Je ‘speelt’ de piano.

“Het gaat om de reis, niet de bestemming”

‘Het leven is een reis’

Het zijn veeluitgesproken quotes, maar kloppen ze ook? Allan Watts (1915-1973), een zen-boeddhist, vindt van niet. Het leven is geen reis. Integendeel: het zien van het leven als een reis leidt ertoe dat we denken steeds maar ergens naar op weg te zijn, en daarmee het hier en nu als onbetekenend tussenstation te zien.

‘Vergelijk het met muziek’, zegt Watts. Muziek heeft niet als doel om zo snel mogelijk tot een einde te komen. Dan zou de dirigent die het snelst bij het einde van het muziekstuk is de winnaar zijn. Een krankzinnige gedachte. Je spéélt piano. Wie ‘werkt’ er piano? Nee, je speelt. Je gaat erin op, je verliest je gevoel voor tijd en ruimte, je verliest jezelf. Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Hetzelfde geldt voor dans: Je voert niet een dans uit om zo snel mogelijk ergens op een bepaalde plek in de ruimte te staan. Je danst. Je speelt. En ieder danspaar speelt z’n eigen dans en gaat erin op. Ook hier: Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Waarom richten we ons onderwijs, ons bestaan, ons werk dan wel zo in? Waarom hebben we als doel om op ons 18eeen diploma te hebben, en op ons 23ste een functie, een baan, een specifieke geliefde? Waarom zien we het leven als een reis met te halen bestemmingen op bepaalde momenten in de tijd? Verderop.  In plaats van een speelmoment nu. Nu opgaan in het leren. Nu opgaan in de muziek. Nu verdwijnen in de dans. Allemaal mogelijkheden om nu te genieten.

Dus ook in ons bestaan geldt: Elk moment heeft betekenis terwijl het zich ontvouwt. Er is geen betekenis naar een eind toe.

Leestip: (Geluk=realiteit-verwachting)

Geluk = realiteit – verwachting

Er bestaat een formule voor geluk. Een hele simpele zelfs, die iedereen NU toe kan passen om gelukkig te zijn. En die hebben wij niet zelf bedacht, maar we kunnen ons er prima in vinden. Want wij denken ook: geluk is een keuze.

De formule is als volgt:

Geluk = realiteit – verwachting. 

Of iets specifieker:

Geluk = jouw perceptie van de realiteit – jouw verwachtingen van het leven.

Deze formule komt uit De logica van geluk’ door Mo Gawdat. Als je in deze formule ‘verwachting’ weglaat, krijg je: Geluk = realiteit. Oftewel het leven zoals het zich aandient, hoe moeilijk soms, is de basis van het geluk. Het ongeluk doemt op als je je eigen verwachtingen een te zwaar gewicht geeft in je leven.

Je bent dus de regisseur van je eigen geluk. (Hoge) verwachtingen leiden vrijwel altijd tot een teleurstelling. Leer te genieten van wat er is. Leer dat geluk de realiteit is. Precies dat.

‘Stap 1’ is niet hetzelfde als ‘de eerste stap’!

Laatst hadden we een vervolgsessie van een groot landelijk opererend bedrijf waar we in december vorig jaar een eerste sessie hadden gegeven. Wat we merkten met het ophalen van ervaringen uit de eerste sessie is dat veel mensen aangaven moeite te hebben met het bepalen van ‘de eerste stap’. Maar de ‘eerste stap’ (bepalen) is wat anders als ‘stap 1 ’ (zetten) en dat vraagt misschien wat uitleg.

‘De eerste stap’ suggereert namelijk een tweede stap. Het suggereert een plan, een stap met voorbedachten rade. Een route. Een reeks. Een scenario. Wij hebben al eerder geschreven over wat we van plannen vinden en dat geldt al helemaal voor stap 1. Stap 1 is namelijk een stap in de richting van de bedoeling en dan maakt het niet uit wat je doet, als je maar in beweging komt. Mét uiteraard gevoel voor richting maar met ontbreken van inzicht in een volgende stap. Je gaat een relatie aan met het onbekende, het nieuwe, dat wat je tegenkomt. Pas daarin ontstaan de grondstoffen voor een nieuwe stap. Je gaat expliciet géén relatie aan met een in een plan voorbedachte stap 2. Oftewel je resoneert op de rauwe werkelijkheid en niet op een theoretische verhandeling.

En het woordje ‘bepalen’ (van een eerste stap) is ook een indicatie dat het klaarblijkelijk weer niet om het ‘doen’ lijkt te gaan, maar om het veilig theoretisch benaderen van een eerste stap. Stap 1 ‘zetten’ is gedrag en actie, ‘een eerste stap bepalen’ is een intentie formuleren en bedenken wat er zou kunnen gebeuren. En daar gaat het mis. Het gaat hier dus om het gedrag en de effecten ervan en niet om de intentie en het voorspellende effect ervan.

En dat is heel moeilijk. Denk ook aan wat Newton zegt: 

Een object in rust wil in rust blijven. Een object in beweging wil in beweging blijven.

Dat betekent dat als je geen externe kracht uitoefent op een object, het in zijn huidige toestand blijft. Die externe kracht, dat is stap 1. En omdat in beweging komen zo lastig lijkt, moet stap 1 dus het kleinst mogelijke stapje zijn. Zodat je in beweging komt – en in beweging blijft! Na stap1 komt immers…. stap 1. Het effect van de nieuwe stap 1 openbaart zich in de vorige stap 1. Dat kan stap 2 niet zijn.

Voel je het verschil?

Geen geld om naar een begrafenis te kunnen gaan.

Hoe vaak praat je als organisatie niet óver je klanten in plaats van mét je klanten? En dan bedoelen we niet ‘wilt u daar frietjes bij?’, maar écht praten over de dingen die ertoe doen. (Een ‘narratief kader’ hanteren in plaats van een ‘normatief kader’). 

Onlangs waren we bij een evenement van NVVK dat georganiseerd was voor verschillende begeleiders uit de schuldhulpverlening. Vlak voor ons vertelde een dame van organisatie MEE over ‘het grote midden’, waar wij in onze presentatie ook over spreken (normaalverdeling). 68% van alle mensen heeft een ‘normaal, gemiddeld’ IQ. Dat betekent dat 32% daarbuiten valt, waarvan 16% dus een lager dan gemiddeld IQ heeft. Dat betreft dus ongeveer 1 op de 8 mensen! En vrijwel alle organisaties richten zich op die grote middengroep. De groep met hogere IQ kan vaak nog wel mee daarin, maar de mensen die een lager dan gemiddeld IQ hebben, vallen daarmee buiten de boot. Hiermee wordt een toch al zo kwetsbare groep nog kwetsbaarder.

Dat bleek nog eens extra tijdens de presentatie toen ervaringsdeskundige Danny (behorende tot de oranje groep) geïnterviewd werd en zelf het hebben van grote schulden had ervaren. Hij vertelde hoe hij zijn baan als lasser verloor, zijn huur niet meer kon betalen en hoe het maanden duurde voordat hij in gesprek met de corporatie kwam en kon vragen om een goedkopere woning. De huurachterstand was toen al zo hoog, dat hij voor geen enkele woning meer in aanmerking kwam. Hij kwam in de schuldhulpverlening en liep ook daar tegen het nodige onbegrip aan. Zo kon hij ook niet naar een begrafenis omdat zijn bewindvoerder meldde dat er geen geld voor was binnen zijn budget, terwijl aanwezigheid op die begrafenis voor hem veel waarde had. Op zo’n moment botst een ‘normatief kader’ tegen het ‘narratieve kader’. 

Een vurig betoog van een lieve eerlijke man die duidelijk een helpende hand kon gebruiken. Het is de meest duidelijke manier om in te zien wat er nodig is en hoe je daarin behulpzaam kunt zijn.

Een verhaal van een echt mens met een echte ervaring en een echte noodzaak, daar kan geen formulier, proces of theoretisch kader tegenop.

Dank aan NVVK en congresorganisator Hoezo! voor hun bijzonder mooie werk en congresorganisatie. En uiteraard dank voor de gelegenheid om ons steentje daarin bij te dragen op het podium!

… z’n mondje is alleen te groot

Mijn (Arthur) dochter Sofía kwam recent thuis met haar rapport. Ze is net 5 geworden. Natuurlijk volgde daar ook een 10-minutengesprek op. In dat gesprek vertelde ik de juf dat het enige dat ik echt interessant vond in dat rapport haar persoonlijke reflectie op Sofía was. Cijfers en/of t/v/o zeggen (mij) niet zo veel, zeker niet op die leeftijd. Veel liever hoor ik hoe creatief, eigenzinnig, verbeeldend en/of origineel Sofía is op school. Maar ja, dat zijn geen ‘toetsingscriteria’. Taal wel. Cijfers en rekenen wel. 

Ik moest terugdenken aan de tijd dat ik nog in loondienst werkte en soms weken intense arbeid besteedde aan het schrijven van aanbestedingen. De gunning van zo’n ‘tender’ ging ook op basis van ‘harde criteria’ en cijfers, waarbij eigenlijk iedereen wist dat de laagste prijs uiteindelijk de doorslag gaf. Het gebrek aan inspirerende professionele subjectiviteit vanuit vakmanschap en de nadruk op de valse zekerheid die de zogenaamde objectieve criteria en cijfers geven, verarmen de opdracht en verschralen de relatie. Door de weging van factoren krijg je nooit de beste opdrachtnemer, maar blijf je altijd in een grijs gemiddelde zweven. 

Het ergste is het ontbreken van de mogelijkheid een relatie op te bouwen. Een criterium als ‘persoonlijke klik’ is cruciaal maar telt niet mee. ‘Het meest spannende voorstel’, originaliteit, verbeelding of het stellen van de juiste vragen leveren je geen punten op. De mogelijkheid om vragen te stellen kun je niet goed inzetten als onderscheidend vermogen, omdat alle vragen anoniem worden gemaakt en antwoorden naar elke aanbieder terugkomen.

Op Sofia’s rapport staan prima beoordelingen. Straks bij het eindrapport bepaalt het gemiddelde van al haar cijfers of ze ‘over’ mag. Ik twijfel er niet aan dat dat gaat lukken, maar liever zie ik of ze vooruitgaat in creativiteit, of ze blijk geeft van inlevingsvermogen en of ze een beetje vrij kan denken en dat ook laat zien. Cijfers, criteria en objectiviteit… ik ruil ze graag in voor een persoonlijke reflectie op wat haar uniek maakt. 

In de foto mijn rapport toen ik in de 1eklas zat van de ‘lagere school’. Toen een ‘aandachtspunt’ en het heeft mij 50 jaar gekost om dat mondje weer gewoon te gebruiken. Mijn oren waren knalrood en geknakt van de grote knuisten van de hoofdmeester die mij geregeld aan mijn oren dragend in de hoek zette, maar ik ben blij dat ie opmerkte dat m’n mondje te groot was ;-). Kan ik dat mooi nu in mijn blog gebruiken, dank Meester Hoogeveen. Veel te vroeg gestorven helaas.

Wat als je het niet zelf kunt uitzoeken?

Onze nieuwste workshop heet ‘Zoek het zelf lekker uit’. Waarom deze titel? Omdat je altijd een eigen verantwoordelijkheid draagt en zelf in actie zult moeten komen als je leven niet helemaal loopt zoals je je dat had voorgesteld. Jij bent immers de enige die weet hoe het anders zou moeten of hoe je het anders zou willen.

En toch zijn er soms situaties waarin je het niet zelf kunt of durft uit te zoeken. Ik (Arthur) deel in deze blog drie ervaringen van gebeurtenissen uit mijn jeugdjaren waarin ik het niet zelf kon of durfde uit te zoeken en wat ik daarvan heb geleerd.

Mijn eerste gevoel van onvrijheid vond plaats in de brugklas. We hadden Nederlandse les in een bijgebouw. Zo’n locatie waar af en toe een klas komt maar voor de rest van de dag is uitgestorven. Als kleinste van de klas was ik vaak ‘de pineut’. Zo noemde ik dat toen, vandaag zou het woord ‘gepest’ beter passen.

Brugklas F.A.Minkema Woerden 1975

Ik liep na de les als laatste het gebouw uit toen klasgenoot Peter W., de grootste en stoerste jongen van de klas, terugliep, mij omhoogtilde en mij aan mijn broekriem ophing aan een kapstokhaak (de bovenste grote haak) en wegliep. Ik kon mijn riem niet losmaken door mijn eigen gewicht en elke poging daartoe verhevigde de pijn. Immers je ‘zaakje’ komt aardig in de verdrukking. Het heeft zeker een uur geduurd voordat er iemand kwam om mij uit deze benarde positie te bevrijden.

Het was het langste uur ooit en het heeft mij twee dingen geleerd: (1) om mij over te moeten/kunnen geven aan een situatie waarin ik niets aan kan veranderen en (2) wat onvrijheid en hulpeloosheid met een mens kan doen. Ik moest wachten op hulp. Ik had domweg geen keuze. 

Over ‘zaakje’ gesproken. De tweede gebeurtenis was in de vakantieperiode en vond meer dan eens plaats. Ik had een oom in Oostenrijk, het land waar mijn moeder is geboren en waar wij dus geregeld vertoefden. Ik kon bijzonder goed opschieten met Oom M.. Hij had een merkwaardig soort humor en bijzondere affectie met discipline en orde die mij intrigeerde. We hebben veel gelachen, maar hij ‘zat ook vaak aan mij’ op een manier die ik toen niet kon verklaren. Ik verzette mij wel als het gebeurde, maar groot als hij was had dat niet heel veel effect. De enige vrijheid ik mijzelf kon bieden was aan te geven op de klok naast zijn bed met van die omslaande cijfers, dat het ‘over 10 minuten toch echt wel over moest zijn’. Dat omslaan van die cijfers duurde eeuwig omdat het enige dat ik deed was kijken naar die klok terwijl oom M. zich aan mijn lichaam vergreep.

Hoe lang een minuut soms kan duren

Ik wist niet hoe ik de vrijheid moest verkrijgen anders dan een limiet aan de tijdsduur van mijn onvrijheid zelf te bepalen. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien.

Ik had het niet fijn op de middelbare school. Ik vond de lessen niet leuk en wilde liever buiten spelen en zwemmen. Het advies aan het eind van de brugklas werd dan ook, door de matige cijfers, Mavo. Mijn vader was daarover erg boos en zei me dat ik de brugklas over moest doen zodat er een ander resultaat uit zou komen namelijk ‘Atheneum’. Dat lukte, maar na een paar jaar stuurde mijn ouders me alsnog naar een jongensinternaat omdat ik in vier Atheneum alsnog strandde.

Jongensinternaat Holterhoek 1978

Een strenge discipline werd me opgelegd. En hoewel het internaat stevig werd geleid gaf de internaatsdirecteur mij het advies om de Havo maar eerst eens te doen. Dat luchtte mij enorm op en mijn zelfvertrouwen nam toe. Ik leerde, weliswaar door een gedwongen ervaring, dat er een relatie bestaat tussen gedisciplineerd huiswerk maken en goede resultaten. 

De Havo-docent wiskunde schreef de wiskundevergelijkingen in minutieus kleine stapjes uit op het bord zodat ik op een gegeven moment zelf de grotere stappen kon maken en het abstracte denken kon leren. Ik heb daar geleerd dat naast discipline ook kleine stapjes elk mens in staat stellen om een eigen leertempo aan te nemen en vooruitgang te boeken. 

Als kind was ik de vrijheid zelve, maar ben ik door onwetenheid, onmacht, een klasgenoot en een oom van mijn vrijheid beroofd. Ik weet dat ik niet de enige ben met dergelijke ervaringen. Het heeft mij in elk geval het inzicht gegeven in wat vrijheid is. Op het internaat leerde ik ook dat er een ander soort vrijheid bestaat. Vrijheid door discipline. En van oom M. heb ik in elk geval geleerd dat er een grens aan onvrijheid kan worden gesteld, maar ook dat het beroven van iemands (onschuld en) vrijheid echt niet in de haak is (to say the least).

Uiteraard zijn dit mijn lessen en niemand kan daar direct iets mee. Maar indirect misschien wel en wellicht dat er ergens iemand is die er kracht aan kan ontlenen. Ikzelf in elk geval door het te delen. En als ‘vrije denker’ en ‘vrij ondernemer’ zal ik altijd blijven strijden voor vrijheid van elk mens, zowel in denken als in doen.

‘Zoek het zelf lekker uit’ is een uitnodiging om zelf op zoek te gaan naar wat belangrijk voor je is en actie te ondernemen. Een workshop waarin wij over onze eigen zoektocht naar vrijheid en verantwoordelijkheid vertellen en vermengen met de noodzaak tot veranderen in een steeds sneller veranderende wereld. ‘Zoek het zelf lekker uit’ is een logisch vervolg op ‘Doen is de beste manier van denken’.

Perfectie is voor amateurs

Je kent ze vast wel. Mensen die aangeven dat ze ‘nogal perfectionistisch’ zijn. Het zou moeten klinken als iets dat eigenlijk niet wenselijk is en stiekem proberen ze dan toch een soort kwaliteit te benoemen waar ze waardering voor willen zien. Ze geven feitelijk aan dat ze iets (of beter gezegd het meeste) ‘heel erg goed’ proberen te doen. Het bij-effect is vaak dat alles buiten die persoon perfect moet zijn, behalve bij zichzelf. Zij zijn meestal zelf het slachtoffer van hun eigen ‘idee van perfectie.’ 

Als je al voor perfectie zou willen gaan, maak het dan inclusief de krassen. Inclusief de verwering en verwording van het gebruikte of het ervarene. Inclusief de pijn van het plezier dat eraan voorafging. Inclusief de imperfectie van jezelf.

‘Perfectie’ is een uiterst inspannende aangelegenheid en in elk geval zeer tijdelijk van aard. Het meest ‘perfecte’ verouderd, verandert, vervalt, verbleekt of verwordt op welke manier dan ook. Er is altijd weer een andere of nieuwe situatie die ‘perfecter’ is. Daarmee vervalt dat wat daarvoor nog ‘perfect’ leek.

Perfectie is voor amateurs. Schoonheid schuilt immers in de imperfectie.

‘I killed a thousand beautiful moments, searching for the perfect one’ – Gapingvoid.

You only live once – but if you do it well, once is enough – Mae West

Arthur: 12 September j.l. heeft mijn vader zijn laatste adem uitgeblazen. De laatste paar dagen in het definitieve afscheid hebben wij goed met elkaar kunnen doorbrengen. ‘Ik zal de muziek van Mahler zo missen’ zei hij. En alhoewel hij in overleden staat geen last meer van ‘iets missen’ zal hebben, is er zeker ook geen mogelijkheid meer om ‘ervan te genieten’. Dat genieten kan slechts bij leven en is dus tijdelijk van aard. (Althans voor zover ik kan overzien).

Mijn vader wás zijn werk, waardoor hij er, als vader, vaker niet dan wel was. Toch had hij daar geen spijt van omdat hij hart en ziel in zijn werk legde. Ik vroeg hem een dag voor overlijden wat hij zou doen als hij ineens weer alle energie en van zijn ziekbed kon opspringen. Zijn antwoord: ‘Dan zou ik direct weer aan het werk gaan’.

De laatste jaren drong de tijdelijkheid van alles tot mijn vader door en besloot hij om zijn kennis zoveel mogelijk zowel door te geven als ‘vast te leggen’. Het doorgeven deed hij in een Master-opleiding in samenwerking met een hogeschool, maar mijn vader was er nooit echt tevreden mee. Het vastleggen van zijn kennis deed hij door het aanleggen van een flink papieren archief. Tot vlak voor zijn overlijden is hij hier mee bezig geweest, en eigenlijk ook altijd al met het besef dat niemand er ooit iets aan zou gaan hebben. Hij wist dat het voor niets zou zijn en dat het vooral een eigen idee van drang tot voortleven betrof.

Nu, alleen in zijn huis, gaan al die spullen door mijn handen. Rapporten, publicaties, rechtbankgevechten, jaarverslagen, terabytes aan data op USB-sticks en harde schijven. Ik wil het langzaam en met aandacht doen, respectvol naar de verhalen die zijn werk en zijn leven representeren. Ik besef bij alles, meer dan ooit, de tijdelijkheid van het leven en wat wij voortbrengen en aan waarde creëren. Ik had liever een rapport minder verscheurd en een aanmoediging meer ontvangen. Een publicatie minder gezien en een knuffel meer gehad. Een vergaderverslag minder gezien en een liefdevolle blik meer willen ontvangen, maar dingen gaan zoals ze gaan.

Voor een enkeling zorgt een ontdekking of een inzicht in de historie voor eeuwige roem, maar voor de meesten gaat het verhaal toch verloren. Daar is geen papier tegenop gewassen. Het archief waar hij zo druk mee was, gaat grotendeels de vernietiger in, want er is geen samenhang meer. Geen verbindend verhaal. Geen beleving achter de voortgebrachte tekst.

De knuffel, de aanmoediging en de liefdevolle blik staan bij mij elke dag op het menu. Waarde zit ‘m in wat je nu, vandaag, doet. Voor jezelf en voor de ander.

Rust zacht pa.

Zeg vaker en bewuster NEE.

Het klinkt zo eenvoudig: als je ‘nee’ zegt tegen activiteiten die je niet meer wilt of zou moeten willen, creëer je ruimte voor activiteiten die je wel wilt – of zou moeten willen. 

Ik ben de eerste om toe te geven dat dit ontzettend moeilijk is. Vaak heb je zelf of de mensen om je heen bepaalde verwachtingen van wat je doet of altijd gedaan hebt. Dat afsluiten is echt lastig en kan soms zelfs strategisch onhandig zijn. Maar als het niet langer z’n doel dient, of het jouw energie eindeloos vraagt, dan is stoppen de enige mogelijkheid. 

Daarvoor heb je in ieder geval twee dingen nodig: inzicht in wat je energie kost en inzicht in wat je energie oplevert. Dat laatste is belangrijk: alleen dan weet je waarom je ‘nee’ zegt. Want als er geen ‘ja-richting’ tegenover staat, dan creëer je ruimte die je niet vult met iets waar je je tijd wél aan wilt besteden. 

En wat er tenslotte nodig is, is moed! Moed om de verwachting van een ander in te wisselen voor de eigen verwachting van jezelf. Moed om de consequenties van je keuze te aanvaarden. Moed om de druk van collega’s te weerstaan. Moed om vrienden te verliezen en onzekerheid boven zekerheid te stellen.

Je tijd is beperkt. Verspil het niet.

‘Skin in the game’ – ben jij de kip of het varken?

Stel, je bent boer en op een ochtend heb je ontzettend zin in een omeletje met ham. Je overlegt met de kip en met het varken of ze hieraan mee willen werken. Allebei zeggen ze toe, maar niet vanuit eenzelfde intentie. De kip legt een ei en draagt bij aan je ham-omelet. Het varken staat ham af en committeert zich daarmee 100% aan jouw doelstelling. Het varken heeft letterlijk het ‘skin in the game’ en heeft pijn. De kip wandelt vrolijk verder.

Voel je ‘m al? Wat ben jij in jouw organisatie? Draag je bij, sta je iets af van jezelf zonder dat je de consequenties direct voelt? Of committeer jij jezelf, draag je de volle verantwoordelijkheid van je acties en doet het dus ook echt zeer doen als het niet lukt? Hoe betrokken ben jij? 

De Engelse uitdrukking ‘skin in the game’ (met dank aan Nassim Taleb) geeft dit goed weer: wie echt betrokken is bij het behalen van een doel, draagt ook de risico’s als het niet lukt. Voor veel ondernemers is dit de dagelijkse gang van zaken. Wie een paar weken niets uitvreet, heeft ook geen inkomen. Bij de meeste werknemers in grote organisaties is actie en beloning minder hard aan elkaar gekoppeld; lange vergaderingen, een tandje lager of uitgebreide koffiepauzes hebben meestal niet direct consequenties voor het salaris aan het einde van de maand. Maar als je de afstand tussen ‘mens’ en ‘activiteit’ verkleint en je zorgt dat zowel de positieve als de negatieve gevolgen gelijk gevoeld worden, dan koppel je dus de waarde direct aan de (effectiviteit van de) activiteit. Dan denk je wel twee keer na of je een nutteloze vergadering van twee uur gaat bijwonen, of dat je je tijd beter gaat besteden.

Committeren aan je werk is niet nieuw. In vroegere tijden metselden huizenbouwers met stenen waar hun handtekening in stond. Stortte een huis of een brug in, dan waren daar vaak mensenlevens mee gemoeid. Voor de bouwer betekende dit dezelfde consequentie, namelijk een levenslange celstraf of soms de doodstraf. Bruggenbouwers moesten na voltooing van de bouw een tijdje onder hun eigen brug wonen met zijn gezin. Stortte het in dan waren de consequenties direct voelbaar.

Meer ‘skin in the game’ zou voor veel sectoren een oplossing zijn. Denk bijvoorbeeld aan de bancaire sector en dan in het bijzonder het meeste recente voorbeeld van het niet hebben van ‘skin in the game’ bij ING waar de leiding van de witwas-affaire vrijuit gaat omdat ‘niemand het overzicht had’ en ‘niemand specifiek verantwoordelijk’ kon worden gesteld.

Hoe zit dat met jou? Ben jij de kip of het varken?

Michelangelo had het fout.

“Het grootste gevaar is niet dat ons doel te hoog ligt en we het niet halen, maar dat het te laag ligt en we het wel halen.” – Michelangelo

Een interessant klassiek betoog en passend als je je leven betekenisvol wilt leven.

Maar dat is ook gelijk en precies waar veel mensen last van hebben. (Te) groot en meeslepend denken. En dan blijft snel bij intenties. Michelangelo heeft natuurlijk gelijk als er geen nobele bedoeling voorafgaat aan de stappen die je zet, dan dwaal je doelloos rond. Maar als die bedoeling er wel is dan zit een onvermogen aan het zetten van kleine stappen je wel degelijk in de weg. En dan schuilt het werkelijke gevaar dus niet langer in het gebrek aan een grotere bedoeling, maar in het onvermogen om met kleine stapjes te bewegen in de richting van die bedoeling.

Een voorbeeld. Laatst gaven we na onze keynote een masterclass. We hebben het eerste uur in die masterclass gewerkt aan het scherp krijgen van de bedoeling en aan de kleinst uitvoerbare stap van iedere individuele deelnemer. Vervolgens kregen ze het laatste half uur van de masterclass de gelegenheid en de uitdaging het ook werkelijk te ‘doen’. Uit te voeren. Er een ’emergente practice’ van te maken. Een daadwerkelijke stap te maken dus in de richting van de geformuleerde bedoeling en de intentie in te wisselen voor ervaring.

En we bedoelden echt ‘nu’ – niet: ‘Morgen geef ik meer ruimte aan mijn team’ of ‘Vanaf volgende week zorg ik dat er meer fouten mogen worden gemaakt’. Dat zijn immers intenties voor verderop in de tijd. Het gaat om het gedrag nu. In dat halve uur kwamen slechts enkelen van de mensen toe aan het echt uitvoeren van iets. Gedrag waaruit dus blijkt dat er iets gedaan is en waarvan van geleerd is. Het merendeel verbleef in de intentie van morgen en volgende week. Op de vraag ‘en wat heb je daadwerkelijk geleerd van het zetten van de stap’ kon slechts een enkeling een antwoord geven.

Een masterclass is bij uitstek een gelegenheid om iets te leren en te doorvoelen, dus daarin voorzag de oefening prima. Voor zowel de deelnemers als voor ons. Een prima oogst van het experiment.

Onze conclusie: Het euvel van ‘niet tot uitvoering komen in het moment’ is zeker geen onwil van de deelnemers, er wordt hard nagedacht en echt geprobeerd, maar het zit ‘m vooral in het onvermogen om klein(er) te denken. En dan ook te ‘doen’. Vijfennegentig procent van de mensen blijft op hun stoel zitten met gefronste wenkbrauwen, geanimeerde handbewegingen en bewegende mond. De overige 5 procent haalt koffie of gaat naar het toilet.

We denken vaak in te grote stappen, om zo snel mogelijk ons doel te halen. Maar een grote stap die je morgen of volgende week wil gaan zetten, heeft als gevaar dat je ‘t vergeten bent als ‘morgen’ of ‘volgende week’ aanbreekt en je vertrouwde gewoontes het weer overnemen. Nogmaals: het resultaat van de stap doet ertoe, maar het gedrag dat daarbij hoort is het echte werk. Een stap 1 om je doel te halen – of nog beter, een stap 1 in de richting van je bedoeling – is een stap die je nu kunt zetten.

Voorbeeldjes: Als je ‘morgen’ ‘iets’ wilt veranderen, kun je het nu in de agenda zetten en vraag je nu een collega om morgenmiddag bij je te checken of het echt gelukt is. Als je vertrouwen wilt vergroten, kan je nu een oefening doen om je achterover te laten vallen. Of als dat te eng is nu vragen aan een vreemde hoe je nu over komt en wat je kan doen om nu meer vertrouwen te krijgen. Als je ‘voortaan’ meer complimenten wilt geven, kan je dat nu al iemand mailen of direct bellen of het nu gelijk zeggen. Als je in ‘de toekomst’ meer vrijheid wilt, neem je nu een halve dag vrij. Of als dat planningstechnisch niet kan, ga je nu een half uurtje wandelen. Of als dat ook niet mogelijk is ga je nu iets langer naar het toilet. Het kan altijd 10x kleiner.

Het is makkelijker dan je ‘denkt’ en dat is precies het euvel. 

We gaven de deelnemers een half uur om iets te doen. Eigenlijk is dat veel te lang. Tien minuten is beter. Als ze het binnen 10 minuten namelijk niet doen gaan ze het ook in een half uur niet doen. En wat wij nog beter kunnen doen is de mensen plenair helpen met het inzicht van wat er nu allemaal mogelijk is.

Ik heb er nu een blog over geschreven. Nu is immers beter dan binnenkort.


Groei zonder groeidoelstelling, business zonder businessplan.

In veel bedrijven zijn de maanden september tot en met december altijd wat hectisch. Niet alleen qua omzet of kerstkaarten, maar voor het einde van het jaar wordt ook flink gewerkt aan strategieplannen, marktsegmentatie-plannen, businessplannen en nieuwe product-marktcombinaties die voor het nieuwe jaar goed in de steigers moeten staan. En in de maanden daarna wordt alles op alles gezet om al die plannen om te zetten in actieplannen en kwartaalmeetings waarin de voortgang en resultaten worden besproken. 

Ik was daar in een vorig leven gemiddeld ook zeker zo’n 90% van mijn tijd aan kwijt. En toen we allebei uit dat strakke planningskeurslijf van onze toenmalige werkgever stapten en de Vrije Denkers zijn gestart, werd ons regelmatig de vraag gesteld door oud-gedienden in het vak: ‘En wat is jullie business plan?’ Welke markt gaan jullie bedienen? Welke product/marktcombinaties hebben jullie op het oog?’

Wij hebben heel bewust de keuze gemaakt om onze tijd daar niét aan te besteden, maar onze focus direct te leggen op het goed in contact zijn met klanten en hen te helpen met waar wij goed in zijn. Daar hebben we zicht op en een neus voor. Elk moment van de dag.  

Het ontbreken van marktsegmentatieplannen geeft ons de vrijheid om met iedereen in contact te komen. Het is een voorrecht om de ene dag een zorginstelling te helpen, de dag erop een bank een duwtje in de juiste richting te geven, een volgend moment een universiteit een Wake-up Call te geven en de week af te sluiten bij een prachtig familiebedrijf die probiotica produceert en mensen op een magnifieke wijze helpt. Ik was in tranen toen ik daar een dame hoorde over het niet hoeven verwijderen van haar blaas en uiteindelijk van euthanasie heeft afgezien omdat ze weer zin had in het leven. Allemaal door een prachtproduct van een prachtklant. We wisten vorige week nog niet dat we daar een verhaal mochten houden. Geen plan zou vooraf daarin kunnen voorzien.

We doen niet aan marketing. We hebben geen communicatieplan. Geen businesscases. Geen ‘double digit growth’. We zijn domweg in staat om in onze kosten te voorzien en een uitsmijter te eten als we onderweg zijn. Dat hoeft voor ons geen biefstuk te zijn. En geen sushi. En werken doen we overal waar maar nodig. Daar hebben wij geen gebouw als ‘merk’ voor nodig.

Het gevolg van die eenvoud is: een gezonde groei en in alle markten. Wat een rijkdom! Groei als gevolg van de dingen die je met hart en ziel doet, om dat je erin gelooft. Marketing omdat de mensen die je horen je aanbevelen bij anderen. Klanten die ons waarderen, omdat we ons verhaal zijn. Geen ‘bedenksels’ presenteren of aan ‘window-dressing’ doen. Business dus zonder businessplan. 

Wij kijken terug op een jaar waarin we weer veel plezier hebben gehad, dingen hebben aangedurfd, fouten hebben gemaakt, dingen hebben geleerd. Omdat we doen waar we blij van worden en waar we goed in zijn. Omdat ook wij mensen willen helpen met waar wij ook goed in zijn. Wij ‘zijn’ onze ‘product-markt-combinatie’.

We zouden achteraf moeten herleiden welke segmenten we zaten, hoeveel groei we waar hebben gehad, welke klant rendabel was of wie we zouden moeten bellen. En dan die resultaten dan weer omzetten naar een plan voor komend jaar waarmee we minstens 10% groei kunnen realiseren. Nee, ik geloof dat ik liever mijn tijd besteed om samen met m’n dochtertje de kerstballen in de boom te hangen. 

Ben ik eigenlijk wel sterk genoeg?

Een tijdje geleden had ik zelf een cursus waar de energie vanaf spatte en waar iedereen euforisch was over de opgedane kennis en ervaring. Vanaf nu zou alles anders gaan! Totdat iemand de vraag stelde: “Maar hoe hou ik dit vast? Hoe voorkom ik dat ik mij weer mee laat slepen door de waan van de dag?”

Deze vraag stellen we ons allemaal wel eens. Maar eigenlijk is het een hele merkwaardige vraag. Want je bepaalt helemaal zelf of je dit vasthoudt – of inderdaad de waan van de dag laat regeren. De vraag die je eigenlijk zou moeten stellen is: “Ben ik sterk genoeg om te doen wat ik mij voorneem om te doen, of ben ik het niet waard om mijn tijd betekenisvol te besteden?” Daarmee krijgt een voornemen om iets te veranderen een hele andere lading. Sta je ‘aan’ tijdens het maken van dat voornemen en zet je jezelf weer ‘uit’ om in je oude routines te vallen? Dan ben je niet sterk genoeg. Of je bent bang voor de consequenties van je keuzes. Je kunt alleen iets vasthouden – een voornemen of de energie die je voelt tijdens een cursus – als je ‘aan’ blijft staan. Als je het dus ook echt gaat doén.

Natuurlijk is het helemaal niet erg als je het niét gaat doen. Maar geef niet het systeem, de omstandigheden of de waan van de dag de schuld – het is altijd je eigen verantwoordelijkheid. Als je geraakt wordt, ga je aan de slag. Als je niet aan de slag gaat, dan wil je het niet graag genoeg.

‘Het is immers wel belastinggeld’

Tijdens gesprekken met potentiële opdrachtgevers, lichten wij altijd toe hoe ons ‘waardebepaling achteraf’ principe werkt. We geven aan dat we met een bandbreedte werken en dat het bedrag op de uiteindelijke factuur ergens binnen die bandbreedte zou moeten uitkomen. E.e.a. afhankelijk van hoe men onze prestatie in de praktijk heeft ervaren. De opdrachtgever bepaalt dus de uiteindelijke waarde die wij hebben geleverd – achteraf en binnen de vooraf afgestemde bandbreedte. Zijn ze erg tevreden gaan ze meer bovenin de bandbreedte zitten (of er zelfs overheen als ze het uitmuntend vonden). Zijn er punten ter verbetering of hebben we anderszins niet helemaal naar verwachting geleverd, dan zitten we rond het midden of richting de onderkant van de bandbreedte.

We hebben recent te maken gehad met twee overheidsorganisaties die zeer tevreden waren met onze prestatie, maar toch in het midden van de bandbreedte uitkwamen als bedrag, in het waardebepalingsgesprek dat wij een week na de prestatie te hebben geleverd, met als argument: ‘Het is wel belastinggeld waar we mee werken.’

Een argument waar iedereen het mee eens kan zijn. Toch?

Wij niet. Om verschillende redenen. Als je vooraf met elkaar afspreekt dat de bandbreedte er is om de prestatie die wij leveren te waarderen, dan moeten de argumenten ook in relatie tot die prestatie liggen. Als het ‘belastinggeld uitgaven beperken’ een argument in de overweging is, en dat is natuurlijk een goed argument, maar dan moet wel dat vooraf besproken zijn.  En als vooraf de bandbreedte knelt in het budget, dan zijn er twee mogelijkheden. Of wij doen het niet, of wij doen iets met de bandbreedte. Maar we kunnen nog iets doen omdat het vooraf wordt overwogen. Fair enough.

Als je dat argument achteraf gebruikt, dus ná onze prestatie, neigt het een gemaskeerd excuus te zijn dat wordt gebruikt om het factuurbedrag onheus omlaag te brengen. Dat is op z’n minst niet netjes, maar het schaadt vooral het vertrouwen. Het is immers niet wat we vooraf met elkaar zijn overeengekomen.

Als wij minder presteren dan verwacht, of een van ons twee had een slechte stem, of we konden het publiek, het sentiment of het thema van de bijeenkomst onvoldoende adresseren, dan is het een ander verhaal. Dat zijn allemaal argumenten die de waarde van onze prestatie, terecht, negatief beïnvloeden. Dan is een bijstelling omlaag gerechtvaardigd.

Eén van die twee overheidsinstellingen wilde ons een jaar later voor tweede keer op het podium hebben en dit keer iets langer dan de vorige keer. Geweldig natuurlijk en een herbevestiging van de tevredenheid over onze eerdere prestatie door de opdrachtgever. Zij gaven echter wel aan dat de waardebandbreedte die bij die langere podiumtijd hoorde aan de hoge kant was met als argument, je raadt het al, ‘het is immers wel belastinggeld’. Gelukkig was het dit keer vooraf en dan kun je het er in elk geval met elkaar over hebben.

Ik gaf aan dat ik het bijzonder op prijs stelde dat het belastinggeld zo goed en overwogen wordt uitgegeven. Maar ik voegde er wel wat aan toe.

De eerste sessie bij die instelling was een mooie bijeenkomst en wij brengen het publiek in een modus waarbij we ze (1) verleiden om ten minste één onderwerp mee te nemen uit onze sessie van de vele die we aanreiken en (2) om het kleinst mogelijke uitvoerbare stapje dat zij zelf kunnen zetten ook daadwerkelijk te zetten. Vandaag liefst nog, maar morgen uiterlijk. Toevallig hadden wij dit keer op het einde een korte evaluatie met daarbij de oproep aan de mensen om te gaan staan. Ze kregen de aanmoediging om te gaan zitten als ze niets in de sessie hadden gevonden waar ze iets mee konden. Van de tachtig mensen bleven er negenenzeventig staan. De vervolgvraag was ‘ga zitten als je morgen daadwerkelijk een stap gaat zetten. Er gingen een man of tien, twaalf, zitten in de wetenschap dat de waan van de dag het toch wel zou overnemen. Bijzonder moedig en eerlijk en bovendien realistisch. Een man of zestig bleef dus staan. Ze hadden er iets aan en zouden ook iets ondernemen.

Mooi resultaat, zou je zeggen.

Bij het argument ‘het is immers belastinggeld’ had ik dus de logische vervolgvraag, ik ben immers die belastingbetaler, wat is er eigenlijk in het afgelopen jaar gebeurd met het resultaat van die eerste workshop een jaar geleden? Als zestig mensen toezeggen er iets mee te gaan doen, dan moeten er toch een paar zijn geweest die ook daadwerkelijk in actie zijn gekomen. En ik ben, als het argument van ‘het is belastinggeld’ word ingezet, nieuwsgierig geworden naar het effect van inzet van dat gemeenschapsgeld. Er is immers door ons een aanzet gedaan, die is gewaardeerd, en wat hebben de mensen met die investering gedaan. Hebben ze het goed ingezet? Aangewend? Hebben ze het gat tussen denken en doen wat kleiner gekregen? Wat was het effect van die investering en hoe stond het met de afspraak die ze met zichzelf hadden gemaakt.

Het viel stil aan de andere kant van de tafel. ‘Je hebt een punt’ was het antwoord.

We konden onze normale bandbreedte blijven hanteren voor de tweede sessie.

Dus ben je van een overheidsinstelling en wil je het argument ‘het is immers belastinggeld’ hanteren. Dat is je goed recht en het dient een nobel doel. Maar wees er dan in elk geval wel op voorbereid dat wij het antwoord, op de vraag of het belastinggeld goed is besteed, zullen komen ophalen. Er is immers (1) een uitgave aan ons voor de prestatie, maar (2) de grootste prestatie moet uiteindelijk de medewerkers van de instelling daarna geleverd worden. Het één kan niet zonder het ander. Als geld van de belastingbetaler wordt uitgegeven, dan is heeft diezelfde belastingbetaler recht op inzage van het effect van die investering. En als dat effect uitblijft heb je iets uit te leggen. Niet in het minst aan jezelf. Maar nog meer aan de gemeenschap die het uitgeven van dat belastinggeld in handen legt van die instituten.

Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet genoeg voor ieders hebzucht – Ghandi

Het instrument ‘denken’ kan heel nuttig zijn, maar kan ons ook flink in de weg zitten. Door je eigen denken ‘onder curatele’ te brengen, maak je jezelf bewuster van wat je denkt en ben je beter in staat jezelf af te vragen: is dit wat ik nu denk eigenlijk wel waar? Klopt deze gedachte?

Dit geldt vooral voor de gedachten die je van streek maken. Zijn dit dingen die je overkomen, of zit het in jezelf? Het lijkt erop dat we in onze westerse wereld weinig reden tot klagen hebben, met alles wat noodzakelijk is voorhanden: eten, drinken, onderdak, onderwijs… Toch bekruipen ons gemakkelijk tegenovergestelde gedachten; gedachten die aangeven dat er niet genoeg is, of dat jij niet genoeg bent. Gedachten gaan al snel over luxe, verlangen, iets dat er niet is of iets dat er wel is maar dat je juist niet wilt. Wanneer je je daar bewust(er) van bent, dan ben je minder snel slaaf van die gedachten en daarmee automatisch minder van streek.

Zodra gedachten over verlangens gaan en je bent je hier niet van bewust, dan is de kans groot dat je steeds méér verlangt en je gedachten je dus steeds meer van streek maken. Verlangens richten zich over het algemeen ook op een toekomst:

  • ‘als ik dat bezit dan …’
  • ‘als ik dat heb bereikt dan ….’
  • ‘als ik nu eerst maar eens op vakantie ben geweest dan …..’

of op een verleden;

  • ‘als het maar weer was zoals vroeger dan ….’
  • ‘als ik weer zo’n jeugdige energie had als toen dan ….’
  • ‘als de wereld maar weer was zoals 20 jaar geleden dan ….’.

En die verlangens houden je uit alles wat zich op dit moment aandient als werkelijkheid.

En natuurlijk is die werkelijkheid soms rauwer dan andere momenten. De tuin heeft nu water nodig, doe het. Het kind vraagt nu om naar een tekening te kijken, doe het. Je moet nu opstaan achter je computer want je zit al veel te lang, doe het. Maar ook die blik van je geliefde die nu aandacht nodig, geef het. Of die prachtige uitspraak die om stilte vraagt, verstil. Het koele zwemwater dat je lichaam verkoelt, ervaar het.

In de 1eeeuw na Christus schreef Epictetus “Het zijn niet de dingen zelf die mensen van streek maken, maar hun gedachten daarover.” Nog steeds zijn deze woorden voor ons een leidraad om regelmatig onze eigen gedachten onder de loep te nemen. Elke dag, elke minuut komt er immers van alles binnen aan gedachten, waarmee we ons snel neigen te identificeren. Maar niet per se iets met de werkelijkheid van doen heeft.

Observeer van wat er nu is. Omarm het. Aanvaard het.

Tracht niet een man van succes te zijn, maar probeer liever een man van waarde te zijn. (Einstein)

Laatst raakte ik in gesprek met een jonge vent die bij een monetaire instelling werkt. Hij vertelde dat hij daar niet echt meer op z’n plek zat, maar ook niet wist wat hij nou moest doen. Een vraag die we vaker gesteld zien, dus ik nodigde hem uit om een keer samen te lunchen en hierover te praten – wie weet kon ik hem met mijn eigen ervaringen helpen.

Het valt ons vaker op dat mensen vaak zo vast zitten in de status quo en zoeken naar succes, dat ze weinig ruimte voelen om na te denken over wat ze zelf als waardenvol ervaren. Terwijl dat een eerste vereiste is om te weten welke eerste stap je moet zetten. Het antwoord op de vraag “wat is mijn volgende stap?” is dan ook: “wat creëert waarde en wat niet?” Je moet dan natuurlijk wel eerst weten wat VOOR JOU waarde is. Pas dan kun je de vraag over de volgende stap beantwoorden.

Ga maar na bij jezelf. Alles wat je tot nog toe gedaan hebt en met enig gevoel van geluk en tevredenheid op terugkijkt, heeft heel waarschijnlijk te maken met wat JIJ waardenvol vindt. Dát is wat waarde voor jou is, en daarna kun je onderzoeken hoe jouw activiteiten zowel in werk als privé daaraan bij kunnen dragen. En kun je vaststellen of je op koers bent of van koers moet veranderen.

Mensen die ons inmiddels kennen, weten dat we met bovenstaande eigenlijk zeggen: zet geen doel uit zonder eerst ‘je bedoeling’ te kennen. Richt je op wat je belangrijk en betekenisvol acht, en zet vervolgens een stap die in lijn ligt met je bedoeling. (Of noem het een doel, maar kom in elk geval in beweging!)

Zelf stellen wij ons doel nooit in de toekomst, maar altijd hier en nu. Tijdens het lunchgesprek was mijn hoogste doel om volledig IN het gesprek aanwezig te zijn, en werkelijk contact met elkaar te maken. Om open en oprecht nieuwsgierig naar elkaar te zijn. En dat leidt tot de mooiste gesprekken – allebei gingen we vol energie en inspiratie weer onze eigen weg.

Van ‘tegenvallers’ naar ‘opvallers’

In Vrije Denkers huize Kruisman wordt er op dit moment flink getimmerd, gesloopt en verbouwd. Het is een flinke renovatie waarbij regelmatig iets misgaat. Soms door de klussers. Soms door eigen fouten. Soms door leveranciers.

Hoewel de natuurlijke en logische neiging is om liefst alles foutloos te willen zien gaan, hebben we ondertussen geleerd dat de fouten gewoon onderdeel zijn van het proces. Geen uitzondering dus, maar een wezenlijk onderdeel. En naarmate we meer en meer gewend raken aan de ‘niet foutloosheid’ begint zelfs een ware nieuwsgierigheid te ontstaan naar de volgende onverwachte situatie. De energie verschuift van ‘tegenvallers’ naar ‘opvallers’.

Elke ‘opvaller’ vraagt om creativiteit van zowel het vakmanschap van de klussers als creatief meebewegen van ons in de steeds weer nieuw ontstane situatie. Het is een voortdurend toestaan van wat zich hier en nu afspeelt en onuitgekomen verwachtingen bijstellen.

Kun je jezelf hierin ontwikkelen?

In onze presentaties spreken wij vaak over de  creativiteitsindex (NASA). Deze index is opgebouwd uit twee variabelen. Het ‘aantal vragen dat je stelt op een dag’ en het ‘aantal keren dat je lacht’ op een dag. Als je deze met elkaar vermenigvuldigd kom je op een index uit die iets zegt over het creatieve vermogen – hoe hoger, hoe creatiever je bent. Natuurlijk zijn dit niet de enige factoren, maar wel twee gemakkelijk te begrijpen variabelen: hoe meer vragen, hoe opener je houding voor nieuwe inzichten en hoe meer je lacht, hoe meer je je ontspant in onverwachte situaties. Dus ook hier weer: de nieuwsgierigheid naar hoe het anders of beter of slimmer kan, bepaalt hoe je nieuwe wegen kunt verkennen en creatiever kunt kijken naar situaties.

Laat je kostbare tijd dus vooral niet opvullen met geestdodende repeterende werkzaamheden, maar zorg dat je ruimte blijft maken voor iets nieuws. Julia Cameron heeft in The Artist’s Way een mooie methode voor ‘ruimte maken’, door elke dag ‘morning pages’ te schrijven. Een soort braindump, waardoor je in je hoofd veel ruimte maakt. Alles wat breincapaciteit kost zonder dat het je verder brengt, alles wat meer energie kost dan het oplevert, belemmert je om creatief te zijn. Dus als je een paar dagen achter elkaar hetzelfde opschrijft, kun je je afvragen: moet ik hier iets mee? Kan het anders? Of kan ik het misschien van m’n lijstje af?

We schreven al eerder: van ‘fouten’ kun je leren, maar van fouten word je dus ook nog eens heel creatief.  Eigenlijk is creatief zijn niet meer dan een mindset-verandering: het leren omgaan met een andere situatie dan je van tevoren had bedacht.

Hoe flexibel ben jij als het leven anders verloopt dan je had verwacht? Hou je dan vast aan je verwachting en de teleurstelling of laat je de realiteit toe?

Systeem eerst, dan pas de mens! (Taylor)

Dochter Sofía zit op een Daltonschool, in een klas waar groep 1 en 2 gecombineerd zijn. Het is een fijne klas met lieve juffen, en Sofía mag op een klein roze stoeltje zitten. Zij is helemaal blij. Haar vriendinnetje – laten we haar Laura noemen – is minder blij. Zij is een kop groter dan Sofiá en zit niet lekker op het kleine stoeltje.

Al in de 19eeeuw deed Taylor de beroemde uitspraak: “In het verleden was de mens eerst, in de toekomst is het systeem eerst.” Anno 2018 hoor je juist weer in veel organisaties dat “de mens centraal staat”, maar onze ervaring is dat het systeem nog altijd leidend is. Toen Laura vroeg of zij op een groter stoeltje mocht zitten, mocht dat niet. De grote stoeltjes, die met het gele knopje, zijn immers voor kinderen van groep 2. Groep 1 kinderen horen op het roze stoeltje. Het systeem staat centraal.

Zo merk je dat al vroeg in je leven een gevoel voor hiërarchie wordt bijgebracht. En deze hiërarchie wordt voortgezet: de baas heeft vrijwel altijd een mooiere, grotere en vooral hogere stoel dan de gewone werknemer. En het gaat niet alleen om de hiërarchie, maar ook om de bijbehorende privileges. Op grond van status heb je recht op een grote leren bureaustoel en dito kamer.

Op grond van schooljaar, dus niet lichaamsbouw, mag je op een geel stoeltje zitten.

Dat kinderen pas gelijke kansen krijgen bij ongelijk onderwijs, is niet alleen cognitief. Ook fysiek hebben verschillende kinderen verschillende behoeften. Dus ons advies is om dat grotere gele stoeltje gewoon roze dopjes te geven, zodat ook Laura comfortabel kan zitten. Systeem ontmoet mens: soms kun je met een kleine wijziging aan beiden tegemoet komen.

Denkend aan later….. mis je het nu

Misschien herkenbaar: dat je op een begrafenis bent van een oude kennis, die je al een paar jaar niet gezien hebt. Dat het je weer even wakker schudt en je jezelf door het verdriet en het gemis heen hoort denken: ‘ik zou vaker de mensen moeten opzoeken die me lief zijn! En dat je dat dan vervolgens niet doet.

Deze momenten geven je niet alleen dit inzicht, maar is ook een rechtstreekse uitnodiging om er vooral iets mee te doen. Om iets te brengen dat – voor je het weet – niet meer gebracht kan worden. Veel mensen leven ofwel in het verleden, of zijn geobsedeerd door morgen en overmorgen. Maar weinig mensen zijn bereid in het hier en nu te zijn. De mogelijkheden en kracht van het ‘nu’ worden behoorlijk onderschat, terwijl het toch echt de ‘enige echte’ mogelijkheid is.

De toekomst is aan voortdurende verandering onderhevig. Een vleugelslag van een vlinder kan verderop tot een orkaan leiden. Dus waarom het verleden en de de toekomst zo dominant verklaren? Leef het leven meer van dag tot dag, van stap 1 naar stap 1. Niet omdat het beter is, maar vooral omdat het ook niet anders kan.

Moet je dan nú helemaal niet denken aan ‘later’? Het is zeker niet verkeerd om aan later te denken of je verbeelding goed in te zetten. Maar je moet wel voorbereid zijn op een werkelijkheid die zich anders zal voordoen dan het ingebeelde, het verwachte of het geplande. Je kunt, zelfs als je denkt aan later of straks, maar een ding doen en dat is steeds anticiperen op de situatie die zich hier en nú voordoet. Voortschrijdend inzicht is niet iets dat af en toe voordoet. Het is een continu gegeven. Bij een scenario waarin je steeds met kortere tussenpozen een pitstop moet maken om te herijken moet je je afvragen wat de waarde is van dat scenario. En echte wendbaarheid zit ‘m juist in de kleine stapjes voortgang met voortdurende afstemming op wat er ‘DAAD-werkelijk’ gebeurt.

De toekomst is ook niet waar je bent. Er is geen ander vertrekpunt dan nu. “Ja maar, het had anders moeten zijn” levert je geen ander nu op, alleen maar vooral veel frustratie als je niet oppast. Wij zijn, ongeacht de situatie, blij in het hier en nu, zodat we nooit hoeven te verlangen naar een ander moment. Dat is wat ons betreft pensioenvrij leven. Vandaag doen waar je blij van wordt. Gisteren is immers geweest en morgen moet nog komen.

De ongezochte vondst

.. en het nut van toeval

Vaak worden wij uitgenodigd voor een sessie voor een afdeling of een team. Soms vragen ze ons welke afdeling ze nog meer moeten uitnodigingen en ons antwoord is altijd hetzelfde: vooral géén afdelingen, maar mensen. Mensen met energie, die zin hebben om al dan niet nieuwe dingen te horen en vooral: bereid zijn om nieuwe mensen te ontmoeten.

Nieuwe mensen leren kennen is de basis van serendipiteit: nuttige toevallige ontmoetingen. Deze ontmoetingen kunnen leiden tot verrassende, nieuwe en fantastische inzichten die jou als persoon, je werk of je omgeving weer een stapje verder kunnen brengen. En serendipiteit is te sturen: dat noemen we het ontwerpen van serendipiteit. Je kunt je omgeving zo inrichten dat er alle ruimte is voor ‘happy accidents’.

Het Nieuwe Werken – werkplekken en ontmoetingen in open ruimtes zonder vast plek voor afdelingen en teams – is daar een voorbeeld van. Maar het werken in open ruimtes staat onder druk: mensen zouden er ongelukkig van worden en zich onvoldoende kunnen concentreren. Dat is één van de redenen dat onderzoekers van de Universiteit van Wageningen weer terug gaan naar eigen plekken. Maar wij vragen ons sterk af of de winst van de teruggewonnen concentratieplek opweegt tegen de kansen die toevallige ontmoetingen brengen.

Want al die toevallige ontmoetingen, die zijn zo belangrijk volgens ons. Daarom doen wij wat we doen: elke dag weer ontmoeten wij nieuwe mensen die door nieuwe dialogen leiden tot nieuwe inzichten. Elke dag ervaren wij plezier en groei, met net een beetje verwondering over het nut van toeval. De ongezochte vondst. Als je deze frisheid, deze nieuwheid in elke ontmoeting weet te brengen, dan kan er iets moois ontstaan. En ach, misschien ook niet. Maar als je niet het nuttige toeval een beetje stuurt, dan gebeurt er in elk geval niets!

Quote:

How do we bring the right people to the right place at the right time to discover something new, when we don’t know who or where or when that is, let alone what it is we’re looking for? This is the paradox of innovation: If so many discoveries — from penicillin to plastics – are the product of serendipity, why do we insist breakthroughs can somehow be planned? Why not embrace serendipity instead?

Van website https://medium.com/aspen-ideas/engineering-serendipity-941e601a9b65

PS Aan te bevelen boek over dit onderwerp: Serendipiteit, de ongezochte vondst van Pek van Andel en Wim Brands. Ook de illustratie is van de omslag van dit boek.