Niets is moeilijker terug te vinden dan verloren vertrouwen.

We zitten nu ruim twee maanden in de ‘intelligente lockdown’ als gevolg van de Corona-crisis. Enkele weken geleden kondigde het kabinet een versoepeling aan en afgelopen week kwamen daar nog verdere versoepelingen bij. Ondanks dat lees ik en bemerk ik ook veel woede en onbegrip, en laten veel mensen zich in alle felheid negatief uit over Rutte, het kabinet en het Corona-beleid.

Ik begrijp natuurlijk heel goed dat mensen de lockdown meer dan zat zijn, dat sommige regels zich maar lastig laten uitleggen en dat voor sommige mensen die geen Corona hebben en toch ernstig ziek zijn en geen plek in het ziekenhuis hebben kunnen vinden, hun werk kwijt zijn of anderszins hard geraakt zijn, zich bijzonder veel zorgen maken, maar voor mij blijven de maatregelen en de daaruit voortvloeiende regels toch grotendeels logisch en uitlegbaar. Bovendien geven ze ruimte genoeg voor mij/ons om ondanks de crisis zo goed mogelijk te leven en te bewegen. En hou me te goede, ook wij als ‘Vrije Denkers’ hebben afgelopen twee maanden geen inkomsten gehad en moeten noodgedwongen vanuit de beperkte reserves die we hebben het hoofd boven water zien te houden. Dat doet pijn en vraagt veel van ons. En ondanks dat houdt Rutte in mijn ogen met zijn maatregelen en de uitleg goed ervan goed rekening met de Nederlandse – eigenzinnige – cultuur. 

En zelfs als achteraf zou blijken dat er betere maatregelen genomen hadden kunnen worden, zou ik alle genomen besluiten kunnen respecteren. Alles wat het kabinet nu beslist is op basis van de kennis die ze nu heeft. Nu ‘precies’ de juiste dingen doen is in mijn ogen minder belangrijk, zo niet onmogelijk, dan iets te doen waarvan je ‘nu denkt dat het werkt’. Het vraagt moed en lef om impopulaire maatregelen te moeten afkondigen. Maar liever dat dan een overheid die wegwuift, onlogisch en roekeloos handelt, of maar afwacht en niets doet tot ‘men zeker weet’ – want die ‘zekerheid’ zal immers naar alle waarschijnlijkheid uitblijven. Alles wat nu geleerd wordt geeft inzicht voor de toekomst. 

Iedereen die nu zo fel protesteert, draagt m.i. bij aan onrust die het broodnodige gemeenschappelijke vertrouwen onnodig verschraalt. Natuurlijk moeten we kritisch zijn en blijven op het beleid, we hoeven niet klakkeloos van alles aan te nemen, maar veel mensen onderschatten de waarde van het in vertrouwen volgen van een door nood ingegeven beleid – voor de gezondheid, voor de economie en voor de toekomst. Ik kies ervoor om de waarde te zien van het in vertrouwen uitproberen van de stappen die het kabinet namens ons moet zetten omdat ik weet dat een alternatief van wantrouwen mij op grotere en blijvende achterstand zet. Vertrouwen brengt mij meer rust en meer vrijheid dan een strijd vanuit wantrouwen. Ik accepteer simpelweg dat met de vijftig procent van de beschikbare informatie er zonder twijfel verkeerde 100 procents beslissingen worden genomen en vertrouw op correcties die voortvloeien uit voortschrijdend inzicht.

En ik accepteer dat er mensen zijn die hier totaal anders over denken, maar zoals de titel zegt ‘Niets is moeilijker terug te vinden dan verloren vertrouwen’.

Bron illustratie: Pixabay

Corona. Een bijzondere tijd voor ‘introverten’.

Binnen blijven. Veel thuis zijn. Niet al te veel mensen zien en als je ze wel ziet met een grote boog om ze heen lopen. 

De meeste mensen hebben hier grote moeite mee. De maatschappij is ingericht op actie, op intensieve onderlinge contacten, op (veel) en vaak drukke communicatie. We leven in een extraverte samenleving en daar gedijt het merendeel van de mensen uitstekend in. 

Maar een ander, kleiner deel van de mensen is ‘introvert’. Deze bijzondere Corona-situatie, van weinig contact, stil zijn en thuisblijven, is voor hen juist de standaard ‘modus operandi’. Hun natuurlijke habitat. Er is nu even geen druk van buiten om actief te moeten hoeven zijn, veel te praten, anderen te bezoeken… de wereld is even stil geworden en dat voelt voor hen heel natuurlijk. En misschien merken ook de actieve, communicatieve, extraverte mensen dat deze natuurlijke pauze van actie ook een heilzame kant heeft. De ‘introverten’ hopen het in elk geval van harte. Zodat ze ook na deze pandemie misschien van de verstilling kunnen blijven genieten. 

Nuance: Er zijn natuurlijk veel introverten die deze tijd wel verschrikkelijk vinden om uiteenlopende andere redenen en veel extraverten die juist ook even op adem kunnen komen. Het gaat om het kunnen doorleven van hoe ‘introversie’ aanvoelt en dat deze periode dat op een unieke en universele manier laat beleven. Bovendien is het extreem gesteld. Er zijn niet uitsluitend introverten of extraverten, er zijn ook grijstinten en tijdelijke situaties waarin men zich liever terugtrekt of juist wil manifesteren.

Achterstand in onderwijs? Of juist voorsprong?

Nu de basisschoolleerlingen na de meivakantie gedeeltelijk weer naar school mogen, hoor je veel instemming. Met de lange afwezigheid op school zouden ze toch echt een enorme achterstand hebben opgelopen. Hoeveel lessen en onderwijsuren hebben ze wel niet gemist! De media gaan er op los, maar wij denken dat er ook van een voorsprong sprake is in veel situaties.

Er is namelijk alleen sprake van een ‘achterstand’ als je het curriculum en ‘het plan’ van wat een kind in een jaar allemaal moet kennen en kunnen centraal zet. Maar als je het kind en zijn of haar leerproces centraal zet, dan zien wij dit tijdelijke thuisonderwijs juist als een enorme voorsprong (zie nuance onderin).

Ten eerste levert het thuisonderwijs in deze periode veel (inzicht) op voor de band tussen ouder en kind in relatie tot de aangeboden leerstof. Het kind leert van jou misschien rekenen, taal of wat aardrijkskunde, maar jij leert vooral hoe nieuwsgierig het is, hoe zijn of haar concentratie werkt, waar de eigenaardigheden en talenten liggen en waar het echt warm voor loopt. En waar niet. Misschien wist je dat grotendeels al, maar door actiever betrokken te worden bij de lesstof en het leerproces is de kans groot dat er nu toch meer en nieuwe inzichten zijn bijgekomen. Ook leert het kind jou (en jij jezelf) als ouder(s) anders kennen in het geduld (of het gebrek eraan), de aandacht (of de moeite ermee), de zorg voor het leren (of hoe lastig dat eigenlijk is). Ten slotte kun je als ouder nu beter inschatten waar leerkrachten mee te maken hebben. Voorsprong dus.

Het succes van een kind op school is zo sterk als de driehoek: kind, leerkracht en ouder. En de genoemde nieuwe inzichten geven een enorme impuls aan de sterkte van die driehoek en daarmee de voorsprong van een kind op school in het algemeen. Het verband tussen je kind, het leren en de sociale bekwaamheid is meerdimensionaal. 

En dat is pure voorsprong. En geen achterstand.

Nuance: Natuurlijk gaat het niet overal goed, er zijn kinderen die juist van huis moeten voor het beste resultaat. Ook is niet elke ouder in staat om de juiste ondersteuning op elk moment te bieden of ontberen de juiste technologische hulpmiddelen. Er zijn zelfs kinderen zoek en onbereikbaar voor leerkrachten. Dan krijg je achterstand op achterstand en dat is natuurlijk verschrikkelijk en onwenselijk. En ook zal elke leeftijdscategorie een eigen problematiek kennen. Maar deze blog is vooral een tegengeluid voor de relatief eenzijdige berichtgeving in de media van een ‘achterstand’ door afwezigheid op school. Dat is wat ons betreft een te beperkt perspectief.

PS op de website Expeditie Basisschool van Marlies Pulford en Kim Bogaerts is veel meer te vinden over de driehoek ouder-kind-leerkracht en hun ervaringen op dit gebied.

Corona-app MOET juist schaamtevol starten!

Tijdens een persconferentie liet minister-president Rutte regelmatig blijken flink te worstelen met de huidige situatie in Nederland tijdens deze Corona-pandemie. Een deel van zijn worsteling is dat de gezondheid van ons als burgers maar ook van de maatschappij, nu vóór persoonlijke vrijheid en zelfs de economie gaan. Maar wij denken ook dat zijn worsteling te maken heeft met de misvatting van veel mensen dat een onzekere situatie planmatig en met alle benodigde voorkennis aan te pakken is. “Met 50% van de kennis moeten we 100% van de besluiten nemen”, zei hij zelf tijdens een eerdere conferentie. 

Vanuit ons perspectief is dit een hele normale gang van zaken. Wij gaan er namelijk vanuit dat de toekomst lastig (en steeds moeilijker) planmatig te beheersen is. Dat je deze situatie ook juist moet zien als een emergente practice. Een situatie met een hier en nu waarbij je elke keer een stap 1 zet dat binnen je vermogen ligt en vanuit het grootst mogelijk vakmanschap is ingeschat. Dan het effect van die stap opnieuw bekijken en weer een nieuwe stap 1 nemen. Na stap 1 komt stap 1.

Kijk bijvoorbeeld naar de zoektocht naar de perfecte Corona-app. Er is met man en macht, met experts en techneuten, koortsachtig aan verschillende eerste apps gewerkt. De app moet natuurlijk aan heel veel eisen voldoen: functioneel, waterdicht, privacy-safe, vrijwillig, technisch perfect… Dat is onvoldoende gelukt, en dus begint men weer opnieuw met andere experts en andere disciplines. Veel slimmer was geweest om de app te nemen die het dichtst in de buurt kwam bij de specificaties, en dan daarmee direct te starten. Gewoon, in één stad of misschien zelfs één buurt. Alle resultaten, zowel positief als negatief, geven input voor aanpassingen die het product verder verbeteren. Dan hadden we nu alweer een week of wat ervaring kunnen toevoegen aan een halffabrikaat app. Die ervaring gaat het grootste verschil maken. Niet een paar weken verder doordenken.

Het is wat ons betreft helemaal geen technologisch probleem. Het is een probleem van een overheid die denkt een zekerheid te kunnen (en moeten) garanderen en een maatschappij die alles dat minder dan zeker is niet wil accepteren. Een ernstig gebrek aan kennis op alle fronten en een onderschatting van de waarde van ‘gaandeweg met elkaar leren’.

Seth Godin gaf ooit een prachtige quote in deze sfeer: ‘Als je je niet schaamt voor de eerste versie van je product, dan heb je te laat gelanceerd’ Dus gáán met die geit wat ons betreft. Experimenteer, improviseer, maakt fouten en maak het product sterker.

Dat kan namelijk echt alleen maar ‘samen’!

Illustratie app: Volkskrant

‘Vitale beroepen’ zijn overal te vinden.

Vanwege de corona-crisis en het verbod op bijeenkomsten, hebben wij de komende maanden geen workshops of inspiratiesessies op de agenda staan. Je zou kunnen concluderen dat we dan dus geen belangrijk werk doen, maar niets is minder waar. En dat geldt voor de meeste mensen die op dit moment geen werk of geen opdrachten hebben: het gaat niet zozeer om wát je doet, maar wel om de specifieke ‘behoeftelaag’ waarop je dit doet. En dan doel ik op de behoeftelagen van de piramide van Maslow. Want elke laag kent z’n eigen ‘vitale beroepen’.  

Het werk dat wij doen, speelt zich met name af in de bovenste helft van de piramide: zelfontplooiing, leiderschap, de zoektocht naar vrijheid en waardecreatie en erkenning van vakmanschap. Op die lagen is wat wij doen van waarde. Maar als maatschappij zijn we nu collectief gedwongen een paar tredes lager te gaan vanwege (de dreiging van) het corona-virus. Dat is ook niet meer dan logisch. Wat nu belangrijker dan ooit is, is continuiteit, veiligheid, voedsel en zorg. De meeste maatregelen worden momenteel ook op deze specifieke lagen afgekondigd.

En vooral de mensen die beroepen uitoefenen in deze behoeftelagen van de piramide spelen nu een cruciale rol. Ze zijn natuurlijk altijd al belangrijk geweest, maar het wordt nu echt goed zichtbaar en merkbaar voor iedereen. Ze zijn van levensbelang om de piramide een solide basis te geven. Zo ver is duidelijk en is het natuurlijk veel meer dan dat applaus waard. En beroepen die zich richten op de andere behoeftelagen zijn niet minder belangrijk, maar nu gewoonweg minder urgent. En dat komt vast terug, maar zal niet/nooit meer hetzelfde kunnen zijn. De basis is immers veranderd.

De behoefte aan veiligheid en zekerheid geven het belang aan van deze basisbehoeften. Wanneer hier niet aan wordt voldaan worden we angstig. Mensen zijn in de basis ook sociale dieren en wat er nu gebeurt in een ‘ bijna lockdown’ voelt ‘tegennatuurlijk’ (of ‘natuurlijk’ als je er nog preciezer naar kijkt maar da‘s voor een andere blog) – fysieke contacten worden sterk aan banden gelegd, terwijl dat nu juist op de behoeftelaag van Maslow ligt waar momenteel het vergrootglas op ligt: heel erg nodig dus. We gaan dan maar massaal de natuur in omdat het werken op kantoor niet meer kan en thuis de muren ook op de mensen afkomen. Onverstandig, maar ook wel een logische sociale reflex. Je weet immers niet vantevoren dat er meer mensen zijn die op dat idee gekomen zijn en dat het daarmee dus ook ineens weer een nieuwe onveilige plek wordt. Dat dat dan dus weer tot nieuwe maatregelen leidt is onontkoombaar, maar laten we vooral met elkaar leren hoe moeten omgaan met de nieuwe wereld waarin we belanden. Met mildheid en begrip. Een strengere, dwingender toon hoeft niet altijd liefdeloos te zijn of met grofheid gepaard te gaan.

Blijf daarom mild en begripvol naar elkaar zou onze suggestie zijn. Het is voor iedereen zoeken naar een nieuwe waardebalans en elk individu doet dit op z’n eigen manier. We moeten het uiteindelijk toch met elkaar zien te redden. De behoeftepiramide kan alleen stapelen als iedereen bereid is elkaar een plek te gunnen en waarde te leveren naar vermogen.

Vitale beroepen zijn overal en op elke laag te vinden maar niet op elk moment even urgent. De noodzaak ligt nu op de basisbehoeften, dus kijk wat je daarin kan bijdragen, juist als je niet dagelijks op die behoeftelagen opereert.

Sterkte in jouw persoonlijke zoektocht naar de betekenis van wat van waarde is voor jou, jouw omgeving en jouw werk. En wees vooral niet onnodig terughoudend in het herijken van ‘jouw bedoeling’. Deze tijd vraagt om andere handen, voeten en hoofden.

Géén workshops. Géén inkomen. Wél inspiratie.

De maatregelen zoals gisteren door de drie ministers afgekondigd om de economie te ondersteunen zijn ook voor ons uitermate welkom. Hadden we immers een maand geleden nog een prima vooruitzicht op een groot aantal spreekbeurten, groot en klein, is dat vandaag volledig weggevaagd. Ons uitzicht op inkomsten is in twee weken verdampt van ‘prima’ naar ‘nul, niks, nada’ de komende weken en maanden. En wij zijn volledig afhankelijk van al die prachtige bijeenkomsten. En een spreker zonder publiek is tamelijk schraal. Althans …

… er zijn vele collega sprekers, trainers, workshopleiders die op beeldscherm hun boodschap en kennis aanbieden en een virtuele vorm hebben gevonden. Ook wij zouden dat kunnen overwegen, maar onze workshopvorm leent zich daar minder voor. We koppelen veel interactie met en beweging in het publiek aan de onderlinge dynamiek die we juist door die fysieke aanwezigheid weten te bewerkstelligen. Wij zoeken onze toegevoegde waarde in de rijkheid van menselijke aanwezigheid in samen leren, samen plezier beleven. We streven er naar dat mensen elkaar in verwondering en verbazing aankijken en aanstoten bij verworven inzichten en doorvoelde oefeningen. Deze ervaring en beleving verschralen flink in een virtuele vorm. En natuurlijk als deze economische ‘freeze’ lang gaat duren heroverwegen we wat slim is om te doen en op welke andere wijze we van waarde kunnen zijn. 

Wij hebben dus forse maatregelen moeten nemen om deze plotselinge omslag in inkomsten het hoofd te bieden. Zo halveren we ons “salaris” voor komende maanden en spreken we onze reserves aan om de duur van de inkomstenterugval te overbruggen. Misschien dat we zelfs naar het scenario ‘geen salaris’ moeten overgaan en de aangeboden hulp in de vorm van ondernemersbijstand wel zullen moeten aangrijpen. Liever niet, maar de hypotheek en andere kosten lopen ook voor ons gewoon door.

Over die hypotheek gesproken, het verbaast het ons dat ondanks de ondersteunende en sympathieke maatregelen die de overheid neemt, er geen enkel signaal van de banken komt anders dan een brief dat ze zich genoodzaakt zien om de rente verder te verlagen en op termijn rente zelfs in rekening gaan brengen. Géén opschorting van hypotheekbetaling, géén geruststellende of begripvolle boodschap van partijen in de financiële sector die de ongerustheid van mensen zouden kunnen wegnemen. Het zou de bankensector sieren als ze ook een coulant signaal zouden afgeven.

En ja, we hebben er zeker zelf voor gekozen om dit avontuur aan te gaan zoals Wiebes dat naar eigen zeggen ‘ongelukkig’ uitdrukte. Maar ook wij betalen netjes de inkomstenbelasting zoals ook ieder in loondienst, dus steun moet er zijn voor elke belastingbetalende Nederlander. Ook wij hebben immers door hard werken (en met méér eigen risico) bijgedragen aan de miljardenpot die nu wordt aangesproken voor deze steun voor ondernemend Nederland. Gelukkig is dat enigszins rechtgezet met de toespraak gisteren.

Voordeel van deze ‘gedwongen’ pauze is dat we ons nog meer kunnen richten op wat nu thuis en in de buurt nodig is. Thuisonderwijs, telefonische hulp op afstand voor mensen die daar behoefte aan hebben, direct of indirect hulp bieden aan de mensen in de zorg. Kijken wat er op 1,5 meter afstand of virtueel nog wel gedaan kan worden.  

Er blijft genoeg te ‘doen wat nodig is’ én over na te denken wat er nog meer zou kunnen. Wij wensen ook iedereen veel sterkte, wijsheid en inspiratie toe. 

Alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Laatst spraken we met iemand die zich op heel veel verschillende manieren actief inzet om de wereld mooier te maken. Hij helpt ondernemers met financiële problemen, is coach en aanjager van nieuwe manieren van ondernemen. Hij bruiste van energie toen hij plots zei:

‘Ik heb haast! Ik moet nog zo veel verbeteren aan de wereld!. Ook jullie moeten opschalen, bereik vergroten, nog meer doen!’

Wij snappen die behoefte om dingen anders te willen zien, dat hebben wij zelf ook. Maar tot haast of opschaling laten wij ons toch minder snel verleiden. Het gaat namelijk vooral om de actie zelf. De continue beweging. De stap 1. Vandaag. Nu. Consistent zijn in het ‘doen’.

Dat je de stap zet is dus van belang, maar nog krachtiger is met hoeveel anderen je die stappen zet. Dan gaat de kracht van het collectief voor je werken: als je met jouw stappen andere mensen enthousiast maakt, en zij gaan ook stappen in die richting zetten, dan bereik je vanzelf een kantelpunt waarop de verandering ineens een feit is. Je kan het alleen willen doen – en daar is niets mis mee – maar je kan ook anderen inspireren met je enthousiasme voor een mooiere wereld. Alleen ga je misschien soms sneller, maar samen kom je vaak verder. 

Daarbij speelt ook de kracht van kleine stapjes een grote rol. Elke dag de wereld 1% mooier maken betekent dat de wereld al na één jaar 37x mooier is dan de dag waarop je startte. En die wereld kan de echte grote wereld zijn, of alleen Nederland, of alleen jouw dorp, of alleen jouw gezin of alleen jouw innerlijke wereld. Je hoeft dus niet het gevoel te hebben dat je méér moet doen, dat het sneller moet en efficiënter. Het gaat om effectiever – en dan is het voldoende om elke dag consequent een stap 1 te zetten, anderen uit te nodigen dat ook te doen en erop vertrouwen dat je met elkaar een beweging van omvang kunt realiseren.

In twee minuten kreeg ik uren terug!

Ik ben Inge Loman en ik werk als Adviseur Kwaliteit in het Ziekenhuis Tergooi. Het is een drukke baan en in combinatie met een gezin met twee kleine kinderen kom je al snel tijd te kort.

In de workshop ‘Hoe dan? Doe dan!’ werden we uitgedaagd om een groter doel (bedoeling) te formuleren, voor mij: ‘meer tijd voor mijn gezin’ en die vervolgens op te delen in kleine stapjes. Ik liep al een tijdje met het idee rond om hulp te vragen in bijvoorbeeld het huishouden. Maar dat voelde als een heel project (hoe dan?) en ik kwam er maar niet aan toe. Tot ik deze workshop van de Vrije Denkers volgde en we uitgenodigd werden om in twee minuten (Doe dan!) een allereerste, kleinste stapje in de richting te zetten van waar we graag naar toe wilden. In die twee minuten heb ik mij heb geregistreerd bij werksters.nl. Binnen een week nam iemand contact op, ze is langs gekomen en niet meer weggegaan.

Ik had gewoon nooit nagedacht over ‘kleine stapjes’. Meestal ben ik heel resultaatgericht en dat betekent dat ik vooral nadenk over hoe het er op het eind uit moet zien. Dat is vaak zo groot en overweldigend, dat ik het heel moeilijk vind om te beginnen. Maar tijdens de workshop lieten Arthur en Patrick zien dat je elk project, elke uitdaging kunt onderverdelen in stap 1, en daarna weer stap 1. 

De stap 1 die ik tijdens hun workshop gezet heb, heeft me heel veel tijd en ruimte opgeleverd. Het is zo heerlijk om niet meer na te hoeven denken over schoonmaken. Zo hebben we nu ook geregeld dat de boodschappen thuisbezorgd worden, wat ons nog meer tijd samen oplevert. Maar het is vooral de mentale ruimte die we daarmee gekregen hebben, waardoor nu zelfs een derde kindje op komst is. Dus we hebben die tijd goed besteed!

Het idee dat je een groot project, een grote vraag kunt opdelen in kleine stappen was voor mij echt een eyeopener. Het ligt heel erg voor de hand, ik had het me alleen nooit gerealiseerd. En door daarmee te experimenteren tijdens de workshop, merkte ik gelijk het effect van een stap 1.

De boodschap die ik heb meegekregen is dat sommige dingen zo groot lijken dat ze verlammen, maar dat het met één kleine eerste stap wél mogelijk is. Dat pas ik nu ook succesvol toe in mijn werk, waar we veel met projecten en ‘stippen op de horizon’ werken. De gezondheidzorg waar ik in werk een redelijk trage sector, terwijl de omgeving heel snel verandert. Dan kun je alleen bijblijven met kleine stapjes, want een heel plan is vaak al achterhaald op het moment dat je ‘m gemaakt hebt. Zo willen we bijvoorbeeld af van de enorme hoeveelheid registraties, maar je kan ze niet allemaal in één keer schrappen. Een hele tijd gebeurt er dan niets, totdat je je realiseert: ik kan ze één voor één doen. Het gaat niet om ‘alles’, het gaat om ‘nummer 1 ‘en daarna kijken welke volgende registratie aangepakt kan worden. 

Voordat ik kwaliteitsmedewerker werd, was ik verpleegkundige. Dan werk je met één patiënt op één moment, en kun je uit de hulp die je biedt heel veel voldoening halen. De staffunctie die ik nu heb, waarin ik verder van patiënten sta en waarin ik met projecten met meerdere indicatoren werk, geeft minder snel voldoening, omdat het vaak langer duurt. Maar met de kleine stappen, 1 voor 1, van de Vrije Denkers, haal ik veel gemakkelijker voldoening uit wat ik nu doe. Én heb ik nu dus ook meer tijd voor mijn gezin. 

Mijn vertrouwen en passie zijn weer terug!

Mijn naam is Alëna Butorova en ik heb de Vrije Denkers leren kennen tijdens een UWV inspiratiedag in februari 2020. De verbinding met hen en andere denkers, doeners en zoekers die dag heeft mijn leven echt een nieuwe impuls gegeven.

In mijn zoektocht naar een nieuwe baan heb ik mij voorgenomen werk te vinden waar ik eindelijk mijn vleugels kan spreiden en kan zijn wie ik werkelijk ben. Een passende, veilige en prettige werkplek waarvan ik kan zeggen ‘ja, hier hoor ik bij’. Gaandeweg bleek het voor mij een grote uitdaging te zijn om zo’n plek te vinden in de maatschappij. Ik heb verschillende banen gehad, maar elke keer merkte ik dat het snel ging schuren tussen wat er vanuit de organisatie of instelling werd gevraagd en waar ik voor stond. Mijn integriteit werd flink op de proef gesteld, maar uiteindelijk koos ik er iedere keer voor om trouw te blijven aan mezelf. 

Tijdens de workshop ‘Doen is de beste manier van denken’ realiseerde ik mij dat ik in mijn zoektocht langzamerhand het geloof en vertrouwen had verloren dat het ooit nog goed zou komen, waardoor ik mij ongemerkt steeds meer geïsoleerd had van de buitenwereld. En nu, door mij opnieuw verbonden te hebben gevoeld met de mensen die net als ik ervoor kiezen om trouw te blijven aan wie zij zijn en waar zij voor staan, werden mijn vertrouwen, gedrevenheid en passie plotseling weer voelbaar in heel mijn lijf. Alsof er een knop werd omgezet. 

Ik voelde een enorme verbondenheid met Arthur en Patrick en hun verhaal en het werd mij duidelijk dat ik helemaal niet alleen ben. Ik ben eraan herinnerd dat er meer mensen zijn die streven naar en behoefte hebben aan een andere manier van doen en denken. Ik kreeg direct weer zin om met frisse energie er tegenaan te gaan. Zij inspireerden mij om de verbinding met anderen weer op te zoeken en aan te gaan. Met andere woorden: DOEN! Zij gaven mij het gevoel van herkenning en erkenning en dat voelde als thuiskomen, 

Ik kan er nu weer vol voor gaan! 

Voorbeeld volgen of voorbeeld zijn?

Laatst las ik (Arthur) een boek dat ik al na enkele pagina’s weer snel dichtsloeg. Het zou een boek vol inspiratie zijn, maar het ging voornamelijk over voorbeelden van anderen waarin de inspiratie verstopt zat. Ik ben me er bewust van dat heel veel mensen juist dáár hun inspiratie uithalen, maar ik heb gemerkt dat ik voorbeelden van anderen juist als verwarrend en afleidend ervaar. Ik wil graag een onverstopte kern van de inspiratie lezen en zoveel mogelijk zelf het beoogde effect ervan ervaren. Ik kan geïnspireerd worden door een ‘formule’, een ‘zienswijze’ of een ‘theorie’ maar ik word pas echt enthousiast als ik het zelf daadwerkelijk in de praktijk ondervind.

Het deed me nog eens beseffen dat er verschillende soorten mensen bestaan: zij die voldoende hebben aan de eerste vonk, en een vertaalslag maken naar wat ze er zelf mee kunnen en hoe het ze zelf kan helpen – en daardoor ook weer anderen kunnen inspireren. En mensen die juist dit soort mensen en voorbeelden weer nodig hebben: mensen die een concreet voorbeeld of een uitwerking van die inspiratie heel fijn vinden voor hun eigen inspiratie. Een tweetrapsraket als het ware. Dezelfde mensen die reviews heel behulpzaam vinden.

Ik probeer het liever zelf uit en stel vast of het voor mij werkt of niet. Elke context, elke nieuwsgierigheid is immers uniek. Een voorbeeld van een ander is voor mij niet de werkelijkheid. Meer een mogelijkheid. Een scenario.

Een ‘voorbeeld volgen’ is natuurlijk ook prima, want het leidt immers tot actie, beweging en eigen ondervinding. Dat is waar het uiteindelijk om draait. Wij horen soms bij toeval van mensen wat een workshop van ons met hen heeft gedaan – en door het nu ook op te schrijven kunnen we het ook delen met mensen die graag voorbeeld willen nemen of lering willen trekken uit hoe anderen de vertaalslag hebben gemaakt voor zichzelf.  

Hoe werkt dat bij jou? Word jij geïnspireerd door voorbeelden of zet jij inspiratie om naar eigen voorbeeld?

De beuk d’r in door gewoon dóen …

… en gewóón doen!

Mijn naam is Koert Terhürne en ik vervul de rol van directievoorzitter van Dura Vermeer Bouw Hengelo. Ruim tien jaar geleden gingen we met onze organisatie steeds meer richting het concept ‘netwerkorganisatie’ en ‘horizontaal organiseren’. Om hier een passende en werkbare situatie in te kunnen creëren wilden we een sessie organiseren. Ik ben toen op zoek gegaan naar een aansprekend filmpje dat aangaf wat voor mij – voor ons – belangrijk is en ik kwam uit bij de video van Arthur en Patrick: ‘Doen is de beste manier van denken’.

Alles in dat filmpje spreekt mij aan. Vooral het doén in plaats van eerst alles eindeloos uitdenken. Het sloeg ook aan bij onze medewerkers omdat het heel goed weergeeft hoe wij als organisatie zijn en werken. In 2014 ben ik gevraagd om tijdens het “nieuw organiseren event” in Den Haag te vertellen waar we als Dura Vermeer Bouw Hengelo staan en wat we doen. Ik heb ook daar hun filmpje getoond als grote inspiratiebron. En wat bleek nu? Arthur en Patrick zaten ook in die zaal! Ik kende de vrije Denkers nog niet persoonlijk, maar zo hebben we contact gelegd. 

De kernboodschap van ‘Doen is de beste manier van denken’ dragen we elke dag uit in ons bedrijf. Zo is aan de driejaarlijkse strategienota van Dura Vermeer Groep ons eigen Operationeel Plan 2020 met het thema ‘De beuk d’r in!’ gekoppeld. Dit thema zegt het natuurlijk al: we gaan van strategie naar doen. Want zo ben ik ook geïnspireerd door de Vrije Denkers: de werkelijkheid gaat veel sneller dan je met een plan kunt bijhouden. Daarom hebben we ons operationele plan ook opgebouwd volgens de structuur: Waarom dan? Hoe dan? Doen dan! Dat laatste – doen – is voor ons heel belangrijk en zo hebben we ook onze organisatiecultuur ingericht, door gewoon dóen en gewóón doen. Het operationele plan is een soort richtlijn (een bedoeling zeg maar) waarmee we aan de slag gaan, maar als er iets gebeurt kunnen we snel schakelen en dan passen we razendsnel onze acties aan.

Ik wil graag dat onze medewerkers durven te blijven experimenteren, vallen, opstaan en vooral ook fouten durven te maken. En alleen doordat je snel doet, leer je wat werkt en wat niet. 

‘Ik kijk voorgoed anders naar werk’

In 2018 werkte ik bij de Provincie Zuid-Holland als afdelingshoofd van de brug- en sluiswachters. De dienst waarbinnen ik werkzaam was, was verantwoordelijk voor het goed functioneren van alle (water)wegen van de provincie. We waren een degelijke maar tegelijkertijd toch ook ietwat ouderwetse dienst. Dol op projectmatig werken, stevige stappenplannen én bijbehorende stippen op de horizon. Ik voelde de noodzaak voor een frisse blik op ons werk en onze manier van organiseren. Het leek mij nuttig even goed wakker geschud worden – en dus heb ik de Vrije Denkers gevraagd ons daarin te helpen.

Nou dat wakker schudden is goed gelukt! Ik kijk nooit meer hetzelfde aan tegen voorheen heel logische lijkende uitspraken zoals “We moeten zorgen dat alle neuzen dezelfde kant opstaan”. Ik zeg tegenwoordig dan direct “Joh, dan doe je echt iets fout: als twee neuzen dezelfde kant opstaan, dan is dat eentje te veel”. We moeten meer de diverse zienswijzen zien in te zetten. Dat geeft veel meer oplossingsrichtingen en perspectieven dan als iedereen maar eenzelfde soort zienswijze erop nahoudt. Vooral dát heb ik geleerd tijdens twee werksessies die Arthur en Patrick voor onze dienst hebben gedaan. Op een ludieke maar indringende wijze hebben ze mij duidelijk gemaakt dat wat we altijd deden, nu gewoonweg niet meer werkt. Géén ‘stip op de horizon’, géén balk op de horizon, géén projectplan, géén onnodig vertragende business cases. Sneller dóen, inzetten op vakmanschap, vertrouwen in elkaar en met sneller zicht op wat werkt en wat niet!

Het heeft mijn denken en misschien zelfs wel mijn karakter veranderd; ik was altijd een blauwdrukdenker – heel erg van de formats, de formulieren en de procedures. Dat is anders sinds hun komst. Ik ben opener geworden, zie sneller verbanden en zie ook een verandering in het managementdenken dat de Vrije Denkers jaren terug al verkondigden. 

Zo is ‘Deep democracy’ voor mij niet anders dan ‘niet alle neuzen dezelfde kant op’, ‘Scrummen’ betekent niet meer dan ‘na stap 1 komt stap 1’ en ‘Agile werken’ is hetzelfde als ideeënseks: mensen betekenisvoller met elkaar verbinden, durven experimenteren en met elkaar leren van fouten. Echt wendbaar zijn zit ‘m juist in hele gewone dagdagelijkse dingen en niet in allerlei dure, vaak onnodig Engelse, termen. Verandering zit al in de dialoog ‘hier en nu’ en niet in het plan ‘daar en dan’.

Anno 2020 ben ik werkzaam bij Rijkswaterstaat als afdelingshoofd Verkeercentrale Zuid-West Nederland en merk dat ik het heel leuk vind om andere mensen op eenzelfde manier te inspireren. Ik wil graag een frisse-blikkenwerper zijn voor anderen, want de wereld heeft het nodig.

Onaffe ideeën sneller delen

Mijn naam is Esther van der Storm en ik heb het bedrijf STORMPUNT opgericht. Wij helpen organisaties om op een innovatieve manier problemen op te lossen, door mensen te helpen om buiten de gebaande paden te denken. Dat doen we door het begeleiden van trajecten waarin we samen met medewerkers een vraagstuk verkennen, ideeën bedenken en de beste ideeën vervolgens ook implementeren. Van een ideeënstorm, naar concrete resultaten dus! Ook geven we trainingen, waarin we medewerkers innovatieskills leren die ze kunnen toepassen in hun werk. 

Wat we regelmatig merkten is dat er na een training toch maar weinig veranderde, ondanks dat de mensen heel geïnspireerd naar buiten liepen. Dat bleek dan niet zozeer te liggen aan de nieuw aangeleerde vaardigheden, maar meer aan het niet goed kunnen inzetten daarvan. Dan werkte de cultuur bijvoorbeeld onvoldoende mee, of bleek er te weinig ruimte voor het maken van fouten. 

Daardoor kwamen we op het idee om een InnovatieScan te ontwikkelen waarin we onderzoeken waar de belangrijkste knelpunten zitten die innovatie in de weg staan. Kan de samenwerking beter of zit de grootste uitdaging in de organisatiestructuur? We wilden een spel ontwikkelen voor teams, waarmee je écht snel een beeld krijgt van de grootste innovatiekansen voor jouw team. We werkten ons idee in een paar weken uit tot een prototype. 

En toen viel er een inzicht binnen van de Vrije Denkers waar we dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Ik ken Arthur en Patrick al jaren, drinken af en toe koffie, ben ook een paar keer naar hun workshops geweest en we hebben ze in mijn Ynnovate tijd ook wel eens uitgenodigd om voor ons een keynote te doen. Die sessies barsten altijd van de informatie, bijna meer dan je kunt bevatten. Maar wat ze heel goed doen is aangeven dat er voor iedereen altijd wel iets tussen zit waar ze direct een volgende stap mee kunnen maken. 

Wat bij mij goed is blijven hangen na de workshop “Hoe dan? Doe dan!” is: “Als je je niet schaamt voor je eerste versie van je product, dan heb je te laat gelanceerd”. Een inzicht waardoor we geen mooi vormgegeven prototype van de InnovatieScan hebben getest, maar we een quick and dirty versie meteen hebben getest. Dat werd een versie die deels getekend was en bestond uit knipsels. Geen mooie layout, maar focussen op het snel testen van de inhoud. We wilden vooral weten of we op de goede weg zaten. Door de ‘onaffe’ staat van het idee kregen we snel en eerlijk reactie en dat gaf ons de juiste inzichten om verder te kunnen.

Wat ik van de Vrije Denkers geleerd heb? Dat je zo snel mogelijk moet testen met echt publiek, dat het onaffe idee juiste een charme heeft dat uitnodigt tot echte en eerlijke feedback. En dat ‘de schaamte’ die daarbij optreedt een wezenlijk onderdeel is van deze stap. Het maakt je zeker kwetsbaarder, maar het feit dat je in co-creatie met andere mensen iets bereikt is echt goud waard.

Mariët: ons ‘jaarplan’ nu op één A4.

Ik werk als regiomanager bij Azora, een thuiszorgorganisatie in Gelderland. Elk jaar komen alle managers bij elkaar op een inspiratiedag, waar we dan ook voor elke regio ons jaarplan maken. Twee jaar geleden was ik met mijn team op die inspiratiedag daarmee bezig, toen we na het eerste deel de workshop “Doen is de beste manier van denken” van de Vrije Denkers kregen. Daarin vertelden ze over ‘na middernacht’ en hoe de werkelijkheid ons zo snel inhaalt dat doelen stellen en plannen maken nauwelijks zin heeft. Na de sessie van de Vrije Denkers vervolgden we ons voorgeprogrammeerde dagprogramma met het verder ontwikkelen van onze jaarplannen. En dat voelde zó raar voor mij: we hadden net overtuigend gehoord dat je na stap 1 waarschijnlijk op een hele andere plek staat dan je vooraf bedacht had, en wij zouden nu gewoon verder gaan met een jaarplan vol doelen, details en stappenplannen?

Ik besloot spontaan om met het team eerst stil te staan bij de presentatie van de Vrije denkers.

Ik heb mijn team gevraagd wat bij hen is blijven hangen van de workshop van de Vrije Denkers. Dat werd een hele interessante opsomming. Er waren al overkoepelende jaardoelen van Azora in het algemeen en ik vroeg aan mijn team of dat, in combinatie met de genoemde slogans op basis van de workshop, voldoende was voor hen. Konden ze hiermee aan de slag met hun team? Het was even stil, maar daarna raakte iedereen enthousiast: dit was inderdaad alles wat ze nodig hadden. 

We hebben (na de inspiratiedag) bij de kernwaarden afbeeldingen gezocht en ze, samen met de jaardoelen, op posters laten drukken. Wij hebben de Vrije Denkers vervolgens nog uitgenodigd om hun presentatie te geven aan een bijeenkomst voor alle medewerkers, waarna wij ons jaarplan hebben gepresenteerd.

Het mooie was dat ons jaarplan in alle kantoren van de teammanagers en op de teamposten werd gehangen, waar die eerder in een lade verdween. Nu konden we echt aan de slag met wat was blijven hangen van de workshop: doen wat nodig is, experimenteren en falen.

De externe auditor heeft ons hier uitgebreid op bevraagd. Hoe weet je dat mensen het goede doen? Hoe weet je dat aan de doelen gewerkt wordt? Mijn antwoord was dat we (1) veel contact hebben onderling, (2) goed luisteren naar medewerkers en (3) zien en ervaren wat er hier en nu is. Vrijheid en vertrouwen zijn daarin essentieel. En alle mooie initiatieven en missers koppelen we ieder trimester terug aan iedereen. De externe auditor had vervolgens gesprekken op de afdelingen en was positief verbaasd. “Iedereen kent het jaarplan!”

Wat mij altijd is bij gebleven van de presentatie van de Vrije Denkers is het voorbeeld van de witte kip en de springtouwen. Het werd mij in een korte oefening van één minuut glashelder dat als je je te veel focust op een stip aan de horizon, dat er dan veel relevante informatie aan je voorbij kan gaan. En dat kan catastrofaal zijn voor je organisatie in een snel veranderende wereld.

Begin vorig jaar kregen we de kans om (als één van de twee organisaties in Nederland) mee te doen met de pilot Leefplezier van de Leyden Academy. Dat voelde zo goed dat we gelijk ja hebben gezegd. De pilot sluit naadloos aan op het gedachtengoed van de Vrije Denkers: we werken daar ook helemaal vanuit de bedoeling. De laatste levensjaren van de mensen die in ons verpleeghuis komen, moeten zo fijn mogelijk zijn – we noemen dat leefplezier. We bevinden ons nu in de fase dat we de werkprocessen bekijken en de afvinklijstjes achter ons willen laten. Natuurlijk hebben medewerkers ook iets van een kader nodig. Voor de inhuizing zijn we nu aan het uitproberen of het kader “een warm welkom” helpend is. Dit betekent dat we accepteren dat er verschil is. Het warme welkom kan er op iedere woning immers anders uit zien.

Ik vertrouw er helemaal op dat onze medewerkers dat ‘warme welkom’ op de best mogelijke manier vormgeven. Ze werken vanuit hun hart en doen wat nodig is, daar kan echt geen (traditioneel) jaarplan tegenop.

Corrinne: ‘Diplomavrij leren’ als nieuwe bedoeling

Als lerarenopleider ben ik verantwoordelijk voor professionalisering in het onderwijs – ik werk onder andere bij Albero Scholen. Niet alleen onderhoud ik contacten met hogescholen voor de kwaliteit van de aankomende leraren, ook voor onze zittende leraren zorg ik voor alle faciliteiten als het gaat om verdere professionalisering.

Ik maakte kennis met de Vrije Denkers toen ik een paar jaar geleden een inspiratiedag voor Albero Scholen organiseerde. Vooral het credo ‘diplomavrij leren’ triggerde enorm – dat schuurt natuurlijk behoorlijk op een school en daagt de kern van ons systeem uit. Nu kan ik zeggen dat we daar met kleine stapjes uiteindelijk naar toe willen, maar op dat moment waren Arthur en Patrick voor ons echt eye-openers. Het belangrijkste wat ik meegenomen heb van hun workshop ‘Doen is de beste manier van denken’ is het idee dat we in een tijd leven waarin veranderingen sneller gaan dan wij ze bij kunnen houden (in Vrije Denkers workshoptermen: ná middernacht). Een tijd waarin het maken van plannen bijna lachwekkend is, omdat ze al achterhaald zijn op het moment dat je ze maakt en uitvoert. Hun advies: na stap 1 komt stap 1 neem ik mee naar bijna elk overleg, ook met externen. En dat levert veel meer flexibiliteit en kwaliteit op in de samenwerking.

Onlangs volgde ik ook hun workshop ‘Hoe dan? Doe dan!’ Daar raakte het mij enorm dat ze de kracht van herhaling aantoonden in een grafiek (en die is niet wekelijks, tweewekelijks, maandelijks maar totaal anders, kijk hier maar). Vanuit mijn functie regel ik nascholing en workshops voor de leraren, maar merk dat ze snel weer in de waan van de dag schieten – met als risico dat ze blijven doen wat ze deden en daardoor krijgen wat ze kregen. Daarom heb ik samen met een groepje collega’s een pilot bedacht. Samen met één van onze professionaliseringspartners, spiek.nu, hebben we hun app aangepast en van elke workshop en cursus een 12 minuten durende module gemaakt. Zo kunnen de leraren de kennis uit de nascholing snel nog een keer herhalen en daarmee de inspiratie actueel houden.

De Vrije Denkers hebben bij mij een mentale omslag bewerkstelligt. Ik ben bevestigd en mijn inzichten zijn verdiept om vanuit de kracht van vertrouwen te werken, omdat ik weet wat we willen bereiken en vanuit welke waarden we dat willen. Dat maakt de samenwerking met onze leraren en andere collega’s een stuk prettiger en vooral veel minder bureaucratisch!

Gerard: Van ‘Persoonlijk Ontwikkel Plan’ naar ‘Van-Plan’

Mijn naam is Gerard Verkuil en ik ben directeur van de Prinses Beatrixschool in Goes. Onze school is onderdeel van Albero en zo heb ik kennis gemaakt met de Vrije Denkers: zij waren de keynote sprekers tijdens een personeelsdag vorig jaar. Vooral hun idee ‘na stap 1 komt stap 1’ sloeg enorm aan bij mij en ik heb deze theorie gelijk gebruikt voor mijn eigen school.

Onze medewerkers hadden altijd jaarlijks een functioneringsgesprek waar het maken van een POP (persoonlijk ontwikkel plan) onderdeel van uitmaakte. Iedere drie jaar is er ook een beoordelingsgesprek. Ik ben een voorstander van weer even nadenken over je persoonlijke ontwikkeling, waar wil ik heen en wat heb ik daarvoor nodig. Maar het POP-verslag werd na het opstellen meestal in een lade gelegd en een jaar later pas weer tevoorschijn gehaald om een nieuwe op te stellen. Het leefde niet, niet bij mij maar ook niet bij mijn medewerkers. Ik wilde daar graag een nieuwe impuls aan geven.

Na de workshop van de Vrije Denkers ben ik gestopt met de POP en heb ik het “van-plan” geïntroduceerd. Tijdens dit gesprek geeft de medewerker aan wat hij of zij van plan is: wat is je idee, wat is je stap 1 (wat ga je doen?) en hoe ga je dat doen? Aanvullend vraag ik welke kwaliteiten de medewerker daarvoor in wil zetten, om ook aansluiting te vinden bij ons competentiemanagement. En daarna is het aan de medewerker: zet stap 1, evalueer, reflecteer samen met een collega hierop en zet op basis daarvan… wéér stap 1. 

Dit is heel anders dan een POP met een uitgebreid format en een stappenplan voor een jaar. Voor onze medewerkers is het wel wennen, maar ik hoor veel positieve geluiden. Ze vinden het fijner dan een POP: flexibeler, aan te passen aan hun ontwikkeling. Voor het van-plan heb ik ook een soort format gemaakt, omdat het bij dit soort dingen fijn kan zijn enige structuur hebben. Ik zie ook echt verschil: sommigen zijn al vier stappen verder en anderen hebben af en toe wat meer sturing of begeleiding nodig. Maar allemaal vinden ze hun weg hierin: het formuleren van hun idee, hun bedoeling en het zetten van stap 1. 

Stap 1 voor de Vrije Denkers is het kleinst mogelijke stapje dat je nu, zelf en onafhankelijk van anderen kunt zetten. Dat geldt ook voor stap 1 in het van-plan, hoewel enkele medewerkers liever de eerste stap met anderen maken. Dat is zo fijn aan het van-plan: het houdt niet alleen rekening met de veranderende buitenwereld, maar ook met de verschillen tussen mijn mensen. Ik merk dat ik ze – op een losse manier – heb kunnen uitdagen om anders na te denken over hun ontwikkeling. Dankzij de Vrije Denkers en hun stap 1-verhaal.

Credits foto: Ernesta Verburg

Fouten maken moet. Maar kan pijn doen.

Picture this.  

Een festival met inhoudelijke sprekers op een natte, koude zaterdagmiddag in januari. Het terrein bestaat allemaal tipi-tenten zonder verwarmingselementen. Het was onze eerste ervaring van een workshop bij ongeveer 3 graden max. Het publiek, zo’n 60 mensen voor ons op dat moment, luisterde met warme jassen en witbleke gezichtjes naar ons verhaal. En afgezien van wat geklappertand zo nu en dan, verliep de sessie eigenlijk heel goed. Een bemoedigende start van ons zaterdagse avontuur. 

Onze werkplek zaterdag 18 januari 2020

Onze tweede pres(en)tatie diezelfde namiddag verliep totaal anders.  

We hadden er vooraf in toegestemd voor het gehele publiek tussen 16.55 en 17.15 nog een inhoudelijke afsluiting te doen. Een sessie van 20 minuten waarin we het publiek nog een laatste zetje richting ‘actie’ mochten verleiden. Een sessie waar we ‘normaal’ gezien tussen de 45 en 60 minuten voor nodig hebben, waar echte aandacht voor nodig is en ‘actie’ het doel is. En waar we ook goede ervaringen mee hebben. 

Het liep totaal anders dan we hadden verwacht. 

De spreker voor ons liep iets uit en gaf de kleumende mensen in de tent de hoopvolle hint dat na nog één slide van hem het bier klaar stond voor ze.  De verlossing van drank in het vooruitzicht en een welverdiend zaterdagavond gevoel waren na de kou en de activiteiten een welkome boodschap voor de achterhoekse gasten. Waarop de bierpomp werd aangezet en het rumoer tot een bijna onoverbrugbaar niveau werd opgetild. 

En dan mogen wij. 

Door de opstelling van de tenten hebben wij ongeveer 100 mensen direct in het zicht. De rest (400 Mensen!) ziet wel schermen met de slides maar heeft geen zicht op het podium waar wij ons bevinden. We starten de sessie optimistisch en doen een moedige poging onze boodschap boven het rumoer uit te krijgen. Enkele mensen in ons zicht doen nog vreselijk hun best om ons te horen en doen braaf mee terwijl andere mensen om hen heen de drank doorgeven . We vragen herhaaldelijk om wat stilte en aandacht, maar omdat het merendeel van de mensen ons niet ziet is dat een tevergeefs verzoek. We zien de boodschap voor onze ogen het biermoeras in glijden. Onze slides spreken weliswaar voor zich, maar zonder aandacht en focus is zo’n inhoudelijke boodschap onmogelijk om nog over te brengen. We doen een laatste poging waarna Patrick en ik elkaar tegelijkertijd aankijken met een gezicht dat eerder door wanhoop dan door vertrouwen is getekend en we besluiten de laatste oefening over te slaan, een einde te maken aan deze marteling en de fanfare, die zich inmiddels achter ons had opgesteld, door de tent te laten marcheren.  

We zijn de tent verlaten via de achteruitgang met een gevoel dat we nog niet eerder hebben meegemaakt. Het is gewoonweg niet gelukt. Een belangrijke maar pijnlijke ervaring.  

Van deze ervaring hebben we geleerd om nog beter vooraf in te schatten wat de setting is waarin we terecht komen als we zo’n afsluiter te doen hebben. Als we zo’n afsluiting uberhaupt nog gaan doen. De kans is groter dat we ons houden bij waar we het beste in zijn, namelijk workshops in een tijdsduur waar we goede ervaringen mee hebben, in ruimtes waar we de mensen kunnen zien en waar het bier niet harder trekt dan de inhoud. Voor ons in elk geval geen 20-minuten afsluitingen meer op een koude januari zaterdagnamiddag voor een dorstig en verkleund publiek. Waar we overigens nog begrip voor hadden ook ;-).

Fouten maken moet zeggen we altijd, nou dit was er eentje.  

(Overigens hebben we voor deze laatste blamage in de waardebepaling achteraf geen ‘financiële douw’ gekregen. De opdrachtgeefster zag zelf ook in dat dit qua timing en aandacht een onmogelijke opgaaf was.) 

Miriam: Ik werk nu écht vanuit vrijheid

Ik werk voor het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland, Vitens. Daar zorg ik ervoor dat Vitens iedere dag een stukje innovatiever en duurzamer wordt. Onze organisatie werkt al drie jaar met Arthur en Patrick en ze hebben bij ons verschillende activiteiten en interventies gedaan, die allemaal voor bijzondere verandering hebben gezorgd. Zo hebben wij recent iemand aangenomen zonder functieomschrijving, op basis van haar competenties. Dat past natuurlijk niet standaard in ons functiehuis, maar we denken toch dat het voordelen heeft om het losser in te passen. Ze doet wat nodig is en de functiebepaling komt achteraf.  Het gaat om ten volle benutten van skills en vaardigheden van iemand die nieuw binnenkomt. En niet laten inperken door een vastomlijnde functie. Precies zoals Arthur en Patrick zelf ook doen. (zij hebben FBA – Functie Bepaling Achteraf achter hun naam staan op LinkedIn). Het geeft veel meer mogelijkheden in wat er gedaan kan worden in plaats van wat een functiebeschrijving voorschrijft.

Waar de Vrije Denkers echt veel invloed op hebben gehad bij mij, is het idee dat ik altijd iets kan doen dat binnen mijn eigen invloedssfeer ligt. Wat kan ík doen binnen mijn mandaat, zonder dat ik afhankelijk ben van of beperkt wordt door anderen? Heel concreet heeft dat tot een mooi experiment geleid met slimme watermeters. We praten namelijk al jaren over digitalisering, en hoe belangrijk het is om onze klanten inzicht te geven in hun waterverbruik. Water is een steeds schaarser goed, maar veel mensen beseffen dat niet. Een slimme watermeter zou niet alleen handig zijn omdat wij accurate gegevens krijgen en mensen hun meter niet meer uit hoeven te lezen eens per jaar, maar zou dus ook op het gebied van duurzaamheid iets betekenen. Echter … een slimme watermeter is relatief duur en we weten niet of deze werkt zoals we denken.  

Omdat ik verantwoordelijk ben voor innovatie voor onze klanten, heb ik gekeken naar wat ik wél kan zonder dat ik daar al te veel managementlagen moet aanspreken. En vanuit dat idee ben ik begonnen met het uitrollen van slimme watermeters in één wijk in één stad. Dat is mijn stap 1 en dat kunnen we dan evalueren en ervan leren. Het kan een succes worden, maar ook misgaan – ook dat heb ik geleerd van de Vrije Denkers. Fouten maken moét, want alleen zo leer je van wat je doet. Weet je wat werkt en wat niet. Een kleine stap vandaag leidt tot een verandering morgen.  

Zo heb ik ook geëxperimenteerd met serious gaming, om mensen op een spelende manier inzicht te geven in waterbesparing. Het spel lag er al, maar intern waren er twijfels over het uitrollen ervan. Bij een eventuele mislukking van het experiment zou het betrouwbare Vitens merk misschien schade kunnen ondervinden, wat ik op zich wel begreep want ook voor ons zelf was het nieuw. Wat ik vervolgens gedaan heb is het spel naar een kleine groep mensen gestuurd als een klantonderzoek, een test met de boodschap: “Wij weten niet of dit een goede manier is om waterbesparing inzichtelijk te maken; willen jullie helpen?” Omdat de reacties heel positief waren, hebben we het vervolgens naar nog iets meer mensen gestuurd. En daarna naar nog iets meer mensen. Zo hebben we van 100 uiteindelijk 200.000 mensen bereikt!

Experimenteren, evalueren, daarvan leren en stapsgewijs impact maken… Het gedachtegoed van de Vrije Denkers zit in mijn dagelijkse handelen ingebakken. Het idee dat ik zélf iets kan doen, dat het maar een klein stapje hoeft te zijn en dat het ook fout mag gaan, geeft mij ontzettend veel vrijheid. En vanuit deze vrijheid kan ik doen wat nodig is voor de organisatie.  

Boukje: ‘Mensen wíllen mij horen!’

Boukje: “Ik werk als bedrijfsarchitect bij de Politie. De agenda’s van de managers zitten altijd erg vol. Het is lastig om een afspraak te plannen en afspraken worden ook vaak verzet. Als ik iets wil bespreken, weet ik niet goed hoe ik makkelijk ‘aan tafel’ kom bij het management. Soms staat de deur open van een van de managers, of kom ik een van hen tegen op de gang, maar dan twijfel ik of ik ze wel moet storen met wat ik te zeggen heb, of ik weet niet zo snel hoe ik kort mijn punt kan maken.

Om gehoord te worden, moet je je ook laten horen, dat besef ik goed. In de workshop “Hoe dan? Doe dan!” van de Vrije Denkers kreeg ik op verschillende manieren inspiratie en gereedschappen aangeboden. Nog beter: we werden allemaal uitgenodigd om ons allereerste, kleinst mogelijke stapje richting de bedoeling te maken. Niet volgende week, of morgen, maar nu. En dat binnen twee minuten. Ik heb daar ervaren dat mensen mij wíllen horen. Dat als ik op ze afstap om iets te zeggen, dat ze dat dan daadwerkelijk horen en waarderen. Die directe ervaring maakte het voor mij makkelijker om mijzelf ook op mijn werk meer te laten horen. Dus toen ik de keer daarna de deur van een van de managers open zag staan, ben naar binnen gelopen en heb aangegeven dat ik iets met haar wilde bespreken. Dat voelde eerst nog wel onwennig, maar het werd fijn gesprek dat niet te veel tijd kostte en dat intussen verder opvolging heeft gekregen. Een waardevolle stap!

De inspiratie van die eerste stap gaat nog verder. Als ik een onderwerp heb dat ik wil bespreken, schrijf ik dit altijd op. Kom ik dan een manager tegen of staat de deur open, is de drempel om mijn punt te delen een stuk lager omdat ik het eerder al heb opgeschreven en dus beter beklijft. Ook heb ik met een aantal collega’s afgesproken dat we samen kunnen sparren als iemand ergens tegen aan loopt, of iets wil delen. Vaak is het resultaat dat de vraag dan beantwoord is, of dat iemand een suggestie heeft om het op een andere manier aan te pakken. Kortom, ik heb mijn eigen ‘support-groep’ geregeld, ook zo’n mooi onderdeel uit de workshop om ervoor te zorgen dat je blijft ‘doen’ en niet na inspiratie weer terugzakt in de waan van de dag.

Dat allereerste stapje om mijzelf meer te laten horen, heeft mij de ervaring opgeleverd dat mensen mij inderdaad willen horen, open staan voor me en dat mijn ideeën en zorgen aandacht krijgen. Wat mij hierbij helpt is een aantal mensen om mij heen die me steun kunnen geven en voor wie ik een steun kan zijn in hun ontwikkeling. Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen in mezelf laten horen aan het management. Dit allemaal door die ene eerste kleinste stap 1 te zetten van twee minuten in een sessie op een maandagavond. Bijzonder krachtig!”

Elke ervaring verandert jouw slot

Regelmatig krijgen wij na afloop van onze workshops de vraag: wie of wat zijn jullie inspiratiebronnen? Welke boeken lezen jullie, welke blogs? Welke video’s of podcasts? We geven daar zo goed mogelijk antwoord op, maar we voegen er wel direct het volgende aan toe: ‘… Onze inspiratiebronnen zijn niet automatisch ook die van jou.’

Misschien dat de analogie met een sleutel en een slot het het beste duidt. Er bestaan geen universele sleutels, omdat iedereen een uniek eigen slot heeft. Je moet je eigen sleutel dus stap voor stap ontwikkelen. Je eigen pad vinden. Je eigenaardigheden ontdekken en ermee aan de slag gaan. Je kracht inzetten en kijken wat werkt en wat niet. Elk puzzelstukje brengt je weer iets verder. En géén van de stapjes brengt je rechtstreeks naar de oplossing voor alles, voor altijd.

Onze inspiratiebronnen werken voor ons goed. En ook wij blijven zoeken naar wat past, ons verder helpt en misschien ook een ander raakt. Uiteraard denken we daar zo goed als wij kunnen over na. En toetsen we dat elke keer opnieuw in de praktijk. In het begin van onze workshop geven we ook aan dat als er ook maar één onderwerp is dat je aanspreekt en je er werkelijk iets mee gaat doen dat we daar bijzonder blij mee zijn. We weten immers dat niet alles wat we vooraf bedacht hadden iedereen zal raken.

En dan nog. Elke ervaring verandert je slot steeds weer opnieuw.

Never a dull moment ;-).