we zo’n afsluiting uberhaupt nog gaan doen. De kans is groter dat we ons houden bij waar we het beste in zijn, namelijk workshops in een tijdsduur waar we goede ervaringen mee hebben, in ruimtes waar we de mensen kunnen zien en waar het bier niet harder trekt dan de inhoud. Voor ons in elk geval geen 20-minuten afsluitingen meer op een koude januari zaterdagnamiddag voor een dorstig en verkleund publiek. Waar we overigens nog begrip voor hadden ook ;-).

Fouten maken moet zeggen we altijd, nou dit was er eentje.  

(Overigens hebben we voor deze laatste blamage in de waardebepaling achteraf geen ‘financiële douw’ gekregen. De opdrachtgeefster zag zelf ook in dat dit qua timing en aandacht een onmogelijke opgaaf was.) 

Miriam: Ik werk nu écht vanuit vrijheid

Ik werk voor het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland, Vitens. Daar zorg ik ervoor dat Vitens iedere dag een stukje innovatiever en duurzamer wordt. Onze organisatie werkt al drie jaar met Arthur en Patrick en ze hebben bij ons verschillende activiteiten en interventies gedaan, die allemaal voor bijzondere verandering hebben gezorgd. Zo hebben wij recent iemand aangenomen zonder functieomschrijving, op basis van haar competenties. Dat past natuurlijk niet standaard in ons functiehuis, maar we denken toch dat het voordelen heeft om het losser in te passen. Ze doet wat nodig is en de functiebepaling komt achteraf.  Het gaat om ten volle benutten van skills en vaardigheden van iemand die nieuw binnenkomt. En niet laten inperken door een vastomlijnde functie. Precies zoals Arthur en Patrick zelf ook doen. (zij hebben FBA – Functie Bepaling Achteraf achter hun naam staan op LinkedIn). Het geeft veel meer mogelijkheden in wat er gedaan kan worden in plaats van wat een functiebeschrijving voorschrijft.

Waar de Vrije Denkers echt veel invloed op hebben gehad bij mij, is het idee dat ik altijd iets kan doen dat binnen mijn eigen invloedssfeer ligt. Wat kan ík doen binnen mijn mandaat, zonder dat ik afhankelijk ben van of beperkt wordt door anderen? Heel concreet heeft dat tot een mooi experiment geleid met slimme watermeters. We praten namelijk al jaren over digitalisering, en hoe belangrijk het is om onze klanten inzicht te geven in hun waterverbruik. Water is een steeds schaarser goed, maar veel mensen beseffen dat niet. Een slimme watermeter zou niet alleen handig zijn omdat wij accurate gegevens krijgen en mensen hun meter niet meer uit hoeven te lezen eens per jaar, maar zou dus ook op het gebied van duurzaamheid iets betekenen. Echter … een slimme watermeter is relatief duur en we weten niet of deze werkt zoals we denken.  

Omdat ik verantwoordelijk ben voor innovatie voor onze klanten, heb ik gekeken naar wat ik wél kan zonder dat ik daar al te veel managementlagen moet aanspreken. En vanuit dat idee ben ik begonnen met het uitrollen van slimme watermeters in één wijk in één stad. Dat is mijn stap 1 en dat kunnen we dan evalueren en ervan leren. Het kan een succes worden, maar ook misgaan – ook dat heb ik geleerd van de Vrije Denkers. Fouten maken moét, want alleen zo leer je van wat je doet. Weet je wat werkt en wat niet. Een kleine stap vandaag leidt tot een verandering morgen.  

Zo heb ik ook geëxperimenteerd met serious gaming, om mensen op een spelende manier inzicht te geven in waterbesparing. Het spel lag er al, maar intern waren er twijfels over het uitrollen ervan. Bij een eventuele mislukking van het experiment zou het betrouwbare Vitens merk misschien schade kunnen ondervinden, wat ik op zich wel begreep want ook voor ons zelf was het nieuw. Wat ik vervolgens gedaan heb is het spel naar een kleine groep mensen gestuurd als een klantonderzoek, een test met de boodschap: “Wij weten niet of dit een goede manier is om waterbesparing inzichtelijk te maken; willen jullie helpen?” Omdat de reacties heel positief waren, hebben we het vervolgens naar nog iets meer mensen gestuurd. En daarna naar nog iets meer mensen. Zo hebben we van 100 uiteindelijk 200.000 mensen bereikt!

Experimenteren, evalueren, daarvan leren en stapsgewijs impact maken… Het gedachtegoed van de Vrije Denkers zit in mijn dagelijkse handelen ingebakken. Het idee dat ik zélf iets kan doen, dat het maar een klein stapje hoeft te zijn en dat het ook fout mag gaan, geeft mij ontzettend veel vrijheid. En vanuit deze vrijheid kan ik doen wat nodig is voor de organisatie.  

Boukje: ‘Mensen wíllen mij horen!’

Boukje: “Ik werk als bedrijfsarchitect bij de Politie. De agenda’s van de managers zitten altijd erg vol. Het is lastig om een afspraak te plannen en afspraken worden ook vaak verzet. Als ik iets wil bespreken, weet ik niet goed hoe ik makkelijk ‘aan tafel’ kom bij het management. Soms staat de deur open van een van de managers, of kom ik een van hen tegen op de gang, maar dan twijfel ik of ik ze wel moet storen met wat ik te zeggen heb, of ik weet niet zo snel hoe ik kort mijn punt kan maken.

Om gehoord te worden, moet je je ook laten horen, dat besef ik goed. In de workshop “Hoe dan? Doe dan!” van de Vrije Denkers kreeg ik op verschillende manieren inspiratie en gereedschappen aangeboden. Nog beter: we werden allemaal uitgenodigd om ons allereerste, kleinst mogelijke stapje richting de bedoeling te maken. Niet volgende week, of morgen, maar nu. En dat binnen twee minuten. Ik heb daar ervaren dat mensen mij wíllen horen. Dat als ik op ze afstap om iets te zeggen, dat ze dat dan daadwerkelijk horen en waarderen. Die directe ervaring maakte het voor mij makkelijker om mijzelf ook op mijn werk meer te laten horen. Dus toen ik de keer daarna de deur van een van de managers open zag staan, ben naar binnen gelopen en heb aangegeven dat ik iets met haar wilde bespreken. Dat voelde eerst nog wel onwennig, maar het werd fijn gesprek dat niet te veel tijd kostte en dat intussen verder opvolging heeft gekregen. Een waardevolle stap!

De inspiratie van die eerste stap gaat nog verder. Als ik een onderwerp heb dat ik wil bespreken, schrijf ik dit altijd op. Kom ik dan een manager tegen of staat de deur open, is de drempel om mijn punt te delen een stuk lager omdat ik het eerder al heb opgeschreven en dus beter beklijft. Ook heb ik met een aantal collega’s afgesproken dat we samen kunnen sparren als iemand ergens tegen aan loopt, of iets wil delen. Vaak is het resultaat dat de vraag dan beantwoord is, of dat iemand een suggestie heeft om het op een andere manier aan te pakken. Kortom, ik heb mijn eigen ‘support-groep’ geregeld, ook zo’n mooi onderdeel uit de workshop om ervoor te zorgen dat je blijft ‘doen’ en niet na inspiratie weer terugzakt in de waan van de dag.

Dat allereerste stapje om mijzelf meer te laten horen, heeft mij de ervaring opgeleverd dat mensen mij inderdaad willen horen, open staan voor me en dat mijn ideeën en zorgen aandacht krijgen. Wat mij hierbij helpt is een aantal mensen om mij heen die me steun kunnen geven en voor wie ik een steun kan zijn in hun ontwikkeling. Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen in mezelf laten horen aan het management. Dit allemaal door die ene eerste kleinste stap 1 te zetten van twee minuten in een sessie op een maandagavond. Bijzonder krachtig!”

Elke ervaring verandert jouw slot

Regelmatig krijgen wij na afloop van onze workshops de vraag: wie of wat zijn jullie inspiratiebronnen? Welke boeken lezen jullie, welke blogs? Welke video’s of podcasts? We geven daar zo goed mogelijk antwoord op, maar we voegen er wel direct het volgende aan toe: ‘… Onze inspiratiebronnen zijn niet automatisch ook die van jou.’

Misschien dat de analogie met een sleutel en een slot het het beste duidt. Er bestaan geen universele sleutels, omdat iedereen een uniek eigen slot heeft. Je moet je eigen sleutel dus stap voor stap ontwikkelen. Je eigen pad vinden. Je eigenaardigheden ontdekken en ermee aan de slag gaan. Je kracht inzetten en kijken wat werkt en wat niet. Elk puzzelstukje brengt je weer iets verder. En géén van de stapjes brengt je rechtstreeks naar de oplossing voor alles, voor altijd.

Onze inspiratiebronnen werken voor ons goed. En ook wij blijven zoeken naar wat past, ons verder helpt en misschien ook een ander raakt. Uiteraard denken we daar zo goed als wij kunnen over na. En toetsen we dat elke keer opnieuw in de praktijk. In het begin van onze workshop geven we ook aan dat als er ook maar één onderwerp is dat je aanspreekt en je er werkelijk iets mee gaat doen dat we daar bijzonder blij mee zijn. We weten immers dat niet alles wat we vooraf bedacht hadden iedereen zal raken.

En dan nog. Elke ervaring verandert je slot steeds weer opnieuw.

Never a dull moment ;-).

Het is de toon die de muziek maakt

Afgelopen dagen stonden de media vol met de speech van Greta Thunberg. Er waren mensen die haar moed prezen en er waren anderen die werden afgeleid door de manier waarop ze haar boodschap bracht. De laatste groep leek ook steeds groter te worden. Ondanks dat ik de inhoud van het betoog, de moed en het doorzettingsvermogen van Thunberg kan waarderen begrijp ik tegelijkertijd heel goed waarom haar stijl en ‘maniertjes’ irritatie bij anderen kunnen oproepen.

Een heel andere stijl is die van bijvoorbeeld Roger Waters (Pink Floyd). Net zo’n activist als Thunberg, maar zijn boodschap is verpakt in zijn muziek. In kunst. Niet iedereen houdt van zijn muziek, maar toch raakt hij veel mensen met zijn stijl en zijn toonsoort. En verleidt hij zijn fans om de inhoud tot zich te nemen. Er zit kracht in muziek die universele waarden en gevoelens aanspreekt.

En ook Waters ondervindt veel tegenkracht. In zijn laatste album ‘Is this the life we really want’ spreekt hij zich zeer expliciet uit over mensen zoals Trump. En in zijn concerten worden varkens kunstig in verband gebracht met de, volgens Waters, ‘hersenloze Trump’. Het gevolg is dat de plaat in Amerika van de markt wordt gehouden. Het weerhoudt Waters er echter niet van de muziek gewoon ‘ten toon te spreiden’ en zijn activisme voort te zetten.

De wijze waarop je iets brengt kan helpen om de inhoud die je wilt overbrengen te dienen. Dat is immers toch de ‘bedoeling’ van een boodschap. Het raken van de mensen met je hart.

Wij zullen de impact van Thunberg’s betoog nooit benaderen. En ook een vergelijk met Roger Waters, hoe bescheiden ook, zou ons ongeloofwaardig maken. Toch proberen wij ook met een gevarieerde stijl onze boodschap over te brengen. Beeld voor de visueel geïnteresseerde. Taal die iedereen kan begrijpen. Voorbeelden die raken. Wetenschap in kunst gehuld. Oefeningen met betekenis. Prikkelende stellingen maar nooit snijdend. Humor en inhoud. Een universele lach en soms een traan. Een ‘toon waarmee wij onze muziek maken’.

Ok, een beetje humor ‘The Greta Thunberg Helpline’ om de mensen die Greta afserveren een koekje te geven. Van eigen deeg wel te verstaan:

Wij ‘zijn’ dat wat wij herhaaldelijk doen!

“We are what we repeatedly do. Excellence then, is not an act but a habit”
(Aristoteles)

Soms lees je iets dat binnenkomt als een kanonskogel. Een recent voorbeeld is het gedachtengoed van James Clear, met name uit zijn laatste boek ‘Elementaire Gewoontes’. In het kort zegt hij: als je wilt veranderen, kijk dan vooral naar wie je wilt zijn. Welke identiteit wil je hebben.

Hij geeft aan: ‘Werkelijke verandering is identiteitsverandering.’

Een voorbeeld:

In plaats van te zeggen ‘ik wil een boek schrijven’ als doel, kun je zeggen ‘ik wil schrijver zijn’ als identiteit. Het boek kan dan een logisch gevolg zijn, maar er zijn meerdere uitingsvormen van een schrijver. Een boek is een tijdelijk product van die identiteit. Of, in plaats van een marathon te willen lopen volgend jaar in New York als doel, kun je zeggen dat je een renner wilt zijn. Het verschil is dat je je acties niet langer afstemt op een korte termijn doel, maar op lange termijn bedoeling. Mét ontwerp van een ideale startsituatie. Je benoemt jouw ideale identiteit(en) en je dagelijkse acties en je gedrag komen voort uit het belichamen van die identiteit. 

Heb je je identiteit eenmaal in beeld, focus je dan vervolgens niet langer op de finishlijn, maar besteedt tijd en energie aan de startlijn van een activiteit die logischerwijs bij die identiteit passen. Je verlegt je aandacht dus van ‘eindpunt’ naar ‘startpunt’ en je nieuwe (herhaalde) gedrag wordt een bewijs van jouw identiteit. In het kort gezegd: Wil je je einddoel halen, focus je er dan niet op.

In onze nieuwe workshop ‘Hoe dan? Doe dan!’ staan wij uitgebreid stil bij alles dat nodig is om jouw ‘doen en laten’ te optimaliseren en hoe je jouw invloed vergroot op iets waar je geen invloed op hebt.

Overigens als je niet aan je ideale identiteit werkt of wilt werken, dan werk je daarmee automatisch aan je huidige identiteit en ben je nu al wat je nu herhaaldelijk al doet of laat zien. Als je daarmee tevreden bent, hou het vooral zo.

Alleen ‘NEE’ zeggen is niet genoeg.

Stress. Oververmoeid. Opgebrand. Veel mensen hebben daar in meer of mindere mate mee te maken. Soms zijn de klachten zo erg dat we spreken van een burn-out. Eén op de 7 werknemers geeft aan opgebrand te zijn van zijn of haar werk. Nu hebben wij al vaker geschreven over hoe wij denken dat dat helemaal niet nodig is maar steeds vaker lezen we in blogs en artikelen ook ‘de oplossing’ om burn-out te voorkomen, namelijk gewoon meer ‘Nee’ zeggen. Simpel toch?

‘Nee is genoeg’, zegt het artikel dan. ‘Nee zeggen’ sterkt je zelfvertrouwen en voorkomt te veel werk en stress. Door nee te zeggen tegen de ander zeg je feitelijk ja tegen jezelf. 

Nee zeggen is inderdaad sterk. Maar juist door context te geven, ook de reden waarom je nee zegt te geven, geef je de ander inzicht in het ‘waarom van de nee’. Zo kunnen ze voor een volgende keer inschatten of ze je weer een vraag kunnen stellen. 

‘Nee, ik heb nu geen tijd – de volgende keer misschien wel.’

‘Nee, ik kan dat niet – misschien kan je beter aan die of die vragen.’

‘Nee, ik heb een betere oplossing – hier worden we allebei beter van.’

‘Nee, ik wil dat niet – het maakt me onzeker en ik kan de kwaliteit niet borgen’

‘Nee, ik wil dat niet – je doet me zeer en je bent mijn type niet’

Nee mét uitleg is soms lastiger, want je geeft een persoonlijk inkijkje. Het vraagt moed om méér dan alleen nee te zeggen. Maar je wordt er beduidend sterker van én de ander kan ook weer vooruit.

Dus nee, wat ons betreft alleen nee zeggen is niet genoeg!

Overigens is ‘nee’ niet automatisch een ‘ja’ in de goede richting. Als je weet waar je ‘ja’ tegen zegt is het duidelijker waar en waarom je ‘nee’ moet zeggen tegen activiteiten die niet in het verlengde van jouw ‘ja’ liggen.

Je ‘speelt’ de piano.

“Het gaat om de reis, niet de bestemming”

‘Het leven is een reis’

Het zijn veeluitgesproken quotes, maar kloppen ze ook? Allan Watts (1915-1973), een zen-boeddhist, vindt van niet. Het leven is geen reis. Integendeel: het zien van het leven als een reis leidt ertoe dat we denken steeds maar ergens naar op weg te zijn, en daarmee het hier en nu als onbetekenend tussenstation te zien.

‘Vergelijk het met muziek’, zegt Watts. Muziek heeft niet als doel om zo snel mogelijk tot een einde te komen. Dan zou de dirigent die het snelst bij het einde van het muziekstuk is de winnaar zijn. Een krankzinnige gedachte. Je spéélt piano. Wie ‘werkt’ er piano? Nee, je speelt. Je gaat erin op, je verliest je gevoel voor tijd en ruimte, je verliest jezelf. Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Hetzelfde geldt voor dans: Je voert niet een dans uit om zo snel mogelijk ergens op een bepaalde plek in de ruimte te staan. Je danst. Je speelt. En ieder danspaar speelt z’n eigen dans en gaat erin op. Ook hier: Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Waarom richten we ons onderwijs, ons bestaan, ons werk dan wel zo in? Waarom hebben we als doel om op ons 18eeen diploma te hebben, en op ons 23ste een functie, een baan, een specifieke geliefde? Waarom zien we het leven als een reis met te halen bestemmingen op bepaalde momenten in de tijd? Verderop.  In plaats van een speelmoment nu. Nu opgaan in het leren. Nu opgaan in de muziek. Nu verdwijnen in de dans. Allemaal mogelijkheden om nu te genieten.

Dus ook in ons bestaan geldt: Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Leestip: (Geluk=realiteit-verwachting)

Geluk = realiteit – verwachting

Er bestaat een formule voor geluk. Een hele simpele zelfs, die iedereen NU toe kan passen om gelukkig te zijn. En die hebben wij niet zelf bedacht, maar we kunnen ons er prima in vinden. Want wij denken ook: geluk is een keuze.

De formule is als volgt:

Geluk = realiteit – verwachting. 

Of iets specifieker:

Geluk = jouw perceptie van de realiteit – jouw verwachtingen van het leven.

Deze formule komt uit De logica van geluk’ door Mo Gawdat. Als je in deze formule ‘verwachting’ weglaat, krijg je: Geluk = realiteit. Oftewel het leven zoals het zich aandient, hoe moeilijk soms, is de basis van het geluk. Het ongeluk doemt op als je je eigen verwachtingen een te zwaar gewicht geeft in je leven.

Je bent dus de regisseur van je eigen geluk. (Hoge) verwachtingen leiden vrijwel altijd tot een teleurstelling. Leer te genieten van wat er is. Leer dat geluk de realiteit is. Precies dat.

‘Stap 1’ is niet hetzelfde als ‘de eerste stap’!

Laatst hadden we een vervolgsessie van een groot landelijk opererend bedrijf waar we in december vorig jaar een eerste sessie hadden gegeven. Wat we merkten met het ophalen van ervaringen uit de eerste sessie is dat veel mensen aangaven moeite te hebben met het bepalen van ‘de eerste stap’. Maar de ‘eerste stap’ (bepalen) is wat anders als ‘stap 1 ’ (zetten) en dat vraagt misschien wat uitleg.

‘De eerste stap’ suggereert namelijk een tweede stap. Het suggereert een plan, een stap met voorbedachten rade. Een route. Een reeks. Een scenario. Wij hebben al eerder geschreven over wat we van plannen vinden en dat geldt al helemaal voor stap 1. Stap 1 is namelijk een stap in de richting van de bedoeling en dan maakt het niet uit wat je doet, als je maar in beweging komt. Mét uiteraard gevoel voor richting maar met ontbreken van inzicht in een volgende stap. Je gaat een relatie aan met het onbekende, het nieuwe, dat wat je tegenkomt. Pas daarin ontstaan de grondstoffen voor een nieuwe stap. Je gaat expliciet géén relatie aan met een in een plan voorbedachte stap 2. Oftewel je resoneert op de rauwe werkelijkheid en niet op een theoretische verhandeling.

En het woordje ‘bepalen’ (van een eerste stap) is ook een indicatie dat het klaarblijkelijk weer niet om het ‘doen’ lijkt te gaan, maar om het veilig theoretisch benaderen van een eerste stap. Stap 1 ‘zetten’ is gedrag en actie, ‘een eerste stap bepalen’ is een intentie formuleren en bedenken wat er zou kunnen gebeuren. En daar gaat het mis. Het gaat hier dus om het gedrag en de effecten ervan en niet om de intentie en het voorspellende effect ervan.

En dat is heel moeilijk. Denk ook aan wat Newton zegt: 

Een object in rust wil in rust blijven. Een object in beweging wil in beweging blijven.

Dat betekent dat als je geen externe kracht uitoefent op een object, het in zijn huidige toestand blijft. Die externe kracht, dat is stap 1. En omdat in beweging komen zo lastig lijkt, moet stap 1 dus het kleinst mogelijke stapje zijn. Zodat je in beweging komt – en in beweging blijft! Na stap1 komt immers…. stap 1. Het effect van de nieuwe stap 1 openbaart zich in de vorige stap 1. Dat kan stap 2 niet zijn.

Voel je het verschil?

Geen geld om naar een begrafenis te kunnen gaan.

Hoe vaak praat je als organisatie niet óver je klanten in plaats van mét je klanten? En dan bedoelen we niet ‘wilt u daar frietjes bij?’, maar écht praten over de dingen die ertoe doen. (Een ‘narratief kader’ hanteren in plaats van een ‘normatief kader’). 

Onlangs waren we bij een evenement van NVVK dat georganiseerd was voor verschillende begeleiders uit de schuldhulpverlening. Vlak voor ons vertelde een dame van organisatie MEE over ‘het grote midden’, waar wij in onze presentatie ook over spreken (normaalverdeling). 68% van alle mensen heeft een ‘normaal, gemiddeld’ IQ. Dat betekent dat 32% daarbuiten valt, waarvan 16% dus een lager dan gemiddeld IQ heeft. Dat betreft dus ongeveer 1 op de 8 mensen! En vrijwel alle organisaties richten zich op die grote middengroep. De groep met hogere IQ kan vaak nog wel mee daarin, maar de mensen die een lager dan gemiddeld IQ hebben, vallen daarmee buiten de boot. Hiermee wordt een toch al zo kwetsbare groep nog kwetsbaarder.

Dat bleek nog eens extra tijdens de presentatie toen ervaringsdeskundige Danny (behorende tot de oranje groep) geïnterviewd werd en zelf het hebben van grote schulden had ervaren. Hij vertelde hoe hij zijn baan als lasser verloor, zijn huur niet meer kon betalen en hoe het maanden duurde voordat hij in gesprek met de corporatie kwam en kon vragen om een goedkopere woning. De huurachterstand was toen al zo hoog, dat hij voor geen enkele woning meer in aanmerking kwam. Hij kwam in de schuldhulpverlening en liep ook daar tegen het nodige onbegrip aan. Zo kon hij ook niet naar een begrafenis omdat zijn bewindvoerder meldde dat er geen geld voor was binnen zijn budget, terwijl aanwezigheid op die begrafenis voor hem veel waarde had. Op zo’n moment botst een ‘normatief kader’ tegen het ‘narratieve kader’. 

Een vurig betoog van een lieve eerlijke man die duidelijk een helpende hand kon gebruiken. Het is de meest duidelijke manier om in te zien wat er nodig is en hoe je daarin behulpzaam kunt zijn.

Een verhaal van een echt mens met een echte ervaring en een echte noodzaak, daar kan geen formulier, proces of theoretisch kader tegenop.

Dank aan NVVK en congresorganisator Hoezo! voor hun bijzonder mooie werk en congresorganisatie. En uiteraard dank voor de gelegenheid om ons steentje daarin bij te dragen op het podium!

… z’n mondje is alleen te groot

Mijn (Arthur) dochter Sofía kwam recent thuis met haar rapport. Ze is net 5 geworden. Natuurlijk volgde daar ook een 10-minutengesprek op. In dat gesprek vertelde ik de juf dat het enige dat ik echt interessant vond in dat rapport haar persoonlijke reflectie op Sofía was. Cijfers en/of t/v/o zeggen (mij) niet zo veel, zeker niet op die leeftijd. Veel liever hoor ik hoe creatief, eigenzinnig, verbeeldend en/of origineel Sofía is op school. Maar ja, dat zijn geen ‘toetsingscriteria’. Taal wel. Cijfers en rekenen wel. 

Ik moest terugdenken aan de tijd dat ik nog in loondienst werkte en soms weken intense arbeid besteedde aan het schrijven van aanbestedingen. De gunning van zo’n ‘tender’ ging ook op basis van ‘harde criteria’ en cijfers, waarbij eigenlijk iedereen wist dat de laagste prijs uiteindelijk de doorslag gaf. Het gebrek aan inspirerende professionele subjectiviteit vanuit vakmanschap en de nadruk op de valse zekerheid die de zogenaamde objectieve criteria en cijfers geven, verarmen de opdracht en verschralen de relatie. Door de weging van factoren krijg je nooit de beste opdrachtnemer, maar blijf je altijd in een grijs gemiddelde zweven. 

Het ergste is het ontbreken van de mogelijkheid een relatie op te bouwen. Een criterium als ‘persoonlijke klik’ is cruciaal maar telt niet mee. ‘Het meest spannende voorstel’, originaliteit, verbeelding of het stellen van de juiste vragen leveren je geen punten op. De mogelijkheid om vragen te stellen kun je niet goed inzetten als onderscheidend vermogen, omdat alle vragen anoniem worden gemaakt en antwoorden naar elke aanbieder terugkomen.

Op Sofia’s rapport staan prima beoordelingen. Straks bij het eindrapport bepaalt het gemiddelde van al haar cijfers of ze ‘over’ mag. Ik twijfel er niet aan dat dat gaat lukken, maar liever zie ik of ze vooruitgaat in creativiteit, of ze blijk geeft van inlevingsvermogen en of ze een beetje vrij kan denken en dat ook laat zien. Cijfers, criteria en objectiviteit… ik ruil ze graag in voor een persoonlijke reflectie op wat haar uniek maakt. 

In de foto mijn rapport toen ik in de 1eklas zat van de ‘lagere school’. Toen een ‘aandachtspunt’ en het heeft mij 50 jaar gekost om dat mondje weer gewoon te gebruiken. Mijn oren waren knalrood en geknakt van de grote knuisten van de hoofdmeester die mij geregeld aan mijn oren dragend in de hoek zette, maar ik ben blij dat ie opmerkte dat m’n mondje te groot was ;-). Kan ik dat mooi nu in mijn blog gebruiken, dank Meester Hoogeveen. Veel te vroeg gestorven helaas.

Wat als je het niet zelf kunt uitzoeken?

Onze nieuwste workshop heet ‘Zoek het zelf lekker uit’. Waarom deze titel? Omdat je altijd een eigen verantwoordelijkheid draagt en zelf in actie zult moeten komen als je leven niet helemaal loopt zoals je je dat had voorgesteld. Jij bent immers de enige die weet hoe het anders zou moeten of hoe je het anders zou willen.

En toch zijn er soms situaties waarin je het niet zelf kunt of durft uit te zoeken. Ik (Arthur) deel in deze blog drie ervaringen van gebeurtenissen uit mijn jeugdjaren waarin ik het niet zelf kon of durfde uit te zoeken en wat ik daarvan heb geleerd.

Mijn eerste gevoel van onvrijheid vond plaats in de brugklas. We hadden Nederlandse les in een bijgebouw. Zo’n locatie waar af en toe een klas komt maar voor de rest van de dag is uitgestorven. Als kleinste van de klas was ik vaak ‘de pineut’. Zo noemde ik dat toen, vandaag zou het woord ‘gepest’ beter passen.

Brugklas F.A.Minkema Woerden 1975

Ik liep na de les als laatste het gebouw uit toen klasgenoot Peter W., de grootste en stoerste jongen van de klas, terugliep, mij omhoogtilde en mij aan mijn broekriem ophing aan een kapstokhaak (de bovenste grote haak) en wegliep. Ik kon mijn riem niet losmaken door mijn eigen gewicht en elke poging daartoe verhevigde de pijn. Immers je ‘zaakje’ komt aardig in de verdrukking. Het heeft zeker een uur geduurd voordat er iemand kwam om mij uit deze benarde positie te bevrijden.

Het was het langste uur ooit en het heeft mij twee dingen geleerd: (1) om mij over te moeten/kunnen geven aan een situatie waarin ik niets aan kan veranderen en (2) wat onvrijheid en hulpeloosheid met een mens kan doen. Ik moest wachten op hulp. Ik had domweg geen keuze. 

Over ‘zaakje’ gesproken. De tweede gebeurtenis was in de vakantieperiode en vond meer dan eens plaats. Ik had een oom in Oostenrijk, het land waar mijn moeder is geboren en waar wij dus geregeld vertoefden. Ik kon bijzonder goed opschieten met Oom M.. Hij had een merkwaardig soort humor en bijzondere affectie met discipline en orde die mij intrigeerde. We hebben veel gelachen, maar hij ‘zat ook vaak aan mij’ op een manier die ik toen niet kon verklaren. Ik verzette mij wel als het gebeurde, maar groot als hij was had dat niet heel veel effect. De enige vrijheid ik mijzelf kon bieden was aan te geven op de klok naast zijn bed met van die omslaande cijfers, dat het ‘over 10 minuten toch echt wel over moest zijn’. Dat omslaan van die cijfers duurde eeuwig omdat het enige dat ik deed was kijken naar die klok terwijl oom M. zich aan mijn lichaam vergreep.

Hoe lang een minuut soms kan duren

Ik wist niet hoe ik de vrijheid moest verkrijgen anders dan een limiet aan de tijdsduur van mijn onvrijheid zelf te bepalen. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien.

Ik had het niet fijn op de middelbare school. Ik vond de lessen niet leuk en wilde liever buiten spelen en zwemmen. Het advies aan het eind van de brugklas werd dan ook, door de matige cijfers, Mavo. Mijn vader was daarover erg boos en zei me dat ik de brugklas over moest doen zodat er een ander resultaat uit zou komen namelijk ‘Atheneum’. Dat lukte, maar na een paar jaar stuurde mijn ouders me alsnog naar een jongensinternaat omdat ik in vier Atheneum alsnog strandde.

Jongensinternaat Holterhoek 1978

Een strenge discipline werd me opgelegd. En hoewel het internaat stevig werd geleid gaf de internaatsdirecteur mij het advies om de Havo maar eerst eens te doen. Dat luchtte mij enorm op en mijn zelfvertrouwen nam toe. Ik leerde, weliswaar door een gedwongen ervaring, dat er een relatie bestaat tussen gedisciplineerd huiswerk maken en goede resultaten. 

De Havo-docent wiskunde schreef de wiskundevergelijkingen in minutieus kleine stapjes uit op het bord zodat ik op een gegeven moment zelf de grotere stappen kon maken en het abstracte denken kon leren. Ik heb daar geleerd dat naast discipline ook kleine stapjes elk mens in staat stellen om een eigen leertempo aan te nemen en vooruitgang te boeken. 

Als kind was ik de vrijheid zelve, maar ben ik door onwetenheid, onmacht, een klasgenoot en een oom van mijn vrijheid beroofd. Ik weet dat ik niet de enige ben met dergelijke ervaringen. Het heeft mij in elk geval het inzicht gegeven in wat vrijheid is. Op het internaat leerde ik ook dat er een ander soort vrijheid bestaat. Vrijheid door discipline. En van oom M. heb ik in elk geval geleerd dat er een grens aan onvrijheid kan worden gesteld, maar ook dat het beroven van iemands (onschuld en) vrijheid echt niet in de haak is (to say the least).

Uiteraard zijn dit mijn lessen en niemand kan daar direct iets mee. Maar indirect misschien wel en wellicht dat er ergens iemand is die er kracht aan kan ontlenen. Ikzelf in elk geval door het te delen. En als ‘vrije denker’ en ‘vrij ondernemer’ zal ik altijd blijven strijden voor vrijheid van elk mens, zowel in denken als in doen.

‘Zoek het zelf lekker uit’ is een uitnodiging om zelf op zoek te gaan naar wat belangrijk voor je is en actie te ondernemen. Een workshop waarin wij over onze eigen zoektocht naar vrijheid en verantwoordelijkheid vertellen en vermengen met de noodzaak tot veranderen in een steeds sneller veranderende wereld. ‘Zoek het zelf lekker uit’ is een logisch vervolg op ‘Doen is de beste manier van denken’.

Perfectie is voor amateurs

Je kent ze vast wel. Mensen die aangeven dat ze ‘nogal perfectionistisch’ zijn. Het zou moeten klinken als iets dat eigenlijk niet wenselijk is en stiekem proberen ze dan toch een soort kwaliteit te benoemen waar ze waardering voor willen zien. Ze geven feitelijk aan dat ze iets (of beter gezegd het meeste) ‘heel erg goed’ proberen te doen. Het bij-effect is vaak dat alles buiten die persoon perfect moet zijn, behalve bij zichzelf. Zij zijn meestal zelf het slachtoffer van hun eigen ‘idee van perfectie.’ 

Als je al voor perfectie zou willen gaan, maak het dan inclusief de krassen. Inclusief de verwering en verwording van het gebruikte of het ervarene. Inclusief de pijn van het plezier dat eraan voorafging. Inclusief de imperfectie van jezelf.

‘Perfectie’ is een uiterst inspannende aangelegenheid en in elk geval zeer tijdelijk van aard. Het meest ‘perfecte’ verouderd, verandert, vervalt, verbleekt of verwordt op welke manier dan ook. Er is altijd weer een andere of nieuwe situatie die ‘perfecter’ is. Daarmee vervalt dat wat daarvoor nog ‘perfect’ leek.

Perfectie is voor amateurs. Schoonheid schuilt immers in de imperfectie.

‘I killed a thousand beautiful moments, searching for the perfect one’ – Gapingvoid.

You only live once – but if you do it well, once is enough – Mae West

Arthur: 12 September j.l. heeft mijn vader zijn laatste adem uitgeblazen. De laatste paar dagen in het definitieve afscheid hebben wij goed met elkaar kunnen doorbrengen. ‘Ik zal de muziek van Mahler zo missen’ zei hij. En alhoewel hij in overleden staat geen last meer van ‘iets missen’ zal hebben, is er zeker ook geen mogelijkheid meer om ‘ervan te genieten’. Dat genieten kan slechts bij leven en is dus tijdelijk van aard. (Althans voor zover ik kan overzien).

Mijn vader wás zijn werk, waardoor hij er, als vader, vaker niet dan wel was. Toch had hij daar geen spijt van omdat hij hart en ziel in zijn werk legde. Ik vroeg hem een dag voor overlijden wat hij zou doen als hij ineens weer alle energie en van zijn ziekbed kon opspringen. Zijn antwoord: ‘Dan zou ik direct weer aan het werk gaan’.

De laatste jaren drong de tijdelijkheid van alles tot mijn vader door en besloot hij om zijn kennis zoveel mogelijk zowel door te geven als ‘vast te leggen’. Het doorgeven deed hij in een Master-opleiding in samenwerking met een hogeschool, maar mijn vader was er nooit echt tevreden mee. Het vastleggen van zijn kennis deed hij door het aanleggen van een flink papieren archief. Tot vlak voor zijn overlijden is hij hier mee bezig geweest, en eigenlijk ook altijd al met het besef dat niemand er ooit iets aan zou gaan hebben. Hij wist dat het voor niets zou zijn en dat het vooral een eigen idee van drang tot voortleven betrof.

Nu, alleen in zijn huis, gaan al die spullen door mijn handen. Rapporten, publicaties, rechtbankgevechten, jaarverslagen, terabytes aan data op USB-sticks en harde schijven. Ik wil het langzaam en met aandacht doen, respectvol naar de verhalen die zijn werk en zijn leven representeren. Ik besef bij alles, meer dan ooit, de tijdelijkheid van het leven en wat wij voortbrengen en aan waarde creëren. Ik had liever een rapport minder verscheurd en een aanmoediging meer ontvangen. Een publicatie minder gezien en een knuffel meer gehad. Een vergaderverslag minder gezien en een liefdevolle blik meer willen ontvangen, maar dingen gaan zoals ze gaan.

Voor een enkeling zorgt een ontdekking of een inzicht in de historie voor eeuwige roem, maar voor de meesten gaat het verhaal toch verloren. Daar is geen papier tegenop gewassen. Het archief waar hij zo druk mee was, gaat grotendeels de vernietiger in, want er is geen samenhang meer. Geen verbindend verhaal. Geen beleving achter de voortgebrachte tekst.

De knuffel, de aanmoediging en de liefdevolle blik staan bij mij elke dag op het menu. Waarde zit ‘m in wat je nu, vandaag, doet. Voor jezelf en voor de ander.

Rust zacht pa.