Minimale structuur voor maximale vrijheid

Wie ons een beetje volgt met onze blogs, weet al dat wij sterk voorstander zijn van diplomavrij leren. Wij worden blij van scholen die kinderen stimuleren in hun creativiteit, vragen laten stellen en zelfstandig laat nadenken. Ook wij hebben kinderen, dus een schoolkeuze en -richting is voor ons een actueel en belangrijk thema.

Het eerste dat opvalt is dat de keuze in scholen groot is. De keuze is niet alleen in afstand, sociale context of toelatingsbeleid, maar ook in inhoud. Tussen maximale vrijheid en maximale structuur zitten scholen die kunstzinnige expressie centraal stellen, die filosofie als belangrijkste vak geven, of die bepaalde religieuze waarden vertegenwoordigen. Tegelijkertijd wordt bij alle scholen, zuiver vanuit hun functie als school, de intrinsieke motivatie van kinderen om te doen waar ze op dat moment zelf zin in hebben, omgebogen naar extrinsieke motivatie binnen de schoolstructuur.

Hierin schuilt voor ons als Vrije Denkers iets dualistisch. Vanzelfsprekend is het belangrijk dat kinderen structuren en systemen leren begrijpen – zo is de maatschappij immers grotendeels ingericht. Tegelijkertijd is dat voor ons geen vaststaand gegeven: waarom zou dat niet kunnen veranderen? Kleine kinderen maken nu voortdurend keuzes op basis van het moment, waarbij de eigen verbeelding, nieuwsgierigheid en creativiteit leidend is. Spelen heet dat. Vervolgens gaat die verbeelding mede gevoed worden door het systeem dat school heet. Als kleintjes maken ze keuzes in vrijheid, later als scholier vanuit een prestatie- en beloningssysteem dat bepaalde acties goedkeurt en andere acties afkeurt. En wordt een hele dag vanzelfsprekend spelen teruggebracht naar twee keer een half uurtje spelen en gaat de rest van de tijd op aan de meer structurele en cognitieve aangelegenheden.

En diezelfde scholieren wordt later verweten dat ze onvoldoende initiatief tonen, te weinig ondernemend zijn, te weinig nieuwsgierig zijn en onderzoekend gedrag vertonen. Te weinig verantwoordelijkheid nemen en zich te afhankelijk van ‘het systeem’, ‘het proces en de procedures’ hebben gemaakt. Te weinig spelen, te weinig durven, te weinig fouten maken.

Kinderen doen iets vanuit hun natuur. Hun nieuwsgierigheid. Hun intrinsieke motivatie. En welke school daar nu beter of minder goed bij aansluit is bijzonder lastig vooraf vast te stellen. Gelukkig hebben we in Nederland veel keuze en is het de moeite waard om goed onderzoek te doen en in te schatten welke minimale structuur voor maximale flexibiliteit en ontwikkeling zorgt voor het kind. En dan is het gewoon doen. Uitproberen, Ondervinden wat werkt en niet werkt want ook hierin is ‘doen is hier de beste manier van denken’.

“It’s not information overload, it’s filter failure” (Clay Shirky)

In een vorige blog hebben we benadrukt dat je eerst het kleinst mogelijke stapje moet zetten, voordat je verder kunt. Voordat je een plan maakt. Voordat je een innovatiedoorbraak hebt. Voordat je een gewoonte ontwikkelt. Veel mensen vinden dat eerste kleine stapje al heel moeilijk. Er is zo veel dat je eerst moet weten, over na moet denken, moet berekenen… dus voordat je dat eerste stapje zet, wil je alles zeker weten.

Maar er is altijd meer dan je kunt bevatten, dus alles weten, bedenken, berekenen lukt toch niet. Je zult, vooral voor die eerste stap, keuzes moeten maken. Je moet als het ware een filter aanleggen om uit al die informatie die er is een keuze te maken. Er is niet te veel informatie. Er is te weinig filter.

Aangezien het niet waarschijnlijk is dat de hoeveelheid informatie ooit af zal nemen, kun je beter onderzoeken of je selectiever met die informatie om kunt gaan. Voor iedereen is de balans tussen zinnig en onzinnig, tussen ‘signaal’ en ‘ruis’ anders. Wat is voor jou interessant, en dus een signaal, en wat is verstorend en daarmee ruis? Zo’n zelfgemaakt filter werkt heel goed om beter om te kunnen gaan met de informatie die op je af komt.

En verwar filter niet met focus: focus is prima maar kan nog steeds leiden tot informatie-overload. Je zult nooit ‘genoeg’ weten. Er is actie nodig om vooruit te komen, je moet iets doen met de kennis die je hebt opgedaan. En om iets te doen, zal je een keuze moeten maken.

Het kleinst mogelijke stapje

In een eerdere blog hebben we het gehad over hoe je nooit een plan helemaal van te voren uit kunt stippelen. Een plan ontvouwt zich gaandeweg: na stap 1 komt stap 1. Dat blijkt voor veel mensen al een opluchting – je hoeft niet de hele trap te zien om de eerste stap te nemen (Martin Luther King Jr.). Maar we merken tegelijkertijd dat voor veel mensen ook die eerste stap heel moeilijk is. Hoe zet je nou stap 1?

Die eerste stap is de kleinst mogelijke stap die je zelf kan zetten. Op het moment dat je je eerste stap bedenkt en je hebt daar andere mensen, middelen of technologieën voor nodig, dan is de stap nog te groot. Verklein ‘m zodanig, dat die eerste stap op elk moment in iedere situatie door jouzelf gezet kan worden!

En wie het idee van ‘na stap 1 komt stap 1’ geweldig vindt, maar tegelijkertijd denkt ‘grote passen, snel thuis’ – die moeten wij teleurstellen. Grote stappen maken niet dat je sneller gaat. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat voor één innovatie 60 kleine stappen nodig zijn. Het heeft geen zin die zestig stappen over te slaan; je hebt idee op idee op idee nodig voordat je tot een echte innovatie komt. Die kleine stapjes daarin zijn cruciaal.

Dus zet het kleinst mogelijke stapje in de goede richting. Het maakt niet uit hoe klein, maar maak een stap. En durf ook te falen. Ontwikkeling is geen rechte lijn, maar een opeenstapeling van fouten leermomenten. In kleine stapjes.

Stop met het corrigeren van je fouten!

 

Er is veel onderzoek naar de gevolgen van fouten. “Van fouten moet je leren”, “fouten maken moet” en “fouten maken dat je groeit”. Allemaal waar, maar wat ze over het hoofd zien is wat het met je doet nadat je een fout maakt. Je eigen schuldgevoel, de druk van de omgeving om je fout te verbeteren en vooral de emotie die erbij komt kijken, maken vaak dat je enorm je best gaat doen om de fout te corrigeren.

Vaker wel dan niet levert dit extra en onnodige fouten op. Je gaat namelijk door vanuit een negatieve emotie (ergernis over je domheid, schuldgevoel over wat je fout voor anderen betekent, het willen terugwinnen van verloren respect) en dat maakt dat je niet ontspannen bent. Het risico op nieuwe fouten is dan groot. Geforceerd herstellen maakt je kwetsbaar.

Je blijft hangen in die emotie en daar heb je de hele dag last van. Hoe vaak zeg je niet tegen jezelf op zo’n moment “Nou, dat belooft wat voor vandaag”, “Er zullen nog wel meer dingen misgaan” of “De wet van Murphy – nu gaat alles fout…” Als je enorm gaat nadenken over hoe je een fout moet corrigeren, dan zit je alleen maar in je hoofd. Te denken.

Wat moet je dan wel doen? Niet de fout herstellen, maar vergeten. Accepteren dat de fout gemaakt is, je kunt ‘m niet meer ongedaan maken. Doorgaan vanuit de ontspanning houding van aanvaarding maakt dat je je weer kunt richten op de bedoeling. Dus niet te veel denken. Gewoon doen. Want… doen is de beste manier van denken.

Voortreffelijkheid is een gewoonte

“We zijn dat, wat we bij herhaling doen. Voortreffelijkheid is daarom geen handeling, maar een gewoonte.” Deze uitspraak van Aristoteles geeft weer waarom het zo belangrijk is om stappen te blijven zetten. We hebben het al eerder gehad over hoe moeilijk het is om een eerste stap te zetten, hoe klein ook, maar het is nog moeilijker om dit te blijven doen. Om een gewoonte te creëren van iets dat je wilt blijven doen.

Dat dit inzicht al in de Griekse oudheid bestond en dat mensen er nog steeds mee worstelen, is veelzeggend. De wetenschapper BJ Fogg heeft daarom een methode ontwikkeld waarmee je van een gewenste handeling een gewoonte kunt maken. Die methode bestaat uit drie stappen: maak het specifiek, maak het klein, en verzin een trigger.

Een voorbeeld uit ons eigen leven: ik wilde graag meer water drinken. Liefst 10 tot 15 glazen per dag. Voor wie tot dan toe een dergelijke hoeveelheid vloeistof vooral in de vorm van koffie nuttigde, is dat een enorme stap. Ik heb daarom kleine stapjes gezet en mijn slechte gewoonte – koffie – gekoppeld aan mijn gewenste nieuwe gewoonte: water. Bij elke kop koffie dronk ik een glas water, totdat ik steeds minder koffie en steeds meer water dronk.

Deze methode kun je op alle gewoontes toepassen. Strategische doelen haal je door elke dag 1 ding te doen dat daaraan bijdraagt. Meer winst behaal je door elke maand een paar procent opzij te zetten. Meer kennis vergaar je door elke dag 1 bladzij te lezen. En uiteindelijk is voortreffelijkheid je nieuwe gewoonte.