Erica Pierik: Ik heb vooral geleerd los te laten

Ik denk dat het zeker vier jaar geleden is dat Arthur mij benaderde. We hadden elkaar leren kennen tijdens een netwerkdiner en samen gezellig gepraat. Ik had verteld dat ik bezig was om een eigen bedrijf als tekstschrijver op te zetten en hij belde een paar maanden later: of ik heb wilde helpen met het schrijven van een boek.

Dat leek me geweldig natuurlijk, en dus spraken we af, ook met Patrick erbij. En sjonge, wat heb ik veel geleerd van ze in die paar jaar. Het allerbelangrijkste? Leer los te laten. Ga er niet van uit dat je controle hebt over dingen doordat je ze plant, want alles loopt anders. Zij noemen het ‘na middernacht’ – de veranderingen gaan sneller dan de plannen bij kunnen houden. En dat bleek al gelijk: toen het schrijven van een boek niet echt lukte omdat ze te veel te vertellen hadden, dacht ik dat het over was. Maar nee, dit was gewoon een experiment: we hebben geëvalueerd en nemen nu weer een stap 1

Blogs misschien? We maakten een afspraak dat we zouden beginnen, na enige tijd evalueren en daarna zouden zij bepalen hoeveel waarde ik had geleverd. Ik vond het echt spannend: als beginnend tekstschrijver wil ik liever weten hoeveel geld ik ga verdienen dan dat ik afwacht hoeveel waarde ik geleverd zou hebben. Maar het werkte echt heel goed en wekelijks belde ik één van hen op om te polsen of ze nog ideeën voor een blog houden. Dat was best bijzonder, begreep ik later, want hun stellige overtuiging is dat terugkerende vergaderingen zinloos zijn. Maar voor mij was het belangrijk om een beetje structuur aan te brengen in onze samenwerking. 

Tijdens al die gesprekken heb ik veel geleerd van ze. Ze hebben ideeën die het leven mooier en vooral eenvoudiger maken. En stiekem pas ik ook best wel wat van die ideeën toe. Pensioenvrij leven bijvoorbeeld: ik werk precies genoeg om goed te kunnen leven en gebruik de tijd die ik over hou om dingen te doen waar ik blij van word. Tijd is voor mij belangrijker dan geld. 

Het moeilijkst om toe te passen vond ik ‘na stap 1 komt stap 1’. Het principe is geniaal, maar botst nogal met mijn karakter: ik wil graag dingen zeker weten. En nu weet ik vrij zeker dat ik niets zeker weet, maar om dat nou als uitgangspunt te nemen… Toch hebben Arthur en Patrick mij steeds weer met kleine stapjes in de juiste richting geduwd, door steeds weer te evalueren en nieuwe manieren van samenwerken voor te stellen. En eerlijk is eerlijk, zo zijn er mooie dingen ontstaan. 

Of ik het ook toepas in de rest van mijn leven? Ja, en het grappige is – dat heb ik pas achteraf gemerkt. Zo heb ik twee boeken gepubliceerd door te beginnen met schrijven, mensen vragen mee te lezen, aan te passen wat ik heb geschreven en op zoek te gaan naar een uitgever, in plaats van een stappenplan te maken waarbij ik voordat ik zou gaan schrijven al duidelijk had hoeveel boeken ik zou verkopen. Wat ik wel graag had gewild trouwens, want tja, ik hou er nog steeds van om dingen zeker te weten…

Recent heb ik weer moeten loslaten. Arthur en Patrick hebben voorgesteld dat ik niet langer wekelijks met hen bel, maar dat zij bellen wanneer zij inspiratie hebben. En ik kan bellen wanneer ik een idee heb. Dat betekent dus dat ik niet langer zeker weet wanneer ik een blog moet schrijven. En gek genoeg vind ik dat prima. De vrije Denkers hebben mij geleerd om los te laten.


In theorie zijn theorie en praktijk gelijk aan elkaar …

… maar in de praktijk is dat vrijwel nooit zo.

Vorige week gaven wij een online sessie. De presentatie draaide op de laptop bij Patrick thuis en ik had besturing van die laptop op afstand vanuit mijn thuisstudio. Dat ging uitstekend tot vlak voor een interactie-moment. Ik kon klikken wat ik wilde, maar de volgende slide verscheen niet. Patrick was tijdens mijn presentatieblok een breakout voor de deelnemers aan het voorbereiden en dat vond plaats in een ander scherm op dezelfde laptop, waardoor de presentatiebesturing logischerwijs wegviel. Dat hadden we niet door.

Patrick is in zo’n geval, veel beter dan ik, in staat er draai aan te geven, maar ik ben dan even van mijn à propos. Ik ben echt even uit de flow van m’n verhaal omdat de visuele ondersteuning normaal naadloos en logisch aansluit op wat ik vertel. Als dat niet netjes synchroon loopt hapert mijn betoog en neemt de boodschap in kracht af. Vind ik. De eerste keer dat het gebeurde lukte me het nog om het onbenoemd te laten maar de tweede keer dat het gebeurde zei ik – in de sessie en wat voor iedereenhoorbaar was: “Patrick, ik kan weer niet doorklikken en dat is echt irritant.” 

Een deelnemer gaf achteraf aan precies die opmerking te hebben gewaardeerd in de sessie.

Wij proberen zo’n sessie – en natuurlijk meer dingen in ons leven – zo goed mogelijk te doen. Bij het perfecte af liefst wat mij betreft. Dan kom je ongetwijfeld ook uitdagingen tegen, zoals wat ons vorige week gebeurde, maar ook tijdens alledaagse activiteiten. Dingen gaan bijna nooit zoals je ze hebt bedacht. Om die reden spreekt het mantra ‘na stap 1 komt stap 1’ ons als werkwijze ook enorm aan. Het te gedetailleerd plannen van je leven, komende week, vandaag of zelfs van slide naar slide, heeft betrekkelijk weinig zin vanwege de onzekerheden en onverwachtse gebeurtenissen die bijna altijd op je pad komen. 

Je kunt daar op verschillende manieren mee omgaan. Je kan de werkelijkheid laten voor wat het is en gewoon doorgaan met je plan. En je kan ook de werkelijkheid aanvaarden zoals die is en je weg veranderen terwijl je ‘m beloopt. En in die verandering kan je je kwetsbaarheid en feilbaarheid gewoon tonen, zeggen wat er aan de hand is en dat je het misschien ook even niet weet. Dat maakt mensen menselijk. En zet ons met de voeten in de klei.

Het compliment van de deelnemer had precies ook die lading. De presentatie is prima. Het verhaal is sterk. En voor de rest maken jullie gelukkig ook fouten. Net als wij toehoorders. Precies die menselijkheid maakt het mooier, aannemelijker en vergroot de verbinding tussen spreker en publiek. Daar kan geen enkele inhoud tegenop.

Overigens hebben we nu een aparte laptop voor de presentatie, waardoor de breakouts kunnen worden voorbereid zonder de presentatie zelf in de wielen te rijden.  Soms win je, soms leer je.

Poets één keer per week je tanden één uur lang!

… Is natuurlijk geen goed advies. Dat voelt iedereen wel aan en het is ook wetenschappelijk vastgesteld dat de bacteriegroei in je mond al binnen 24 uur flinke plaque veroorzaakt en de kans op schade aan het gebit snel toeneemt. Het is beter om elke dag een paar minuten te poetsen dan heel lang en intensief te poetsen één keer in de week. Zoals ook elke dag een half uurtje wandelen veel meer effect op je gezondheid heeft dan slechts één keer per week een intensieve training van een paar uur.

‘Consistent een beetje’ draagt beduidend meer bij aan een goed resultaat dan ‘intensief een keer in een week’

Toch zijn we geneigd intensiteit boven consistentie te verkiezen. Zeker in organisaties. Denk aan een groots opgezette bijeenkomst op datum X. Of een verandertraject in de periode Y. Goed planbare, meetbare, budgetteerbare en overzichtelijke kortlopende activiteiten eens in de zoveel tijd. Of één keer per jaar een functioneringsgesprek waarin intensief wordt gesproken over het functioneren en het vaststellen van nieuwe ambitieuze doelen. Of het maken van een businessplan dat vaak een paar weken in het jaar veel aandacht vraagt en vervolgens nauwelijks meer wordt ingekeken. Hele intensieve aandacht een keer in het jaar in plaats van een klein beetje aandacht elke dag weer

De kracht van consistentie geldt vooral ook voor de dingen waar we een beetje tegenop zien. Denk aan het omspitten van een moestuin. Dat is een zwaar klusje waar je rug niet blij mee is en de blaren op je handen springen. Maar elke dag enkele rijtjes omspitten is prima te doen. En na twee weken heb je toch die hele moestuin omgeploegd.

We onderschatten vaak het lange termijneffect van elke dag, heel consistent, kleine veranderingen en bewegingen inzetten. En we overschatten het effect van een intensieve inzet een keer in het jaar. 

Elke dag een beetje lijkt makkelijker omdat het maar een beetje is, maar is moeilijker omdat het élke dag is.

Als je werkelijk iets wilt veranderen kijk dan eens of je voor consistent in plaats van intensief kunt gaan. En laat graag eens weten wat deze omdraaiing met je heeft gedaan.

Inspiratie van Simon Sinek in ‘Intensity vs Consistency’

Korting geven doet geen recht aan werkelijke waarde

De verkoper deed zijn uiterste best mij die ene elektrische tandenborstel te verkopen. Ik was al van plan precies deze te kopen, dus alle inhoudelijke argumenten die werden aangedragen deden eigenlijk niet meer ter zake. 

Toch bleef hij zijn uiterste beste doen.

De tandenborstel had een automatische verbinding met een app zodat ik vriendelijk in beeld kreeg wat de volgende poetshandeling moest zijn. Ook zaten er maar liefst drie druksensoren in die in drie verschillende kleuren aangaven als ik te hard zou poetsen. En naast tanden kon het apparaat ook tandvlees en tong reinigen. En er volgde aansluitend nog zeker 10 minuten gepassioneerde overtuiging.

Ik was al overtuigd van het kopen van deze specifieke tandenborstel en nu kwamen er ook nog eens allerlei argumenten bij die de keuze van mijn, zo goed als zekere, aanschaf alleen maar bevestigden.

En nu kwam het. Hij wilde mij een korting geven van maar liefst 50 Euro.

Die korting heb ik vanzelfsprekend vriendelijk geweigerd. En toegelicht. 

Het geven van (ongevraagde) korting op iets van waarde doet namelijk (1) geen recht aan de waarde van het product (2) doet geen recht aan de verkooppassie en het doorzettingsvermogen van de verkoper en (3) doet al helemaal geen recht aan mijn, zo goed als, onvoorwaardelijk koopbereidheid.

Ik wilde die korting niet. Ik was bereid de prijs te betalen die op het kaartje stond.

De beste man keek me aan alsof ik niet goed bij mijn hoofd was. Dat was ik wel.

Waarom transparantie soms gewoon géén goed idee is.

In een creatief proces, waarin een video gemaakt moest worden, werd ons op ongeveer een derde van dat proces gevraagd of wij een tussenproduct wilden laten zien. Hoewel wij ons de vraag goed konden voorstellen hebben wij dat vriendelijk geweigerd en in plaats daarvan gevraagd om vertrouwen waardoor wij de klant nog twee derde van de tijd in onzekerheid moesten laten. Wij kregen dat vertrouwen en het eindproduct bleek een schot in de roos.

Wat wij voor dat vertrouwen terugkregen was een ‘privacy zone’. Een plek waarin wilde ideeën kunnen ontstaan en een minuut later gerust weer mogen sterven. Een plek ook waarin er geen verwachtingen behoeven te worden gemanaged. Een plek waarin géén toelichting hoeft te worden gegeven of verantwoording hoeft te worden afgelegd. Een plek waarbinnen de gum en de delete knop vrijelijk hun werk mogen doen. 

Als een creatief proces op de voet wordt gevolgd ligt zelfcensuur op de loer (het moet sneller, beter, mooier, logischer zijn dan dat het nu is). Meekijken en meebeslissen kan een idee, dat in potentie geweldig is, al in de kiem smoren. Soms door onbegrip, een andere keer door tijdsdruk en weer een andere keer door te veel sturende invloed. Een voor de leek onlogische route kan al snel op onbegrip rekenen terwijl het voor het creatieve proces een noodzakelijkheid is. Bovendien verloopt het creatieve proces nooit lineair. In een drie maanden traject kan er 2,8 maand tijd aan gedachten, stilten, deleten, frustratie en gevecht zijn verbrand en slechts 0,2 maand aan het werkelijke maken van de video zelf. Soms is die verhouding precies omgekeerd. Iets opleveren op een derde van het traject is in zo’n situatie niet alleen onmogelijk, het zou de opdrachtgever vrijwel zeker op een dwaalspoor zetten. Het komt dus echt aan op vertrouwen en vakmanschap.

De roep naar meer transparantie is begrijpelijk en in sommige situaties zelfs noodzakelijk. Hoe meer inzicht hoe meer begrip. Dat geldt ook zeker waar het bijvoorbeeld veiligheid betreft. Of openbaar bestuur. Maar er zijn dus even zoveel argumenten voor minder transparantie in situaties waarin absolute vrijheid van denken en doen voorwaardelijk zijn aan een goed resultaat.

Meer inspiratie: Dark side of transparency van McKinsey

Ik geef mijn leven als ik een miljoen anderen kan helpen.

De komst van een nieuw vaccin voor het Covid-19 virus is onderwerp van gesprek. Ik aarzelde zelf flink over dat vaccin, zoals velen met mij. Was zelfs wel enigszins content met de gedachte dat ik niet tot de eerste groep ‘te vaccineren’ zou behoren. En ook de gedachte dat Engeland met hun vaccinatieprimeur na de russen alvast aan de slag gaan klinkt mij als muziek in de oren. Be my guest. Waarom zou je immers in vredesnaam een vaccin, dat tot vorige maand nog in de labs werd onderzocht, nu al in je lijf spuiten? We hebben bovendien nog geen flauwe notie wat de lange termijnconsequenties zijn. Nee hoor, dank je wel. Nog niet voor mij. Dacht ik …

Precies deze overtuiging verving ik vanochtend definitief voor een ander perspectief. Ik las veel meer over de geschiedenis van vaccineren, wat het ons als mensheid heeft gebracht en wat zoal de risico’s zijn. Wat hebben we geleerd? Wat heeft het ons gebracht?

Zo was bijvoorbeeld vorige eeuw het pokkenvirus één van de meest dodelijke virussen die de wereld kende. Toen er uiteindelijk een pokken-vaccin kwam, veranderde dit de gemiddelde levensverwachting in één klap. En tot op de dag van vandaag wordt, juist door een uitgekiend vaccinatieprogramma, bijna iedere baby behoed voor veel andere ellendige virussen. Het pokken-vaccin bleek in z’n oorsprong echter niet helemaal ongevaarlijk: er stierven ongeveer 70 mensen op elke miljoen mensen aan de bijwerkingen van het vaccin. En nieuwe vaccins hebben uitgerekend tussen de 4 en 6 sterfgevallen per 1 miljoen mensen door de bijwerkingen. Een flinke verbetering, maar hoe klein ook, er blijft dus altijd een risico kleven aan vaccins. En dan gaat het erom of je de focus legt op het risico of de verbetering. En of je bereid bent de verhoudingen mee te laten wegen in je overtuiging voor of tegen.

Precies namelijk deze verhoudingsgetallen van het beperkte aantal doden op het grote aantal overlevenden in combinatie met de verontrustende berichten over de groeiende economische malaise, de vele faillissementen en ontslagen, en de voortdurende strijd van ondernemers die hun omzet en levensgeluk zien verdampen, maken dat ik mijzelf de ‘vrijheid’ heb gegeven om tot die 4 tot 6 sterfgevallen te behoren als het lot zo is bepaald en daarmee met meer vertrouwen de Covid-19 vaccinatie tegemoet zie. Hou me te goede, ik leef liever dan dat ik ga, maar als ik met het geven van mijn leven tegen de miljoen andere mensen kan helpen de draad en het leven weer op te pakken dan ben ik bereid dat offer te brengen.

Ik heb daarnaast ook nog eens het vertrouwen in de eisen die de EMA stelt aan de vaccins waardoor dat risico naar mijn inschatting bijzonder klein is. En laten het nou eens geen 4 tot 6 doden, maar 40 tot 60 of misschien nog meer zijn op een miljoen, dan nog blijft de verhouding de moeite waard van het overdenken.

Als het vaccin er is en we (echt dus samen!) zo het virus onder controle krijgen, dan stel ik dus graag de wij-waarde boven de ik-waarde. Het voelt dan ook minder als een offer maar meer als een investering in het collectief. En als ik dan onverhoopt toch kom te overlijden door de bijwerkingen dan hoop ik dat die investering gezien blijft in verhouding tot de overlevenden zodat we deze discussie niet bij elke vaccin opnieuw hoeven voeren.

‘Hoe heeft dit in vredesnaam kunnen gebeuren?’

Waar ik me al een tijdje over verwonder is de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Voor wie dit gemist heeft: naar schatting tussen de 20.000 en 26.000 ouders met recht op kinderopvangtoeslag raakten gedupeerd – tot schuldsanering aan toe – omdat er bij de Belastingdienst én bij de politiek iets goed fout gegaan is. En iedereen verzucht: ‘Hóe heeft dit kunnen gebeuren?’

Wat mij verbaast is precies die verbazing. Het is namelijk onvermijdelijk dat dit – of iets vergelijkbaars – gebeurt als drie dingen tegelijkertijd aan de hand zijn, namelijk (1) een systeem uitermate complex is (2) de menselijke maat ver te zoeken is en (3) er geen sprake is van ‘skin-in-the-game’ van de verantwoordelijken.

Computer says no

Het complexe toeslagensysteem is ontworpen vanuit een geautomatiseerde logica. Er komt nauwelijks nog een menselijk oordeel aan te pas. En dat gaat in het merendeel van de gevallen goed. Zo’n systeem is immers goed geoptimaliseerd voor de ‘mainstream’ van de cases en ‘uitzonderingen en/of afwijkingen’ vallen dan snel, soms te snel zo blijkt, uit het systeem. En hoewel het systeem recent juist (her)ontworpen was om sneller uit te keren en fraude tegen te gaan kan het dus flink misgaan als vakkundigheid en menselijke inlevendheid nauwelijks nog onderdeel uitmaken van het totale proces.

Terug naar de menselijke maat

Dat brengt me bij het tweede punt. In een onstilbare honger naar efficiency en kosteneffectiviteit komt de menselijke maat steeds vaker in de verdrukking. Verantwoordelijke bewindslieden hebben steeds minder gevoel bij en zicht op het effect dat hun beleid heeft op de burgers. Een roep van de burger voor aandacht van fouten in het systeem wordt al snel als ‘een individueel geval’ aangemerkt en daar ‘kan helaas niet op worden ingaan. Zelfs niet op meerdere individuele gevallen’ zo gaf een van de bewindslieden aan. Burgers krijgen zo nauwelijks kans om de onregelmatigheden aan de orde te brengen, laat staan te herstellen.

Méér skin-in-the-game

Als dan een derde ontwerpfout, namelijk het gebrek aan ‘skin-in-the-game’ van beleidsmakers en -uitvoerders, wordt toegevoegd aan het gebrek aan de menselijke maat en de complexiteit van het systeem dan is letterlijk ‘het leed niet meer te overzien’, zo blijkt eveneens.

In de bestuurskamers richt men zich voornamelijk op beleid en regels. Verantwoordelijke bewindslieden hebben vaak een gebrekkig besef wat er zich aan drama in de leefwereld ontvouwt juist door dat ontbrekende zicht op en het echte gevoel van die leefwereld. Het ‘denken’ is zover van het ‘doen’ afgeraakt dat zij de pijn die zij via hun beleid veroorzaken bij onschuldige burgers op geen enkele manier zelf meer voelen.

Het zou beter zijn als verantwoordelijken direct zelf gevolg ondervinden van eventuele misstappen. Fouten maken is immers onvermijdelijk. Oftewel dat zij hun eigen huid aan het spel en de spelregels verbinden. En uiteraard niet met als doel om te straffen, maar om simpelweg te doen wat nodig is op het juiste moment. Dan hoeft de verbijstering en verontwaardiging niet jaren later in het zicht van een enquête-commissie plaats te vinden, maar was bij het ‘zwakke signaal’ uit de samenleving op het juiste moment de juiste maatregel genomen.

Doe wat nodig is in plaats van wat het proces voorschrijft.

Mijn naam is Wesley Worm en ik ben 40 jaar. In de buurt van de ‘terminale serieusheid’, om in termen van de Vrije Denkers te spreken. Gelukkig heeft hun video ‘Doen is de beste manier van denken’ dat precies weten te voorkomen bij mij.

Als 22-jarige jongeling vol energie en ambitie, kwam ik als inrichtingswerker in de gevangenis te werken. Werken in het gevangeniswezen betekent werken voor de overheid; protocollen op orde, rust en veiligheid staan voorop. Vanuit mijn ambitie keek ik echter verder dan dat. En al gauw werd ik aangesproken op mijn additionele acties; ik moest namelijk wel de processen precies volgen. Alle neuzen moesten namelijk wel in dezelfde richting staan. 

Binnen het gevangeniswezen heb ik me verder kunnen ontwikkelen door samen te werken in innoverende projecten. Ikzelf vond dit geweldig, maar mijn collega’s voelden nog veel weerstand. Juist in deze periode kreeg ik de video van de Vrije Denkers te zien. Dit filmpje vatte pakkend samen waar ik voor stond. Gesterkt door de Vrije Denkers en de overtuiging dat het kan, ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe werkplek die mij inspireerde en waar ruimte lag voor verder ontwikkeling. 

In 2016 ben ik begonnen bij De Heeren van Zorg, een organisatie die zich richt op de ondersteuning van mensen met autisme. Ik startte aanvankelijk als persoonlijk begeleider, maar al snel promoveerde ik naar de functie van Teamcoach Organisatie & Samenwerking. In deze functie hou ik mij vooral bezig met de ontwikkeling van de organisatie en het functioneren van de verschillende begeleidende teams. Een opmerking uit het filmpje die me enorm raakte was: “Geef werk dat bij me past en ik hoef nooit meer te werken.” Zo wil ik zelf in het leven staan, en zo wil ik mijn omgeving ook stimuleren in het leven te staan. 

Bij De Heeren van Zorg heb ik mede door de video een organisatie en functie gevonden waarbij ik mensen mag inspireren het anders te doen en waar de regels en protocollen niet het doel zijn, maar een middel om doelen te bereiken. Tot op de dag van vandaag deel ik het filmpje met mensen die naar mijn idee open staan voor anders denken en anders doen, om met hen dezelfde energie te delen.

Afgelopen week werd ik door @Marièlle Beek op LinkedIn in contact gebracht met @Arthur Kruisman en werd ik opnieuw geïnspireerd in waar ik zoveel energie van krijg. Het gaf mij de energie om mijn verhaal op deze manier met jullie te delen, want …. als ik meer fouten maak dan jij, dan win ik! 

Meer weten of de uitgebreide blog lezen? Klik hier. Connect met mij via LinkedIn!

Ik geef de mensen graag hun onbevangenheid weer terug!

Mijn naam is Peter Vervloet en ik ben adviseur leren en ontwikkelen. Dat doe ik deels als zelfstandige en deels in dienst bij een zorginstelling (De Noorderboog), waar ik mij specifiek bezighoud met leren en ontwikkelen in de zorg. Toen ik het filmpje ‘Doen is de beste manier van denken’ van de Vrije Denkers tegenkwam, zag ik gelijk een parallel met mijn eigen praktijk.

Ik heb mijn hele loopbaan steeds gewerkt op het snijvlak van onderwijs en zorg, en gemerkt dat bij beide soort instellingen de nadruk stevig ligt op verantwoording. Ik heb ook zelf kort gewerkt als auditor met vink-lijstjes, maar kwam er toen achter dat ik veel liever wilde dat er ruimte was voor leren en ontwikkelen buiten de vaste lijntjes. Ik wil niet vinken, maar vragen: de dialoog aangaan en veel meer kijken naar talenten dan naar competenties. Zoals de Vrije Denkers laten zien in hun filmpje: we gaan allemaal van creatief en onbevangen naar terminaal serieus. Daarom heb ik het vinken achter me gelaten en werk ik nu als auditor met waardendialoog – dat past veel beter bij mij en ik zie daarbij ook veel mooiere resultaten tijdens de audit.

Zelf heb ik die onbevangenheid van het kind-zijn weer teruggevonden en ik wil mensen helpen om dat ook te doen. Kleurrijk, een beetje ondeugend en vooral vrij. Daarom zet ik de video ‘Doen is de beste manier van denken’ in bij de Praktijk Leerroute bij de Noorderboog. Tijdens de opleiding tot Verzorgende niveau 3 zitten de leerlingen (ook zij-instromers) niet meer dagen achtereen in de klas, maar komen de docenten naar de ervaringsplaats om ze daar te begeleiden. De docenten geven dus ondersteuning in de praktijk en ook veel meer in het persoonlijke leerproces van de leerling. Het gaat niet alleen om kennis en competenties, maar ook om vaardigheden en talenten

De video sprak me zo aan dat ik meer van ze ben gaan kijken en lezen op www.vrijedenkers.nl. De filosofie die zij uitdragen sluit goed aan bij die van mij, en gelukkig ook bij steeds meer mensen. Overal in de zorg en in het onderwijs zie ik mooie initiatieven ontstaan, maar ik merk wel dat het behoudende culturen zijn. We proberen onze mensen de jeugdige overmoed en enthousiasme mee te geven, maar zien vaak dat het in zo’n behoudende cultuur getemperd wordt. Dat zeg ik niet als teleurstelling; ik krijg er juist alleen maar meer energie van om vooral dat te willen veranderen! 

Wij doen hier niet aan kunst jongeman!

Gerard van Maasakkers – Bloemen zijn rood

*Heb je geen zin/tijd te lezen, luister het liedje onderin en sluit je ogen.

‘n Jungske ging vur ‘t uurst naor school
Hij kreeg ‘n vel papier en krijt
En hij kleurde en kleurde ‘t hul vel vol
Want kleure, da vond-ie fijn
Mer de juffrouw zee: “Wat doe je daar, jongeman?”
“Ik teken bluumkes, juffrouw”
Ze zee: “We doen hier niet aan kunst, jongeman
Bloemen zijn rood en de lucht is blauw”
Je zult er rekening mee moeten houden
Je bent hier niet alleen
Als alle kinderen ‘ns deden zoals jij
Waar moest dat dan toch heen, ik zeg je
Bloemen zijn rood, jongeman
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou je ‘t dan nog anders doen” 

Mer ‘t jungske zei
“Ja mer juffrouw, d’r zijn zoveul kleuren bloemen
Zoveul kleuren blaadjes, zoveul kleuren, overal
Zoveul kleuren zijn nie op te noemen
Mer ik zie ze allemaol”

Mer de juffrouw zei: “Je bent ondeugend, jongeman
Je zit te kliederen en je Nederlands is slecht
Ik weet zeker dat je ‘t alletwee veel beter kan
Ik wil dat je herhaalt wat ik zeg

Bloemen zijn rood, jongeman
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou je ‘t dan nog anders doen”

Mer ‘t jungske zei
“Ja mer juffrouw, d’r zijn zoveul kleuren bloemen
Zoveul kleuren blaadjes, zoveul kleuren, overal
Zoveul kleuren zijn nie op te noemen
Mer ik zie ze allemaol” 

Mer de juffrouw zei: “Dit duurt me nou te lang
Je moet maar weten hoe ’t hoort”
En ze zette ‘t jungske op de gang
“Voor je bestwil” enzovoort
Mer hij werd bang, zo na ‘nen tijd
Klopte zachtjes aan de deur
En hij zei: “Juffrouw, ik heb wel spijt”
En hij kreeg ‘n kleur toen-ie zei

“Bloemen zijn rood
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou ik ‘t anders doen”

Mer d’n tijd ging dur, gao altijd dur
En hij ging naor de tweede klas
En de juffrouw was hul anders as die daorvur
Ze was nieuw, ze was er pas
En ze lachte vriendelijk toen ze zei
“Tekenen doe je voor je lol
Je krijgt genoeg papier en krijt van mij
Teken maar je hele vel vol”

Mer ‘t jungske tekende bloemen
Gruun en rood, en in de rij
En toen de juffrouw vroeg waorum
Kreeg-ie weer ‘n kleur, en-ie zei

“Bloemen zijn rood
Blaadjes zijn groen
‘t Heeft geen enkele zin om ‘t anders te zien
Dus waarom zou ik ‘t anders doen”

Met dank aan Peter Vervloet die ons op dit bijzondere liedje wees
Credits Illustratie: Wildflower1555

Ik heb mijn dochter iets vreselijks aangedaan.

Jarenlang heb ik mijn dochter laten geloven dat ze kon toveren. Als ze zei ‘Hocus pocus pilatus pas, ik wou dat de auto open was!’ dan opende de kofferbak van de auto zich op magische wijze. Die blik in haar ogen. Haar blijvende verbazing dat het elke keer weer lukt. De onvoorstelbare kracht van haar toverkunst. Onbetaalbaar. Ze vertelde er meermalen vol trots over aan haar vriendjes. En ook al zeiden zij vaker dan eens dat het helemaal niet kon, zij wist wel beter: zij kon namelijk écht toveren.

Toen gebeurde het onvermijdelijke. Op een middag tijdens het uitspreken van haar toverspreuk ontdekte ze dat ik op het knopje van de afstandsbediening van de auto drukte. Ik moest direct de sleutel bij haar inleveren en weg was haar toverkracht. Wat was ze boos. Woedend. Verdrietig. Teleurgesteld. Ze kroop achter in de auto ineen toen ze het ontdekte. Opgevouwen met haar hoofd in haar schoot. Eenmaal thuis aangekomen verdween ze stampvoetend naar boven en gooide de deur van haar kamer dicht. Haar vriendjes bleken toch gelijk te hebben. Ze had helemaal geen toverkracht. En zij stond in haar hemd. Wat een imagoschade. Papa heeft gelogen. “Ik wil niets meer te maken hebben fantasie! Nooit meer” roept ze nu nog. Wekenlang nadat het is gebeurd. 

Ik heb ontzettend veel spijt van wat ik heb veroorzaakt. Het was natuurlijk met de beste bedoelingen: ik wilde haar laten zien dat magie en fantasie overal om ons heen is. Dat zij zelf magisch is, door haar verbeeldingskracht en toverkracht. Maar ik had nooit een ‘leugen’ mogen gebruiken om dat zo onder de aandacht te brengen, dat besef ik nu. Dat is fout geweest. Ze wilde niet meer met ons avondeten die avond. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Ik heb haar bordje eten naar boven gebracht. Naar haar kamertje waar ze in protest voorovergebogen aan haar bureautje zat en me zonder aan te kijken sommeerde uit haar kamer te gaan. Ik heb haar met tranen in mijn ogen mijn excuses aangeboden. Ik had er echt pijn van in m’n hart. Dit had papa natuurlijk nooit zo mogen doen. Haar boosheid was volkomen terecht.

Maar magie en fantasie zijn en blijven wel krachtige instrumenten om een complexe boodschap over te brengen en de verbeeldingskracht aan te zetten. Overal is magie als je ervoor open staat. Natuurlijk praat de wolf niet tegen roodkapje en komen er geen gouden munten uit het achterwerk van een ezel, maar soms ontleen je kracht aan de held in een verhaal. Kan een verlies beter worden verwerkt. Blijf je op het juiste pad. Of ga je er juist vanaf. Of kan een rauwe werkelijkheid weer draagbaar worden. Juist aan die verbeeldingskracht kun je kracht ontlenen.

Sofía is nu bijna zeven jaar oud. En ondanks dat ik een nare wond bij haar heb veroorzaakt weet ik zeker dat mijn oprechte excuses en uitleg van mijn werkelijke bedoeling haar helpen. En dat ze haar fantasie en de verbeelding weer volop de ruimte geeft.

Maar wat moet ik in nu vredesnaam met Sinterklaas? Vertellen hoe het werkelijk zit zodat zij haar vriendjes en vriendinnetjes dit keer voor is en we het vertrouwen niet opnieuw schaden? Of moet ik het Sinterklaasverhaal in haar klas, in het dorp en in de maatschappij z’n beloop laten met alle gevolgen van dien?

Ik weet oprecht niet wat ik het beste kan doen. Wat zou jij doen?

‘In vrijheid kunnen leren heeft mijn zoontje gelukkig gemaakt’

Mijn naam is André Le Cat en ik ben ondernemer en vader van een prachtige knul van nu negen jaar. Op zijn 4e ging hij naar school, zoals alle kinderen van zijn leeftijd, maar hij werd er doodongelukkig. Via via kwam ik in aanraking met het concept ‘democratische school’, waar de verantwoordelijkheid voor het leren veel meer bij het kind zelf wordt neergelegd. Mijn zoontje maakt zijn eigen studieplan en formuleert zijn eigen leerdoelen – in zijn eigen tijd en in volledige vrijheid. Binnen enkele jaren tijd heb ik hem weer helemaal op zien bloeien en dat heeft mij enorm geraakt. Ik gun dit alle kinderen!

Enige tijd terug zag ik het filmpje van Arthur en Patrick: ‘Doen is de beste manier van denken’. Hiermee viel voor mij alles op z’n plek: een betere verbeelding van democratisch onderwijs had ik nog niet eerder zo gezien. Daarom laat ik graag en veel dit filmpje zien als mensen meer willen weten. Samen met de investeerder van de democratische school van mijn zoontje Lumiar ben ik bezig om te onderzoeken hoe we nog meer van dit soort vernieuwende scholen kunnen openen. We denken zelfs al nog verder vooruit en willen in de toekomst ook graag democratische middelbare scholen openen. De financiering van het geheel is nog wel een zoektocht: er is geen steun vanuit het rijk, maar ‘onze’ school is wel financieel gezond door een innovatieve constructie waarbij de naastgelegen BSO bijdraagt aan de democratische school. 

Het filmpje van de Vrije Denkers gaat over meer dan alleen kinderen en onderwijs; het gaat ook over hoe een school je voorbereid op een functie, op het werk later. En daar zie ik ook verschuivingen plaatsvinden; in deze tijd is hoe je dingen doet (talent en vaardigheden) belangrijker dan dat wat je weet (kennis); steeds meer mensen worden aangenomen op hun competenties. Waarom zou je dat niet al op een basisschool veel meer ontginnen en tot bloei laten komen? Zo bereid je kinderen echt goed voor op de maatschappij en hun rol daarin. In enkele minuten raken de Vrije Denkers met hun video de kern van waar ik voor sta en waar ik voor wil gaan. Ik hoop ook echt met ze samen te kunnen werken om dit voor heel Nederland bereikbaar te maken.

Onze rechten zijn de plichten van ons naar de ander

De titel is een ombuiging van de oorspronkelijke uitspraak van Nietzsche: ‘Onze plichten zijn de rechten van anderen over ons’. Wanneer je de uitspraak van Nietzsche omdraait, wordt het voor mij direct inzichtelijk waar het in onze maatschappij aan schort. Want men beroept zich graag op ‘rechten’, maar vergeet dat tegenover elk recht ook een plicht staat.

Klein voorbeeld: je hebt recht op een salaris, maar daar staat tegenover dat je de plicht hebt werkzaamheden te verrichten voor jouw werkgever. Of als ik het recht heb op terugbetaling van mijn verstrekte lening, dan betekent dit dat de ander een plicht heeft het geld op mijn rekening te storten. Zonder die plicht is mijn recht niets waard (1).

Je hebt ook recht op vrijheid van meningsuiting, maar daarbij tevens de plicht om de rechten van anderen te respecteren en ook de openbare orde, de volksgezondheid en de goede zeden te beschermen. (Aanzetten tot) discriminatie en rassengeweld is eenvoudigweg verboden, zo is te lezen in Artikel 1 van onze grondwet. De ‘vrijheid van meningsuiting’ mag nooit een excuus zijn om doelbewust haatdragende uitlatingen over personen of bevolkingsgroepen te doen. We weten dankzij de Tweede Wereldoorlog maar al te goed waar het verzuimen van de plicht elkaar te respecteren toe kan leiden.

In de wet staan onze rechten centraal, dus het is begrijpelijk dat voor veel mensen ‘het recht hebben’ het uitgangspunt is. Maar bescherming van rechten van anderen, betekent automatisch dat je de plicht hebt om die rechten te respecteren. Regels en wetten zijn ingesteld om het samenleven met elkaar mogelijk te maken. Daarin zit een evenwicht in rechten en plichten. Maar als rechten heel expliciet zijn en plichten niet dan ontstaat er snel veel onduidelijkheid. In rechtbanken probeert men dagelijks die onduidelijkheid op te helderen en rechten en plichten weer in evenwicht te brengen. 

In vroeger tijden kon men nog wel eens refereren aan de tien geboden waarin enkele plichten werden genoemd zoals niet doden, niet liegen, niet stelen en een paar andere meer religieuze plichten. Het waren feitelijk een aantal expliciete duidingen van hoe met elkaar om te gaan.

In de huidige maatschappij zien we dat nauwelijks meer terug. Een sterke mate van individualisering doet de gemeenschap vaak verschralen. Er is zelfs een poging gedaan om een ‘handvest verantwoordelijk burgerschap’ van de grond te tillen een jaar of tien geleden, maar er zou te veel ‘spruitjeslucht’ aan zitten en betutteling van uitgaan. Van rechten smult men graag, van plichten rilt men snel. Da’s geen gezond evenwicht.

Soms verbindt de overheid recht en plicht wel expliciet aan elkaar. Leerplicht bijvoorbeeld is ingesteld om ouders te verplichten de kinderen naar school te sturen. Destijds ontnamen de ouders hun kinderen het recht op onderwijs door ze voltijds op het land te laten werken.  De leerplicht is er om het leerrecht van alle kinderen en jongeren te garanderen. Elk kind heeft recht op onderwijs en om dit ook in de praktijk waar te maken, werd de leerplicht ingevoerd. 

En er zijn meer plichten zoals de dienstplicht voor de verdediging van ons land (deze is niet afgeschaft, maar opgeschort) en zorgplicht van overheid naar burger en omgekeerd. Maar de meeste andersoortige plichten blijven impliciet en onbeschreven. Vandaag spreekt men in de kamer ook over mondkapjesplicht. Helaas te veel vanuit verwarring over verantwoordelijkheden geredeneerd wat mij betreft, maar natuurlijk om de exponentieel groeiende besmetting in te dammen in het belang van de volksgezondheid. In lijn met de zorgplicht. 

Er zijn ook mensen met bovenmatig plichtsbesef en mensen met ondermatig plichtsbesef. In beide gevallen kan dat doorslaan: een te groot plichtsbesef maakt je snel tot slaaf van een ander, je laat de plicht dan zwaarder wegen dan je recht. En een onvoldoende plichtsbesef maakt dat je anderen snel te kort doet. 

Rechten en plichten gaan hand in hand. In evenwicht. Het ene kan niet zonder het ander. Een recht zonder plicht is immers een privilege.

(1) Filosofie: ‘en mensenplichten dan?

Corona pakken we op z’n zwaktes, niet met onze zwaktes.

Er lijkt sprake van een steeds groter wordende verdeling in Nederland tussen ‘zij die de Coronaregels accepteren en volgen’ en ‘zij die ervan overtuigd zijn dat Corona – en de bijbehorende regels – grote onzin zijn’. En een derde opkomende categorie is ook al in zicht, namelijk ‘zij die de maatregelen wel volgen maar het, met een tweede golf in zicht, nu flink zat aan het worden zijn’. De verdeling wordt sterker zichtbaar en voelbaar naarmate deze groepen zich elkaar ook steeds meer uitmaken voor ‘wakkeren’, ‘slapenden’, ‘volgzame schapen’ of ‘complotaanhangers’. 

Maar de pijlen zijn nog sterker gericht op de brengers van de boodschap, de mensen die de maatregelen mogen verkondigen, of het nu de WHO, Rutte, de Jonge of wie dan ook is. Ze zouden niet deugen, worden afgeschilderd als leugenaars, zijn onderdeel van een groter complot en krijgen dagelijks de ene na de andere verwensing naar het hoofd geslingerd.

Het is compleet zinloos om je te richten op de brenger van de boodschap. De brenger van de boodschap zal het probleem nooit kunnen oplossen. Ook niet als je hem of haar van die berichtgeverspositie af probeert te krijgen. Nog vruchtelozer is het om andere groepen te verwijten dat ze niet het juiste zouden doen. En dat veel mensen het zat zijn is op zich heel begrijpelijk, maar het getuigt ook van onvoldoende zicht op waar het werkelijk om draait. Namelijk het virus zelf.

Het geniale van het virus is dat het zich juist voedt en vermenigvuldigt door zeer precies gebruik te maken van onze menselijke eigenschappen. Het ‘dicht bij elkaar willen zijn’ van mensen legt de rode loper uit voor het virus om elk lichaam binnen te dingen. Het wil juist dat we de ademafstand van ongeveer 1,5 meter massaal negeren. Dat borgt immers zijn overleving. Het maakt dankbaar gebruik van de verdeling in de samenleving door elke keer de zwakste schakels te vinden in gezellige samenkomsten binnen dat adembereik. Het virus is ook geen fan van mondkapjes, het zijn immers hinderlijke condooms in zijn voortplantingsbehoefte, dus het maakt dankbaar gebruik van de ijdelheid van mensen die het mondkapje lekker te laten voor wat het is. Het virus misbruikt ons ongeduld en weet onze ‘zwaktes’ feilloos op te sporen ter meerdere glorie van zichzelf.

Het virus lacht ons vierkant uit. Het ziet dat de pijlen worden gericht op de boodschappers die pogen dat virus systemisch de nek om te draaien. Het ziet dat groepen mensen de pijlen op elkaar richten en dat die verdeling hem gegarandeerd ten goede zal komen. Het ziet met genoegen aan dat de bogen verslappen door ongeduld en de pijlen op andere doelen dan hem worden gericht.

We moeten onze menselijke eigenschappen kennen en juist onze intelligentie en ervaring inzetten om het virus te pakken op zijn zwaktes. Het negeren van de landelijke en lokale maatregelen, het schieten op de boodschapper, het tegen elkaar opzetten van groepen gelovers en niet gelovers, het legt allemaal rode lopers waarover het virus zich lachend voortbeweegt en schaamteloos meer podium pakt. 

We kunnen echt veel slimmer zijn dan dat virus. En we hebben elkaar daarbij hard nodig.

De prijs van grootheid is verantwoordelijkheid.

‘The price of greatness is responsibility’ was een uitspraak van Winston Churchill waarmee hij duidelijk wilde maken dat een actie altijd met verantwoordelijkheid gepaard gaat. Een uitkomst van een actie kan ‘grote gevolgen’ hebben of ‘grootse gevolgen’. Het verschil zit in de mate van verantwoordelijkheid.

Neem een willekeurige organisatie. Laten we zeggen een grote Nederlandse onderneming, dat product X verkoopt aan de overheid. Het is company policy voor alle medewerkers, maar commerciële medewerkers in het bijzonder, om tijdens de lobby bij ambtenaren verre te blijven van het geven van cadeaus, etentjes of leuke voordeeltjes. Dat weet de directeur ook als geen ander, hij heeft immers de gedragscodes recent nog eens bij de nieuwjaarstoespraak expliciet aan de orde gebracht. Hij gebruikte daarbij zelfs felle bewoordingen dat bij een overtreding van deze code het bedrijf ‘passende maatregelen’ moest nemen. Maar toch heeft hij zelf, notabene een week na deze toespraak, – om een mooie deal te vieren – enkele hooggeplaatste ambtenaren meegenomen naar een luxe restaurant voor een uitgebreide lunch. En daar zijn heel veel foto’s van.

En met het uitlekken van de foto’s wordt pijnlijk duidelijk dat de directeur iets heeft gedaan dat tegen zijn eigen uitgevaardigde gedragscode indruist en dat de ‘passende maatregelen’ ook wel eens op hem van toepassing kunnen worden verklaard. De Raad van Commissarissen moest in actie komen en zo geschiedde. Ook de Ondernemingsraad en een groot deel van de managers, waaronder de commerciële manager, dienden een motie van afkeuring in. 

Kort daarop volgt een uitspraak van de Raad van Commissarissen dat de directeur toch mag aanblijven. De directeur heeft nooit eerder de wet overtreden en omdat hij zijn spijt heeft betuigd en zijn misstap ruiterlijk toegeeft is hun eindoordeel dat hij zijn positie mag behouden. De directeur heeft er zelf ook zichtbaar spijt van, een traan wordt gelaten, een woord wordt weggeslikt en na een korte stilte volgt op de uitspraak: ‘Ik wou dat ik alleen met mijn vriendin was gaan lunchen’. En hij vervolgt: ‘ik ben ervan overtuigd dat ik mijn geloofwaardigheid toch nog voldoende behouden heb.’

Er volgen een aantal verzachtende woorden van de voorzitter van de RvC. ‘Een directeur is ook maar een mens. Ook hij is geen heilige’. 

Maar de commercieel verantwoordelijke van datzelfde bedrijf, die dertig verkopers aanstuurt, wordt het werk nu wel bijzonder moeilijk gemaakt. Hoe kunnen zij nu de bedrijfsregels aannemelijk blijven handhaven, als de directeur dat zelf ook niet doet en dat zelfs de RvC daar geen passende maatregelen op neemt? Iedereen snapt dat de directeur weliswaar ‘ook maar een mens is en geen heilige is’, maar zij weten ook dat specifiek hij een hele andere, symbolische, zwaarte heeft ten opzichte van andere mensen. Hij is dus onmiskenbaar een mens, maar wel een mens op een speciale positie. Met een specifieke verantwoordelijkheid. Een positie waar elk uitgesproken woord tienmaal zwaarder weegt dan een woord van een ander in dat bedrijf. Een positie waar elke handeling tienmaal meer effect heeft dan elk ander in dat bedrijf. Een positie van waaruit ‘passende maatregelen’ tienmaal meer impact hebben op het leven van elk ander in dat bedrijf.

Met het aanblijven van de directeur heeft de RvC een belangrijk hefboomeffect over het hoofd gezien. Elk gesprek met klanten en medewerkers zal vanaf nu extra lading krijgen. Niet zozeer omdat de eindverantwoordelijke over de schreef is gegaan, dat is inderdaad menselijk, maar omdat hij aan mocht blijven en een afkeuring toch onwillekeurig in een goedkeuring kan worden uitgelegd.

Maar fouten maken mocht toch, ‘moest zelfs’ zeiden jullie?

Fouten maken moet. Dat klopt, maar dat zijn ‘fouten’ die voortkomen uit een proces van ontdekking. Voortkomen uit kleine stapjes en dus ook alleen maar kleine foutjes kunnen zijn. Fouten die voortkomen uit proberen, experimenteren en improviseren, maar altijd gericht zijn op ‘de bedoeling’ van het bedrijf. 

De fout van deze directeur is een fout voortkomend uit (1) onvoldoende besef van de eigen verantwoordelijkheid. Voortkomend uit (2) onwetendheid van het feit dat elke handeling die een directeur doet en elk woord die een directeur doet tien keer zwaarder weegt dan elk ander in dat bedrijf. Een fout voortkomend uit (3) een gebrek aan inlevendheid, hoe onbedoeld ook, voor elk ander in het bedrijf dat wel moet zien te dealen met gesprekken zonder de gemakkelijke verleidingsmechanismen zoals cadeaus, lunches of andere voordeeltjes. 

En een fout waarin je (1) onvoldoende besef van eigen verantwoordelijkheid toont, (2) je jezelf onwetend verklaart over de hefboomwerking en voorbeeldfunctie van jouw handelingen en woordgebruik en (3) een ernstig gebrek aan inlevendheid toont naar je eigen collega’s maken je weliswaar menselijk, maar ongeschikt als directeur.

En met deze wetenschap houd je de eer aan jezelf en maak je jouw plek vrij voor iemand die die verantwoordelijkheid wel kan dragen. 

Grootheid is de prijs van verantwoordelijkheid.

Kleine aanpassingen

Beter nog dan het kopen van een nieuwe fiets, is het goed afstellen van het zadel van jouw bestaande fiets.

Dat komt doordat de hoogte van waarop je zit je kracht verandert. Alles draait om het punt van maximale hefboomwerking. Dat zorgt er voor dat álle krachten die op het proces worden uitgeoefend op één lijn worden gebracht.

Als we over ons werk nadenken, hebben we de neiging om ons te concentreren op de grootste structuren – hoe het er van buitenaf en bovenaf uitziet. Maar terwijl we het probleem aanpakken, blijkt dat onze impact verandert op basis van hoe we erin staan, wat we geloven en de manieren waarop we omgaan met de systemen die voor ons liggen.

Zorg voor de juiste strategie en voer vervolgens kleine veranderingen uit, met herhaling, volharding en vrijgevigheid.

(1-op-1 vertaling van Seth Godin’s – Small Adjustments)

Ik ben radicaal gestopt met het pleasen van anderen

Mijn naam is Leonie de Olde en ik ben al jaren werkzaam als directiesecretaresse, managementassistent en projectmedewerker. Ik had al een tijd het gevoel dat ik mezelf niet kon zijn. Dat ik vanuit mijn functie vooral dienstbaar aan anderen moest zijn en dat wat ikzelf wilde op de laatste plaats kwam. Daardoor dwaalde ik steeds verder van mezelf af. Ik wist dat het roer bij mijzelf om moest. Maar omdat ik niet goed wist wat ik wél wilde, ben ik op een gegeven moment in een werkervaringstraject terecht gekomen, via Kracht in Mobiliteit. Dit is een samenwerkingsverband van corporaties, waar ik in 2018 ook de Vrije Denkers heb leren kennen. Zij kwamen de workshop ‘Doen is de beste manier van denken’ bij ons geven. En precies de boodschap in die workshop bleek echt een bepalend moment in mijn leven. 

Een eigen bedrijf starten was wat ik graag zou willen, maar ik zag vooral beren op de weg. Nu had ik immers een vaste baan, dat was veilig. Een eigen bedrijf is alleen maar onzekerheid en met een gezin met drie kinderen wilde ik niet zoveel risico nemen.

De Vrije Denkers hebben mij doen inzien dat het risico vooral in mijn hoofd zat. Ik was bezig met de beren bij stap 2, 3 en 4, en nam daarom nooit stap 1: het durven doén. Wat ik geleerd heb is: Onderneem actie, experimenteer en ga zelfs op je smoel als het nodig is, maar durf fouten te maken en daarvan te leren. Ik moest daarvoor veel vaste patronen loslaten en uit mijn comfortzone stappen; dat vond ik ontzettend moeilijk! Maar ik heb stap 1 gezet en dat was een opleiding tot VA (Virtual Assistent). Daarna heb ik weer stap 1 gezet en dat was een eigen bedrijf beginnen. Dat is nu een jaar geleden en ik ben er nog elke dag blij om. 

Dit jaar heb ik geleerd dat niet het ondernemerschap zelf per se de oplossing is, maar met name het kiezen voor mijn eigen waarde; dat ik vooral doe waar ik goed in ben en ook op een manier dat ik daar blij van word! Ik ervaar de waarde van ‘na stap 1 komt stap 1’ elke dag en beren kom ik onderweg nog natuurlijk nog steeds wel tegen, maar niet meer vooraf in het hoofd. Beren die ik werkelijk op m’n weg ontmoet ruim ik makkelijker op dan de beren in m’n hoofd.

Ik werk nu ook veel meer vanuit gelijkwaardigheid met de mensen om mij heen. Fouten maken doe ik nog steeds niet heel graag; ik ben nogal perfectionistisch van aard. Maar ik durf wel meer te experimenteren en ik mezelf meer voorop te stellen. Ik stel mezelf ook regelmatig de vragen: is het nog goed wat ik doe? Doe ik mezelf ook een plezier? Is dit mijn ultieme werkgeluk? Het antwoord is tot nog toe steeds ‘ja’, maar als het een keer ‘nee’ zou zijn dan weet ik wat me te doen staat. 

Of ik nou werk in loondienst of via mijn eigen bedrijf, ik blijf nooit meer ergens zitten ‘omdat het veilig voelt’. Ik moet echt het gevoel hebben dat ik waarde lever voor mezelf en de ander.  Dat maakt mij gelukkig!  

‘Stap vóór stap’ is anders dan ‘stap ná stap’.

Je hoort het vaak: ‘We komen er wel, maar … stap vóór stap.’ Wat zoveel zegt als je kunt er niet in één keer komen. Het gaat met vóór zichtige stappen. Vóór zichtig. Stap vóór stap wordt liefst ook nog uitgedrukt als ‘stapje vóór stapje‘ om de mogelijk nadelig gevolgen maar klein en overzichtelijk te houden. Die voorzichtigheid legt automatisch meer nadruk op de ruimte tussen de stappen als iets dat goed of fout kan gaan. Het vooruit kunnen blijven zien krijgt de nadruk omdat het effect onbekend is en er een inschatting en calculatie moet worden gemaakt voor een volgende stap op basis van wat goed of fout ging. Het zet ontwikkeling in gang door ‘by design’ te vertragen, ‘management’ de tijd geven het ‘gecontroleerd’ te laten verlopen en de toekomst met enige aarzeling (soms zelfs wantrouwen) naar je toe te halen. ‘Stap vóór stap’ legt ongemerkt en soms zelfs onbedoeld de nadruk op de ruimte tussen de stappen en rooft aandacht van de stap zelf.

Stap vóór stap

Wat je minder vaak hoort is: ‘Stap ná stap’. Stap ná stap zet nadrukkelijker in op het nemen van de stap zelf. Het ‘effect’ van die stap is natuurlijk even onbekend als ‘stap vóór stap’, maar wordt nu simpelweg een gevolg, een uitkomst, een resultaat van de stap zelf. Het zet explicieter in op het vertrouwen dat de genomen stap een uitkomst heeft en een nieuw startpunt geeft aan de stap ná de stap. Dat is immers het doel, om een nieuwe volgende stap te zetten. En dat effect is niet goed of fout, maar levert eenvoudigweg nieuwe informatie op. Het verlegt de aandacht van de ruimte tussen de stappen naar de stap zelf en de verzekering dat de stap leidt tot iets dat zowel de moeite waard is als een basis legt voor een volgende stap. Het is meer gericht op actie, de stap zelf plus het inzicht dat zich ontvouwt.

Inzicht in plaats van voorzicht.

Stap ná stap

Voor welke kandidaat zou jij (nu) kiezen?

Stel je hebt een vacature en er zijn twee potentiële kandidaten in beeld. De ene kandidaat blinkt uit in ervaring en het bijpassende cv is om door een ringetje te halen. De andere kandidaat verliest het duidelijk als het op ervaring en diploma’s aankomt, maar komt wel gemakkelijk in contact met mensen, stelt zich nieuwsgierig op en is geduldig. Welke kandidaat kies je? Ga je voor kwalificaties en ervaring of ga je voor specifieke persoonlijke kwaliteiten?

Het antwoord lijkt voor de hand liggend. Als de vacaturepositie immers vooral kennis en ervaring vraagt dan is de eerste kandidaat de slimmere keuze. Passen de persoonlijke kwaliteiten meer bij de vacature, dan zou de tweede kandidaat een logische keuze zijn. 

Maar past deze redenering nog wel in deze tijd?

Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde, drukt het enige tijd geleden mooi uit. ‘We leven niet meer in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperken.‘ Het leven en werken anno 2020 is fundamenteel anders dan zo’n 20 tot 30 jaar geleden. Traditionele managementinstrumenten zoals lange termijn businessplannen, lange termijn leerplannen, best practices en business cases voldeden prima. De snelheid van verandering was overzichtelijk en ons verandervermogen voorzag in de nodige flexibiliteit. Het is ook het tijdperk waarin de nadruk in een sollicitatie op skills, op vaardigheden, op relevante ervaring en kennis lag. ‘Vaardigheden’ sturen ons gedrag prima voor ‘bekende situaties’

We bevinden ons echter ondertussen in een totaal ander tijdperk. En wel één waarin exponentiële veranderingen ons verandervermogen sterk op de proef stelt. Scenario-planning was een beproefde manier van anticiperen op een beperkt variërende toekomst, maar in een exponentiële snelheid van verandering overleeft geen enkel voorbedacht scenario. Er wordt een steeds sterker beroep gedaan op ons aanpassings- en verandervermogen. Op ons gedrag dus om (hier en nu) in te spelen op een snelle verandering. Er ontstaat een groeiende noodzaak voor meer experimenteren en verschillende dingen uitproberen zonder dat er vooraf een concreet beeld bestaat over de uitkomst.

In zo’n situatie heb je meer aan persoonlijke kwaliteiten zoals nieuwsgierigheid, aanpassingsvermogen, geduld, creativiteit en vooral ‘actie en beweging’ vanuit wat er ‘hier en nu’ mogelijk is. ‘Fouten maken’ is ook een onlosmakelijk onderdeel geworden van de vooruitgang en doet een beroep op persoonlijke veerkracht en flexibiliteit. Je kunt nu sneller meters maken door te ‘doen en te ervaren’ dan te ‘theoretiseren en plannen te maken’. ‘Zekerheid en voorspelbaarheid’ verliezen dus merkbaar terrein. In onzekerheid en onvoorspelbaarheid zijn kwaliteiten van mensen en actiegerichtheid cruciaal. ‘Kwaliteiten van mensen’ sturen ons gedrag beter in onbekende situaties dan ‘getrainde vaardigheden’

Wellicht nog een keer de vraag: ‘Voor welke kandidaat zou jij (nu) kiezen?’

Kijk deze video van Simon Sinek en Rich Diviney waarin zij de verschillen tussen ‘skills’ en ‘attributes’ oftewel het verschil tussen ‘vaardigheden’ en ‘persoonlijke kwaliteiten’ aan de orde brengen.

Er is méér dan alleen wilskracht nodig om je doel te bereiken.

Mijn naam is Jacqueline Lycklema en ik heb de Vrije Denkers leren kennen tijdens een online werksessie die zij gaven voor JobOn. Ik ben werkzoekend, en aangesloten bij dit platform voor en door werkzoekenden. Zij organiseren vaker online sessies en als ik denk dat ik er iets van kan leren, dan doe ik graag mee. En de sessie van de Vrije Denkers was een bijzonder leerzame ervaring waarover ik graag iets deel in deze blog.

Een belangrijke inzicht voor mij was: een radicale verandering bereik je niet binnen een week, maar juist door het zetten van kleine stapjes én het systematisch inzetten van ‘hulpbronnen’. Nu was ik door het thuiszitten, zeker tijdens Corona, nogal ongezond gaan leven. Al voor ik de sessie volgde, was ik naar de sportschool gegaan om me in te schrijven en had ik besloten om gezonder te eten en geen alcohol meer te drinken. Maar de motivatie om dit vol te houden, zakte regelmatig weg. Het inschakelen van ‘hulpbronnen’, zoals de Vrije Denkers presenteerden, was echt een eyeopener voor mij. Zes hulpbronnen waarvan twee op persoonlijk niveau (wilskracht en vaardigheid), twee op sociaal niveau (coach en vriend) en twee op structureel niveau (beloning en omgeving). Zet je al deze zes bronnen goed in dan is de kans dat het je lukt 90%, als je er vier inzet 60% en zet je minder in, dan is de kans dat je het redt minimaal. Dat inzicht kwam goed bij mij binnen.

Ik ging er dus vol mee aan de slag. Zo lichtte ik mijn omgeving in dat ik geen alcohol meer wilde drinken, waardoor ze het mij ook niet meer aanboden. Nam ik een voedingscoach in de arm die voor mij een voedingsschema maakte en mij regelmatig belde om te vragen hoe het ging. Ik schreef mij ook in voor groepslessen op de sportschool, waardoor ik gemotiveerder was om daadwerkelijk te gaan. Een beetje sociale druk helpt mij goed.

Het resultaat, nu een week of drie na de workshop, is dat ik zes kilo en zes cm bij mijn buik kwijt ben, meer energie heb en bovendien veel beter slaap. In hun workshop gaven Arthur en Patrick ook aan dat je een backup moet hebben voor als je een keer terugvalt; een noodplan zeg maar. Daar had ik nog niet over nagedacht, maar afgelopen vrijdag merkte ik dat mijn motivatie tot beneden het nulpunt was gedaald – ik was knorrig, had ontzettend veel zin in ongezond snacken en vooral niét in sporten. Ik ben toch gegaan, maar begon de les gelijk met zeggen dat ik eigenlijk weinig zin had. En dat hielp! Want iedereen deed z’n best me weer te motiveren en ik ging veel gemotiveerder naar huis dan dat ik naar de sportschool toe ging. Zaterdag was mijn bui helemaal ook weer helemaal over. 

Omdat ik werkzoekend ben, had ik ook een ‘doel’ gesteld (de Vrije Denkers hebben het liever over een bedoeling) om een nieuwe baan te vinden. Ik solliciteerde wel, maar het leidde vaak tot niets. In hun werksessie daagden Arthur en Patrick ons uit om een eerste daadwerkelijke stap te zetten in de richting van het zelfgestelde doel vlak daarvoor. Ik heb dat toen niet gelijk gedaan, maar een tijdje later wel een stap 1 gezet: ik heb tevens een loopbaancoach ingeschakeld. Dat kwam ook weer door hun overtuigende verhaal van het inzetten van minstens vier hulpbronnen voor enig zicht op succes: ik probeerde het daarvoor steeds met alleen één, namelijk wilskracht en dat is maar één van de bronnen waardoor een intentie snel sneuvelt. Deze coach kijkt vooral naar mijn talent, het is fijn om even volledig met jezelf bezig te zijn, in de wetenschap dat elke kleine verandering uiteindelijk naar de gewenste grote verandering leidt. 

Het was overigens niet alleen de inhoud van het webinar dat me zo raakte: ook het enthousiasme van Arthur en Patrick was heel motiverend, en vooral dat ze het op een hele ontspannen manier brachten. Niet belerend, maar juist uitnodigend om te onderzoeken wat het beste bij jou past. Ik heb er echt veel aan gehad!