Perfectie is voor amateurs

Je kent ze vast wel. Mensen die aangeven dat ze ‘nogal perfectionistisch’ zijn. Het zou moeten klinken als iets dat eigenlijk niet wenselijk is en stiekem proberen ze dan toch een soort kwaliteit te benoemen waar ze waardering voor willen zien. Ze geven feitelijk aan dat ze iets (of beter gezegd het meeste) ‘heel erg goed’ proberen te doen. Het bij-effect is vaak dat alles buiten die persoon perfect moet zijn, behalve bij zichzelf. Zij zijn meestal zelf het slachtoffer van hun eigen ‘idee van perfectie.’ 

Als je al voor perfectie zou willen gaan, maak het dan inclusief de krassen. Inclusief de verwering en verwording van het gebruikte of het ervarene. Inclusief de pijn van het plezier dat eraan voorafging. Inclusief de imperfectie van jezelf.

‘Perfectie’ is een uiterst inspannende aangelegenheid en in elk geval zeer tijdelijk van aard. Het meest ‘perfecte’ verouderd, verandert, vervalt, verbleekt of verwordt op welke manier dan ook. Er is altijd weer een andere of nieuwe situatie die ‘perfecter’ is. Daarmee vervalt dat wat daarvoor nog ‘perfect’ leek.

Perfectie is voor amateurs. Schoonheid schuilt immers in de imperfectie.

‘I killed a thousand beautiful moments, searching for the perfect one’ – Gapingvoid.

You only live once – but if you do it well, once is enough – Mae West

Arthur: 12 September j.l. heeft mijn vader zijn laatste adem uitgeblazen. De laatste paar dagen in het definitieve afscheid hebben wij goed met elkaar kunnen doorbrengen. ‘Ik zal de muziek van Mahler zo missen’ zei hij. En alhoewel hij in overleden staat geen last meer van ‘iets missen’ zal hebben, is er zeker ook geen mogelijkheid meer om ‘ervan te genieten’. Dat genieten kan slechts bij leven en is dus tijdelijk van aard. (Althans voor zover ik kan overzien).

Mijn vader wás zijn werk, waardoor hij er, als vader, vaker niet dan wel was. Toch had hij daar geen spijt van omdat hij hart en ziel in zijn werk legde. Ik vroeg hem een dag voor overlijden wat hij zou doen als hij ineens weer alle energie en van zijn ziekbed kon opspringen. Zijn antwoord: ‘Dan zou ik direct weer aan het werk gaan’.

De laatste jaren drong de tijdelijkheid van alles tot mijn vader door en besloot hij om zijn kennis zoveel mogelijk zowel door te geven als ‘vast te leggen’. Het doorgeven deed hij in een Master-opleiding in samenwerking met een hogeschool, maar mijn vader was er nooit echt tevreden mee. Het vastleggen van zijn kennis deed hij door het aanleggen van een flink papieren archief. Tot vlak voor zijn overlijden is hij hier mee bezig geweest, en eigenlijk ook altijd al met het besef dat niemand er ooit iets aan zou gaan hebben. Hij wist dat het voor niets zou zijn en dat het vooral een eigen idee van drang tot voortleven betrof.

Nu, alleen in zijn huis, gaan al die spullen door mijn handen. Rapporten, publicaties, rechtbankgevechten, jaarverslagen, terabytes aan data op USB-sticks en harde schijven. Ik wil het langzaam en met aandacht doen, respectvol naar de verhalen die zijn werk en zijn leven representeren. Ik besef bij alles, meer dan ooit, de tijdelijkheid van het leven en wat wij voortbrengen en aan waarde creëren. Ik had liever een rapport minder verscheurd en een aanmoediging meer ontvangen. Een publicatie minder gezien en een knuffel meer gehad. Een vergaderverslag minder gezien en een liefdevolle blik meer willen ontvangen, maar dingen gaan zoals ze gaan.

Voor een enkeling zorgt een ontdekking of een inzicht in de historie voor eeuwige roem, maar voor de meesten gaat het verhaal toch verloren. Daar is geen papier tegenop gewassen. Het archief waar hij zo druk mee was, gaat grotendeels de vernietiger in, want er is geen samenhang meer. Geen verbindend verhaal. Geen beleving achter de voortgebrachte tekst.

De knuffel, de aanmoediging en de liefdevolle blik staan bij mij elke dag op het menu. Waarde zit ‘m in wat je nu, vandaag, doet. Voor jezelf en voor de ander.

Rust zacht pa.

Zeg vaker en bewuster NEE.

Het klinkt zo eenvoudig: als je ‘nee’ zegt tegen activiteiten die je niet meer wilt of zou moeten willen, creëer je ruimte voor activiteiten die je wel wilt – of zou moeten willen. 

Ik ben de eerste om toe te geven dat dit ontzettend moeilijk is. Vaak heb je zelf of de mensen om je heen bepaalde verwachtingen van wat je doet of altijd gedaan hebt. Dat afsluiten is echt lastig en kan soms zelfs strategisch onhandig zijn. Maar als het niet langer z’n doel dient, of het jouw energie eindeloos vraagt, dan is stoppen de enige mogelijkheid. 

Daarvoor heb je in ieder geval twee dingen nodig: inzicht in wat je energie kost en inzicht in wat je energie oplevert. Dat laatste is belangrijk: alleen dan weet je waarom je ‘nee’ zegt. Want als er geen ‘ja-richting’ tegenover staat, dan creëer je ruimte die je niet vult met iets waar je je tijd wél aan wilt besteden. 

En wat er tenslotte nodig is, is moed! Moed om de verwachting van een ander in te wisselen voor de eigen verwachting van jezelf. Moed om de consequenties van je keuze te aanvaarden. Moed om de druk van collega’s te weerstaan. Moed om vrienden te verliezen en onzekerheid boven zekerheid te stellen.

Je tijd is beperkt. Verspil het niet.

‘Skin in the game’ – ben jij de kip of het varken?

Stel, je bent boer en op een ochtend heb je ontzettend zin in een omeletje met ham. Je overlegt met de kip en met het varken of ze hieraan mee willen werken. Allebei zeggen ze toe, maar niet vanuit eenzelfde intentie. De kip legt een ei en draagt bij aan je ham-omelet. Het varken staat ham af en committeert zich daarmee 100% aan jouw doelstelling. Het varken heeft letterlijk het ‘skin in the game’ en heeft pijn. De kip wandelt vrolijk verder.

Voel je ‘m al? Wat ben jij in jouw organisatie? Draag je bij, sta je iets af van jezelf zonder dat je de consequenties direct voelt? Of committeer jij jezelf, draag je de volle verantwoordelijkheid van je acties en doet het dus ook echt zeer doen als het niet lukt? Hoe betrokken ben jij? 

De Engelse uitdrukking ‘skin in the game’ (met dank aan Nassim Taleb) geeft dit goed weer: wie echt betrokken is bij het behalen van een doel, draagt ook de risico’s als het niet lukt. Voor veel ondernemers is dit de dagelijkse gang van zaken. Wie een paar weken niets uitvreet, heeft ook geen inkomen. Bij de meeste werknemers in grote organisaties is actie en beloning minder hard aan elkaar gekoppeld; lange vergaderingen, een tandje lager of uitgebreide koffiepauzes hebben meestal niet direct consequenties voor het salaris aan het einde van de maand. Maar als je de afstand tussen ‘mens’ en ‘activiteit’ verkleint en je zorgt dat zowel de positieve als de negatieve gevolgen gelijk gevoeld worden, dan koppel je dus de waarde direct aan de (effectiviteit van de) activiteit. Dan denk je wel twee keer na of je een nutteloze vergadering van twee uur gaat bijwonen, of dat je je tijd beter gaat besteden.

Committeren aan je werk is niet nieuw. In vroegere tijden metselden huizenbouwers met stenen waar hun handtekening in stond. Stortte een huis of een brug in, dan waren daar vaak mensenlevens mee gemoeid. Voor de bouwer betekende dit dezelfde consequentie, namelijk een levenslange celstraf of soms de doodstraf. Bruggenbouwers moesten na voltooing van de bouw een tijdje onder hun eigen brug wonen met zijn gezin. Stortte het in dan waren de consequenties direct voelbaar.

Meer ‘skin in the game’ zou voor veel sectoren een oplossing zijn. Denk bijvoorbeeld aan de bancaire sector en dan in het bijzonder het meeste recente voorbeeld van het niet hebben van ‘skin in the game’ bij ING waar de leiding van de witwas-affaire vrijuit gaat omdat ‘niemand het overzicht had’ en ‘niemand specifiek verantwoordelijk’ kon worden gesteld.

Hoe zit dat met jou? Ben jij de kip of het varken?

Michelangelo had het fout.

“Het grootste gevaar is niet dat ons doel te hoog ligt en we het niet halen, maar dat het te laag ligt en we het wel halen.” – Michelangelo

Een interessant klassiek betoog en passend als je je leven betekenisvol wilt leven.

Maar dat is ook gelijk en precies waar veel mensen last van hebben. (Te) groot en meeslepend denken. En dan blijft snel bij intenties. Michelangelo heeft natuurlijk gelijk als er geen nobele bedoeling voorafgaat aan de stappen die je zet, dan dwaal je doelloos rond. Maar als die bedoeling er wel is dan zit een onvermogen aan het zetten van kleine stappen je wel degelijk in de weg. En dan schuilt het werkelijke gevaar dus niet langer in het gebrek aan een grotere bedoeling, maar in het onvermogen om met kleine stapjes te bewegen in de richting van die bedoeling.

Een voorbeeld. Laatst gaven we na onze keynote een masterclass. We hebben het eerste uur in die masterclass gewerkt aan het scherp krijgen van de bedoeling en aan de kleinst uitvoerbare stap van iedere individuele deelnemer. Vervolgens kregen ze het laatste half uur van de masterclass de gelegenheid en de uitdaging het ook werkelijk te ‘doen’. Uit te voeren. Er een ’emergente practice’ van te maken. Een daadwerkelijke stap te maken dus in de richting van de geformuleerde bedoeling en de intentie in te wisselen voor ervaring.

En we bedoelden echt ‘nu’ – niet: ‘Morgen geef ik meer ruimte aan mijn team’ of ‘Vanaf volgende week zorg ik dat er meer fouten mogen worden gemaakt’. Dat zijn immers intenties voor verderop in de tijd. Het gaat om het gedrag nu. In dat halve uur kwamen slechts enkelen van de mensen toe aan het echt uitvoeren van iets. Gedrag waaruit dus blijkt dat er iets gedaan is en waarvan van geleerd is. Het merendeel verbleef in de intentie van morgen en volgende week. Op de vraag ‘en wat heb je daadwerkelijk geleerd van het zetten van de stap’ kon slechts een enkeling een antwoord geven.

Een masterclass is bij uitstek een gelegenheid om iets te leren en te doorvoelen, dus daarin voorzag de oefening prima. Voor zowel de deelnemers als voor ons. Een prima oogst van het experiment.

Onze conclusie: Het euvel van ‘niet tot uitvoering komen in het moment’ is zeker geen onwil van de deelnemers, er wordt hard nagedacht en echt geprobeerd, maar het zit ‘m vooral in het onvermogen om klein(er) te denken. En dan ook te ‘doen’. Vijfennegentig procent van de mensen blijft op hun stoel zitten met gefronste wenkbrauwen, geanimeerde handbewegingen en bewegende mond. De overige 5 procent haalt koffie of gaat naar het toilet.

We denken vaak in te grote stappen, om zo snel mogelijk ons doel te halen. Maar een grote stap die je morgen of volgende week wil gaan zetten, heeft als gevaar dat je ‘t vergeten bent als ‘morgen’ of ‘volgende week’ aanbreekt en je vertrouwde gewoontes het weer overnemen. Nogmaals: het resultaat van de stap doet ertoe, maar het gedrag dat daarbij hoort is het echte werk. Een stap 1 om je doel te halen – of nog beter, een stap 1 in de richting van je bedoeling – is een stap die je nu kunt zetten.

Voorbeeldjes: Als je ‘morgen’ ‘iets’ wilt veranderen, kun je het nu in de agenda zetten en vraag je nu een collega om morgenmiddag bij je te checken of het echt gelukt is. Als je vertrouwen wilt vergroten, kan je nu een oefening doen om je achterover te laten vallen. Of als dat te eng is nu vragen aan een vreemde hoe je nu over komt en wat je kan doen om nu meer vertrouwen te krijgen. Als je ‘voortaan’ meer complimenten wilt geven, kan je dat nu al iemand mailen of direct bellen of het nu gelijk zeggen. Als je in ‘de toekomst’ meer vrijheid wilt, neem je nu een halve dag vrij. Of als dat planningstechnisch niet kan, ga je nu een half uurtje wandelen. Of als dat ook niet mogelijk is ga je nu iets langer naar het toilet. Het kan altijd 10x kleiner.

Het is makkelijker dan je ‘denkt’ en dat is precies het euvel. 

We gaven de deelnemers een half uur om iets te doen. Eigenlijk is dat veel te lang. Tien minuten is beter. Als ze het binnen 10 minuten namelijk niet doen gaan ze het ook in een half uur niet doen. En wat wij nog beter kunnen doen is de mensen plenair helpen met het inzicht van wat er nu allemaal mogelijk is.

Ik heb er nu een blog over geschreven. Nu is immers beter dan binnenkort.


Groei zonder groeidoelstelling, business zonder businessplan.

In veel bedrijven zijn de maanden september tot en met december altijd wat hectisch. Niet alleen qua omzet of kerstkaarten, maar voor het einde van het jaar wordt ook flink gewerkt aan strategieplannen, marktsegmentatie-plannen, businessplannen en nieuwe product-marktcombinaties die voor het nieuwe jaar goed in de steigers moeten staan. En in de maanden daarna wordt alles op alles gezet om al die plannen om te zetten in actieplannen en kwartaalmeetings waarin de voortgang en resultaten worden besproken. 

Ik was daar in een vorig leven gemiddeld ook zeker zo’n 90% van mijn tijd aan kwijt. En toen we allebei uit dat strakke planningskeurslijf van onze toenmalige werkgever stapten en de Vrije Denkers zijn gestart, werd ons regelmatig de vraag gesteld door oud-gedienden in het vak: ‘En wat is jullie business plan?’ Welke markt gaan jullie bedienen? Welke product/marktcombinaties hebben jullie op het oog?’

Wij hebben heel bewust de keuze gemaakt om onze tijd daar niét aan te besteden, maar onze focus direct te leggen op het goed in contact zijn met klanten en hen te helpen met waar wij goed in zijn. Daar hebben we zicht op en een neus voor. Elk moment van de dag.  

Het ontbreken van marktsegmentatieplannen geeft ons de vrijheid om met iedereen in contact te komen. Het is een voorrecht om de ene dag een zorginstelling te helpen, de dag erop een bank een duwtje in de juiste richting te geven, een volgend moment een universiteit een Wake-up Call te geven en de week af te sluiten bij een prachtig familiebedrijf die probiotica produceert en mensen op een magnifieke wijze helpt. Ik was in tranen toen ik daar een dame hoorde over het niet hoeven verwijderen van haar blaas en uiteindelijk van euthanasie heeft afgezien omdat ze weer zin had in het leven. Allemaal door een prachtproduct van een prachtklant. We wisten vorige week nog niet dat we daar een verhaal mochten houden. Geen plan zou vooraf daarin kunnen voorzien.

We doen niet aan marketing. We hebben geen communicatieplan. Geen businesscases. Geen ‘double digit growth’. We zijn domweg in staat om in onze kosten te voorzien en een uitsmijter te eten als we onderweg zijn. Dat hoeft voor ons geen biefstuk te zijn. En geen sushi. En werken doen we overal waar maar nodig. Daar hebben wij geen gebouw als ‘merk’ voor nodig.

Het gevolg van die eenvoud is: een gezonde groei en in alle markten. Wat een rijkdom! Groei als gevolg van de dingen die je met hart en ziel doet, om dat je erin gelooft. Marketing omdat de mensen die je horen je aanbevelen bij anderen. Klanten die ons waarderen, omdat we ons verhaal zijn. Geen ‘bedenksels’ presenteren of aan ‘window-dressing’ doen. Business dus zonder businessplan. 

Wij kijken terug op een jaar waarin we weer veel plezier hebben gehad, dingen hebben aangedurfd, fouten hebben gemaakt, dingen hebben geleerd. Omdat we doen waar we blij van worden en waar we goed in zijn. Omdat ook wij mensen willen helpen met waar wij ook goed in zijn. Wij ‘zijn’ onze ‘product-markt-combinatie’.

We zouden achteraf moeten herleiden welke segmenten we zaten, hoeveel groei we waar hebben gehad, welke klant rendabel was of wie we zouden moeten bellen. En dan die resultaten dan weer omzetten naar een plan voor komend jaar waarmee we minstens 10% groei kunnen realiseren. Nee, ik geloof dat ik liever mijn tijd besteed om samen met m’n dochtertje de kerstballen in de boom te hangen. 

Ben ik eigenlijk wel sterk genoeg?

Een tijdje geleden had ik zelf een cursus waar de energie vanaf spatte en waar iedereen euforisch was over de opgedane kennis en ervaring. Vanaf nu zou alles anders gaan! Totdat iemand de vraag stelde: “Maar hoe hou ik dit vast? Hoe voorkom ik dat ik mij weer mee laat slepen door de waan van de dag?”

Deze vraag stellen we ons allemaal wel eens. Maar eigenlijk is het een hele merkwaardige vraag. Want je bepaalt helemaal zelf of je dit vasthoudt – of inderdaad de waan van de dag laat regeren. De vraag die je eigenlijk zou moeten stellen is: “Ben ik sterk genoeg om te doen wat ik mij voorneem om te doen, of ben ik het niet waard om mijn tijd betekenisvol te besteden?” Daarmee krijgt een voornemen om iets te veranderen een hele andere lading. Sta je ‘aan’ tijdens het maken van dat voornemen en zet je jezelf weer ‘uit’ om in je oude routines te vallen? Dan ben je niet sterk genoeg. Of je bent bang voor de consequenties van je keuzes. Je kunt alleen iets vasthouden – een voornemen of de energie die je voelt tijdens een cursus – als je ‘aan’ blijft staan. Als je het dus ook echt gaat doén.

Natuurlijk is het helemaal niet erg als je het niét gaat doen. Maar geef niet het systeem, de omstandigheden of de waan van de dag de schuld – het is altijd je eigen verantwoordelijkheid. Als je geraakt wordt, ga je aan de slag. Als je niet aan de slag gaat, dan wil je het niet graag genoeg.

‘Het is immers wel belastinggeld’

Tijdens gesprekken met potentiële opdrachtgevers, lichten wij altijd toe hoe ons ‘waardebepaling achteraf’ principe werkt. We geven aan dat we met een bandbreedte werken en dat het bedrag op de uiteindelijke factuur ergens binnen die bandbreedte zou moeten uitkomen. E.e.a. afhankelijk van hoe men onze prestatie in de praktijk heeft ervaren. De opdrachtgever bepaalt dus de uiteindelijke waarde die wij hebben geleverd – achteraf en binnen de vooraf afgestemde bandbreedte. Zijn ze erg tevreden gaan ze meer bovenin de bandbreedte zitten (of er zelfs overheen als ze het uitmuntend vonden). Zijn er punten ter verbetering of hebben we anderszins niet helemaal naar verwachting geleverd, dan zitten we rond het midden of richting de onderkant van de bandbreedte.

We hebben recent te maken gehad met twee overheidsorganisaties die zeer tevreden waren met onze prestatie, maar toch in het midden van de bandbreedte uitkwamen als bedrag, in het waardebepalingsgesprek dat wij een week na de prestatie te hebben geleverd, met als argument: ‘Het is wel belastinggeld waar we mee werken.’

Een argument waar iedereen het mee eens kan zijn. Toch?

Wij niet. Om verschillende redenen. Als je vooraf met elkaar afspreekt dat de bandbreedte er is om de prestatie die wij leveren te waarderen, dan moeten de argumenten ook in relatie tot die prestatie liggen. Als het ‘belastinggeld uitgaven beperken’ een argument in de overweging is, en dat is natuurlijk een goed argument, maar dan moet wel dat vooraf besproken zijn.  En als vooraf de bandbreedte knelt in het budget, dan zijn er twee mogelijkheden. Of wij doen het niet, of wij doen iets met de bandbreedte. Maar we kunnen nog iets doen omdat het vooraf wordt overwogen. Fair enough.

Als je dat argument achteraf gebruikt, dus ná onze prestatie, neigt het een gemaskeerd excuus te zijn dat wordt gebruikt om het factuurbedrag onheus omlaag te brengen. Dat is op z’n minst niet netjes, maar het schaadt vooral het vertrouwen. Het is immers niet wat we vooraf met elkaar zijn overeengekomen.

Als wij minder presteren dan verwacht, of een van ons twee had een slechte stem, of we konden het publiek, het sentiment of het thema van de bijeenkomst onvoldoende adresseren, dan is het een ander verhaal. Dat zijn allemaal argumenten die de waarde van onze prestatie, terecht, negatief beïnvloeden. Dan is een bijstelling omlaag gerechtvaardigd.

Eén van die twee overheidsinstellingen wilde ons een jaar later voor tweede keer op het podium hebben en dit keer iets langer dan de vorige keer. Geweldig natuurlijk en een herbevestiging van de tevredenheid over onze eerdere prestatie door de opdrachtgever. Zij gaven echter wel aan dat de waardebandbreedte die bij die langere podiumtijd hoorde aan de hoge kant was met als argument, je raadt het al, ‘het is immers wel belastinggeld’. Gelukkig was het dit keer vooraf en dan kun je het er in elk geval met elkaar over hebben.

Ik gaf aan dat ik het bijzonder op prijs stelde dat het belastinggeld zo goed en overwogen wordt uitgegeven. Maar ik voegde er wel wat aan toe.

De eerste sessie bij die instelling was een mooie bijeenkomst en wij brengen het publiek in een modus waarbij we ze (1) verleiden om ten minste één onderwerp mee te nemen uit onze sessie van de vele die we aanreiken en (2) om het kleinst mogelijke uitvoerbare stapje dat zij zelf kunnen zetten ook daadwerkelijk te zetten. Vandaag liefst nog, maar morgen uiterlijk. Toevallig hadden wij dit keer op het einde een korte evaluatie met daarbij de oproep aan de mensen om te gaan staan. Ze kregen de aanmoediging om te gaan zitten als ze niets in de sessie hadden gevonden waar ze iets mee konden. Van de tachtig mensen bleven er negenenzeventig staan. De vervolgvraag was ‘ga zitten als je morgen daadwerkelijk een stap gaat zetten. Er gingen een man of tien, twaalf, zitten in de wetenschap dat de waan van de dag het toch wel zou overnemen. Bijzonder moedig en eerlijk en bovendien realistisch. Een man of zestig bleef dus staan. Ze hadden er iets aan en zouden ook iets ondernemen.

Mooi resultaat, zou je zeggen.

Bij het argument ‘het is immers belastinggeld’ had ik dus de logische vervolgvraag, ik ben immers die belastingbetaler, wat is er eigenlijk in het afgelopen jaar gebeurd met het resultaat van die eerste workshop een jaar geleden? Als zestig mensen toezeggen er iets mee te gaan doen, dan moeten er toch een paar zijn geweest die ook daadwerkelijk in actie zijn gekomen. En ik ben, als het argument van ‘het is belastinggeld’ word ingezet, nieuwsgierig geworden naar het effect van inzet van dat gemeenschapsgeld. Er is immers door ons een aanzet gedaan, die is gewaardeerd, en wat hebben de mensen met die investering gedaan. Hebben ze het goed ingezet? Aangewend? Hebben ze het gat tussen denken en doen wat kleiner gekregen? Wat was het effect van die investering en hoe stond het met de afspraak die ze met zichzelf hadden gemaakt.

Het viel stil aan de andere kant van de tafel. ‘Je hebt een punt’ was het antwoord.

We konden onze normale bandbreedte blijven hanteren voor de tweede sessie.

Dus ben je van een overheidsinstelling en wil je het argument ‘het is immers belastinggeld’ hanteren. Dat is je goed recht en het dient een nobel doel. Maar wees er dan in elk geval wel op voorbereid dat wij het antwoord, op de vraag of het belastinggeld goed is besteed, zullen komen ophalen. Er is immers (1) een uitgave aan ons voor de prestatie, maar (2) de grootste prestatie moet uiteindelijk de medewerkers van de instelling daarna geleverd worden. Het één kan niet zonder het ander. Als geld van de belastingbetaler wordt uitgegeven, dan is heeft diezelfde belastingbetaler recht op inzage van het effect van die investering. En als dat effect uitblijft heb je iets uit te leggen. Niet in het minst aan jezelf. Maar nog meer aan de gemeenschap die het uitgeven van dat belastinggeld in handen legt van die instituten.

Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet genoeg voor ieders hebzucht – Ghandi

Het instrument ‘denken’ kan heel nuttig zijn, maar kan ons ook flink in de weg zitten. Door je eigen denken ‘onder curatele’ te brengen, maak je jezelf bewuster van wat je denkt en ben je beter in staat jezelf af te vragen: is dit wat ik nu denk eigenlijk wel waar? Klopt deze gedachte?

Dit geldt vooral voor de gedachten die je van streek maken. Zijn dit dingen die je overkomen, of zit het in jezelf? Het lijkt erop dat we in onze westerse wereld weinig reden tot klagen hebben, met alles wat noodzakelijk is voorhanden: eten, drinken, onderdak, onderwijs… Toch bekruipen ons gemakkelijk tegenovergestelde gedachten; gedachten die aangeven dat er niet genoeg is, of dat jij niet genoeg bent. Gedachten gaan al snel over luxe, verlangen, iets dat er niet is of iets dat er wel is maar dat je juist niet wilt. Wanneer je je daar bewust(er) van bent, dan ben je minder snel slaaf van die gedachten en daarmee automatisch minder van streek.

Zodra gedachten over verlangens gaan en je bent je hier niet van bewust, dan is de kans groot dat je steeds méér verlangt en je gedachten je dus steeds meer van streek maken. Verlangens richten zich over het algemeen ook op een toekomst:

  • ‘als ik dat bezit dan …’
  • ‘als ik dat heb bereikt dan ….’
  • ‘als ik nu eerst maar eens op vakantie ben geweest dan …..’

of op een verleden;

  • ‘als het maar weer was zoals vroeger dan ….’
  • ‘als ik weer zo’n jeugdige energie had als toen dan ….’
  • ‘als de wereld maar weer was zoals 20 jaar geleden dan ….’.

En die verlangens houden je uit alles wat zich op dit moment aandient als werkelijkheid.

En natuurlijk is die werkelijkheid soms rauwer dan andere momenten. De tuin heeft nu water nodig, doe het. Het kind vraagt nu om naar een tekening te kijken, doe het. Je moet nu opstaan achter je computer want je zit al veel te lang, doe het. Maar ook die blik van je geliefde die nu aandacht nodig, geef het. Of die prachtige uitspraak die om stilte vraagt, verstil. Het koele zwemwater dat je lichaam verkoelt, ervaar het.

In de 1eeeuw na Christus schreef Epictetus “Het zijn niet de dingen zelf die mensen van streek maken, maar hun gedachten daarover.” Nog steeds zijn deze woorden voor ons een leidraad om regelmatig onze eigen gedachten onder de loep te nemen. Elke dag, elke minuut komt er immers van alles binnen aan gedachten, waarmee we ons snel neigen te identificeren. Maar niet per se iets met de werkelijkheid van doen heeft.

Observeer van wat er nu is. Omarm het. Aanvaard het.

Tracht niet een man van succes te zijn, maar probeer liever een man van waarde te zijn. (Einstein)

Laatst raakte ik in gesprek met een jonge vent die bij een monetaire instelling werkt. Hij vertelde dat hij daar niet echt meer op z’n plek zat, maar ook niet wist wat hij nou moest doen. Een vraag die we vaker gesteld zien, dus ik nodigde hem uit om een keer samen te lunchen en hierover te praten – wie weet kon ik hem met mijn eigen ervaringen helpen.

Het valt ons vaker op dat mensen vaak zo vast zitten in de status quo en zoeken naar succes, dat ze weinig ruimte voelen om na te denken over wat ze zelf als waardenvol ervaren. Terwijl dat een eerste vereiste is om te weten welke eerste stap je moet zetten. Het antwoord op de vraag “wat is mijn volgende stap?” is dan ook: “wat creëert waarde en wat niet?” Je moet dan natuurlijk wel eerst weten wat VOOR JOU waarde is. Pas dan kun je de vraag over de volgende stap beantwoorden.

Ga maar na bij jezelf. Alles wat je tot nog toe gedaan hebt en met enig gevoel van geluk en tevredenheid op terugkijkt, heeft heel waarschijnlijk te maken met wat JIJ waardenvol vindt. Dát is wat waarde voor jou is, en daarna kun je onderzoeken hoe jouw activiteiten zowel in werk als privé daaraan bij kunnen dragen. En kun je vaststellen of je op koers bent of van koers moet veranderen.

Mensen die ons inmiddels kennen, weten dat we met bovenstaande eigenlijk zeggen: zet geen doel uit zonder eerst ‘je bedoeling’ te kennen. Richt je op wat je belangrijk en betekenisvol acht, en zet vervolgens een stap die in lijn ligt met je bedoeling. (Of noem het een doel, maar kom in elk geval in beweging!)

Zelf stellen wij ons doel nooit in de toekomst, maar altijd hier en nu. Tijdens het lunchgesprek was mijn hoogste doel om volledig IN het gesprek aanwezig te zijn, en werkelijk contact met elkaar te maken. Om open en oprecht nieuwsgierig naar elkaar te zijn. En dat leidt tot de mooiste gesprekken – allebei gingen we vol energie en inspiratie weer onze eigen weg.

Van ‘tegenvallers’ naar ‘opvallers’

In Vrije Denkers huize Kruisman wordt er op dit moment flink getimmerd, gesloopt en verbouwd. Het is een flinke renovatie waarbij regelmatig iets misgaat. Soms door de klussers. Soms door eigen fouten. Soms door leveranciers.

Hoewel de natuurlijke en logische neiging is om liefst alles foutloos te willen zien gaan, hebben we ondertussen geleerd dat de fouten gewoon onderdeel zijn van het proces. Geen uitzondering dus, maar een wezenlijk onderdeel. En naarmate we meer en meer gewend raken aan de ‘niet foutloosheid’ begint zelfs een ware nieuwsgierigheid te ontstaan naar de volgende onverwachte situatie. De energie verschuift van ‘tegenvallers’ naar ‘opvallers’.

Elke ‘opvaller’ vraagt om creativiteit van zowel het vakmanschap van de klussers als creatief meebewegen van ons in de steeds weer nieuw ontstane situatie. Het is een voortdurend toestaan van wat zich hier en nu afspeelt en onuitgekomen verwachtingen bijstellen.

Kun je jezelf hierin ontwikkelen?

In onze presentaties spreken wij vaak over de  creativiteitsindex (NASA). Deze index is opgebouwd uit twee variabelen. Het ‘aantal vragen dat je stelt op een dag’ en het ‘aantal keren dat je lacht’ op een dag. Als je deze met elkaar vermenigvuldigd kom je op een index uit die iets zegt over het creatieve vermogen – hoe hoger, hoe creatiever je bent. Natuurlijk zijn dit niet de enige factoren, maar wel twee gemakkelijk te begrijpen variabelen: hoe meer vragen, hoe opener je houding voor nieuwe inzichten en hoe meer je lacht, hoe meer je je ontspant in onverwachte situaties. Dus ook hier weer: de nieuwsgierigheid naar hoe het anders of beter of slimmer kan, bepaalt hoe je nieuwe wegen kunt verkennen en creatiever kunt kijken naar situaties.

Laat je kostbare tijd dus vooral niet opvullen met geestdodende repeterende werkzaamheden, maar zorg dat je ruimte blijft maken voor iets nieuws. Julia Cameron heeft in The Artist’s Way een mooie methode voor ‘ruimte maken’, door elke dag ‘morning pages’ te schrijven. Een soort braindump, waardoor je in je hoofd veel ruimte maakt. Alles wat breincapaciteit kost zonder dat het je verder brengt, alles wat meer energie kost dan het oplevert, belemmert je om creatief te zijn. Dus als je een paar dagen achter elkaar hetzelfde opschrijft, kun je je afvragen: moet ik hier iets mee? Kan het anders? Of kan ik het misschien van m’n lijstje af?

We schreven al eerder: van ‘fouten’ kun je leren, maar van fouten word je dus ook nog eens heel creatief.  Eigenlijk is creatief zijn niet meer dan een mindset-verandering: het leren omgaan met een andere situatie dan je van tevoren had bedacht.

Hoe flexibel ben jij als het leven anders verloopt dan je had verwacht? Hou je dan vast aan je verwachting en de teleurstelling of laat je de realiteit toe?

Systeem eerst, dan pas de mens! (Taylor)

Dochter Sofía zit op een Daltonschool, in een klas waar groep 1 en 2 gecombineerd zijn. Het is een fijne klas met lieve juffen, en Sofía mag op een klein roze stoeltje zitten. Zij is helemaal blij. Haar vriendinnetje – laten we haar Laura noemen – is minder blij. Zij is een kop groter dan Sofiá en zit niet lekker op het kleine stoeltje.

Al in de 19eeeuw deed Taylor de beroemde uitspraak: “In het verleden was de mens eerst, in de toekomst is het systeem eerst.” Anno 2018 hoor je juist weer in veel organisaties dat “de mens centraal staat”, maar onze ervaring is dat het systeem nog altijd leidend is. Toen Laura vroeg of zij op een groter stoeltje mocht zitten, mocht dat niet. De grote stoeltjes, die met het gele knopje, zijn immers voor kinderen van groep 2. Groep 1 kinderen horen op het roze stoeltje. Het systeem staat centraal.

Zo merk je dat al vroeg in je leven een gevoel voor hiërarchie wordt bijgebracht. En deze hiërarchie wordt voortgezet: de baas heeft vrijwel altijd een mooiere, grotere en vooral hogere stoel dan de gewone werknemer. En het gaat niet alleen om de hiërarchie, maar ook om de bijbehorende privileges. Op grond van status heb je recht op een grote leren bureaustoel en dito kamer.

Op grond van schooljaar, dus niet lichaamsbouw, mag je op een geel stoeltje zitten.

Dat kinderen pas gelijke kansen krijgen bij ongelijk onderwijs, is niet alleen cognitief. Ook fysiek hebben verschillende kinderen verschillende behoeften. Dus ons advies is om dat grotere gele stoeltje gewoon roze dopjes te geven, zodat ook Laura comfortabel kan zitten. Systeem ontmoet mens: soms kun je met een kleine wijziging aan beiden tegemoet komen.

Denkend aan later….. mis je het nu

Misschien herkenbaar: dat je op een begrafenis bent van een oude kennis, die je al een paar jaar niet gezien hebt. Dat het je weer even wakker schudt en je jezelf door het verdriet en het gemis heen hoort denken: ‘ik zou vaker de mensen moeten opzoeken die me lief zijn! En dat je dat dan vervolgens niet doet.

Deze momenten geven je niet alleen dit inzicht, maar is ook een rechtstreekse uitnodiging om er vooral iets mee te doen. Om iets te brengen dat – voor je het weet – niet meer gebracht kan worden. Veel mensen leven ofwel in het verleden, of zijn geobsedeerd door morgen en overmorgen. Maar weinig mensen zijn bereid in het hier en nu te zijn. De mogelijkheden en kracht van het ‘nu’ worden behoorlijk onderschat, terwijl het toch echt de ‘enige echte’ mogelijkheid is.

De toekomst is aan voortdurende verandering onderhevig. Een vleugelslag van een vlinder kan verderop tot een orkaan leiden. Dus waarom het verleden en de de toekomst zo dominant verklaren? Leef het leven meer van dag tot dag, van stap 1 naar stap 1. Niet omdat het beter is, maar vooral omdat het ook niet anders kan.

Moet je dan nú helemaal niet denken aan ‘later’? Het is zeker niet verkeerd om aan later te denken of je verbeelding goed in te zetten. Maar je moet wel voorbereid zijn op een werkelijkheid die zich anders zal voordoen dan het ingebeelde, het verwachte of het geplande. Je kunt, zelfs als je denkt aan later of straks, maar een ding doen en dat is steeds anticiperen op de situatie die zich hier en nú voordoet. Voortschrijdend inzicht is niet iets dat af en toe voordoet. Het is een continu gegeven. Bij een scenario waarin je steeds met kortere tussenpozen een pitstop moet maken om te herijken moet je je afvragen wat de waarde is van dat scenario. En echte wendbaarheid zit ‘m juist in de kleine stapjes voortgang met voortdurende afstemming op wat er ‘DAAD-werkelijk’ gebeurt.

De toekomst is ook niet waar je bent. Er is geen ander vertrekpunt dan nu. “Ja maar, het had anders moeten zijn” levert je geen ander nu op, alleen maar vooral veel frustratie als je niet oppast. Wij zijn, ongeacht de situatie, blij in het hier en nu, zodat we nooit hoeven te verlangen naar een ander moment. Dat is wat ons betreft pensioenvrij leven. Vandaag doen waar je blij van wordt. Gisteren is immers geweest en morgen moet nog komen.

De ongezochte vondst

.. en het nut van toeval

Vaak worden wij uitgenodigd voor een sessie voor een afdeling of een team. Soms vragen ze ons welke afdeling ze nog meer moeten uitnodigingen en ons antwoord is altijd hetzelfde: vooral géén afdelingen, maar mensen. Mensen met energie, die zin hebben om al dan niet nieuwe dingen te horen en vooral: bereid zijn om nieuwe mensen te ontmoeten.

Nieuwe mensen leren kennen is de basis van serendipiteit: nuttige toevallige ontmoetingen. Deze ontmoetingen kunnen leiden tot verrassende, nieuwe en fantastische inzichten die jou als persoon, je werk of je omgeving weer een stapje verder kunnen brengen. En serendipiteit is te sturen: dat noemen we het ontwerpen van serendipiteit. Je kunt je omgeving zo inrichten dat er alle ruimte is voor ‘happy accidents’.

Het Nieuwe Werken – werkplekken en ontmoetingen in open ruimtes zonder vast plek voor afdelingen en teams – is daar een voorbeeld van. Maar het werken in open ruimtes staat onder druk: mensen zouden er ongelukkig van worden en zich onvoldoende kunnen concentreren. Dat is één van de redenen dat onderzoekers van de Universiteit van Wageningen weer terug gaan naar eigen plekken. Maar wij vragen ons sterk af of de winst van de teruggewonnen concentratieplek opweegt tegen de kansen die toevallige ontmoetingen brengen.

Want al die toevallige ontmoetingen, die zijn zo belangrijk volgens ons. Daarom doen wij wat we doen: elke dag weer ontmoeten wij nieuwe mensen die door nieuwe dialogen leiden tot nieuwe inzichten. Elke dag ervaren wij plezier en groei, met net een beetje verwondering over het nut van toeval. De ongezochte vondst. Als je deze frisheid, deze nieuwheid in elke ontmoeting weet te brengen, dan kan er iets moois ontstaan. En ach, misschien ook niet. Maar als je niet het nuttige toeval een beetje stuurt, dan gebeurt er in elk geval niets!

Quote:

How do we bring the right people to the right place at the right time to discover something new, when we don’t know who or where or when that is, let alone what it is we’re looking for? This is the paradox of innovation: If so many discoveries — from penicillin to plastics – are the product of serendipity, why do we insist breakthroughs can somehow be planned? Why not embrace serendipity instead?

Van website https://medium.com/aspen-ideas/engineering-serendipity-941e601a9b65

PS Aan te bevelen boek over dit onderwerp: Serendipiteit, de ongezochte vondst van Pek van Andel en Wim Brands. Ook de illustratie is van de omslag van dit boek.

 

‘Life as it is, the only teacher’

Laatst kwamen we op internet een prachtig verhaal tegen van een Chinese boer (door Alan Watts verteld). Het raakte ons omdat het op een heldere manier uitlegt dat na een willekeurige gebeurtenis nog niet zo makkelijk vast te stellen is of het nou een goede of een foute gebeurtenis betrof. ‘Maybe!’ Er is domweg een nieuwe situatie ontstaan met onverwachte nieuwe mogelijkheden en/of onmogelijkheden.

De wijze boer maakte in elk geval geen plan naar aanleiding van de dingen die hem overkwamen. Hij keurde ze niet af en niet goed. Je kunt van elke situatie iets vinden – goed of fout – maar elke situatie levert een nieuwe set parameters die je kunt inzetten voor de volgende stap. Na stap 1 komt stap 1.

Het geven van een oordeel – het benoemen van de situatie als goed of fout – is in feite hetzelfde als het diskwalificeren van de werkelijkheid zoals die zich voordoet. Mooi citaat in deze sfeer: ‘Managers hebben er een hekel aan als de werkelijkheid voor of achter loopt op hun planning’

Wat zich voordoet, doet zich simpelweg voor. Tegelijkertijd zien we veel mensen enorm worstelen om die werkelijkheid te proberen te beïnvloeden. Dat heeft volgens ons te maken met de neiging om een door hen gewenste werkelijkheid te willen creëren. En plannen daarvoor als gereedschap in te zetten.

Het moeilijk kunnen accepteren van de werkelijkheid heeft waarschijnlijk ook te maken met de angst dat de volgende stap tot een ongewenste of nog erger, onbekende, situatie zou kunnen leiden. Maar zoals het verhaal van de boer laat zien, kan ook een ‘ongewenste’ situatie de kiem zijn voor een nieuwe, mogelijk ‘wel gewenst’ gevolg. Werkelijkheid laat zich niet vangen in een plan.

‘Angst voor het onbekende’ kan ook verlammend werken in het zetten van een nieuwe stap, omdat mensen graag willen weten waar ze op uit gaan komen. Maar wie het hier en nu, de werkelijkheid zoals deze is, weet te aanvaarden, durft ook een stap te zetten zonder te weten waar hij uitkomt.

De toekomst blijft een raadsel en de kunst is het zo laten zijn. En vervolgens de illusie, van het met plannenmakerij oplossen van het raadsel, te leren doorzien.

(Of zouden nieuwe ontwikkelingen als ArtificiëIe Intelligentie en Predictive Analysis daarin verandering kunnen brengen?)

Van ‘technical controls’ naar ‘social controls’?

van technical naar social

Moderne auto’s zijn voorzien van veel technologische snufjes. Denk aan adaptive cruisecontrol, achteruitrijcamera, blinde hoekdetectie, satellietnavigatie, parkeerhulp tot aan zelfrijdende functies. Geweldig, al die technische ontwikkelingen!. Ze maken het ons een stuk makkelijker.

En tegelijkertijd intrigeert het ons ook dat het weliswaar veiliger lijkt, al die hulpmiddelen, maar dat we ons er tegelijkertijd heel afhankelijk van maken. Dat merken we aan onszelf als we eens in een leenauto rijden zonder al die techniek. Als je piepjes gewend bent bij achteruit inparkeren schrik je je wezenloos als je ineens die piepjes niet hoort en bijna tegen een muur staat. Hoe meer techniek, hoe kwetsbaarder we worden, omdat we gehecht raken aan die biepjes, camera’s en andere systemen.

De Nederlandse verkeersdeskundige Hans Monderman (1945-2008) was zelfs van mening dat hoe meer we de verantwoordelijkheid aan systemen toevertrouwen, hoe fragieler we worden. Hij heeft verschillende experimenten gedaan waarbij hij verkeerstekens, -lichten en -borden verwijderde en zo probeerde de verkeersdeelnemers te stimuleren meer op elkaar te letten (social controls). Deze experimenten waren zo succesvol dat hij er wereldfaam mee verwierf. Veel van zijn verkeerspleinen zijn veiliger dan de pleinen waar verkeerslichten (technical controls) de verkeersstroom regelen.

Wij zijn het met Hans Monderman eens. Technische systemen zorgen ervoor dat je steeds meer in een soort comfortzone terecht komt, en het je alertheid en oplettendheid verkleint. Het contact dat je zou moeten hebben met medeweggebruikers wordt nu overgenomen door sensoren en verkeerslichten, waardoor je de vaardigheid verliest om zelf te reageren.

Wij denken dat we in veel gevallen de ‘technical controls’ weer naar ‘social controls’ moeten terugbrengen: direct contact met je medeweggebruikers en samen bepalen wat de veiligste volgende stap in het verkeer is. Een voorbeeld daarvan is het Keizer Karelplein in Nijmegen, dat zo afwijkend is van andere rotondes, dat het daarmee uitnodigt om alerter te zijn. Maar ook in Drachten is veel van het werk van Hans Monderman terug te vinden.

Al die nieuwe technologie – waar ook wij met onze voorliefde voor technologie niet gemakkelijk nee tegen zeggen! – lijkt heel logisch en tegelijkertijd ontneemt het ons iets. Het maakt je fragiel en afhankelijk en je verleert en verliest er belangrijke vaardigheden door.

Wij zijn wel benieuwd hoe jij daar tegenaan kijkt? Moeten we de technologie meer regie geven over onze verkeersveiligheid? Of moeten we alerter zijn en weer contact maken met mensen in plaats van verkeerslichten?

Niet het gas erop, maar de rem eraf.

De Duitse psycholoog Kurt Lewin heeft veel geschreven over hoe mensen veranderen. Daarbij spelen twee factoren een rol: willen, en kunnen. Stel dat je iets heel graag wil: kun je dat dan bereiken als je wordt aangemoedigd? Als je wordt gestimuleerd in je eigen drijfveren? Volgens Kurt Lewin heeft het weinig zin. Wat werkt dan wel?

Kurt Lewin geeft aan dat het wegnemen van belemmeringen veel effectiever is. Wil je iets heel graag veranderen? De reden dat het nog niet de gewenste situatie is, heeft bijna altijd te maken met dat er nog iets ‘in de weg’ staat. Als je die remmende kracht weet weg te nemen, is verandering veel makkelijker. We hebben het hier al een keer over gehad toen we de cognitieve onderbenutting bespraken: een situatie waarin je iets zou willen doen, maar niet kan door interne of externe oorzaken (geen creativiteit, wachten op iemand, niet op de juiste plek). Kortom, door belemmeringen.

De oplossing hebben we toen ook genoemd en die geldt ook voor alle andere soorten veranderingen: spoor belemmerende factoren op en kijk hoe je deze kunt wegnemen.

Wij hebben vijf remmende indicatoren die we graag nog eens toelichten in de hoop dat jij daar ook iets mee kan:

Dus als je bijvoorbeeld sneller over iets wilt kunnen beslissen en jouw manager heeft die formele bevoegdheid en jij niet maar je weet wel wat de juiste beslissing is op basis van jouw vakmanschap, kennis en ervaring, verlos hem/haar van zijn last en beslis zelf. Nu gelijk. Haal de rem van die beslisafhankelijkheid. (reduceren van de time-to-act oftewel het vergroten van de besluitvaardigheid)

Zoek je een presentatie van een jaar geleden die een collega heeft gemaakt, zorg dan dat je zowel de presentaties op een gemakkelijk terug te vinden plek opslaat en naast de presentatie ook een begeleidend schrijven maakt waarin de context waarin de presentatie is gegeven staat zodat snel duidelijk is hoe deze presentatie is te gebruiken (zonder tijd van de oorspronkelijke maker te claimen). Haal de rem van die inzichtsafhankelijkheid. (reduceren van de time-to-insight oftewel het vergroten van het ontdekkend vermogen)

Wil je iets leren of kunnen en kost dat de nodige tijd, zorg dan dat je weet wat wat je collega’s of de mensen in je netwerk aan competenties in huis hebben. Ontwikkel een tool, schrijf het in een schrift, post het op intranet, whatever maar maak het ‘kenbaar’. Haal de rem van die competentieonzichtbaarheid. (reduceren van de time-to-competence oftewel het vergroten van de flexibiliteit en wendbaarheid)

Wil je innoveren of vernieuwen en weet je niet hoe, zorg dan dat je zoveel mogelijk ideeën verzamelt. Er zijn zo’n zestig ideeën nodig voor het vinden van die ene innovatie. Haal dus de rem van ideeënvertragende mechanismen zoals ideeenboxen of go, nogo jury’s.  (reduceren van de time-to-innovate oftewel het vergroten van het innoverend vermogen)

Wil je samenwerken met andere mensen, maar zijn er veel protocollen, processen en structuren die daartussen zitten en meer op wantrouwen zijn gestoeld dan vertrouwen, zorg dan dat je subiet vanuit onvoorwaardelijk vertrouwen gaat opereren, sloop die muren en haal de rem van wantrouwen en afscherming weg. (reduceren van de time-to-engage oftewel het vergroten van het vermogen tot geëngageerd samenwerken)

Kortom, wat kun je doen om iets te veranderen? Zoek de rem en haal ‘m eraf. Zal je zien hoe snel je gaat!

‘The only way out is the way in’

“Druk druk druk”. “Ik zoek meer balans tussen werk en privé.” “Ik kom echt niet meer toe aan de dingen die ik wil doen” Herkenbaar? Wij zien het overal om ons heen: we leven in een wereld vol met meldingen, afleidingen, constante informatiestromen en onophoudelijke bliepjes. Echt een wereld van ‘information overload’. Zo lijkt het.

Hadden we het daar niet al eens eerder over gehad? Dat het niet information overload is, maar filter failure? Dat het niet aan de voortdurende stroom informatie ligt die op je afkomt, maar aan je eigen onvermogen om die stroom in te perken of te kanaliseren?

Douglas Rushkoff, schrijver, mediatheoreticus en documentairemaker, geeft aan dat de enige beroepsgroep die een vergelijkbare druk ervaart door de constante stroom ‘bliepjes’ luchtverkeersleiders en 1-1-2 medewerkers zijn. Mensen dus die een intensieve training krijgen om met alle meldingen (bijvoorbeeld van binnenkomende en vertrekkende vliegtuigen om te gaan of incidentmeldingen), die verplicht elke paar uur een flinke pauze moeten nemen en vaker wel dan niet medicatie krijgen om de druk aan te kunnen.

De meeste mensen ervaren eenzelfde soort druk zónder opleiding en medicatie, en gunnen zichzelf de noodzakelijke rust al helemaal niet. Hoe moeten ze dat dan doen?

Als je je druk voelt, moet je je eigen rust zien te hervinden. Het ligt niet aan de manager, het ligt niet aan het dagelijkse takenpakket en het ligt niet ook niet aan je gezin of de omstandigheden. De oplossing ligt niet buiten je, maar in je. En daar is dus radicaal zelfonderzoek voor nodig. Maar… mensen zijn vaak gemakzuchtig en zelfonderzoek is moeilijk, zwaar en confronterend.

Moeilijk omdat het vaak niet is aangeleerd, zwaar omdat het een voortdurende zelfdiscipline vraagt en confronterend omdat je in radicaal zelfonderzoek voorbij moet kunnen gaan aan ‘ik’, ‘zelf’ of ‘ego’.

Als je traint voor een hardloopwedstrijd ontmoet je regelmatig je ‘zelf’. De gedachte ‘ik kan niet meer’ dient zich regelmatig aan. Maar iets zet zich daar soms toch overheen. Of als je rustig in gesprek bent met iemand en naast je schakelt het licht van je telefoon aan en schiet de gedachte binnen ‘wie is dat of wat is dat?’.  Soms geef je daaraan toe en een andere keer draai je je telefoon om uit respect voor je gesprekspartner of rust en aandacht voor het gesprek. Het is precies die innerlijke dialoog en de gevolghandelingen die rust kunnen brengen of onrust blijven opbouwen. De keuze is altijd aan ‘jou’.

Het kan helpen om sociale media te mijden, de e-mail maar een keer per dag te bekijken en te beantwoorden, of andere disciplines opbrengen om verstoringen te verminderen. Maar uiteindelijk gaat het om de keuze die je in elk moment opnieuw maakt.

Kies je voor de verstoring. Of kies je voor rust.

En kies je niet, dan kies je toch.

Overheerst bij jou ook ‘de waan van de dag’

Wie kent nog de Duitse uitzonderingsrijtjes uit z’n hoofd? Mit, nach, bei, seit…. En hoe kan het dat je die nu nog kunt opdreunen? Wij hebben het antwoord van Hermann Ebbinghaus, die als eerste wetenschappelijk de ‘vergeetcurve’ wist vast te leggen. Hij stelt dat na 20 minuten je de helft van het geleerde alweer vergeten bent, en dat je je na één dag nog maar zo’n 30% herinnert. Waarom weet je dan die Duitse rijtjes nog? Simpel: herhaling!

Wij hebben het zelf ook ondervonden bij onze sessies. Vaak kregen we na een sessie van de organisatie terug dat iedereen echt super geïnspireerd was na afloop, maar eenmaal weer op de werkplek vol door de waan van de dag in beslag werd genomen.

We hebben ons verdiept in Ebbinghaus’ vergeetcurve en zijn oplossingen om dit te voorkomen. Zo geeft hij aan dat de onthoudbereidheid groter is als er emotie bij komt kijken. Ook audiovisuele manieren van informatie overbrengen helpt bij het onthouden. Maar zijn belangrijkste oplossing was toch wel de herhaling.

Wie na tien minuten herhaalt, zit weer op 100%. Wie na een dag weer herhaalt, zit opnieuw op 100% én is minder vergeten. Na een week en een maand herhalen, zit de informatie practisch net zo stevig verankert als de Duitse rijtjes.

We hebben daarom gezocht naar manieren om onze informatie zo goed mogelijk over te brengen. Dat doen we met emotie (vooral humor ?), met audiovisuele ondersteuning en met regelmatige herhalingen binnen de sessie. Ook hebben we geëxperimenteerd met herhalingen over de sessie heen, door bijvoorbeeld terugkomsessies.

Ebbinghaus geeft echter strikte intervalperiodes aan waarbinnen de herhaling moet vallen. Een wetmatigheid zeg maar. En vaak komt dat in de praktijk niet precies uit qua tijd of planning, en moet een terugkomsessie (een herhaling) verzet worden. De organisatorische natuur intervenieert met die menselijke wetmatigheid van het vergeten, en dan merken we dat het effect soms minder lang draagt dan we zouden wensen.

Het is dus voor ons blijvend zoeken naar een goede manier om te zorgen dat iedereen over 20 jaar niet alleen “mit, nach, bei, seit…” maar zich ook “na stap 1 komt stap 1” kan herinneren en kan genieten van de betekenis ervan.

In wat voor wereld leef jij het liefst: geordend of ongeordend?

Je linker- en je rechterhersenhelft hebben nogal verschillende voorkeuren. Links wil graag ordening, ratio en logica. Rechts is meer van de verbeelding, het experiment en zelfs een beetje chaos. Dat is niets nieuws voor de meeste mensen. Dus als wij aan een zaal vragen: “Wie is er fan van een geordende wereld?” steekt ongeveer de helft z’n hand op. De andere helft voelt zich beter bij een ongeordende wereld.

Wat veel mensen niét weten, is dat binnen de geordende en ongeordende werelden ook nog weer verschillende domeinen bestaan. (Vrij naar het Cynefin-framework en komt oorspronkelijk van Dave Snowden). Snowden geeft aan dat de geordende wereld twee domeinen kent: een ‘simpel‘ domein , waar oorzaak en gevolg logisch en verklaarbaar zijn. Voorbeeld: Je draait de kraan open en er komt water uit; je draait ‘m dicht en het water stopt. Het tweede domein in de geordende wereld is het gecompliceerde domein, waar oorzaak en gevolg ook logisch zijn, maar waar enige analyse nodig is om dat te ontdekken. Voorbeeld: tijdens het rijden gaat er een lampje op je dashboard branden. Je rijdt naar de garage en die onderzoeken de auto en lossen het op. De geordende wereld is overzichtelijk en logisch; de wereld ook van de standaardisatie. Het is een wereld ook waarin de meer behoudende en conservatieve mensen zich thuisvoelen.

Daarnaast is de ongeordende wereld en ook die kent twee domeinen. Het domein van de chaos: oorzaak en gevolg hebben hierin geen enkele relatie. Het tweede domein is het complexe domein, waar oorzaak – gevolg alleen achteraf logisch vast te stellen is, maar nooit vooraf te voorspellen is. Het is het domein van bijvoorbeeld weersvoorspellingen en waar meer dan drie mensen met elkaar samenwerken. Het grote aantal variabelen hierin maakt voorspelbaarheid praktisch onmogelijk.

In deze complexe ongeordende wereld kunnen wel patronen ontstaan op het moment dat een achteraf vastgestelde ‘oorzaak – gevolg-relatie’ vaker voorkomt. Deze patronen kun je dan overbrengen naar de geordende wereld om te kijken of je ze kunt optimaliseren: goedkoper, sneller, efficiënter.

De geordende en ongeordende wereld hebben een sterke wisselwerking. In de maatschappij geniet de geordende wereld veel aandacht en gaat veel van onze tijd en energie naar businesscases, best practices en plannen. Maar wij willen ook graag een lans breken voor de ongeordende wereld en het meer erkenning geven, al is het alleen maar om dat we – zeker ná middernacht – meer moeten improviseren en experimenteren.

De oproep in deze blog is om diegene die van een geordende wereld houden daar vooral in te laten excelleren, maar ook een tweede liefde aan te bieden namelijk die van de ongeordende complexe wereld. Net zoals de fans van een ongeordende wereld zich thuis moeten blijven voelen in weinig tot geen structuur en de geordende wereld omarmen als nuttige en noodzakelijke aanvulling op hun wereldbeeld.

De meeste hersenen bestaan uit twee delen die goed samenwerken. En ben je meer van de ene hersenhelft dan van de andere, geniet ervan, zet het in en zoek iemand op die precies het tegenovergestelde heeft. We hebben elkaar immers hard nodig om in balans te blijven.

We hebben er wel eens een videotje van gemaakt jaren geleden.