‘Er klopt iets niet aan jou!’

er klopt iets niet

Die opmerking kreeg ik 15 jaar geleden te horen van een collega toen ik nog in loondienst werkte bij een groot IT-bedrijf.

En als iemand zoiets tegen je zegt, dan ben ik  gelijk geïnteresseerd. Wat klopt er dan niet? En als het antwoord dan is ‘Omdat iedereen jou aardig vindt’, dan ben ik helemaal getriggerd. Ik dacht aanvankelijk dat het wel een goede ‘eigenschap’ was, maar na zijn toelichting dacht ik daar anders over.

Zijn denklijn was dat als iedereen je aardig vindt, je niet echt ergens voor gaat. Want als je écht ergens voor gaat, dan verdeelt je netwerk zich automatisch in een groep mensen die met je meegaan, en een groep die je niet langer wil of kan volgen.

Die opmerking ‘Er klopt iets niet aan jou!’ staat mij nog elke dag bij. En ik denk dat die collega gelijk had.

En wij merken het ook in onze workshops en inspiratiesessies. Waar we voorheen de neiging hadden om onze boodschap bij voorbaat te nuanceren, omdat overal wel een tegenargument voor te vinden is, merken we nu dat juist als we meer stelling nemen er veel meer energie loskomt. In de discussie komt de nuance vanzelf.

De neiging om door iedereen aardig gevonden te worden is een hele natuurlijke. Vanuit onze geschiedenis, teruggaand naar de prehistorie maar ook nog tot ver in de 19e eeuw, was het zelf een puur overlevingsmechanisme. Je had je “tribe” en als je daar verstoten werd dan waren je overlevingskansen nihil. Vandaag de dag is dat niet meer nodig: we hebben immers een “global tribe” waar je je met iedereen kunt verbinden die voor hetzelfde gaat als jij.

Dus als je hoort “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg” negeer dat vooral en “wees jezelf en als dat toevallig ‘gek’ is dan is dat prima!”.

Sterker nog, wij denken dat diversiteit in deze tijd van groot belang is. Een specialisatie, liefst in iets waar je goed in bent, levert vernieuwing en verandering. En de verbinding die je maakt met je specialisatie-tribe, haalt het meeste uit je talent. En met de verbinding aan andere specialisaties kun je alle problemen in de wereld aan.

Dus wees jezelf: er zijn al zo veel anderen!
(Loesje)

(Met bijzonder dank aan Jurgen Hoogeveen die mij dat inzicht zo’n 15 jaar geleden heeft gegeven)

Werken vanuit de bedoeling in plaats vanuit een doel

Wie in google zoekt op ‘doelen halen’ of ‘doelgericht werken’ vindt legio instrumenten om doelen te formuleren, ‘smart’ te maken en natuurlijk ook te halen. Werken met een doel is een concreet en cognitief proces, maar wij vragen ons af of het wel echt zo duurzaam is.

Wie zich onze “na stap 1 komt stap 1’ nog herinnert, zal het bekend voorkomen dat doelen voortdurend veranderen – omdat de werkelijkheid immers ook verandert – en dat je als organisatie vooral aan het uitleggen bent waarom je het vastgelegde doel niet haalt of gaat halen. En dat noemen we vergaderen. Dat is heel anders als je aangeeft dat je vanuit de bedoeling gaat werken. Een bedoeling is een wenkend perspectief, een duurzame richting in plaats van een 1-dimensionaal doel dat eindigt wanneer je het behaald hebt.

Een bedoeling is intrinsiek, vanuit het hart en met energie en passie. Een doel komt vanuit je hoofd met wilskracht en doorzettingsvermogen. Niets mis mee, maar waar krijg je meer energie van? Dit geldt in onze ogen vooral voor vakmensen, die als ze een doel moeten halen vaak te weinig ruimte voelen om hun eigen expertise in kwijt te kunnen. Met een bedoeling krijgen ze kaders en daarbinnen bewegingsvrijheid: een bedoeling voldoet immers aan een behoefte in plaats van aan een resultaat.

En wat de bedoeling van de Vrije Denkers is? Wij willen mensen bewust maken van hoe ‘doen’ en ‘ervaren’ meer informatie en richting geven dan papier en denkwerk. Doen, dus, als beste manier van denken. Dat is een wenkend perspectief dat niet als doel vast te stellen is en waarvan we niet weten wanneer we dat behaald hebben. Maar het is een bedoeling waar we ons vol passie aan kunnen verbinden en waar we graag naar toe werken.

Met dank aan het prachtige werk van Wouter Hart – Verdraaide Organisaties

Illustratiebasis: markensteijn.com

Kinderen krijgen pas gelijke kansen bij ongelijk onderwijs

Een Olympisch hockeyer wordt niet kampioen doordat hij of zij zich oefent in het geven van presentaties of haute cuisine. Nee, een hockeyer doet waar hij goed in is en probeert dat te verbeteren. Van een 9 naar een 10, en geen aandacht voor de 6-jes.

Hoe anders is dat in ons schoolsysteem. Van de 10 onderwerpen op een rapport is er vooral aandacht voor de onvoldoendes. Pas als je overal een voldoende voor hebt, krijg je een diploma. Zo worden kinderen al op jonge leeftijd in keurslijven geduwd.

Deze methode komt voort uit het industriële tijdperk, toen uniforme manieren van denken en doen in de fabrieken de hoogste productie gaven. Maar dat is tegenwoordig veel minder relevant. Door de robotisering wordt het routinewerk steeds minder interessant voor mensen en is er een stijgende behoefte aan menselijk vernuft en creativiteit. Hoe kunnen we dat onze kinderen leren?

Hoe haalt een leerling het maximale uit zichzelf? Niet door toe te werken naar zo veel mogelijk goede antwoorden en bij voldoende goede antwoorden een diploma. Dat levert alleen een standaard keurslijf en standaard denkwijzen op. Liever help je een leerling in zijn persoonlijke ontwikkeling, in wie hij is en wat hij kan. Kennis is al lang niet meer het belangrijkste in onze maatschappij, want alles is vindbaar. Het gaat er om wat je toevoegt van jezelf en hoe je de kennis toepast.

Waarom niet diplomavrij leren? Iedereen heeft een talent. Om dat te vinden en te helpen ontwikkelen is immers zo veel waardevoller dan een diploma. Of zoals Einstein zegt:

“If you judge a fish by its ability to climb a tree, it will spend its whole life thinking it is stupid.”

Dogmavrij opvoeden

Wat doe je als je dochter blauwe gympjes aan wil? Of als je zoontje in een roze prinsessenjurk naar school wil? Gun je ze de vrijheid om zelf te ontdekken of dat kan, of bescherm je ze vanuit de maatschappelijk vastgelegde opvatting dat roze voor meisjes is, en blauw voor jongens?

Een dogma is in onze ogen meer dan een religieuze leerstelling. Het is een overtuiging die je hebt en die je niet meer ter discussie stelt. Als je je als ouder door je dogma’s laat leiden, dan lijdt je kind daaronder. Wij geloven sterk in dogmavrij opvoeden. Een kind moet zelf zijn opvattingen kunnen kiezen uit een kleurrijk palet aan mogelijkheden. Daarom geven wij onze kinderen zo veel mogelijk gezichtspunten, ook tegenstrijdige, mee en leren we ze om open te staan voor andere ideeën. Opvoeden vanuit een dogma betekent dat je andere perspectieven uitsluit en dat werkt stigmatiserend.

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en zoeken zelf hun grenzen op. Mijn dochter Sofía bijvoorbeeld was altijd nieuwsgieriger naar wat zich buiten de box afspeelde dan daarbinnen. En als Vrije Denkers vinden wij ook dat je kinderen niet vroeg genoeg kunt leren om out of the box te denken. Dus weg met die box en zacht kleed op de grond. Maar daar bleef ze natuurlijk niet, ze kroop over de grenzen van het kleed en bepaalde haar eigen ‘grens’.

Vanuit comfort en veiligheid is opvoeden met dogma’s heel prettig. Wie zorgt dat zijn zoontje in een spijkerbroek in plaats van in een jurk naar school gaat, verkleint de kans op pesten. Maar het beperkt kinderen tevens in hun eigen nieuwsgierigheid en zorgt dat ze niet of minder snel meer open staan voor andere ideeën of dingen niet meer durven uitproberen. En daarmee beperk je ze ook in hun creativiteit, die – zoals we eerder schreven – vooral gebaat is bij een diversiteit aan perspectieven, meningen en ideeën.

Dus doorzie als ouder wat je eigen dogma’s zijn en laat je kinderen bewust in vrijheid ontdekken wat werkt en wat niet. Want zo ontwikkelen ze zich, en de maatschappij met hen.

Illustratie: Sofía Kruisman

Ideeënseks

Vraag je je weleens af waar ideeën vandaan komen? Poppen ze zo maar in jouw hoofd op? Zijn het echt JOUW ideeën? Of laat je je bewust en onbewust inspireren door anderen?

“Als ik verder heb gezien dan anderen, kwam dat omdat ik op de schouders van reuzen stond” zei Isaac Newton ooit. Hij bedoelde daarmee dat zijn theorieën voortkwamen uit ideeën van denkers vóór hem. En als je de kracht van die gedachte inziet, is het ook heel logisch. Je komt pas echt tot Vrij Denken als je je ideeën en gedachten kunt uitwisselen en vermengen met anderen. Of als je ideeën seks laat hebben zoals Matt Ridley dat noemt.

Ook hier is de evolutie met haar natuurlijke selectie weer een mooi voorbeeld. Soorten die willen voortbestaan zoeken naar mogelijkheden om hun genen door te geven. Dit is hetzelfde principe als ideeënseks: pas als een idee seks kan hebben met andere ideeën, kunnen ze voortbestaan en zich ontwikkelen.

Denk bijvoorbeeld aan de stenen handbijl die een miljoen jaar heeft bestaan (30.000 generaties) voordat er een alternatief kwam, en vergelijk dit met een computermuis, die binnen één generatie ontstaan is – door verschillende ideeën met elkaar te combineren. Vorm (plastic), inhoud (elektronica) en voeding (elektriciteit) bestaan allemaal weer uit honderden aparte ideeën die daaraan vooraf gingen.

Juist doordat we in deze tijd veel sneller informatie kunnen uitwisselen, kunnen we ook ideeën sneller stapelen en slimmer met elkaar vermengen. En zo kunnen ideeën niet alleen voortbestaan, maar zich ook ontwikkelen en steeds beter worden. Denk bijvoorbeeld aan het veelgebruikte Creative Commons: een manier om vrij ideeën van anderen te gebruiken om je eigen ideeën vorm te geven. Hoe anders dan het principe van een patent, waarbij je je idee angstvallig vasthoudt, en ziet dat het soms pas een succes wordt als het patent verlopen is en het idee de vrijheid heeft zich te verspreiden en te vermengen.

Dus bouw vooral voort op andermans ideeën, laat je ideeën seks hebben met elkaar, baar iets nieuws en durf een SOA op te lopen! Waarbij SOA uiteraard staat voor Seksueel Overdraagbare Aanvulling.

Illustratie-basis: Cosmopolitan.com

Pensioenvrij leven begint vandaag!

In onze vorige blog hebben we verteld over pensioenvrij leven. Dat is voor ons meer dan nu doen wat je leuk vindt. Het betekent in onze ogen twee dingen: je bent nu al een beetje met pensioen óf je hoeft nooit met pensioen. Zo zijn wij ooit begonnen: met kleine stapjes steeds meer dingen doen die we leuk vinden, zodat werken niet als werken voelt, en we een pensioenvrij leven leiden.

Daarnaast betekent het voor ons ook dat je je meer richt op het hier en nu in plaats van op het daar en later. Niet “straks als ik met pensioen ben”, maar nu al genieten. Niet wachten op de ideale omstandigheden, maar nu al keuzes maken. Niet “als….dan…” maar stappen nemen en in beweging blijven.

De zorgeloosheid die de Zuid-Europese landen kenmerkt, is ook voor ons nuchtere Nederlanders een mooi voorbeeld. Zoals we met onze blog over stap 1 hebben uitgelegd, is de toekomst niet te voorspellen, dus waarom zou je je daar druk om maken? Mañana… Het komt morgen wel. Druk maken om daar en later kan het beste als het daar en later is: morgen dus. Natuurlijk heb je verantwoordelijkheden, maar laat ze je niet weerhouden om nu in kleine stapjes te gaan doen wat je leuk vindt, en zo elke dag al een beetje met pensioen te zijn. Dan hoef je als je 68 bent misschien helemaal niet meer “met pensioen” om “te doen wat je leuk vindt”. Dan heb je immers al een pensioenvrij leven.

Pensioenvrij leven* is een keuze

Als je 5 jaar oud bent, ben je op je creatiefst. Op je 8e is je creativiteit al gehalveerd en op je 44e heb je een staat van terminale serieusheid bereikt. Daarna komt je creativiteit in een soort flatline tot aan je pensioen en pas dan zie je de creativiteit weer toenemen.

In al onze workshops vragen we mensen waarom zij denken dat dit zo is, en altijd komt wel de volgende reden naar voren: “Omdat je dan gaat doen wat je leuk vindt.” Auw. Het kan toch niet zo zijn dat wij Nederlanders nu massaal dingen doen die we niet leuk vinden, en wachten tot ons 67e, 68e of nog later, om dan wel dingen te gaan doen die wel leuk vinden? Waarom? Waarom zou je wachten en niet nu al leuke dingen gaan doen?

Een paar dagen geleden kwam na onze workshop een vrouw naar ons toe en zei: “Mooi verhaal hoor, hoe jullie nu doen wat jullie leuk vinden. Maar ik kan dat niet. Ik heb een kind. Een hypotheek. Ik ben alleenstaande moeder. Ik heb te veel verantwoordelijkheid. Voor mij is dat niet weggelegd: ik moet dit werk wel blijven doen.”

Dit is maar één van de vele excuses die we horen. Als we dan doorvragen wat mensen echt zouden willen, dan zijn het dingen als “meer reizen”, “voor mezelf beginnen” of “singer/ songwriter worden”. Dat zijn inderdaad grote stappen, die je echter ook goed in kleine stapjes kunt opdelen. Doe iets meer van wat je leuk vindt, elke dag! Stap uit je comfortzone en durf keuzes te maken. Want zonder keuzes maken lukt het in elk geval niet. Zoek niet naar excuses, maar naar kansen. Neem stap 1, evalueer en neem stap 1. We verdienen het allemaal om nu al pensioenvrij te leven!


*Pensioenvrij leven is oorspronkelijk een pleidooi van Jef Staes
*
* De Creativiteitsindex : Professor Paul Louis Iske

Na stap 1 komt stap 1’*’

na stap 1 komt stap 1

In ongeveer elke organisatie en op elke afdeling worden plannen gemaakt. Lijvige documenten vol met stroomschema’s, dikke pakken papier: elk stap en liefst ook elk detail vastgelegd. Dat deden we dertig jaar geleden al en dat werkte toen goed. Maar tijden zijn veranderd: plannen maken werkt niet meer.

Dat merkten we toen we zagen dat organisaties steeds minder vaak hun einddoelen haalden, ondanks de stappenplannen die bedacht waren. Volgens ons heeft dat te maken met de toenemende snelheid van verandering. Veranderingen die sneller gaan dan ons verandervermogen toestaat. Als je een plan gemaakt hebt en je hebt stap 1 achter de rug, is de wereld alweer anders. Vanuit ‘voortschrijdend inzicht’ wordt dan vaak het eerdere plan aangepast, maar wij hebben ontdekt dat je veel beter kortcyclischer kunt kijken naar de stappen die je moet nemen. Na stap 1 komt stap 1.

Het beste voorbeeld halen wij altijd uit de natuur: de evolutie is een volstrekt natuurlijke aaneenschakeling van stappen zetten en aanpassen. Lukt iets niet, vindt de natuur iets anders op basis van de situatie in dat moment. De mens is de enige diersoort voor zover wij weten dat het vermogen heeft ontwikkeld om vooruit te zien en dat vermogen kunnen we in deze snelle tijd prima gebruiken om te dromen, scenario’s te bedenken en eventuele aanpassingen te voorzien. Maar de snelheid van ontwikkeling en de snelheid van informatie-uitwisseling maakt dat je eigenlijk altijd achter de feiten aanhobbelt. Anders gezegd, in theorie zijn theorie en praktijk gelijk aan elkaar, maar in de praktijk is dat niet zo.

Dus in plaats van in een plan het resultaat te ‘voorspellen’, kun je in onze ogen veel beter gewoon doen. Na stap 1 komt stap 1: je doet iets, evalueert en zet weer stap 1. Zo kom je al evoluerend tot een resultaat, dat je misschien niet van tevoren bedacht had, maar wel precies is wat er gedaan moet worden. Want door zo kortcyclisch te werken integreer je ‘fouten’ oftewel ervaring in je workflow en leer je de juiste route ter plekke. Door te doen.

We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: doen is en blijft de beste manier van denken.

‘*’ Na stap 1 komt stap 1 is een oorspronkelijke gedachte van Alieke van der Wijk en Henk van der Steen van onze zakenpartner Troje.

Vertrouwen moet je vinden, zonder het te zoeken.

Stel; je loopt op straat; een vreemde spreekt je aan en zegt dat zijn mobieltje leeg is – of hij met jouw telefoon even een dringend gesprek mag voeren. Grote kans dat je ‘nee’ zegt. Stel nu dat in de gang bij jouw organisatie een jouw vaag bekende collega dat vraagt. Zeg je dan ‘ja’? En waarom?

Wij hebben gemerkt dat vertrouwen heel vaak afhangt van de context. En wij willen juist lós van die context werken vanuit vertrouwen. Dat betekent dat we niet op voorhand alles dicht gaan timmeren met contracten, bepalingen en functieomschrijvingen. Dat lijkt misschien wel de basis voor vertrouwen – juridisch klopt alles, dus we kunnen samenwerken vanuit vertrouwen – maar zwengelt gek genoeg juist het wantrouwen aan.

Dat hebben we niet eens zelf verzonnen: in het boek The Speed of Trust van Stephen Covey jr, geeft hij een mooi voorbeeld van hoe vertrouwen, kosten en snelheid met elkaar samenhangen. Het lijkt zo logisch: als er vertrouwen is, gaat de samenwerking sneller en zijn de kosten lager. Toch werken de meeste bedrijven precies andersom, en investeren zij veel tijd en geld in het vooraf dichttimmeren van alles wat fout kan gaan. Wantrouwen heerst.

Dit heeft ons altijd heel erg verbaasd. Geen enkel bedrijf wíl dat de samenwerking moeizaam gaat, lang duurt en veel kost, en toch is vertrouwen zelden het uitgangspunt. Dat is één van de redenen dat wij gestopt zijn met contracten. Wij willen op voorhand uitgaan van vertrouwen en dat is niet altijd gemakkelijk, maar wel altijd met veel beter resultaat. Vertrouwen moet je verdienen, en dat doe je al vanaf de eerste gesprekken met je opdrachtgever (of manager, of collega). Dat kost in het begin misschien heel iets meer tijd, maar daarna merken wij dat de samenwerking veel sneller gaat en ook nog eens veel beter is.

En als je merkt dat het vertrouwen er niet is? Dat is jammer, maar maakt het ook gemakkelijker om ‘nee’ te zeggen tegen een opdrachtgever – of manager of collega. Als je weet dat de samenwerking niet gaat werken, bijvoorbeeld omdat je gesprekspartner een ander beeld heeft van het resultaat, of omdat de behoefte aan vooraf gestelde bepalingen blijft, dan is het voor ons heel logisch om ‘nee’ te zeggen. En dat versterkt het vertrouwen ook – waardoor misschien de samenwerking nu niet werkt, maar in de toekomst een veel steviger basis heeft.

Dus vertrouw! Vraag door naar het waarom, naar de wensen en naar de waarde die je gesprekspartner denkt dat jij kunt leveren. Van daaruit kun je in alle vertrouwen de samenwerking aan.

Ga je mee verdwalen? Ik weet de weg[*]

Toen de eerste navigatietechnologie op de markt kwam, was mijn vriendin niet blij. Toen ik zei dat het juist heel handig is als je weet hoe je rijden moet, reageerde zij: “Maar ik wil dat helemaal niet weten. Ik wil juist verdwalen.”

Voor ons is dit de kern van creativiteit. Je kunt in onze ogen pas echt creatief zijn als je het proces in vrijheid ingaat en het beoogde resultaat loslaat. Als je jezelf toestaat om te verdwalen. Een mooie analogie is het ontstaan van neurale paden in je hersens. De eerste keer dat je iets doet is het nog een zandweggetje, maar naarmate je dezelfde activiteit op dezelfde manier doet, wordt het snel een klinkerweg, een asfaltweg en uiteindelijk een snelweg. En hoe breder de snelweg, hoe moeilijker om hiervan af te komen.

Creativiteit gaat volgens ons dus niet zozeer om het aanleren van iets nieuws en daar een snelweg van maken. Het gaat meer om het blijvend zoeken naar zandweggetjes, het niet vast blijven zitten in de comfortzone, maar jezelf steeds weer op een nieuw spoor durven zetten. En hoe doe je dat dan? Heel eenvoudig: méér vragen stellen en vaker lachen.

Kinderen stellen voortdurend vragen, vanuit oprechte nieuwsgierigheid. Zo leren ze steeds nieuwe dingen en nieuwe invalshoeken. Ze lachen ook veel meer dan volwassenen. Een lach is vaak het resultaat van een onverwachte wending; de clou in een grappig verhaal. Iets dat afwijkt van wat je dacht en waardoor je op een onbekend spoor belandt. Een onverwachte sprong van je ingesleten snelweg af. Daarom is creativiteit ook vaak groter in multidisciplinaire groepen – andere mensen hebben andere snelwegen, die jou kunnen helpen in het vinden van nieuwe zandweggetjes.

Het gaat bij creativiteit ook niet zozeer om het ‘aanleren’ van nieuwe vaardigheden of het opdoen van nieuwe kennis. Het gaat juist om het ‘afleren’ van het vaak onbewust opbouwen van snelwegen. Je bent op je creatiefst als je een plek in je kop vindt waar je niét gaat voor het meest voor de hand liggende. Waar je blijft struinen over zandweggetjes. Waar je durft te verdwalen zonder navigatie met een duidelijke bestemming en een verwachte aankomsttijd. Creativiteit vindt zijn oorsprong in de vrije ruimte in je hoofd.

—-

*Ga je mee verdwalen? Ik weet de weg is een quote van Loesje